Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit ontheffingen Verordening varkensleveringen (PVV) 2007
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 7a
Artikel 7b
Artikel 7c
Artikel 8
Artikel 9
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit ontheffingen Verordening varkensleveringen (PVV) 2007

Besluit van het bestuur van het Productschap Vee en Vlees van 12 december 2007 inzake het ontheffingenbeleid in het kader van de Verordening varkensleveringen (PVV) 2007 (Besluit ontheffingen Verordening varkensleveringen (PVV) 2007)
Het bestuur van het Productschap Vee en Vlees;
Gelet op artikel 23, derde lid, van de Verordening varkensleveringen (PVV) 2007;
Besluit:
1.
Dit besluit neemt de definities van de Verordening varkensleveringen (PVV) 2007 over.
2.
Voorts wordt verstaan onder:
verordening : Verordening varkensleveringen (PVV) 2007 .
1.
De voorzitter kan, op schriftelijk verzoek, namens het bestuur een ontheffing van het gestelde in artikel 9 van de verordening verlenen aan een ondernemer met een varkenshouderijbedrijf met een A- of B-status, die zijn bedrijf wil uitbreiden, indien:
a. de uitbreiding minimaal 100 zeugen betreft, dan wel 20% van het aantal aanwezige zeugen, indien na de uitbreiding meer dan 500 zeugen aanwezig zijn;
b. de uitbreiding van het bedrijf is aangetoond door een afschrift van een bouwvergunning of milieuvergunning;
c. de ontheffingsaanvraag vergezeld is gegaan van een schriftelijke verklaring van de vaste leverancier dat hij gedurende de ontheffingsperiode varkens blijft leveren en van een schriftelijke verklaring van de tijdelijke leverancier dat hij gedurende de ontheffingsperiode eveneens varkens levert.
2.
Aan de in het vorige lid bedoelde ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. De eerste levering moet plaatsvinden binnen zes maanden na dagtekening van de ontheffingsbrief;
b. Tussen de leveringen zit telkens een periode van ten minste zes weken;
c. De ontheffing is geldig tot negen maanden nadat de eerste extra levering heeft plaatsgevonden;
d. De zeugen worden aangevoerd van één extra A-, C-, E- of buitenlands bedrijf;
e. Dezelfde ontheffing mag binnen twee jaar niet weer aangevraagd worden.
Artikel 3
De voorzitter kan, op schriftelijk verzoek, namens het bestuur een ontheffing van het gestelde in artikel 9 van de verordening verlenen aan een ondernemer met een varkenshouderijbedrijfmet een A-status, die de gezondheidsstatus van zijn bedrijf wil ophogen naar de Specified Pathogen Free-status, om tijdelijk dieren vanaf een ander varkenshouderijbedrijf te leveren, indien:
a. de ontheffingsaanvraag vergezeld is gegaan van een verklaring van een fokkerijgroepering die de voorgenomen ophoging van de gezondheidsstatus van het bedrijf bevestigt;
b. in de ontheffingsaanvraag aangegeven wordt op welk wijze de Specified Pathogen Free-status bereikt wordt en wanneer en hoe de ontruiming en herbevolking van het bedrijf georganiseerd is.
1.
De voorzitter kan, op schriftelijk verzoek, namens het bestuur een ontheffing van het gestelde in artikel 9 van de verordening verlenen aan ondememers met een varkenshouderijbedrijf met een B- en D-status, voor teruglevering van fokgelten van het D-bedrijf aan het B-bedrijf waarvan het D-bedrijf biggen heeft ontvangen, indien sprake is van een exclusieve aan- en afvoerrelatie tussen het B- en D-bedrijf.
2.
Aan de in het vorige lid bedoelde ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. Het D-bedrijf moet met name bij de fokgelten die teruggeleverd worden aan het B-bedrijf maandelijks bloedonderzoek laten doen op klassieke varkenspest en de ziekte van Aujeszky;
b. De ontheffing wordt verleend voor de periode van een jaar en moet ieder jaar opnieuw aangevraagd worden.
1.
De voorzitter kan, op schriftelijk verzoek, namens het bestuur een ontheffing van het gestelde in artikel 9 van de verordening verlenen aan een ondernemer die de exploitatie van zijn varkenshouderijbedrijf met A-, B- of D-status wil beëindigen en zeugen wil afvoeren naar andere varkenshouderijbedrijven.
2.
Aan de in het vorige lid bedoelde ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. De zeugen worden ingeval van afvoer van een varkenshouderijbedrijf met A-status afgevoerd naar ten hoogste twee A-bedrijven, B-bedrijven of D-bedrijven tezamen, dan wel ingeval van een varkenshouderijbedrijf met B-status naar ten hoogste twee B-bedrijven of D-bedrijven tezamen, dan wel ingeval van een varkenshouderijbedrijf met D-status naar ten hoogste twee D-bedrijven;
b. De afvoer vindt plaats gedurende een periode van maximaal 10 weken in maximaal drie leveringen;
c. Zes weken voorafgaand aan het afvoeren zijn geen varkens op het varkenshouderijbedrijf aangevoerd;
d. Uiterlijk twee weken vóór de datum waarop de varkens worden afgevoerd zijn bij een door een dierenarts uitgevoerd serologisch onderzoek op ten minste twaalf op het varkenshouderijbedrijf aanwezige zeugen geen antilichamen tegen klassieke varkenspest of gE-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky aangetroffen;
e. Na aflevering van de laatste zeugen, stuurt de ondernemer het productschap een afschrift van de brief aan de Dienst Regelingen waarin hij aangeeft te zijn gestopt met het houden van varkens;
f. Voor het bedrijf wat de zeugen ontvangt geldt dat gedurende de periode dat de zeugen van het stoppende bedrijf worden aangevoerd, geen varkens van andere bedrijven aangevoerd mogen worden.
1.
De voorzitter kan, op schriftelijk verzoek, namens het bestuur een ontheffing van het gestelde in artikel 9 van de verordening verlenen aan een ondernemer die zeugenactiviteiten op zijn varkenshouderijbedrijf met A-, B- of D-status wil beëindigen en zeugen wil afvoeren naar andere varkenshouderijbedrijven.
2.
Aan de in het vorige lid bedoelde ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. De zeugen worden ingeval van afvoer van een varkenshouderijbedrijf met A-status afgevoerd naar ten hoogste twee A-bedrijven, B-bedrijven of D-bedrijven tezamen, van een varkenshouderijbedrijf met B-status naar ten hoogste twee B-bedrijven of D-bedrijven tezamen, dan wel ingeval van een varkenshouderijbedrijf met D-status naar ten hoogste twee D-bedrijven;
b. De afvoer vindt plaats gedurende een periode van maximaal 10 weken in maximaal drie leveringen;
c. Zes weken voorafgaand aan het afvoeren zijn geen varkens op het varkenshouderijbedrijf aangevoerd;
d. Uiterlijk twee weken vóór de datum waarop de varkens worden afgevoerd zijn bij een door een dierenarts uitgevoerd serologisch onderzoek op ten minste twaalf op het varkenshouderijbedrijf aanwezige zeugen geen antilichamen tegen klassieke varkenspest of gE-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky aangetroffen;
e. Voor het bedrijf wat de zeugen ontvangt geldt dat gedurende de periode dat de zeugen van het stoppende bedrijf worden aangevoerd, er geen varkens van andere bedrijven aangevoerd mogen worden.
1.
De voorzitter kan, op schriftelijk verzoek, namens het bestuur een ontheffing van het gestelde in artikel 9 van de verordening verlenen aan een ondernemer met een varkenshouderijbedrijf met een A-, B- of C-status, die zijn bedrijf wil verbouwen of nieuw wil bouwen en daarom tijdelijk de varkens of een deel van de varkens op een andere locatie wil huisvesten, indien de voorgenomen uitbreiding dan wel nieuwbouw van het bedrijf is aangetoond door een afschrift van een bouwvergunning of een bouwplan.
2.
Aan de in het vorige lid bedoelde ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. Op de tijdelijke locatie vindt geen aan- en afvoer plaats van varkens van en naar andere bedrijven;
b. Varkens die afkomstig zijn van de locatie waar verbouwd wordt en die gehuisvest zijn op de tijdelijke locatie, mogen uitsluitend worden afgevoerd naar het oorspronkelijke herkomstbedrijf.
Artikel 7a
De voorzitter kan, op schriftelijk verzoek, namens het bestuur een ontheffing van het bepaalde in artikel 9 en artikel 13, zesde lid, van de verordening verlenen aan een ondernemer met een varkenshouderijbedrijf met een B-bedrijf, indien dit B-bedrijf aan ten hoogste twee F-bedrijven varkens leveren wil.
Artikel 7b
De voorzitter kan, op schriftelijk verzoek, namens het bestuur een ontheffing verlenen van het gestelde in artikel 9 en artikel 12, derde lid, artikel 13, vierde lid en artikel 14, vijfde lid, in het geval dat binnen twaalf maanden na wijziging van het adres waarvan de varkens worden aangevoerd, andermaal een ander adres wordt gekozen voor de aanlevering van de varkens, indien en voor zover dit laatste adres het oorspronkelijke adres is, waarvan de varkens werden aangevoerd.
1.
De voorzitter kan, op schriftelijk verzoek, namens het bestuur een ontheffing van het bepaalde in artikel 9 van de verordening verlenen aan een ondernemer met een B-bedrijf, die reeds speenbiggen levert aan een F-bedrijf, en die tevens varkens wil gaan leveren aan D-bedrijven.
2.
Aan de in het vorige lid bedoelde ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. Gedurende de looptijd van de ontheffing mogen het B-bedrijf en het F-bedrijf tezamen in een periode van zes weken slechts varkens afvoeren naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van vier maanden naar ten hoogste twaalf D-bedrijven;
b. Alvorens de ontheffing wordt verleend dient de ondernemer met het B-bedrijf de voorzitter er van in kennis te stellen aan hoeveel D-bedrijven varkens worden geleverd door het B-bedrijf en aan hoeveel D-bedrijven varkens worden geleverd door het F-bedrijf. Gedurende de looptijd van de ontheffing kan deze verdeling niet worden gewijzigd;
c. De ontheffing wordt verleend voor een periode van ten hoogste één jaar.
1.
Een schriftelijk verzoek tot ontheffing van het gestelde in artikel 9 van de verordening bevat tenminste het volgende:
a. Naam en adres van de ondernemer die de ontheffing aanvraagt en van eventuele andere betrokken ondernemers;
b. UBN’s van de betrokken bedrijven;
c. Reden waarom ontheffing wordt aangevraagd;
d. Eventuele benodigde bescheiden.
e. Ontheffingsperiode.
1.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ontheffingen Verordening varkensleveringen (PVV) 2007.
2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningblad Bedrijfsorganisatie waarin het wordt geplaatst.
Zoetermeer, 12 december 2007
voorzitter
secretaris