Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Kansspelautoriteit 2015
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Definities
Artikel 2. Organisatie
Artikel 3. Verantwoordelijkheid
Artikel 4. Mandaat en ondermandaat
Artikel 5. Volmacht
Artikel 6. Machtiging
Artikel 7. Vertegenwoordiging in rechte
Artikel 8. Hoorzittingen
Artikel 9. Informatieplicht
Artikel 10. Ondertekening
Artikel 11. Geschillen
Artikel 12. Intrekking Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Kansspelautoriteit
Artikel 13. Citeertitel
Artikel 14. Inwerkingtreding
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 10 augustus 2016. U leest nu de tekst die gold op 9 augustus 2016.

Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Kansspelautoriteit 2015

Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Kansspelautoriteit, vastgesteld op grond van afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 13 van het Bestuursreglement Kansspelautoriteit door de raad van bestuur en de directeur van de Kansspelautoriteit van 12 augustus 2015, kenmerk 00.055.060
Artikel 1. Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet op de kansspelen ;
b. Kansspelautoriteit: Kansspelautoriteit, bedoeld in artikel 33 van de wet;
c. raad: raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, bedoeld in artikel 33a van de wet;
d. minister: Minister van Veiligheid en Justitie;
e. voorzitter: degene die als voorzitter van de raad is benoemd door de minister;
f. bestuurslid: degene die als lid van de raad is benoemd door de minister;
g. directeur: degene die is belast met de dagelijkse leiding van de Kansspelautoriteit;
h. afdelingshoofd: functionaris belast met de leiding van een dienstonderdeel als bedoeld in artikel 2;
i. medewerkers: personeel in dienst van de Kansspelautoriteit of daar als gedetacheerde werkzaam.
1.
De Kansspelautoriteit bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
a. de afdeling Vergunningen;
b. de afdeling Toezicht;
c. de afdeling Juridische zaken en Communicatie;
d. de afdeling Bedrijfsvoering.
2.
De afdeling Vergunningen is belast met het verlenen van vergunningen voor incidentele kansspelen, (semi-) permanente kansspelen en speelautomaten. Daarbij biedt ze technische ondersteuning en geeft advies aan keuringsinstellingen en de speelautomatenbranche. Daarnaast behandelt deze afdeling klachten over vergunninghouders.
3.
De afdeling Toezicht draagt zorg voor het algemene opsporingsbeleid en voor het opsporen en bestrijden van illegale kansspelen. Daarnaast houdt deze afdeling toezicht op de verstrekte vergunningen.
4.
De afdeling Juridische zaken en Communicatie draagt zorg voor het opleggen van sancties, het behandelen van klachten over de Kansspelautoriteit, het behandelen van bezwaar en beroep, het behandelen van Wob-verzoeken, het inhoudelijk bijdragen aan en toetsen van voorgenomen wetgeving en het geven van algemene juridische advisering. Daarnaast coördineert deze afdeling de werkzaamheden op het gebied van verslavingspreventie en internationale samenwerking en verzorgt zij de interne en externe communicatie.
5.
De afdeling Bedrijfsvoering ondersteunt de primaire processen van de Kansspelautoriteit. Daarbij gaat het zowel om het faciliteren van de reguliere processen als om het bieden van inhoudelijke ondersteuning aan het bestuur en de directie met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering.
1.
De directeur is ambtelijk verantwoordelijk voor de leiding van de in artikel 2 genoemde dienstonderdelen.
2.
De afdelingshoofden van de in artikel 2 genoemde dienstonderdelen kunnen elkaar vervangen. Zij treden daarbij in elkaars bevoegdheden.
1.
De raad verleent met betrekking tot de volgende bevoegdheden mandaat aan de voorzitter:
a. opleggen, wijzigen of intrekken van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang;
b. beslissen op een verzoek om toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 5:31a van de Algemene wet bestuursrecht;
c. ondertekenen van door de raad genomen besluiten;
d. het verlenen van ondermandaat met betrekking tot de bevoegdheden genoemd in de onderdelen a tot en met c.
2.
De voorzitter verleent met betrekking tot de bevoegdheden genoemd in het eerste lid, onder a tot en met c, ondermandaat aan de overige bestuursleden om bij zijn afwezigheid of ontstentenis deze bevoegdheden uit te oefenen.
3.
De raad verleent met betrekking tot de volgende bevoegdheden mandaat aan de directeur:
a. verlenen of weigeren van een vergunning op grond van de artikelen 3, 9, 14b, 16, 24, 27b, 27h, 30h, 30k en 30z van de wet;
b. wijzigen, aanvullen of intrekken van een vergunning, dan wel het verbinden van voorschriften aan een vergunning op grond van de artikelen 3, 10, 11, 14c, 14e, 22, 25, 26, 27c, 27f, 27i, 27k, 30j, 30l en 30z van de wet;
c. toelaten, weigeren of intrekken van de toelating van een model op grond van artikel 30o, 30p of 30s van de wet alsmede alle daarmee verband houdende besluiten krachtens titel VA, paragraaf 4 van de wet;
d. opleggen van kansspelheffing op grond van artikel 33e van de wet en opleggen van voorlopige kansspelheffing op grond van artikel 33f lid 5 van de wet;
e. vaststellen van de hoogte van de verschuldigde kosten op grond van artikel 5:25, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en beslissen omtrent de invordering van een verbeurde dwangsom op grond van artikel 5:37 van die wet;
f. bij beschikking vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom op grond van artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht, verlenen, intrekken of wijzigen van uitstel van betaling op grond van de artikelen 4:94 en 4:96 van die wet en vaststellen van de verschuldigde wettelijke rente op grond van artikel 4:99 van die wet;
g. aanmanen tot betaling op grond van artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht;
h. aanwijzen van toezichthouders op grond van artikel 34 van de wet;
i. beslissen op een verzoek op grond van artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur;
j. aanstellen en ontslaan van medewerkers tot en met schaal 14;
k. vaststellen van de beoordeling van het functioneren van de afdelingshoofden en de overige medewerkers van de dienstonderdelen en nemen van rechtspositionele beslissingen ten aanzien van de afdelingshoofden en overige medewerkers;
l. nemen van een beslissing op bezwaar ten aanzien van een overeenkomstig het vierde lid in ondermandaat genomen besluit;
m. beslissen op een verzoek om informatie of actief openbaar maken van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ;
n. nemen van een beschikking op grond van artikel 4:18 of artikel 4:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
o. het mededelen of aan een verzoek om inlichtingen omtrent de van aanmelding vrijgestelde gegevensverwerkingen zal worden voldaan, op grond van artikel 30, derde lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
p. het mededelen aan een betrokkene dat hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt, op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
q. het mededelen of aan een verzoek van een betrokkene om gegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen, zal worden voldaan, op grond van artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
r. het mededelen aan een betrokkene aan wie de mededeling omtrent de verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van zijn gegevens is gedaan, op grond van artikel 38 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
s. het mededelen aan een betrokkene of het verzet vanwege zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden gerechtvaardigd is, op grond van artikel 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
t. het buiten toepassing laten van de bepalingen opgenomen in artikel 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover het betreft de artikelen 30, derde lid, en 35, met inachtneming van de in dit artikel opgenomen gronden;
u. het benoemen van een functionaris voor de gegevensbescherming, op grond van artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
v. verlenen van ondermandaat met betrekking tot de bevoegdheden genoemd in de onderdelen a tot en met g, i, k, voor zover het de overige medewerkers van de dienstonderdelen betreft, en m tot en met t.
4.
De directeur verleent met betrekking tot de bevoegdheden genoemd in het derde lid, onder a tot en met g, i, k, voor zover het de overige medewerkers van de dienstonderdelen betreft, m tot en met t, ondermandaat aan de hoofden van de dienstonderdelen, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
1.
De voorzitter van de raad is gevolmachtigd tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen overeenkomstig de daartoe met de raad gemaakte afspraken tot een waarde van € 200.000,– inclusief btw.
2.
De directeur is gevolmachtigd tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen overeenkomstig de daartoe met de raad gemaakte afspraken tot een waarde van € 100.000,– inclusief btw.
3.
Het hoofd bedrijfsvoering is gevolmachtigd tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen overeenkomstig de daartoe met de raad gemaakte afspraken tot een waarde van € 50.000,– inclusief btw.
4.
De directeur en de hoofden van de dienstonderdelen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn gevolmachtigd tot het afgeven van een prestatieverklaring ten aanzien van een geleverde dienst.
1.
De directeur is gemachtigd tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
2.
De hoofden van de dienstonderdelen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn gemachtigd tot:
a. het afdoen van brieven van feitelijke aard en voeren van correspondentie voor zover betrekking hebbend op de eigen afdeling, zoals het toezenden van stukken en informatieverstrekking;
b. het vaststellen van aanvraagformulieren als bedoeld in artikel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht;
c. het doen van een kennisgeving van verdaging als bedoeld in artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht;
d. het voldoen aan de doorzendplicht als bedoeld in de artikelen 2:3 en 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht;
e. het stellen van een termijn om een aanvraag aan te vullen met gegevens en bescheiden, dan wel met een vertaling;
f. het aangaan van een overeenkomst met een bewerker over de uitvoering van een gegevensverwerking en het hierbij schriftelijk laten vastleggen van de vereiste technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen, op grond van artikel 14 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
g. het doen van een melding van het voornemen een verwerking te starten, op grond van artikel 27 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
h. het doen van een melding van een gegevensverwerking waarbij door het College bescherming persoonsgegevens een voorafgaand onderzoek wordt ingesteld, op grond van artikel 32 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
i. de vereiste informatieverstrekking aan de betrokkene indien zijn persoonsgegevens bij hem worden verkregen, op grond van artikel 33 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
j. de vereiste informatieverstrekking aan de betrokkene indien zijn persoonsgegevens op een andere wijze dan bedoeld in artikel 33 van de Wet bescherming persoonsgegevens, worden verkregen, op grond van artikel 34 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
k. het buiten toepassing laten van de bepalingen opgenomen in artikel 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover het betreft de artikelen 9, eerste lid, 33 en 34, met inachtneming van de in dit artikel opgenomen gronden;
l. een derde in de gelegenheid stellen zijn zienswijze naar voren te brengen indien een mededeling aan een betrokkene op grond van artikel 35, eerste lid van de Wet bescherming persoonsgegevens, gegevens van deze derde bevat, op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Artikel 7. Vertegenwoordiging in rechte
De directeur en het hoofd en de juristen van de afdeling Juridische zaken en Communicatie zijn bevoegd de raad te vertegenwoordigen in bezwaar- en beroepsprocedures.
Artikel 8. Hoorzittingen
Het horen van belanghebbenden in het kader van de behandeling van een bezwaarschrift geschiedt onder leiding van een jurist van de afdeling Juridische zaken en Communicatie of een daartoe benoemde externe voorzitter, tenzij daarvoor een adviescommissie ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht is ingesteld.
Het horen vindt niet in het openbaar plaats.
Artikel 9. Informatieplicht
De functionaris aan wie mandaat, volmacht of machtiging is verleend, heeft een informatieplicht jegens degene die het mandaat, volmacht of machtiging heeft gegeven.
Artikel 10. Ondertekening
Een door of namens de raad ondertekend document vermeldt aan het slot de afsluiting volgens het model dat is opgenomen in de bijlage behorende bij dit besluit.
Artikel 11. Geschillen
Bij een geschil over de uitleg van dit besluit beslist de voorzitter.
Artikel 13. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Kansspelautoriteit 2015.
Artikel 14. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst.
Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 12 augustus 2015
De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit,