Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit vaststelling minimum eigen vermogen
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 3a
Artikel 4
Artikel 5
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit vaststelling minimum eigen vermogen

Besluit vaststelling minimum eigen vermogen
Gelet op het bepaalde in artikel 11, tweede, derde en vierde lid van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Stb 1992, 722);
Besluit:
1.
Onder eigen vermogen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Stb. 1992, 722) wordt verstaan voor:
2.
Voor de bepaling van de omvang van het eigen vermogen als bedoeld in dit besluit worden cumulatief preferente aandelen alsmede immateriële activa niet meebegrepen.
3.
Onder reserves worden verstaan de in de jaarrekening als zodanig gepresenteerde reserves inclusief de agioreserve.
4.
Indien de Bank zulks noodzakelijk acht kunnen waarderingscorrecties worden toegepast op de berekening van het in dit artikel bedoelde eigen vermogen.
a) een naamloze of besloten vennootschap: het gestorte kapitaal vermeerderd met de reserves;
b) een vennootschap onder firma: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen der vennoten vermeerderd met de reserves;
c) een commanditaire vennootschap: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen der beherende vennoten alsmede het gestorte commanditaire kapitaal vermeerderd met de reserves;
d) een coöperatie: het door de leden gestorte inleggeld of kapitaal vermeerderd met de reserves;
e) andere rechtsvormen naar Nederlands recht dan de hierboven genoemde: het voordelig verschil tussen bezittingen en schulden bij toepassing van de waarderingsnormen zoals toegepast bij het opstellen van de gepubliceerde jaarrekening;
f) een in Nederland gevestigd bijkantoor van een kredietinstelling of een elektronisch-geldinstelling die in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigd is: de ter beschikking van het bijkantoor gestelde afgezonderde kapitaaldotaties.
Artikel 2
Het bedrag aan eigen vermogen bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 wordt voor:
a) kredietinstellingen ingeschreven in Afdeling I, onderafdelingen 1, 2, 3, 5 en 6, van het register;
b) kredietinstellingen ingeschreven in Afdeling II, onderafdeling 1, van het register die met in hoofdzaak hun bedrijf maken van het verlenen van bemiddeling bij de handel in effecten ter beurze, alsmede
c) financiële instellingen ingeschreven in Afdeling V van het register die niet in hoofdzaak hun bedrijf maken van het verlenen van bemiddeling bij de handel in effecten ter beurze, vastgesteld op de tegenwaarde in Nederlandse guldens van vijf miljoen Ecu.
Artikel 3
Het bedrag aan eigen vermogen bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 wordt voor:
a) kredietinstellingen ingeschreven in Afdeling I, onderafdeling 4, van het register;
b) kredietinstellingen ingeschreven in Afdeling II, onderafdeling 1, van het register die in hoofdzaak bedrijf maken van het verlenen van bemiddeling bij de handel in effecten ter beurze;
c) financiële instellingen ingeschreven in Afdeling V van het register die in hoofdzaak hun bedrijf maken van het verlenen van bemiddeling bij de handel in effecten ter beurze vastgesteld op de tegenwaarde in Nederlandse guldens van tweeëneenhalf miljoen Ecu.
Artikel 3a
Het bedrag aan eigen vermogen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wtk 1992 wordt voor:
a) kredietinstellingen ingeschreven in Afdeling I, onderafdeling 7, van het register;
b) kredietinstellingen ingeschreven in Afdeling II, onderafdeling 2, van het register;
vastgesteld op één miljoen euro.
1.
Een kredietinstelling die ingevolge artikel 112, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 wordt geacht een vergunning te hebben als bedoeld in artikel 6 of artikel 38 van die wet en die per 1 januari 1993 niet beschikt over het in de artikelen 2 en 3 bepaalde bedrag aan eigen vermogen dient vanaf 1 januari 1993 te beschikken over een bedrag aan eigen vermogen dat niet lager is dan het hoogste eigen vermogen waarover de kredietinstelling beschikte in de periode van 31 december 1989 tot en met 31 december 1992.
2.
Indien het bedrag aan eigen vermogen van een kredietinstelling als bedoeld in het eerste lid na 1 januari 1993 toeneemt, treedt voor die kredietinstelling steeds, en met inachtneming van het vierde lid, het hogere bedrag aan eigen vermogen in plaats van het in het eerste lid bedoelde bedrag totdat het eigen vermogen als hier bedoeld het bedrag heeft bereikt genoemd in de artikelen 2 of 3.
3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een kredietinstelling die sedert 31 december 1989 dochtermaatschappij is geworden van dan wel onder vergelijkbare zeggenschap is komen te staan van andere personen, ondernemingen of instellingen dan die waarvan de kredietinstelling voor genoemde datum dochtermaatschappij was dan wel onder vergelijkbare zeggenschap stond.
4.
Het bedrag aan eigen vermogen wordt, voor de toepassing van dit artikel vastgesteld per 31 december van elk jaar, op grond van de gegevens blijkend uit de op grond van artikel 19 van de Wet toezicht kredietwezen (Stb. 1978, 255) dan wel op grond van artikel 55 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 bij de bank periodiek ingediende staten.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop deze in de Staatscourant wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1993.
Amsterdam, 5 maart 1993
De
directeur