Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
BTW-vrijstelling thuiszorg per 1-1-2001; Belastingplan 2001
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Inleiding
Vragen en antwoorden inzake thuiszorg
1. Hoe is de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg in de wet geregeld?
2. Welke voorwaarden zijn verbonden aan de toepassing van de BTW-vrijstelling?
3. Wat is thuiszorg?
4. Wie verzorgt de indicatiestelling?
5. Hoe ver strekt het begrip ‘hulp van persoonlijke aard’? Vallen onder dat begrip bijvoorbeeld ook kappers- of pedicure-activiteiten?
6. Is consultatiebureauzorg thuiszorg?
7. Wat betekent de term: ‘ten huize van’?
8. Kan de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg toepassing vinden ter zake van het verlenen van zogenoemde spoedeisende thuiszorg?
9. Zijn door de cliënt extra ingekochte (zorg)uren aan te merken als daadwerkelijke thuiszorg in de zin van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, 2°, van de wet?
10. Kan de met een persoonsgebonden budget gefinancierde zorg worden aangemerkt als van BTW-heffing vrijgestelde daadwerkelijke thuiszorg?
11. Mag een thuiszorginstelling ook ter zake van een onderdeel van de thuiszorg dat is ingehuurd van een ‘derde’ de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg toepassen?
12. Zijn de door ‘onderaannemers’ verrichte prestaties aan te merken als daadwerkelijke thuiszorg en, zo ja, is op die prestaties de BTW-vrijstelling van toepassing?
13. Vraag. Is de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg ook van toepassing op de prestatie bestaande in het uitlenen van personeel?
14. Vraag. Is de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg ook van toepassing op prestaties als bemiddeling bij thuiszorgprestaties?
15. Is de BTW-vrijstelling ook van toepassing bij de verkoop van verpleegartikelen?
16. Is de opslag en het vervoer van verpleegartikelen vrijgesteld?
17. Bij welke instantie kunnen vragen en problemen bij het toepassen van de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorgprestaties, gemeld worden?
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 31 maart 2007. U leest nu de tekst die gold op 30 maart 2007.

BTW-vrijstelling thuiszorg per 1-1-2001; Belastingplan 2001

BTW-vrijstelling thuiszorg per 1-1-2001; Belastingplan 2001
Dit besluit is een herziene versie van het besluit van 21 juni 2001, nr. CPP2001/1515M. Het besluit is herzien in verband met de vervanging van de gulden door de euro per 1 januari 2002 en bevat enkele belangrijke inhoudelijke wijzigingen. De wijzigingen hebben betrekking op de antwoorden 3, 5 (voorheen 6), 9 (voorheen 10), 10 (voorheen 11), 12 (voorheen 13) en 17 (voorheen 18). Vraag en antwoord 4 (oud) zijn vervallen.
Inleiding
Via het Belastingplan 2001 (Wet van 14 december 2000, Stb. 569), is in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, 2°, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de wet), een BTW-vrijstelling opgenomen voor daadwerkelijke thuiszorg. De BTW-vrijstelling geldt voor het verrichten van daadwerkelijke thuiszorg, ongeacht of daarmee winst wordt beoogd. Thuiszorgprestaties waarmee geen winst wordt beoogd, waren, voor zover verricht door kruisverenigingen en instellingen voor kraam- en gezinsverzorging, al van BTW vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de wet, juncto artikel 7 en bijlage B van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968. Daarnaast waren bepaalde prestaties op het terrein van de thuiszorg, voor zover verricht door (para)medisch gekwalificeerde personen, eveneens van omzetbelasting vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, 1°, van de wet.
De aanleiding voor het introduceren van een algemene BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg is geweest dat in toenemende mate commerciële ondernemers diensten op het terrein van de thuiszorg zijn gaan verlenen. De omstandigheid dat deze ondernemers terzake BTW in rekening dienden te brengen, omdat zij winst beoogden of het personeel niet de juiste kwalificaties bezat voor toepassing van de vrijstelling, had tot gevolg dat de concurrentieverhoudingen tussen de op het terrein van de thuiszorg werkzame ondernemers werden verstoord. Om aan deze verstoring van de concurrentieverhoudingen een eind te maken, werd sinds juni 1995 in de praktijk toegestaan dat ook commerciële ondernemers die daadwerkelijke thuiszorg verlenen, hun prestaties vrij van BTW aanbieden (brief van de Staatssecretaris van Financiën aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 6 juni 1995, nr. WV95/415). Aan deze vrijstelling is een wettelijke basis gegeven.
Een aantal vragen over de toepassing van de vrijstelling in de praktijk is hierna opgenomen met het daarop gegeven antwoord.
1. Hoe is de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg in de wet geregeld?
Antwoord: Ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel g, 2°, van de wet zijn vrijgesteld: ‘de diensten bestaande in thuiszorg als bedoeld in artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering, verleend aan personen ten behoeve van wie in een besluit overeenkomstig paragraaf 6 van het Zorgindicatiebesluit is vastgesteld dat ze op die zorg zijn aangewezen. Tot de in de vorige zin bedoelde diensten behoren niet de bij ministeriële regeling in verband met het voorkomen van een ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen aan te wijzen diensten.’ Een dergelijke aanwijzing heeft nog niet plaatsgevonden.
2. Welke voorwaarden zijn verbonden aan de toepassing van de BTW-vrijstelling?
Antwoord: Aan de toepassing van de BTW-vrijstelling zijn de volgende voorwaarden verbonden:
er dienen thuiszorgprestaties te worden verricht in de zin van artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering;
de thuiszorgprestaties dienen op indicatie te worden verricht.
3. Wat is thuiszorg?
Antwoord: Het begrip ‘thuiszorg’ wordt in artikel 15, eerste lid, van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering als volgt gedefinieerd:
a. verpleging, verzorging, begeleiding of voorlichting in verband met ziekte, herstel, invaliditeit of ouderdom;
b. hulp van huishoudelijke, persoonlijke of begeleidende aard in verband met ziekte, herstel, invaliditeit, ouderdom, overlijden of een psychosociaal probleem, die of dat leidt of dreigt te leiden tot het disfunctioneren van de verzorging van het huishouden van de verzekerde dan wel van de leefeenheid waartoe de verzekerde behoort;
c. het in bruikleen verstrekken van verpleegartikelen gedurende een termijn van ten hoogste zesentwintig weken.
Prestaties die zijn aan te merken als thuiszorg zoals hiervoor omschreven zijn, mits verricht op indicatie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, 2°, van de wet, van BTW-heffing vrijgesteld, ongeacht of zij worden verricht door ondernemers die winst beogen of door niet-winstbeogende ondernemers.
4. Wie verzorgt de indicatiestelling?
Antwoord: Bij de beoordeling in concrete gevallen of sprake is van vrij te stellen thuiszorg wordt aangesloten bij indicatiestellingen voor thuiszorg die in het kader van de AWBZ plaatsvinden. De indicatiestelling wordt verzorgd door een onafhankelijk indicatieorgaan, het zogenoemde Regionaal Indicatie Orgaan (RIO). In het indicatieorgaan hebben bijvoorbeeld maatschappelijk werkenden en verpleegkundigen zitting (artikel 4 van het Zorgindicatiebesluit geeft regels voor de personele invulling van RIO’s). Potentiële cliënten kunnen zich wenden tot het RIO met een verzoek om thuiszorg. Bij de beoordeling door het RIO van het desbetreffende verzoek worden, mede voor de bepaling van de hoogte van de eigen bijdragen van de cliënten, omstandigheden in aanmerking genomen als: de gezins- c.q. familiesituatie (leefeenheid), het al dan niet onder behandeling zijn van cliënt bij andere zorg-/dienstverleners en de woonsituatie. Als thuiszorg wordt toegewezen, krijgt de cliënt een brief waarin de indicatie is vermeld en waarin wordt geadviseerd contact op te nemen met de voor de desbetreffende regio bevoegde thuiszorgorganisatie. Het indicatiebesluit zelf wordt verzonden naar een (toegelaten) thuiszorginstelling.
5. Hoe ver strekt het begrip ‘hulp van persoonlijke aard’? Vallen onder dat begrip bijvoorbeeld ook kappers- of pedicure-activiteiten?
Antwoord: Bij dit besluit is in een bijlage een overzicht opgenomen van thuiszorgproducten. Dit overzicht is afkomstig van het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG). Bij de specificatie van het product verzorging is onder 2 ‘lichamelijke verzorging’ vermeld. Het begrip ‘lichamelijke verzorging’ omvat tevens prestaties als het knippen van de nagels en het verzorgen van het haar van cliënten. Deze werkzaamheden zijn thans steeds beperkter dan de diensten die gebruikelijk door zelfstandig werkende kappers en pedicures worden aangeboden. Bovendien maken deze prestaties deel uit van een meer omvattend samenstel van handelingen, gericht op de lichamelijke verzorging van de cliënt. Mocht het vrijstellen van kappers- of pedicure-activiteiten van thuiszorgmedewerkers op enig moment leiden tot concurrentieverstoring ten opzichte van kappers en pedicures, dan kunnen de desbetreffende diensten bij ministeriële regeling worden uitgezonderd van de vrijstelling.
6. Is consultatiebureauzorg thuiszorg?
Antwoord: Neen. Voor de omschrijving van activiteiten die als thuiszorgprestaties kunnen worden aangemerkt, is aangesloten bij artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekosten. De aansluiting heeft niet tot gevolg dat ook de ‘consultatiebureauzorg’ van artikel 26a van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekosten kan worden aangemerkt als daadwerkelijke thuiszorg. De bedoelde zorg aan ouder en kind, bestaande in door een instelling te leveren begeleiding, voorlichting en andere zorg tijdens de zwangerschap en gedurende de eerste levensjaren van het kind, waaronder begrepen periodiek systematisch onderzoek naar de gezondheidstoestand van het kind, betreft geen thuiszorgprestatie in de zin van artikel 15 van voornoemd besluit. Bovendien vindt deze zorg niet plaats op indicatie en wordt deze zorg niet ‘ten huize’ van de cliënt verleend.
7. Wat betekent de term: ‘ten huize van’?
Antwoord: Bij thuiszorg gaat het om zorg die krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) wordt verleend ten huize van verzekerden die door medische en/of sociale omstandigheden niet in staat zijn zich zonder hulp thuis te handhaven. Het begrip ‘ten huize van’ moet worden gekoppeld aan het begrip ‘zelfstandige huisvesting’. Het Burgerlijk Wetboek verstaat onder een zelfstandige woning ‘de woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning’ (Boek 7A, artikel 1623a, lid 3). Criteria die een rol kunnen spelen zijn bijvoorbeeld of het gebouw voor particuliere bewoning geschikt is, of het is voorzien van een eigen toegangsdeur die hetzij direct, hetzij vanaf de openbare weg, hetzij via een gemeenschappelijke ruimte (portiek, galerij, trappenhuis) toegang biedt tot de woonruimte, en of het gebouw beschikt over een toilet en over een keukeninstallatie die bestemd is voor de bereiding van complete maaltijden. Bij de heffing van gemeentelijke onroerende zaakbelastingen worden zelfstandige wooneenheden via dezelfde criteria (afsluitbaarheid van de eenheid, eigen sanitair en kookgelegenheid) afgepaald.
Op grond van het vorenstaande kunnen als zelfstandige woningen bijvoorbeeld worden aangemerkt de woning in particuliere eigendom, de huurwoning die door particulieren wordt bewoond, de permanent bewoonde woonwagen of woonboot, de aanleunwoning bij een bejaardenflat en de studentenflat. Als zelfstandige woningen kunnen niet worden aangemerkt bejaardentehuizen, verpleeg- en verzorgingsinstellingen, ziekenhuizen en internaten.
8. Kan de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg toepassing vinden ter zake van het verlenen van zogenoemde spoedeisende thuiszorg?
Antwoord: In de memorie van toelichting is aangegeven dat ingevolge paragraaf 6 van het Zorgindicatiebesluit ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars of uitvoerende organen in situaties waarin onmiddellijke verlening van zorg noodzakelijk is, kunnen besluiten dat een verzekerde zijn aanspraak op zorg gedurende ten hoogste twee weken tot gelding kan brengen, zonder dat hij beschikt over een indicatiebesluit (spoedeisende zorg). Ingevolge artikel 12, tweede lid, van het Zorgindicatiebesluit, stelt het indicatieorgaan in dergelijke situaties binnen twee weken nadat de aanvraag is ingediend, een indicatiebesluit vast. Dat besluit, hoewel het niet is vastgesteld op het tijdstip waarop met de verlening van de zorg wordt aangevangen, is voldoende voor het toepassen van de BTW-vrijstelling terzake. Voor zorg die korter dan twee weken heeft geduurd, is ook een indicatiebesluit vereist. In uitzonderlijke omstandigheden (de patiënt overlijdt bij voorbeeld binnen de twee weken) kan als indicatiebesluit worden aangemerkt de brief van het zorgkantoor (instelling waaraan zorgverzekeraars hun zorgtaken hebben gemandateerd) waarin toestemming wordt verleend voor de te verlenen zorg.
9. Zijn door de cliënt extra ingekochte (zorg)uren aan te merken als daadwerkelijke thuiszorg in de zin van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, 2°, van de wet?
Antwoord: De door cliënten extra ingekochte (zorg)uren zijn aan te merken als daadwerkelijke thuiszorg in het geval de extra uren zorg worden verleend binnen de periode waarin thuiszorg op indicatie wordt verstrekt, en het dezelfde zorg betreft zoals is geïndiceerd door het RIO.
10. Kan de met een persoonsgebonden budget gefinancierde zorg worden aangemerkt als van BTW-heffing vrijgestelde daadwerkelijke thuiszorg?
Antwoord: Ja, voorzover de met het budget gefinancierde zorg kan worden aangemerkt als thuiszorg in de zin van artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering en voorzover het zorg betreft zoals is geïndiceerd door het RIO (zie ook de antwoorden op de vragen 2 en 3).
Naast ‘zorg in natura’, die veelal door instellingen wordt aangeboden, is een persoonsgebonden budget voor cliënten eveneens een keuzemogelijkheid. Van deze mogelijkheid wordt in toenemende mate gebruik gemaakt. Een persoonsgebonden budget is een bedrag waarmee de cliënt zelf de zorg kan inkopen die hij nodig heeft. De cliënt is ingevolge artikel 2.5.1.11.1 van de Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet verplicht kwalitatief verantwoorde zorg in te kopen. Die zorg is, evenals de zorg in natura, geïndiceerd. Net als bij de situatie waarin voor zorg in natura wordt gekozen, krijgt de cliënt van het RIO een brief waarin is beschreven welke zorg door het RIO is geïndiceerd; het indicatiebesluit wordt verzonden naar het zorgkantoor, dat in de regio als uitvoerder van de regeling persoonsgebonden budgetten optreedt. Met een persoonsgebonden budget bepaalt de cliënt zelf waar hulp wordt ingekocht, wie hem komt helpen en op welke tijden hij geholpen wordt. Aan de cliënt wordt het budgetbedrag ter beschikking gesteld in twee delen. Het eerste deel betreft een contant bedrag van f 2.400 (voor het jaar 2002 geldt een bedrag van € 1.089), waarmee naar eigen inzicht kleinere uitgaven kunnen worden gedaan in verband met de benodigde zorg. Op de besteding van dit bedrag wordt geen toezicht (door bijv. het zorgkantoor) uitgeoefend. Met de rest van het budget worden door het zorgkantoor of de Sociale Verzekeringsbank (SVB), indien die instelling is ingeschakeld om de financiën en de administratie te voeren, namens de cliënt de rekeningen van de hulpverleners betaald.
11. Mag een thuiszorginstelling ook ter zake van een onderdeel van de thuiszorg dat is ingehuurd van een ‘derde’ de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg toepassen?
Antwoord: Ja. Het komt voor dat thuiszorginstellingen, die al dan niet commercieel werkzaam zijn, vanwege de beperkte beschikbare (personele) capaciteit prestaties inhuren van commerciële ondernemers (bijvoorbeeld schoonmaakbedrijven). In dat geval blijft de thuiszorginstelling voor het totaalpakket van aan de cliënt te leveren zorg verantwoordelijk en worden ook de ter zake van die zorg aan de orde zijnde financiële en administratieve zaken door de thuiszorginstelling geregeld. De thuiszorginstelling mag ook ter zake van het onderdeel van de thuiszorg dat is ingehuurd van de ‘derde’ de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg toepassen. Het gaat om de output van de thuiszorginstelling. Die instelling blijft ook verantwoordelijk voor de uiteindelijk verleende thuiszorgprestaties. Dat prestaties van derden (ter zake waarvan – afhankelijk van de BTW-positie van die ondernemers – BTW in rekening wordt gebracht dan wel een BTW-vrijstelling van toepassing is) worden betrokken om te voldoen aan de (vrijgestelde) thuiszorgtaak, is voor de BTW-heffing irrelevant.
12. Zijn de door ‘onderaannemers’ verrichte prestaties aan te merken als daadwerkelijke thuiszorg en, zo ja, is op die prestaties de BTW-vrijstelling van toepassing?
Antwoord: Ja, als de door de onderaannemer verleende zorg is geïndiceerd en sprake is van het verlenen van thuiszorgprestaties als bedoeld in de antwoorden 2 en 3 van dit besluit, kan de onderaannemer zijn thuiszorgprestaties vrij van BTW aanbieden.
13. Vraag. Is de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg ook van toepassing op de prestatie bestaande in het uitlenen van personeel?
Antwoord: Neen. Indien thuiszorgorganisaties personeelsleden inzetten bij andere (thuiszorg)instellingen, verzorgingstehuizen of dergelijke instellingen, in situaties waarin de opdrachtgever in een gezagsverhouding staat tot dat personeel, wordt die prestatie gekwalificeerd als het uitlenen van personeel. Die prestatie is onderworpen aan het algemene BTW-tarief.
BTW-heffing kan, onder bepaalde voorwaarden, achterwege blijven in gevallen waarin de arbeidsverhouding tussen de werknemer en de materiële werkgever (de inlener) een structureel karakter heeft en de inlener in materiële zin ook als werkgever optreedt (zie voor de voorwaarden die zijn verbonden aan toepassing van deze goedkeuring de brief van mijn ambtsvoorganger, de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 december 1990, pagina 29, onder 5, Tweede Kamer, vergaderjaar 1990–1991, 21 800 IX B, nr. 19).
14. Vraag. Is de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg ook van toepassing op prestaties als bemiddeling bij thuiszorgprestaties?
Antwoord: Neen, prestaties, zoals bemiddelingsprestaties, die samenhangen met de thuiszorg, maar die op zichzelf niet zijn aan te merken als daadwerkelijke thuiszorg, zijn niet van de BTW-heffing vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, 2º, van de wet. In dit verband wordt nog opgemerkt dat uit de uitspraak van het Hof Arnhem van 9 april 2001, nummer 99/01897 (welke uitspraak ziet op bemiddelingsactiviteiten door een niet-winstbeogende instelling voor kinderopvang) zou kunnen worden afgeleid dat ook de bemiddeling inzake thuiszorg, verricht door niet-winstbeogende instellingen, op grond van bijlage B, post b-9, behorende bij het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, is vrijgesteld van BTW-heffing. Tegen de uitspraak van Hof Arnhem is evenwel beroep in cassatie ingesteld. Vooralsnog blijft dan ook het standpunt gehandhaafd, dat (ook) bemiddeling bij thuiszorg op de normale wijze in de heffing wordt betrokken.
15. Is de BTW-vrijstelling ook van toepassing bij de verkoop van verpleegartikelen?
Antwoord: Neen. De verkoop van verpleegartikelen is, ook indien die verkoop plaatsvindt in de zogenoemde thuiszorgwinkels, belast. Alleen de prestatie bestaande in het in bruikleen verstrekken van verpleegartikelen gedurende een termijn van ten hoogste 26 weken kan onder de BTW-vrijstelling voor daadwerkelijke thuiszorg worden gerangschikt. In artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering is die prestatie als thuiszorgactiviteit beschreven. De BTW-vrijstelling ziet bovendien uitdrukkelijk alleen op diensten en niet op leveringen.
16. Is de opslag en het vervoer van verpleegartikelen vrijgesteld?
Antwoord: Neen. Op de prestatie die door een afzonderlijke ondernemer wordt verricht aan een thuiszorgorganisatie en die bestaat in het vervoeren en opslaan van verpleegartikelen is, hoezeer die prestatie ook dienstbaar is aan het uiteindelijk in bruikleen verstrekken van die artikelen, de BTW-vrijstelling niet van toepassing.