Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit PT erkenningsvoorschriften medebewind 2012
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Erkenningen
+ Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 21 september 2014. U leest nu de tekst die gold op 20 september 2014.

Besluit PT erkenningsvoorschriften medebewind 2012

Besluit van de voorzitter van het Productschap Tuinbouw van 18 december 2013 tot vaststelling van erkenningvoorschriften voor producentenorganisaties
De voorzitter van het Productschap Tuinbouw;
Gelet op artikel 5 van Verordening PT uitvoeringsbepalingen GMO groenten en fruit 2012;
Besluit:
Artikel 1
Dit besluit neemt de definities van Verordening PT uitvoeringsbepalingen GMO groenten en fruit 2012 over en verstaat voorts onder:
a. uitvoeringsjaar: een jaar van uitvoering van een operationeel programma;
b. tussentijdse wijziging: een wijziging van het operationeel programma in de loop van het jaar als bedoeld in artikel 66, eerste lid, van verordening 543/2011;
c. waarde afgezette productie: de waarde van de afgezette productie van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 103 quinquies, tweede lid, van verordening 1234/2007;
d. erkenningsbesluit: een besluit van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in artikel 125 ter van Verordening 1234/2007;
e. actiefonds: actiefonds als bedoeld in artikel 103 ter van verordening 1234/2007;
f. unie van erkende producentenorganisaties: unie van erkende producentenorganisaties als bedoeld in artikel 125 quater van verordening 1234/2007;
g. steunaanvraag: een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van verordening 543/2011;
h. lid: een aangesloten producent als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder b) van verordening (EG) nr. 543/2011;
i. niet-producerend lid: een lid van een producentenorganisatie dat meer dan één teeltseizoen geen producten teelt waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
j. verkoper:
a. natuurlijke persoon die binnen een producentenorganisatie is belast met de verkoop van producten van de leden van de producentenorganisatie waarvoor de producentenorganisatie is erkend, of
b. natuurlijke of rechtspersoon die door een producentenorganisatie is belast met de verkoop van producten van de leden van de producentenorganisatie waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
k. areaalenquête: inventarisatie van een door een lid van de producentenorganisatie beteeld areaal en de door dit lid geteelde producten;
l. aanvoerprognose: opgave door een lid van een producentenorganisatie van de hoeveelheid en aard van de producten die het lid in een door de producentenorganisatie te bepalen tijdvak bij de producentenorganisatie verwacht aan te voeren;
m. actie: een actie ter uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, van verordening 543/2011 of een doelstelling als bedoeld in artikel 103quater, eerste lid, van verordening 1234/2007;
n. activiteit: een activiteit ter uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, van verordening 543/2011 of een doelstelling als bedoeld in artikel 103quater, eerste lid, van verordening 1234/2007;
o. subactiviteit: een subactiviteit ter uitvoering van een actie of activiteit ter uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, van verordening 543/2011 of een doelstelling als bedoeld in artikel 103 quater, eerste lid, van verordening 1234/2007;
p. goederenlogistiek: het verzamelen, ophalen, sorteren, opslaan, verpakken, transporteren en distribueren van het product;
q. forfaitair standaardtarief: een vast of maximaal bedrag per eenheid dat wordt gebruikt om de te declareren bedragen vast te stellen;
r. accountant: een accountant die is ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet op het Accountantsberoep;
s. stadium af producentenorganisatie: het moment waarop er een verkooptransactie plaatsvindt door of namens de producentenorganisatie met een derde partij of een minder dan 90 procent dochteronderneming.
Artikel 2
De rechtspersoonlijkheid van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 125 ter, eerste lid, van verordening 1234/2007 blijkt uit:
a. een in het handelsregister neergelegd authentiek afschrift van de oprichtingsakte van de producentenorganisatie, of
b. een in het handelsregister van de Kamer van Koophandel neergelegd authentiek afschrift van de statuten van de producentenorganisatie, en
c. een inschrijving bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Artikel 3
Van een producentenorganisatie kunnen lid zijn:
a. een natuurlijk persoon;
b. een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:3 Burgerlijk Wetboek of een rechtspersoon naar buitenlands recht, of
c. een in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap.
1.
Het minimumaantal leden en de minimale waarde afgezette productie, bedoeld in artikel 125 ter, eerste lid, onderdeel b, van verordening 1234/2007 bedraagt:
a. voor producentenorganisaties die zijn erkend voor 1 januari 2008 ten minste vijf leden, met een gezamenlijke waarde van de afgezette productie van € 100.000;
b. voor producentenorganisaties die zijn erkend na 1 januari 2008 ten minste tien leden, met een gezamenlijke waarde van de afgezette productie van € 25.000.000.
2.
Rechtspersonen die eigendom zijn van één natuurlijke persoon worden bij de beoordeling van de erkenningsaanvraag gezamenlijk door de voorzitter aangemerkt als één lid.
3.
Indien een lid van een producentenorganisatie een rechtspersoon is waarbij meerdere producenten zijn aangesloten, kan de voorzitter besluiten deze producenten bij de beoordeling van de erkenningsaanvraag mee te tellen bij de bepaling van het aantal leden, bedoeld in het eerste lid.
4.
Producentenorganisaties houden een ledenlijst bij volgens een door de voorzitter vastgesteld model, dat verkrijgbaar is bij het productschap.
1.
Het lidmaatschap van een producentenorganisatie duurt minimaal één jaar en treedt in werking op een door het bestuur van de producentenorganisatie te bepalen tijdstip.
2.
Aspirant leden verzoeken de producentenorganisatie schriftelijk om lidmaatschap en verklaren in dit verzoek:
a. de statuten van de producentenorganisatie na te leven;
b. niet bij een andere erkende producentenorganisatie te zijn aangesloten voor het product waarvoor de producentenorganisatie is erkend, en
c. geen product waarvoor de producentenorganisatie is erkend buiten de producentenorganisatie om te zullen afzetten.
3.
Een producentenorganisatie bepaalt in haar statuten dat het lidmaatschap kan worden opgezegd per 1 juli of 1 oktober in enig jaar, en dat deze opzegging in werking treedt op 1 januari volgend op het jaar waarin is opgezegd.
4.
De bevestiging van lidmaatschap en opzegging van lidmaatschap, alsmede de datum waarop het lidmaatschap en de opzegging in werking treedt, wordt door de producentenorganisatie schriftelijk aan het lid meegedeeld.
5.
Bepalingen omtrent de minimumduur, opzeggingsdata en inwerkingtreding van opzegging van het lidmaatschap zijn niet van toepassing in geval van:
a. overlijden van het lid;
b. faillissement van het lid;
c. toepassing van het sanctiereglement van de producentenorganisatie inzake royement, en
d. indien dit redelijkerwijs niet van het lid gevergd kan worden.
Artikel 6
Een producentenorganisatie kan niet-producerende leden hebben, indien in de statuten van de producentenorganisatie wordt bepaald dat deze leden:
a. reeds aangesloten waren bij de producentenorganisatie vóór zij gedurende meer dan één productieseizoen geen producten meer teelden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
b. opgenomen worden in een afzonderlijke ledenadministratie, en
c. niet mogen deelnemen aan de stemming van de algemene vergadering over besluiten inzake het actiefonds van de producentenorganisatie.
1.
Producentenorganisaties tonen aan dat zij voldoen aan artikel 122, onderdeel b, van verordening 1234/2007 aan de hand van:
a. de oprichtingsakte van de producentenorganisatie, en
b. de notulen van de eerste vergadering of oprichtingsvergadering van de producentenorganisatie.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op producentenorganisaties die zijn erkend voor 1 januari 2007.
3.
De producentenorganisaties, bedoeld in het tweede lid, worden geacht te voldoen aan het vereiste van artikel 122, onderdeel b, van verordening 1234/2007.
Artikel 8
Een afnemer van producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend is ingevolge artikel 122, onderdeel c, onder ii, van verordening 1234/2007 geen lid van het bestuur of de Raad van Commissarissen van de producentenorganisatie.
Artikel 9
Producentenorganisaties verbieden hun leden op grond van artikel 122, onderdeel c, onder ii, van verordening 1234/2007 om activiteiten te ontplooien die het vermoeden doen ontstaan dat de verkoop van het product waarvoor zij bij de producentenorganisatie zijn aangesloten niet uitsluitend via de producentenorganisatie verloopt.
Artikel 10
Producentenorganisaties bepalen op grond van artikel 122, onderdeel c, onder ii, van verordening 1234/2007 op welke moment leden hun product aan de producentenorganisatie ter verkoop aanbieden.
1.
Producentenorganisaties verplichten hun leden op grond van artikel 122, onderdeel c, onder ii, van verordening 1234/2007 om aan de producentenorganisatie:
a. melding te doen van eigendomsbelangen in ondernemingen die door het lid geproduceerde producten verkopen, indien het lid voor deze producten is aangesloten bij de producentenorganisatie, en
b. aan de hand van schriftelijke bewijsstukken aan te tonen dat binnen de in het eerste lid bedoelde ondernemingen is verzekerd dat het lid:
geen invloed kan uitoefenen op het vaststellen van de verkoopvoorwaarden door de ondernemingen van de producten waarvoor het lid bij de producentenorganisatie is aangesloten, en
geen invloed kan uitoefenen op besluiten aangaande commerciële relaties en het prijsbeleid van de ondernemingen.
2.
Producentenorganisaties die zijn erkend voor 1 januari 2014 nemen de in het eerste lid genoemde verplichting uiterlijk op 1 januari 2015 op in hun statuten.
3.
Producentenorganisaties die zijn erkend na 1 januari 2014 nemen de in het eerste lid genoemde verplichting op in hun statuten.
1.
Producentenorganisaties stellen voorschriften vast voor de controle op de naleving van hun statuten door hun leden.
2.
De in het eerste lid bedoelde voorschriften bevatten ten aanzien van de controle op de naleving door hun leden van artikel 125 bis, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1234/2007 voor de door de producentenorganisatie gedurende het jaar uit te voeren controles ten minste:
a. een systematische vergelijking per producent van areaalenquêtes en aanvoerprognoses met de daadwerkelijk aan de producentenorganisatie geleverde hoeveelheden gedurende het kalenderjaar;
b. een verificatie van de door de leden verstrekte areaalenquêtes en aanvoerprognoses door middel van bezoek door de producentenorganisatie aan de leden gedurende het jaar;
c. een periodieke vergelijking van de aanvoerprognoses en de daadwerkelijke aanvoer met een door de producentenorganisatie, op basis van statistische normen of ervaringscijfers, vast te stellen normstelling per areaal;
d. een registratie van de op basis van onderdeel c aangetroffen verschillen en de daarvoor door het lid gegeven verklaring, en
e. een registratie van de door de producentenorganisatie getroffen acties naar aanleiding van op grond van onderdeel d onverklaarde verschillen.
3.
De in het eerste lid bedoelde voorschriften bevatten voor de door de producentenorganisatie na afloop van het kalenderjaar uit te voeren controles minimaal:
a. een verplichting voor ieder lid om uiterlijk voor 1 juni na afloop van het kalenderjaar schriftelijk aan de producentenorganisatie te verklaren:
hoeveel product hij dat jaar geproduceerd heeft;
hoeveel product hij bij derden heeft ingekocht;
hoeveel product hij via de producentenorganisatie verkocht heeft;
hoeveel product hij op grond van artikel 125 bis, tweede lid, van verordening 1234/2007 buiten de producentenorganisatie om verkocht heeft;
dat hij, uitgezonderd de verkoop op grond van artikel 125 bis, tweede lid, van verordening 1234/2007, geen door hem geteelde producten waarvoor hij bij de producentenorganisatie is aangesloten buiten de producentenorganisatie verkocht heeft, en
dat hij bij verkoop op grond van artikel 125 bis, tweede lid, van verordening 1234/2007 de daaraan door de producentenorganisatie gestelde voorwaarden heeft nageleefd;
b. een vergelijking van informatie uit de in onderdeel a bedoelde verklaringen met de omzetgegevens van het lid;
c. een onderzoek door de producentenorganisatie naar de, op basis van de op grond van onderdeel b uitvoerde vergelijking, geconstateerde verschillen tussen de eigen verklaringen en de omzetgegevens van het lid;
d. een verplichting tot het instellen van een accountantsonderzoek naar op grond van onderdeel c onvoldoende verklaarde verschillen;
e. een registratie van de uitkomsten van het in onderdeel d bedoelde accountantsonderzoek, en
f. een registratie van de opvolging van de uitkomsten van het in onderdeel e bedoelde accountantsonderzoek door de producentenorganisatie, waaronder sanctionering van de betreffende leden.
4.
De in het eerste lid bedoelde voorschriften bevatten een verplichting voor de producentenorganisatie om de juistheid van in het derde lid, onderdeel a, bedoelde verklaring te laten onderzoeken door een accountant.
5.
Het in het vierde lid bedoelde onderzoek betreft:
a. de leden die verzuimd hebben voor 1 juni na afloop van het kalenderjaar de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde eigen verklaring te verstrekken;
b. de leden waarbij door de producentenorganisatie of door controle-instanties in het jaar voorafgaand aan het controlejaar is vastgesteld dat zij artikel 125 bis, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1234/2007 niet hebben nageleefd;
c. de leden waarbij door de producentenorganisatie in het voorafgaande kalenderjaar is vastgesteld dat verschillen tussen areaalgegevens en omzetgegevens onvoldoende konden worden verklaard, en
d. minimaal 2 procent van de leden van de producentenorganisatie, met een minimum van één lid, die niet reeds op grond van onderdelen a tot en met c deel uit maken van het onderzoek.
6.
Indien de accountant bij meerdere leden in deze deelwaarneming afwijkende bevindingen constateert treft de producentenorganisatie afhankelijk van de aard van de afwijkingen passende maatregelen.
7.
De in het eerste lid bedoelde voorschriften bevatten een verplichting voor de producentenorganisatie om jaarlijks de betrouwbaarheid van het door haar opgezette systeem van controle op de naleving door hun leden van het vereiste van artikel 125 bis, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1234/2007 te evalueren aan de hand van de uitkomsten van het in het vierde lid bedoelde onderzoek.
8.
Producentenorganisaties die zijn erkend voor 1 januari 2014 nemen de in het eerste lid genoemde verplichting uiterlijk op 1 januari 2015 op in hun statuten.
9.
Producentenorganisaties die zijn erkend na 1 januari 2014 nemen de in het eerste lid genoemde verplichting op in hun statuten.
1.
De producentenorganisatie stelt voorschriften vast voor sanctionering van niet naleving van hun statuten door hun leden die, behoudens gevallen van overmacht, ten minste bepalen dat:
a. bij een eerste overtreding van de statutaire verplichtingen het lid minimaal een schriftelijke waarschuwing krijgt;
b. bij een tweede overtreding minimaal een boete aan het lid wordt opgelegd en deze boete daadwerkelijk wordt geïncasseerd, en
c. leden bij alle vervolgovertredingen worden geroyeerd.
2.
Producentenorganisaties administreren alle geconstateerde overtredingen van hun statutaire verplichtingen en aan hun leden opgelegde sancties.
3.
Producentenorganisaties die zijn erkend voor 1 januari 2014 nemen de in het eerste lid genoemde verplichting uiterlijk op 1 januari 2015 op in hun statuten.
4.
Producentenorganisaties die zijn erkend na 1 januari 2014 nemen de in het eerste lid genoemde verplichting op in hun statuten.
Artikel 14
Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 23, onderdeel a, van verordening 543/2011 ten minste over een deugdelijk en accuraat systeem van areaalenquêtes en aanvoerprognoses.
Artikel 15
Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 125 ter, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1234/2007 ten minste over een volledige beschrijving van de interne organisatie en van de administratieve en interne beheersing van:
a. de verkoop en prijsbepaling;
b. de goederenlogistiek;
c. de financiële administratie;
d. de beoordeling van investeringen en uitgaven waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
e. het aannemen van nieuwe leden en het beëindigen van het lidmaatschap;
f. het vergaren van informatie van de leden en de verwerking van mutaties daarin, waaronder de controle op de juistheid van de ledenlijst;
g. de beoordeling van areaalenquêtes en aanvoerprognoses, waaronder de vergelijking met realisaties;
h. de controle op naleving van artikel 125 bis, eerste lid onderdeel c, van verordening 1234/2007 door de leden waaronder het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 125 bis, tweede lid, van verordening 1234/2007;
i. het opleggen van sancties, en
j. het uitbesteden van activiteiten als bedoeld in artikel 125 quinquies van verordening 1234/2007.
1.
De producentenorganisatie beschikt op grond van artikel 125 ter, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1234/2007 over een redelijk niveau van vermogen en liquiditeit.
2.
Een negatief vermogen wordt door de producentenorganisatie, op grond van artikel 125 ter, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1234/2007 binnen één kalenderjaar aangevuld.
1.
De producentenorganisatie beschikt ten behoeve van het commercieel en budgettair beheer van hun activiteiten, bedoeld in artikel 125 ter, eerste lid, onderdeel f, van verordening 1234/2007, met ingang van 1 januari 2013 op grond van artikel 23 van verordening 543/2011 over een eigen, als zodanig kenbare, kantoorruimte die beschikt over een eigen opgang, welke niet door ruimtes van een afnemer of een lid van de producentenorganisatie leidt.
2.
De in het eerste lid bedoelde kantoorruimte is eigendom van de producentenorganisatie of wordt door de producentenorganisatie gehuurd.
1.
Producentenorganisaties maken voor hun financieel administratieve werkzaamheden, waaronder het factureren naar afnemers en leden en het opstellen van budgetten, gebruik van eigen personeel.
2.
Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het opstellen van jaarrekeningen en fiscale zaken.
1.
Producentenorganisaties tonen op grond van artikel 122, onderdeel c, onder ii, van verordening 1234/2007 aan de hand van schriftelijke bewijsstukken aan dat zij de verkoopvoorwaarden, en meer in het bijzonder de verkoopprijzen, voor de producten van haar leden waarvoor zij is erkend daadwerkelijk kan bepalen.
2.
De in het eerste lid bedoelde schriftelijke bewijsstukken tonen aan:
a. welke verkoper er binnen of door de producentenorganisatie belast is met de verkoop van de producten van de leden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
b. wat de taak of opdracht van de in onderdeel a bedoelde verkoper is;
c. op welke wijze de in onderdeel a bedoelde verkoper door de producentenorganisatie wordt aangestuurd;
d. welke aanwijzingen de in onderdeel a bedoelde verkoper van de producentenorganisatie gekregen heeft voor het voeren van onderhandelingen over de verkoopvoorwaarden;
e. op welke wijze de in onderdeel a bedoelde verkoper achteraf verantwoording aflegt aan de producentenorganisatie over de gerealiseerde verkoopvoorwaarden, en
f. dat de in onderdeel e bedoelde verantwoording daadwerkelijk wordt afgelegd.
3.
De producentenorganisatie legt haar afzetbeleid vast in een besluit van het bestuur dat door de algemene vergadering wordt goedgekeurd.
4.
De producentenorganisatie bepaalt op welke locatie of welke locaties het aanbod van de producten van haar leden fysiek geconcentreerd wordt.
5.
Het afzetbeleid van de producentenorganisatie wordt jaarlijks door haar bestuur geëvalueerd en deze evaluatie wordt jaarlijks door de algemene vergadering van de producentenorganisatie besproken en geaccordeerd.
1.
Artikel 125 quinquies van verordening 1234/2007 is van toepassing op de activiteiten van de producentenorganisatie die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de producentenorganisatie, bedoeld in artikel 122, onderdeel c, en 125 ter, eerste lid, onderdeel a, van verordening 1234/2007.
2.
Wanneer een producentenorganisatie de in het eerste lid bedoelde activiteiten uitbesteed toont de producentenorganisatie op grond van artikel 125 quinquies van verordening 1234/2007 door middel van door het bestuur en de algemene vergadering geaccordeerde schriftelijke bewijsstukken aan:
a. welke activiteiten worden uitbesteed;
b. waarom deze activiteiten niet door de producentenorganisatie zelf worden uitgevoerd;
c. aan wie deze activiteiten worden uitbesteed;
d. waarom tot de keuze voor uitbesteding aan de in onderdeel c bedoelde entiteit is gekomen, en
e. welke afspraken er met de in onderdeel c bedoelde entiteit zijn gemaakt.
3.
De producentenorganisatie toont op grond van artikel 27, tweede lid, van verordening 543/2007 aan de hand van schriftelijke bewijsstukken aan op welke wijze de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde entiteit:
a. door de producentenorganisatie wordt aangestuurd bij de uitvoering van de aan haar uitbestede activiteiten, en
b. verantwoording aflegt aan de producentenorganisatie over de uitvoering van de aan haar uitbestede activiteiten.
4.
Wanneer een producentenorganisatie verkoopactiviteiten uitbesteedt, toont zij aan de hand van schriftelijke bewijsstukken aan dat zij minimaal één maal per week met de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde entiteit overlegt over de te hanteren verkoopvoorwaarden, waaronder de verkoopprijs.
5.
De keuze voor uitbesteding wordt jaarlijks per geval door het bestuur van de producentenorganisatie geëvalueerd en deze evaluatie wordt jaarlijks door de algemene vergadering besproken en geaccordeerd.
6.
Activiteiten van de producentenorganisatie die niet worden uitbesteed aan haar leden zijn:
a. verkoop van de producten van haar leden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
b. controle op de naleving van de leveringsplicht;
c. commercieel en budgettair beheer;
d. boekhouding en facturering, en
e. kennis van productie van de leden.
7.
Activiteiten van de producentenorganisatie die alleen kunnen worden uitbesteed aan dochterondernemingen die voor meer dan 90 procent eigendom zijn van de producentenorganisatie zijn:
b. controle op de naleving van de leveringsplicht;
c. boekhouding en facturering, en
d. kennis van productie van de leden.
Artikel 21
Producentenorganisaties nemen in hun statuten op dat zij alle in artikel 122, onderdeel c, en 125ter, eerste lid, onderdeel a, van verordening 1234/2007 genoemde doelstellingen nastreven en tonen aan dat zij uitvoering geven aan deze doelstellingen.
1.
De statuten van producentenorganisaties bepalen op grond van artikel 125 bis, derde lid, onderdeel c, van verordening 1234/2007 dat:
a. bij een producentenorganisatie met meer dan 10 leden een lid niet meer dan 10 procent van de stemmen van de algemene vergadering van de producentenorganisatie heeft, en
b. bij een producentenorganisatie met minder dan 10 leden een lid maximaal 20 procent van de stemmen van de algemene vergadering van de producentenorganisatie heeft.
2.
De percentages genoemd in het eerste lid omvatten tevens volmachten.
3.
Indien een natuurlijk persoon, afgezien van volmachten, bevoegd is om te stemmen voor meerdere leden, geldt het in het eerste lid genoemde maximum percentage van de stemmen voor deze rechtspersonen gezamenlijk.
1.
Een producentenorganisatie kan haar leden slechts toestemming als bedoeld in artikel 125 bis, tweede lid, van verordening 1234/2007 verlenen indien deze mogelijkheid in haar statuten is opgenomen.
2.
Indien een producentenorganisatie haar leden toestaat gebruik te maken van de uitzondering, bedoeld in artikel 125 bis, tweede lid, van verordening 1234/2007, stelt de producentenorganisatie voorschriften vast inzake:
a. de procedure voor verlening van de toestemming;
b. de algemene voorwaarden voor verlening van de toestemming, bedoeld in artikel 125 bis, tweede lid, van verordening 1234/2007, en
c. de rapportageverplichtingen bij het gebruik van de toestemming.
3.
Een producentenorganisatie verleent toestemming als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en per individueel geval voordat gebruik wordt gemaakt van de uitzondering, bedoeld in artikel 125 bis, tweede lid, van verordening 1234/2007.
4.
Indien een producentenorganisatie aan een toestemming als bedoeld in het eerste lid specifieke voorwaarden verbindt, worden deze voorwaarden in de toestemming vermeld.
5.
Het percentage, bedoeld in artikel 125bis, eerste lid, onderdeel a, van verordening 1234/2007 wordt vastgesteld op maximaal 25 procent.
6.
Een marginaal deel van het volume van de verhandelbare productie, bedoeld in artikel 125 bis, tweede lid, onderdeel b, van verordening 1234/2007, bedraagt:
a. maximaal 5 procent van het volume van de verhandelbare productie van de producentenorganisatie, en
b. maximaal 25 procent van het volume van de verhandelbare productie van het lid waar de toestemming aan wordt verleend.
7.
Producten die normaliter niet onder de handelsactiviteiten van de producentenorganisatie vallen, bedoeld in artikel 125 bis, tweede lid, onderdeel c, van verordening 1234/2007, zijn:
a. producten die niet onder het gebruikelijke productassortiment van de producentenorganisatie vallen, terwijl deze producten wel onderwerp zijn van de erkenning, of
b. producten welke gewoonlijk wel door de producentenorganisatie worden verkocht, maar door teeltmethode of variëteit afwijken van het gangbare productenpakket.
8.
Toestemming als bedoeld in artikel 125 bis, tweede lid, onderdelen ben c, die wordt verleend na 19 november 2012 wordt per keer voor maximaal twee jaar verleend.
Artikel 24
Een erkenning als bedoeld in artikel 125 ter, eerste lid, van verordening 1234/2007 wordt verleend indien de aanvrager kan aantonen dat hij voldoet aan de op grond van de artikelen 122, 125bis, 125ter en 125 quinquies van verordening 1234/2007, titel 111, sectie 2, van verordening 543/2011 en afdeling 1 van deze paragraaf gestelde eisen.
1.
Een verzoek om erkenning omvat ter uitvoering van artikel 125 ter, tweede lid, onderdeel a, van verordening 1234/2007 de volgende stukken:
a. de oprichtingsakte en statuten;
b. het huishoudelijk reglement;
c. een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
d. notulen van de oprichtingsvergadering;
e. het meerjarenplan;
f. de bestuursnotitie omtrent de afzet en aanbodbundeling;
g. de bestuursnotitie omtrent de uitbesteding van activiteiten;
h. de ledenlijst;
i. indien aanwezig de jaarrekeningen van de producentenorganisatie over de afgelopen drie boekjaren;
j. de beschrijving van de administratieve organisatie en interne beheersing, bedoeld in artikel 16;
k. de beschrijving van de samenstelling van het bestuur;
l. de procuratieregeling;
m. het autorisatieschema;
n. een organogram;
o. de bevoegdhedenmatrix en parafenlijst;
p. een beschrijving van de ondernemingsstructuur en dochterondernemingen, en
q. een beschrijving van de goederenlogistiek.
2.
Indien dit nodig is voor de beoordeling van het verzoek om erkenning, bedoeld in artikel 125 ter, eerste lid, van verordening 1234/2007 kan de voorzitter de producentenorganisatie verzoeken om aanvullende schriftelijke bewijsstukken.
Artikel 26
Indien de voorzitter op grond van artikel 25, tweede lid, aanvullende bewijsstukken opvraagt wordt de in artikel 125 ter, eerste lid, van verordening 1234/2007 bedoelde termijn opgeschort tot de op grond van artikel 25, tweede lid, verzochte aanvullende bewijsstukken door de producentenorganisatie aan de voorzitter zijn overlegd.
Artikel 27
De producentenorganisatie informeert het productschap onverwijld over:
a. wijzigingen in hun statuten;
b. wijzigingen in hun organisatiestructuur, en
c. voornemens tot fusie of samenwerking.
1.
De producentenorganisatie overlegt jaarlijks voor 1 maart de volgende stukken aan het productschap:
a. de statuten;
b. het huishoudelijk reglement;
c. een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
d. de verslagen van de in het afgelopen boekjaar gehouden algemene vergaderingen;
e. een beschrijving van het afzetbeleid en de evaluatie, bedoeld artikel 19, vijfde lid;
f. de evaluatie, bedoeld in artikel 12, zevende lid;
g. de evaluatie, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, en
h. de jaarrekening over het afgelopen boekjaar.
2.
De producentenorganisatie rapporteert jaarlijks uiterlijk op 1 juli van het eerste jaar na het jaar waarop de controles, bedoeld in artikel 12, derde lid, betrekking hebben, aan het productschap:
a. de namen van bij de producentenorganisatie aangesloten leden die weigeren om de in artikel 12, derde lid, onderdeel a, bedoelde verklaring te overleggen;
b. de namen van bij de producentenorganisatie uitgetreden leden die weigeren om de verklaring, bedoeld in artikel 12, derde lid, onderdeel a, te overleggen;
c. de voorlopige bevindingen van de producentenorganisatie over de naleving van artikel 125 bis, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1234/2007 door haar leden, en
d. de door de producentenorganisatie opgelegde sancties wegens niet naleving van artikel 125 bis, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1234/2007 door haar leden.
3.
De producentenorganisatie rapporteert jaarlijks uiterlijk op 1 mei van het tweede jaar na het jaar waarop het in artikel 12, vierde lid, bedoelde onderzoek betrekking heeft aan het productschap:
a. de aantallen producenten per productgroep die aan een onderzoek door een accountant als bedoeld in artikel 12, vierde lid, zijn onderworpen, alsmede hun afzonderlijke omzetcijfers;
b. de door de accountant op grond van het in artikel 12, vierde lid, bedoelde onderzoek gerapporteerde afwijkende bevindingen, en
c. de door de producentenorganisatie naar aanleiding van de in onderdeel b bedoelde afwijkende bevindingen getroffen of te treffen corrigerende maatregelen.
1.
Alleen een erkende producentenorganisatie kan lid zijn van een unie van producentenorganisatie.
2.
Een unie van producentenorganisatie bestrijkt de totale groep van producten waarvoor zij is erkend.
3.
De voorzitter kan ontheffing verlenen voor de in het tweede lid gestelde voorwaarde.
4.
Een unie van producentenorganisaties is verplicht een operationeel programma of een operationeel deelprogramma in te dienen en ten uitvoer te leggen.
Artikel 30
De artikelen 5, 15, 16 en 23 zijn van overeenkomstige toepassing op unies van producentenorganisaties.
Artikel 31
Een erkenning als bedoeld in artikel 125 quater van verordening 1234/2007 wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de op grond van artikel 125 quater van verordening 1234/2007, titel 111, sectie 3, van verordening 543/2011 en de in artikelen 30 en 31 gestelde eisen.
Artikel 32
Het Besluit PT erkenningvoorschriften medebewind 2011 wordt ingetrokken.
1.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit PT erkenningvoorschriften medebewind 2012.
2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 20 november 2012.
Zoetermeer, 18 december 2013
voorzitter