Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Bestuursreglement CTZ
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. De voorzitter
+ Hoofdstuk 3. Het secretariaat
+ Hoofdstuk 4. De vergaderingen van het college
+ Hoofdstuk 5. De samenwerking met het College voor zorgverzekeringen
+ Hoofdstuk 6. Slot
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2006. U leest nu de tekst die gold op -.

Bestuursreglement CTZ

Bestuursreglement CTZ
Het College van toezicht op de zorgverzekeringen;
Gelet op artikel 1w en 1c, eerste lid, van de Ziekenfondswet;
heeft in zijn vergadering van 3 april 2001 besloten:
Artikel 1
In dit bestuursreglement wordt verstaan onder:
a. de wet: de Ziekenfondswet ;
b. het college: het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u, eerste lid, van de wet;
c. het CVZ: het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a, eerste lid, van de wet;
d. de voorzitter: de voorzitter van het college;
e. de algemeen directeur: de algemeen directeur genoemd in artikel 6, eerste lid, van dit reglement;
f. de minister: de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
g. rapport: rapportage als bedoeld in artikel 1x1, 1x2, 1x4 en 1x6 van de wet;
h. advies: advies als bedoeld in artikel 1x5 van de wet.
1.
De voorzitter geeft leiding aan de werkzaamheden van het college, voor zover deze verband houden met de vergaderingen van het college.
2.
De voorzitter onderhoudt namens het college het contact met de algemeen directeur.
3.
De voorzitter ziet erop toe dat het college tijdig de nodige voorstellen bereiken.
1.
Het college wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan die de voorzitter vervangt bij diens afwezigheid of ontstentenis.
2.
Hetgeen in dit reglement over de voorzitter is bepaald, is mede van toepassing op de plaatsvervangend voorzitter, wanneer deze de voorzitter vervangt.
Artikel 4
Ter bevordering van een goede gang van zaken met betrekking tot de vergaderingen neemt de voorzitter beslissingen in die gevallen waarin dit reglement niet voorziet.
1.
Het college heeft een secretariaat.
2.
Het college stelt de hoofdlijnen van de organisatie van het secretariaat vast.
1.
Het college benoemt een algemeen directeur en één of meer andere directeuren.
2.
Het college wijst een directeur aan die de algemeen directeur vervangt bij diens afwezigheid of ontstentenis.
3.
Hetgeen in dit reglement over de algemeen directeur is bepaald, is mede van toepassing op de plaatsvervangend algemeen directeur, wanneer deze de algemeen directeur vervangt.
1.
De algemeen directeur fungeert als secretaris van het college en geeft tevens leiding aan het secretariaat.
2.
De algemeen directeur wordt bij de algemene en dagelijkse leiding bijgestaan door de andere directeur of directeuren, met wie hij in teamverband zorgdraagt voor een goede gang van zaken binnen het secretariaat.
3.
Het college regelt de onderlinge verhouding van en de taakverdeling tussen de algemeen directeur en de andere directeur of directeuren.
Artikel 8
Het college stelt een besluit mandaten en volmachten vast waarin het in ieder geval aangeeft welke bevoegdheden door de algemeen directeur worden uitgeoefend. Daarbij kan het college tevens bepalen dat de algemeen directeur in de in het besluit aan te geven gevallen bevoegd is ondermandaat of ondervolmacht te verlenen.
1.
De algemeen directeur legt aan het college gerichte stukken, met uitzondering van stukken tot afdoening waarvan hij krachtens besluit van het college bevoegd is, aan de voorzitter voor.
2.
De voorzitter plaatst aan hem voorgelegde stukken, met uitzondering van stukken tot afdoening waarvan hij krachtens besluit van het college bevoegd is, ter afdoening op de agenda of zendt ze ter voorbereiding van de besluitvorming aan de algemeen directeur.
1.
Het college vergadert in de regel eens per maand.
2.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid belegt de voorzitter een vergadering zo dikwijls hij dit nodig oordeelt of twee leden hem dit schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken.
3.
De voorzitter bepaalt tijd en plaats van de vergaderingen. Een vergadering belegd naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het tweede lid, wordt gehouden binnen twee weken nadat het verzoek bij de voorzitter is ingekomen.
1.
De voorzitter stelt de agenda voor de vergaderingen samen. Hij draagt er zorg voor dat de agenda voor een openbare vergadering vóór het plaatsvinden van de vergadering algemeen bekend wordt gemaakt.
2.
De algemeen directeur legt de voorzitter tijdig een concept-agenda voor.
3.
De algemeen directeur draagt zorg voor de rondzending van de uitnodigingen, de agenda en de overige voor de vergadering bestemde stukken.
4.
De stukken voor de openbare vergadering van het college zijn voor een ieder opvraagbaar vanaf de datum van verzending.
1.
De vergaderingen zijn openbaar, tenzij het college in bijzondere gevallen besluit achter gesloten deuren te vergaderen.
2.
Over de volgende onderwerpen en aangelegenheden vergadert het college in ieder geval achter gesloten deuren:
a. onderwerpen die aan de privacy van personen raken;
b. onderwerpen die bedrijfsgevoelige gegevens betreffen;
c. aangelegenheden die als gevolg van de openbare behandeling personen onevenredig in hun belangen kunnen benadelen;
d. onderwerpen die nog niet voldoende zijn voorbereid ten behoeve van de openbare behandeling;
e. interne aangelegenheden van het college als werkgever.
1.
De algemeen directeur neemt deel aan de vergaderingen. Hij heeft in de vergadering een raadgevende stem.
2.
Indien in de vergadering onderwerpen worden behandeld die de algemeen directeur onderscheidenlijk de andere directeur of directeuren persoonlijk betreffen, verlaat hij, tezamen met de eventueel aanwezige leden van het personeel van het secretariaat, de vergadering als de voorzitter hem dat verzoekt.
3.
De voorzitter kan, na overleg met de algemeen directeur, andere leden van het personeel van het secretariaat opdragen het college in de vergadering bij te staan.
1.
Het college nodigt de minister en het CVZ uit elk een waarnemer af te vaardigen om aan de vergadering deel te nemen.
2.
De voorzitter is bevoegd ook anderen dan de leden van het college en de in het eerste lid bedoelde personen ter vergadering uit te nodigen.
1.
De voorzitter is bevoegd de vergadering te openen wanneer het tijdsstip van aanvang is aangebroken.
2.
De voorzitter is bevoegd de vergadering af te gelasten of te verdagen, indien een half uur na het tijdsstip van aanvang niet meer dan de helft van de leden aanwezig is.
3.
Indien niet meer dan de helft van de leden aanwezig is houdt de voorzitter de besluitvorming aan.
4.
Heeft het tweede of het derde lid toepassing gevonden dan kan over de aangehouden agendapunten in een volgende vergadering worden beslist. Voor zover het de behandeling van deze punten betreft, is op deze vergadering het bepaalde in het tweede en derde lid niet van toepassing.
1.
De voorzitter leidt de vergaderingen en is belast met de handhaving van de orde in de vergaderingen.
2.
De voorzitter is bevoegd de vergadering te schorsen. Hij kan de beraadslagingen sluiten, zodra hij meent, dat een voorstel voldoende is toegelicht.
3.
Onderwerpen, die niet op de agenda staan, worden niet in behandeling genomen, tenzij het college de behandeling ervan van eenvoudige of spoedeisende aard verklaart.
1.
De algemeen directeur draagt er zorg voor dat een ontwerp van een zakelijk verslag van elke vergadering wordt opgemaakt.
2.
Hij zendt het ontwerp toe aan degenen die aan de vergadering hebben deelgenomen. Toezending van het ontwerpverslag geschiedt zo mogelijk tegelijk met de toezending van de agenda voor de daarop volgende vergadering. Aan de hand van eventueel over het ontwerp gemaakte op- en aanmerkingen stelt het college het verslag vast.
Artikel 18
Rapporten, adviezen en besluiten van het college behoeven de handtekening van de voorzitter en de algemeen directeur.
Artikel 19
Besluiten over zaken of personen worden, tenzij de wet of dit reglement anders bepalen, genomen bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
1.
Bij een stemming brengt ieder lid één stem uit.
2.
Behoudens het bepaalde in artikel 15, vierde lid, van dit reglement, is een stemming nietig, indien niet meer dan de helft van het aantal leden aan de stemming heeft deelgenomen.
3.
Leden, die blanco of ongeldig hebben gestemd, worden geacht aan een stemming te hebben deelgenomen. Hun stem wordt echter niet meegerekend bij de bepaling van de stemverhouding.
4.
In geval van een nietige stemming vindt in een volgende vergadering herstemming plaats. De herstemming is geldig ongeacht het aantal leden dat er aan heeft deelgenomen.
Artikel 21
Over zaken wordt mondeling gestemd. Over personen wordt eveneens mondeling gestemd, tenzij een lid om een schriftelijke stemming verzoekt.
1.
Indien bij het nemen van een besluit geen van de leden stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.
2.
Indien bij het nemen van een besluit de stemmen staken wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.
1.
Gaat de stemming over twee personen en blijken de stemmen te staken, dan wordt overgegaan tot een tweede stemming. Indien ook bij de tweede stemming de stemmen staken, beslist het lot.
2.
Gaat de stemming over meer dan twee personen, dan wordt indien bij de eerste stemming geen van hen de volstrekte meerderheid heeft verkregen, overgegaan tot een tweede stemming. Verenigt ook dan niemand de volstrekte meerderheid op zich, dan wordt voor de derde keer gestemd, echter alleen over de twee kandidaten, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich verenigden. Indien bij de tweede stemming op een aantal kandidaten evenveel stemmen zijn uitgebracht en daardoor niet vaststaat, over welke kandidaten de derde stemming zal gaan, vindt over de kandidaten op wie een gelijk aantal stemmen is uitgebracht een tussenstemming plaats. Leidt deze niet tot een beslissing, dan beslist het lot, wie van hen kandidaat zal zijn bij de derde stemming. Staken ook bij die derde stemming de stemmen, dan beslist wederom het lot.
3.
Beslissing door het lot geschiedt, doordat de voorzitter uit de door de algemeen directeur vervaardigde, gesloten en gelijkvormige naambriefjes er één trekt. De persoon wiens naam op dat briefje is vermeld, is gekozen.
1.
In bijzondere gevallen kan de voorzitter besluiten tot een vergadering waarbij degenen die aan de vergadering deelnemen met behulp van audio-visuele middelen gelijktijdig beraadslagen.
2.
De titels 4.1 tot en met 4.3 zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
3.
Indien één of meer leden de voorzitter meedelen zich te verzetten tegen een vergadering als bedoeld in het eerste lid, vindt deze geen doorgang.
1.
In spoedeisende gevallen kunnen besluiten worden genomen door schriftelijke raadpleging van de leden.
2.
De voorzitter bepaalt de termijn waarop de schriftelijke raadpleging wordt gesloten. Deze termijn omvat minimaal vijf werkdagen gerekend vanaf de dag na de dag van verzending van de stukken. Het voorstel is aangenomen, als de meerderheid van de leden van het college binnen de gestelde termijn heeft verklaard voor het voorstel te zijn.
3.
Indien één of meer leden binnen de ingevolge het tweede lid gestelde termijn de voorzitter schriftelijk meedelen zich te verzetten tegen een schriftelijke raadpleging, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering geplaatst en in die vergadering behandeld.
Artikel 26
Het college en het CVZ maken in een samenwerkingsprotocol afspraken over de wijze waarop zij onderling samenwerken. Voor zover nodig worden de afspraken verder uitgewerkt in een overeenkomst. De afspraken betreffen in ieder geval:
a. het overleg op zowel college- als secretariaatsniveau;
b. de gezamenlijke huisvesting;
c. de ondersteunende diensten voor gemene rekening;
d. de onderlinge afstemming van de arbeidsvoorwaarden bij beide colleges;
e. het betrekken van informatie van uitvoeringsorganen;
f. de onderlinge uitwisseling van informatie.
Artikel 27
Dit reglement kan worden aangehaald als: Bestuursreglement CTZ.
Artikel 28
Dit reglement treedt in werking met ingang van 3 april 2001.
Algemeen Directeur
voorzitter