Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit tijdelijk financieel toezicht BES
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definitiebepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het College financieel toezicht
+ Hoofdstuk 3. Toezicht op de begroting
+ Hoofdstuk 4. Beoordeling begrotingen en kredieten
+ Hoofdstuk 5. De uitvoering en verantwoording van de begroting
+ Hoofdstuk 6. Bijzondere omstandigheden
+ Hoofdstuk 7. Beroep
+ Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 10 oktober 2010. U leest nu de tekst die gold op 9 oktober 2010.

Besluit tijdelijk financieel toezicht BES

Besluit van 8 november 2007, houdende tijdelijke voorzieningen voor het toezicht op de begroting en de bedrijfsvoering van de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba van de Nederlandse Antillen (Besluit tijdelijk financieel toezicht BES)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 juli 2007, nr. 2007-0000253355, Directie Koninkrijksrelaties, gedaan mede namens Onze Minister van Financiën;
Overwegende, dat er overeenstemming bestaat tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba over toekomstige nieuwe staatkundige verhoudingen van deze eilandgebieden, te weten de totstandkoming van een status als Nederlands openbaar lichaam voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
dat in de Miniconferentie van 10 en 11 oktober 2006 met de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is afgesproken dat de openbare financiën van deze eilandgebieden van de Nederlandse Antillen op orde moeten worden gebracht om deze eilanden een goede startpositie te geven en dat daartoe bij algemene maatregel van rijksbestuur toezicht zal worden ingesteld;
dat met de Nederlandse Antillen en met de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba overeenstemming bestaat over de vormgeving van het financieel toezicht voor deze eilandgebieden;
dat wordt gestreefd naar een startdatum van de nieuwe staatkundige verhoudingen op 15 december 2008;
Gelet op artikel 38, tweede lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden;
De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 23 augustus 2007, no. W04.07.0242/I/K);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 oktober 2007, nr. 2007-0000431714, uitgebracht mede namens Onze Minister van Financiën;
De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde:
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
begroting: het jaarlijkse overzicht van de geraamde uitgaven en ontvangsten van een eilandgebied, inclusief een daarbij behorende toelichting, bestaande uit een deeloverzicht omvattende de lopende uitgaven en ontvangsten (de gewone dienst) en een deeloverzicht omvattende de kapitaaluitgaven en kapitaalontvangsten (de kapitaaldienst);
bestuurscollege: het bestuurscollege van een eilandgebied;
collectieve sector: de gezamenlijkheid van de rechtspersonen die op basis van het System of National Accounts van de Verenigde Naties tot de sector overheid worden gerekend;
eilandgebied: het eilandgebied Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
eilandsraad: de eilandsraad van een eilandgebied;
geconsolideerde schuld: de gezamenlijke schulden van de collectieve sector van een eilandgebied in de vorm van leningen en kredieten, met uitzondering van de onderlinge schulden van de betreffende collectieve sector;
kapitaaluitgaven: uitgaven die ingevolge de geldende definitie van het System of National Accounts van de Verenigde Naties op de kapitaaldienst van de overheidsrekening worden geboekt;
Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
rentelast: de uitgaven aan rente in een begrotingsjaar over de geconsolideerde schuld van de collectieve sector van een eilandgebied, weergegeven als percentage van de gemiddelde ontvangsten van de collectieve sector van het eilandgebied over de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin de begroting wordt ingediend;
rentelastnorm: de norm dat de rentelast van een eilandgebied niet hoger is dan het percentage, genoemd in artikel 17, eerste lid.
Artikel 2
In dit besluit wordt verstaan onder College financieel toezicht: het College financieel toezicht, genoemd in artikel 2 van het Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 4. Taak
De taken van het College financieel toezicht op grond van dit besluit zijn, onverminderd de in andere artikelen genoemde taken:
a. het toezicht op de toepassing van de bij dit besluit vastgestelde normen ter zake van de voorbereiding, de uitvoering en de verantwoording van de begroting door het eilandgebied, alsmede het toezicht op de verbetering van het financieel beheer, de inrichting en de werking van de administraties en het betalingsverkeer;
b. het toetsen of aan de bij dit besluit vastgestelde voorwaarden is voldaan voor het aangaan van kredieten door een eilandgebied.
1.
De bestuurscolleges verstrekken het College financieel toezicht alle inlichtingen die deze voor de uitoefening van zijn taken nodig acht.
2.
De bestuurscolleges verlenen het College financieel toezicht dan wel door hem aangewezen vertegenwoordigers, te allen tijde toegang tot dan wel inzage in alle goederen, administraties, documenten en andere informatiedragers.
3.
Het College financieel toezicht kan na overleg met Onze Minister, handelende in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers van het Koninkrijk, regels stellen over de verstrekking van gegevens door de collectieve sector, niet zijnde een eilandgebied.
1.
De uitgaven en ontvangsten, samenhangende met het verstrekken van rekening-courantkredieten door het College financieel toezicht aan een eilandgebied, komen ten laste respectievelijk ten gunste van de begroting van Onze Minister.
2.
De valutarisico’s, samenhangende met het verstrekken van rekening-courantkredieten door het College financieel toezicht aan een eilandgebied, komen voor rekening van de begroting van Onze Minister.
1.
Het bestuurscollege zendt voor een door het College financieel toezicht te bepalen datum de ontwerpbegroting voor het komende jaar aan hem toe. Aan de ontwerpbegroting worden de ramingen voor het op het begrotingsjaar volgende jaar toegevoegd.
2.
Het College financieel toezicht toetst de ontwerpbegroting en ramingen aan de criteria, genoemd in artikel 16.
3.
Het College financieel toezicht zendt binnen veertien dagen na ontvangst van de ontwerpbegroting aan het bestuurscollege een advies bevattende zijn bevindingen met betrekking tot de uitgevoerde toetsing en aanbevelingen met betrekking tot aanpassing van de begroting.
4.
Het bestuurscollege dient de ontwerpbegroting in bij de eilandsraad en geeft daarbij aan op welke wijze rekening is gehouden met de bevindingen en aanbevelingen van het College financieel toezicht.
5.
Het bestuurscollege legt de op de ontwerpbegroting ingediende amendementen onmiddellijk na indiening voor advisering voor aan het College financieel toezicht. Het College financieel toezicht brengt, na de toetsing bedoeld in het tweede lid, aan het bestuurscollege binnen drie werkdagen na ontvangst zijn advies uit over de amendementen.
1.
Het bestuurscollege legt de begroting, onmiddellijk nadat deze door de eilandsraad is vastgesteld, voor aan het College financieel toezicht.
2.
Het College financieel toezicht toetst de vastgestelde begrotingen aan de criteria, genoemd in artikel 16.
3.
Het College financieel toezicht zendt binnen veertien dagen na ontvangst van de vastgestelde begrotingen aan het bestuurscollege een goedkeurende verklaring, een gedeeltelijk afkeurende verklaring of een afkeurende verklaring inzake de uitvoering van de begroting.
4.
Eerst na ontvangst van een goedkeurende verklaring of een gedeeltelijk afkeurende verklaring neemt het bestuurscollege de begroting, respectievelijk het niet afgekeurde deel van de begroting in uitvoering.
5.
Een afkeurende en een gedeeltelijk afkeurende verklaring maakt de vaststelling van de begroting, respectievelijk van de afgekeurde gedeelten van de begroting, door de eilandsraad ongedaan.
6.
Het bestuurscollege stelt zo spoedig mogelijk na ontvangst van een afkeurende of een gedeeltelijk afkeurende verklaring een nieuwe ontwerpbegroting op.
7.
Op deze ontwerpbegroting zijn artikel 11 en het eerste tot en met het zesde lid van overeenkomstige toepassing.
1.
Indien op de in artikel 11, eerste lid, bedoelde datum geen ontwerpbegroting voor het jaar 2008 aan het College financieel toezicht is voorgelegd, stelt het College financieel toezicht de ontwerpbegroting voor dat jaar op. Het College financieel toezicht informeert hierover de raad van ministers van het Koninkrijk door tussenkomst van Onze Minister.
2.
Het College financieel toezicht neemt bij de opstelling van de ontwerpbegroting de criteria van artikel 16 in acht.
3.
Het bestuurscollege dient deze ontwerpbegroting in bij de eilandsraad.
4.
Artikel 12 is van toepassing op de in dit artikel bedoelde begroting.
1.
Indien de begroting voor het jaar 2008 niet op een door het College financieel toezicht te bepalen tijdstip is vastgesteld, stelt het College financieel toezicht een ontwerpbegroting op.
2.
Het College financieel toezicht neemt bij de opstelling van de ontwerpbegroting de criteria van artikel 16 in acht.
3.
De vaststelling van de in dit artikel bedoelde begroting geschiedt in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers van het Koninkrijk door Onze Minister.
1.
Zolang het College financieel toezicht met betrekking tot de begrotingen voor de jaren na 2008 geen goedkeurende verklaring heeft verleend, blijft de goedgekeurde begroting van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de begroting wordt ingediend, van kracht.
2.
Het College financieel toezicht toetst de begroting over het voorafgaande jaar aan de criteria genoemd in artikel 16.
3.
Indien de toetsing daartoe aanleiding geeft, stelt het College financieel toezicht een nieuwe ontwerpbegroting op met inachtneming van de criteria genoemd in artikel 16.
4.
De vaststelling van de in het derde lid bedoelde begroting geschiedt in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers van het Koninkrijk door Onze Minister.
1.
Voor de beoordeling van de ontwerpbegroting en van de vastgestelde begroting van een eilandgebied hanteert het College financieel toezicht de volgende criteria:
a. de gewone dienst en de kapitaaldienst vertonen geen tekort;
b. in de begroting zijn alle voorgenomen uitgaven en verwachte ontvangsten opgenomen;
c. in de begroting zijn de meerjarige uitgaven als gevolg van de voorgenomen verplichtingen opgenomen;
d. in de begroting is het verband met de begroting van het voorafgaande jaar aangegeven;
e. de rentelastnorm wordt niet overschreden;
f. de begroting is toelaatbaar uit een oogpunt van een rechtmatig, doelmatig, ordelijk en controleerbaar financieel beheer;
g. de in de begroting opgenomen uitgaven en ontvangsten zijn in overeenstemming met de best mogelijke inschatting van reeds aangegane financiële verplichtingen en van te verwachten externe ontwikkelingen;
h. de in de begroting opgenomen financiële verplichtingen en uitgaven brengen geen onaanvaardbare risico’s met zich mee voor toekomstige begrotingsjaren;
i. de begroting voldoet overigens aan de geldende regelgeving.
2.
Het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt niet gedurende de drie eerstvolgende begrotingsjaren na inwerkingtreding van dit besluit, indien Onze Minister en Onze Minister van Financiën enerzijds en een bestuurscollege anderzijds overeenstemming hebben over het tijdpad en de tekortreeks om te komen tot een sluitende gewone dienst. Gedurende deze periode kan het bestuurscollege de financiering van de tekorten op de gewone dienst alleen aantrekken bij het College financieel toezicht.
1.
De rentelastnorm voor de collectieve sector van een eilandgebied bedraagt 0% gemiddeld per begrotingsjaar.
2.
Liquiditeitstekorten ten gevolge van afwijkingen in de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten van de gewone dienst worden, na instemming van het College financieel toezicht, gedekt door het toestaan van een tekort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 24, derde lid (rekening-courantkrediet).
3.
Het College financieel toezicht stelt per maand, per kwartaal of per half jaar een maximum vast van het tekort op een rekening-courant, dan wel het minimum van het tegoed op een rekening-courant, zodanig dat het toegestane rekening-courantkrediet niet leidt tot overschrijding van de geldende rentelastnorm in het begrotingsjaar.
4.
Een eilandgebied is niet bevoegd kredieten anders dan bij het College financieel toezicht op te nemen.
5.
De norm, bedoeld in het eerste lid, geldt niet gedurende de drie eerstvolgende begrotingsjaren na inwerkingtreding van dit besluit, indien Onze Minister en Onze Minister van Financiën enerzijds en een bestuurscollege anderzijds overeenstemming hebben over het tijdpad en de tekortreeks om te komen tot een sluitende gewone dienst. Gedurende deze periode kan het bestuurscollege de financiering van de tekorten op de gewone dienst alleen aantrekken bij het College financieel toezicht.
1.
Beleidsmaatregelen die gevolgen hebben voor de uitgaven of de ontvangsten op de begroting, worden door het bestuurscollege en de eilandsraad uitgevoerd door middel van een daartoe geëigende voorziening.
2.
Indien het bestuurscollege de in het eerste lid bedoelde voorziening niet vaststelt of op een zodanig tijdstip vaststelt, implementeert of uitvoert dat de haalbaarheid van de uitgaven- en ontvangstenramingen in gevaar komt, rapporteert het College financieel toezicht hierover aan Onze Minister en Onze Minister van Financiën van Nederland.
3.
Het College financieel toezicht rapporteert eveneens aan Onze Minister en Onze Minister van Financiën van Nederland indien een eilandsraad niet met een voorgestelde voorziening instemt of daarmee op een zodanig tijdstip instemt dat de haalbaarheid van de uitgaven- en ontvangstenramingen in gevaar komt.
4.
Het College financieel toezicht zendt de betreffende bestuurscolleges en eilandsraden een afschrift van het rapport.
5.
Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers van het Koninkrijk en in afwachting van de totstandkoming of implementatie van de bedoelde voorziening, besluiten het College financieel toezicht te belasten met het vaststellen van bijzondere maatregelen en het zelfstandig uitvoeren hiervan.
1.
Een bestuurscollege zendt uiterlijk drie weken na afloop van ieder kwartaal uitvoeringsrapportages en zo nodig ontwerpen van begrotingswijzigingen aan het College financieel toezicht.
2.
Ontwerpen van begrotingswijzigingen worden in ieder geval voorgelegd met betrekking tot:
a. wijzigingen in de ramingen van de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten van het lopende jaar;
b. voornemens tot nieuw beleid.
3.
Het College financieel toezicht toetst deze ontwerpen van begrotingswijzigingen aan de criteria, genoemd in artikel 16. Hij betrekt hierbij de ontwikkeling van het saldo op de rekening-courant, bedoeld in artikel 24, derde lid.
4.
Op ontwerpen van begrotingswijzigingen en op de vaststelling van begrotingswijzigingen zijn de artikelen 11, 12 en 14 van toepassing.
5.
Ten aanzien van de toepassing van artikel 14 geldt dat ingevolge het eerste lid ingezonden ontwerpen van begrotingswijzigingen uiterlijk zes weken na aanvang van ieder kwartaal zijn vastgesteld.
6.
Na de vaststelling van de begrotingswijzigingen maken deze deel uit van de begroting voor het lopende jaar.
1.
Uiterlijk 1 april van ieder jaar verstrekt het bestuurscollege de jaarrekening van het voorafgaande jaar aan het College financieel toezicht.
2.
Het College financieel toezicht laat deze jaarrekening controleren door een registeraccountant.
3.
Indien uit de jaarrekening blijkt dat sprake is van een tekort op de gewone dienst of op de kapitaaldienst of van een overschrijding van de rentelastnorm, geeft het College financieel toezicht aan het bestuurscollege een advies voor wijziging van de begroting voor het lopende jaar en voor de begroting voor het komende jaar. Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing.
1.
Het College financieel toezicht kan met een bestuurscollege afspraken maken ter verbetering van het financieel beheer, het materieel beheer en de daarvoor bij te houden administraties.
2.
Het College financieel toezicht kan het bestuurscollege ter zake van de in het eerste lid genoemde onderwerpen algemene en bijzondere aanwijzingen geven.
3.
Het College financieel toezicht geeft deze aanwijzingen op het terrein van het financieel beheer met inachtneming van de bevindingen van de accountant en van de Algemene Rekenkamer van de Nederlandse Antillen.
4.
Het bestuurscollege neemt de aanwijzingen, bedoeld in het tweede en derde lid, in acht.
5.
Voor de afspraken inzake de verbeteringen in het financieel beheer maakt het College financieel toezicht gebruik van de bevindingen van de accountant en van de Algemene Rekenkamer van de Nederlandse Antillen.
6.
Het College financieel toezicht houdt toezicht op de inrichting van de controle die plaatsvindt in het kader van de uitvoering van de begroting.
1.
Een bestuurscollege gaat uitsluitend financiële verplichtingen aan voor zover deze zijn opgenomen in een begroting die in uitvoering mag worden genomen.
2.
Het bestuurscollege legt het voornemen tot het aangaan van een financiële verplichting voor advies voor aan het hoofd Financiën van het eilandgebied of, bij zijn afwezigheid, aan zijn eerste of tweede plaatsvervanger. Een positief advies wordt verleend indien de financiële verplichting voortvloeit uit de uitvoering van de begroting.
3.
Namens het eilandgebied is uitsluitend het hoofd Financiën van dat eilandgebied of zijn eerste of tweede plaatsvervanger gemachtigd tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die voortvloeien uit een besluit tot het aangaan van een financiële verplichting en waarover een positief advies als bedoeld in het tweede lid is verleend.
4.
Indien het bestuurscollege zonder een positief advies, bedoeld in het tweede lid, de in dat lid bedoelde functionarissen niettemin opdraagt een verplichting aan te gaan of de daarmee verband houdende privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, informeert de betrokken functionaris het College financieel toezicht daarover.
5.
Het College financieel toezicht geeft ter zake van de door de betrokken functionaris voorgelegde aangelegenheden een aanwijzing. Het bestuurscollege en de betrokken functionaris nemen deze aanwijzing in acht.
6.
Het bestuurscollege deponeert de namen en functies van de personen, bedoeld in het tweede en derde lid, bij het College financieel toezicht. Het College financieel toezicht houdt hiervan een register bij en publiceert dit register na de vaststelling ervan, na elke wijziging, maar in elk geval iedere zes maanden.
7.
Het College financieel toezicht kan na overleg met Onze Minister, handelende in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers van het Koninkrijk, begrotingen of begrotingsartikelen aanwijzen ten laste waarvan geen financiële verplichtingen mogen worden aangegaan, voordat het daarmee heeft ingestemd.
8.
De inhoud van de aangewezen begrotingen of begrotingsartikelen, bedoeld in het zevende lid, worden, zolang ze zijn aangewezen, opgenomen in het register, bedoeld in het zesde lid.
9.
Privaatrechtelijke rechtshandelingen betreffende het aangaan van financiële verplichtingen als bedoeld in dit artikel zijn niet geldig indien:
a. de regels in dit besluit omtrent de bevoegdheid van de handelende personen niet zijn nageleefd, of
b. deze handelingen begrotingen of begrotingsartikelen betreffen die ingevolge het achtste lid zijn opgenomen in het register, bedoeld in het zesde lid.
10.
In geval van het aangaan van financiële verplichtingen en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen waartoe door de eilandsraad is besloten, is dit artikel van overeenkomstige toepassing.
1.
Namens het eilandgebied is uitsluitend het hoofd Financiën van het eilandgebied of, bij zijn afwezigheid zijn eerste of tweede plaatsvervanger, bevoegd tot het verrichten van betalingen die voortvloeien uit door een bestuursorgaan aangegane financiële verplichtingen. Zij kunnen de eilandsontvanger machtigen de genoemde betalingen te verrichten.
2.
Artikel 22, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op opdrachten van het bestuurscollege tot het doen van betalingen, bedoeld in het eerste lid.
3.
In afwijking van het eerste lid kunnen betalingen door anderen dan de gemachtigden worden verricht voor zover zij contant betalen of gebruik maken van een bankpas of creditcard, onverminderd het bepaalde in het achtste lid.
4.
Betalingen namens het eilandgebied, zowel onderling als aan derde partijen, worden uitsluitend verricht via het bancaire betalingsverkeer, behoudens het bepaalde in het derde lid.
5.
Met de schriftelijke instemming van het College financieel toezicht en onder door hem te stellen voorwaarden kan van het vierde lid worden afgeweken.
6.
Het bestuurscollege bevordert dat derde partijen hun betalingen aan het eilandgebied verrichten ten gunste van de betrokken ontvangstenrekening van het eilandgebied.
7.
Ontvangen contante gelden en cheques worden op de dag van ontvangst gestort op de ontvangstenrekening van het eilandgebied.
8.
Het doen van contante betalingen, het gebruik van bankpassen, creditcards, chippassen en andere elektronische betaalwijzen is, zonder voorafgaande schriftelijke instemming van het College financieel toezicht, niet toegestaan. In overleg met het bestuurscollege kan het College financieel toezicht voor het gebruik van een creditcard een bestedingslimiet vaststellen.
9.
Betalingen namens het eilandgebied geschieden tegen voldoende kwijting.
10.
Het als geldelijke betaling in ontvangst nemen van niet-geldelijke zaken is niet toegestaan. Met de schriftelijke instemming van het College financieel toezicht kan hiervan worden afgeweken.
11.
Het afgeven aan derden en het in ontvangst nemen van derden van geldswaardige papieren in de vorm van effecten (aandelen en obligaties) geschiedt tegen een voldoende kwijting.
12.
Het verlenen van voorschotten op aan derde partijen te verrichten betalingen geschiedt met inachtneming van door het College financieel toezicht na overleg met het bestuurscollege op te stellen regels inzake het verlenen van voorschotten.
1.
Met ingang van een door het College financieel toezicht te bepalen datum draagt het bestuurscollege, in overeenstemming met het College financieel toezicht, er zorg voor:
a. dat voor het doen van betalingen en het incasseren van ontvangsten aparte bankrekeningen zijn geopend bij een of meer banken, al naar gelang de doelmatigheid dat vereist;
b. dat creditsaldi op de bankrekeningen dagelijks aan het eind van de dag worden overgeboekt naar de bankrekening van het College financieel toezicht;
c. dat het College financieel toezicht dagelijks afschriften ontvangt van de mutaties op de bankrekeningen.
2.
Het College financieel toezicht draagt er zorg voor dat debetsaldi op de bankrekeningen dagelijks aan het eind van de dag worden aangevuld.
3.
De mutaties op de in het eerste lid, onder b, bedoelde bankrekening worden door het College financieel toezicht voor elk van de eilandgebieden bijgehouden op een rekening-courant.
4.
Het College financieel toezicht vergoedt over creditsaldi op de rekening-courant een creditrente en brengt over debetsaldi een debetrente in rekening. Het percentage van de creditrente en van de debetrente zijn aan elkaar gelijk en gelijk aan de Euro Overnight Index Average.
5.
De Regeling rekening-courant- en leningenbeheer derden is van overeenkomstige toepassing.
1.
Indien een dreigende overschrijding van de rentelastnorm wordt veroorzaakt door uitgaven- en ontvangstenontwikkelingen in de collectieve sector, niet zijnde een eilandgebied, kan het College financieel toezicht na overleg met Onze Minister, handelende in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers van het Koninkrijk, regels stellen ter beheersing van de rentelasten van de collectieve sector.
2.
Ter beoordeling van deze uitgaven- en ontvangstenontwikkeling, rapporteert het Centraal Bureau voor de Statistiek van de Nederlandse Antillen in samenwerking met de Bank Nederlandse Antillen en het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek aan het College financieel toezicht en aan de raad van ministers van het Koninkrijk, gelijktijdig met de jaarrekeningen van de eilandgebieden, over de voorlopige uitgaven-, ontvangsten-, tekort- en schuldcijfers van de collectieve sector van de eilandgebieden. Daarbij zijn de definities van het System of National Accounts leidend.
1.
In dit artikel wordt onder deelnemen in een privaatrechtelijke rechtspersoon verstaan het houden van aandelen of onderdeel uitmaken van het bestuur van die rechtspersoon.
2.
Een bestuurscollege of een eilandgebied neemt met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit niet deel in een privaatrechtelijke rechtspersoon en richt geen privaatrechtelijke rechtspersoon op zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het College financieel toezicht.
3.
Benoemingen en herbenoemingen van vertegenwoordigers van een bestuurscollege of een eilandgebied in een privaatrechtelijke rechtspersoon worden vooraf ter goedkeuring aan het College financieel toezicht voorgelegd. Het college geeft de goedkeuring tot benoeming indien de vertegenwoordiger over voldoende deskundigheid beschikt en de vertegenwoordiger ook overigens voldoet aan de eisen die voortvloeien uit de beginselen van goed ondernemingsbestuur.
4.
Ambtenaren en politieke ambtsdragers nemen geen zitting in het bestuur van een privaatrechtelijke rechtspersoon waarin het eilandgebied deelneemt.
5.
Het College financieel toezicht geeft toestemming tot het oprichten van of het deelnemen in een privaatrechtelijke rechtspersoon als het bestuurscollege of het eilandgebied aannemelijk maakt dat dit noodzakelijk is voor het verrichten van de beoogde activiteit of ten behoeve van vervreemding van bezittingen van het eilandgebied.
6.
Vervreemding van bezittingen van een eilandgebied op welke wijze dan ook, geschiedt tegen marktcomforme voorwaarden en behoeft instemming vooraf van het College financieel toezicht voor alle onroerende zaken, aandelen en concessies en voor roerende zaken, indien met toepassing van die voorwaarden voorzien kan worden dat met de vervreemding een geldelijk belang is gemoeid van meer dan Naf 10.000,–.
7.
Het College financieel toezicht kan op grond van overwegingen van deugdelijk beheer dwingende voorschriften geven aan de vertegenwoordiger van een bestuurscollege of een eilandgebied in een privaatrechtelijke rechtspersoon met het oog op de standpuntbepaling in de aandeelhouders- of bestuursvergadering op het terrein van het dividendbeleid, de benoeming, het ontslag en de salarissen van bestuurders. De vertegenwoordiger neemt in elk geval het standpunt in dat investeringen en desinvesteringen door de rechtspersoon voor goedkeuring aan de algemene aandeelhoudersvergadering, respectievelijk het bestuur worden voorgelegd.
8.
Het bestuurscollege stelt de jaarrekeningen van de privaatrechtelijke rechtspersonen waarin het of het eilandgebied deelneemt uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar aan het College financieel toezicht ter beschikking.
Artikel 27. Schade door buitengewone gebeurtenissen
Indien dit nodig is in verband met het herstel van schade veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen, waaronder natuurrampen, kan het College financieel toezicht, na overleg met het betreffende bestuurscollege en Onze Minister, handelende in overeenstemming met de raad van ministers van het Koninkrijk, afwijken van de artikelen 16 en 17.
1.
Tegen een besluit van het College financieel toezicht tot het afgeven van een afkeurende of gedeeltelijk afkeurende verklaring inzake het uitvoeren van een begroting of een begrotingswijziging staat voor een bestuurscollege gedurende dertig dagen na verzending van het besluit, beroep open bij Ons. De Raad van State van het Koninkrijk is belast met het voorbereiden van het ontwerpbesluit inzake de beslissing op het beroep. Ons besluit wordt in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen bekend gemaakt en ter kennis van het bestuurscollege en de eilandsraad van het betrokken eilandgebied gebracht.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een besluit van Onze Minister als bedoeld in artikel 14, derde lid, artikel 15, vierde lid, en artikel 18, vijfde lid.
3.
De Raad van State van het Koninkrijk kan bij de voorbereiding van het ontwerpbesluit, bedoeld in het eerste lid, belanghebbenden, getuigen, deskundigen en tolken oproepen om tijdens het onderzoek ter zitting te worden gehoord.
4.
De artikelen 32 tot en met 35 van de Wet op de Raad van State zijn van overeenkomstige toepassing.
5.
De artikelen 6:5 , 6:6, 6:14, 6:15, 6:17 en 6:21, 8:24, 8:25, 8:27 tot en met 8:29, 8:31, 8:32, 8:33 tot en met 8:36, eerste lid, 8:39, 8:50 , 8:61 en 8:62 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. Ambtsberichten en andere door Onze Minister aangewezen stukken zijn niet openbaar.
6.
Het ontwerp van een koninklijk besluit als bedoeld in het eerste lid, is niet openbaar.
7.
Artikel 18a van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing. Het onderzoek ter zitting is openbaar.
8.
Het beroep schorst niet de werking van het besluit waartegen het is gericht.
9.
De Raad van State van het Koninkrijk kan een procesreglement vaststellen voor de behandeling van het beroep, bedoeld in het eerste of tweede lid, en van het verzoek om een voorlopige voorziening, bedoeld in artikel 29.
10.
Binnen een maand nadat het ontwerpbesluit is opgesteld kan Onze Minister de Raad gemotiveerd verzoeken zijn ontwerp in nadere overweging te nemen. Indien het koninklijk besluit afwijkt van het ontwerp of het nader ontwerp, wordt het in het Staatsblad geplaatst met het ontwerp, bedoeld in het eerste lid en indien daarvan sprake is, het nader ontwerp. Indien niet binnen een maand een verzoek als bedoeld in de eerste volzin is gedaan, luidt het koninklijk besluit overeenkomstig het ontwerpbesluit.
11.
Binnen dertig dagen na verzending van andere dan in het eerste en tweede lid bedoelde besluiten van het College financieel toezicht kan een bestuurscollege of een andere rechtspersoon die deel uitmaakt van de collectieve sector verzoeken om heroverweging, indien zij door die besluiten rechtstreeks in de aan hen toevertrouwde belangen worden getroffen. Het College financieel toezicht beslist binnen een week op dit verzoek.
12.
Besluiten van het College financieel toezicht en van Onze Minister op grond van dit besluit zijn niet vatbaar voor beroep bij de administratieve rechter op grond van de Landsverordening Administratieve rechtsspraak of de Algemene wet bestuursrecht . Dit geldt eveneens voor Ons besluit als bedoeld in het eerste lid.
1.
Indien op grond van artikel 28, eerste of tweede lid, tegen een besluit beroep is ingesteld, kan een daartoe door de Vice-President aangewezen staatsraad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.
Een verzoek om voorlopige voorziening kan worden gedaan door het bestuurscollege dat het beroep instelde.
3.
De artikelen 32 tot en met 35 van de Wet op de Raad van State zijn van overeenkomstige toepassing.
4.
De artikelen 6:5 , 6:6, 6:14, 6:15, 6:17 en 6:21, 8:68, 8:72, vijfde lid, 8:83, eerste, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
5.
De staatsraad, bedoeld in het eerste lid, doet zo spoedig mogelijk schriftelijk of mondeling uitspraak.
6.
De uitspraak strekt tot:
a. onbevoegdheid van de staatsraad, bedoeld in het eerste lid,
b. niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek,
c. afwijzing van het verzoek, of
d. gehele of gedeeltelijke toewijzing van het verzoek.
7.
De staatsraad, bedoeld in het eerste lid, kan de voorlopige voorziening, op verzoek en ambtshalve, opheffen of wijzigen, nadat zij of hij partijen heeft gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. De artikelen 6:4, derde lid , 6:5 , 6:6, 6:14, 6:15, 6:17 en 6:21, 8:83, eerste, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
8.
De voorlopige voorziening vervalt, zodra door Ons is beslist, voor zover daarvoor in Ons besluit geen ander tijdstip is aangegeven.
1.
Indien de inzending van de ontwerpbegroting 2008 of de begroting 2008 niet plaatsvindt binnen de daartoe in hoofdstuk 3 gestelde termijnen of indien het College financieel toezicht op deze begroting geen goedkeurende verklaring kan geven, kan het college een tijdelijke voorziening treffen, gericht op het verkrijgen van een goedkeurende verklaring als bedoeld in artikel 12. De voorziening eindigt uiterlijk drie maanden na het verlenen van de toestemming.
2.
Bij regeling van Onze Minister kan bepaald worden dat de toepassing van artikelen of onderdelen daarvan tijdelijk wordt opgeschort wegens voorbereidende werkzaamheden door het College financieel toezicht of het bestuurscollege ten behoeve van de uitvoerbaarheid van die artikelen of onderdelen daarvan.
3.
In afwijking van artikel 16, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, wordt de rentelast, voortvloeiend uit de door Nederland over te nemen leningen, niet betrokken bij de beoordeling van het tekort op de gewone dienst.
Artikel 32. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tijdelijk financieel toezicht BES.
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
2.
Dit besluit vervalt op 1 januari 2011 of op een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting zal worden geplaatst in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba.
's-Gravenhage, 8 november 2007
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ,
De Minister van Financiën ,
Uitgegeven de dertigste november 2007
De Minister van Justitie ,