Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. Mandaat, volmacht en machtiging
+ § 3. Instructies
+ § 4. Ondermandaat
+ § 5. Vervanging
+ § 6. Ondertekening bij afwezigheid minister
+ § 7. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 18 december 2014, nr. WJZ/14203476, houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Economische Zaken 2015 (Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015)
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Economische Zaken;
b. de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken;
c. de hoofddirecteur Interne Organisatie en Uitvoering: de hoofddirecteur Interne Organisatie en Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken;
d. de hoofden van dienst:
1°. de directeur-generaal van Agro en Natuur;
2°. de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie;
3°. de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging;
4°. de loco secretaris-generaal;
5°. de directeur Bedrijfsvoering;
6°. de directeur Bureau Bestuursraad;
7°. de directeur Communicatie;
8°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
9°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken;
10°. de Nationaal Coördinator Groningen;
11°. de directeur van PIANOo;
12°. de directeur van het Centraal Planbureau;
13°. de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering;
14°. de inspecteur-generaal der mijnen;
15°. de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
16°. de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
17°. de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom;
e. de P&O-aangelegenheden: de aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;
f. BBRA: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 ;
g. het ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement .
Artikel 2
De organisatie van het Ministerie van Economische Zaken wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage .
Artikel 3
Het in dit besluit ten aanzien van de minister bepaalde is van overeenkomstige toepassing voor de Staatssecretaris van Economische Zaken.
1.
Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op:
a. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling met betrekking waartoe een wettelijk voorschrift zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet;
b. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet.
2.
Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet zijn in ieder geval:
a. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen en omtrent de uitbreiding of beperking van de bemoeienissen van de minister;
b. het vaststellen van ministeriële regelingen en beleidsregels, met uitzondering van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, artikel 7, derde lid, en beleidsregels als bedoeld in artikel 7, vierde lid;
c. delegatie van bevoegdheden;
d. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal is genomen;
e. aangelegenheden met betrekking tot de secretaris-generaal.
3.
Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft voorts geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor:
a. de Koning en het Kabinet van de Koning;
b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges;
c. een minister of een staatssecretaris;
d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie;
e. de Raad van State, behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;
f. de Algemene Rekenkamer behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;
g. een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges , met uitzondering van Actal;
h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een minister of staatssecretaris.
1.
Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);
b. het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de artikel 31a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 5.2 van de Wet dieren en het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europese Visserijbeleid;
c. het vaststellen van circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de secretaris-generaal door een hoofd van dienst of de hoofddirecteur Interne Organisatie en Uitvoering moeten worden vastgesteld;
d. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst;
e. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst:
1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of
2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst of de hoofddirecteur Interne Organisatie en Uitvoering moeten worden behandeld;
f. aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur , waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
g. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst;
h. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, voor zover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst;
i. aangelegenheden op het gebied van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften.
2.
Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, behoren in ieder geval:
a. het vaststellen van de organisatie en formatie van de diensten, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1° tot en met 11°;
b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten;
c. het vaststellen van interne circulaires;
d. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de directeur Bedrijfsvoering;
e. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst;
f. het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het BBRA geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende:
1°. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen;
2°. het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
3°. het verlenen van buitengewoon verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
4°. het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 van het ARAR;
5°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR;
6°. het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van sociaal flankerend beleid;
7°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
8°. het toekennen van schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
9°. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
10°. het schorsen op grond van artikel 91 van het ARAR;
11°. het verminderen van bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR.
Artikel 6
Aan de hoofddirecteur Interne Organisatie en Uitvoering wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten, het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage van dit besluit.
1.
Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage van dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal, de hoofddirecteur Interne Organisatie en Uitvoering of aan een ander hoofd van dienst.
2.
Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.
3.
Aan de directeuren-generaal wordt tevens, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de artikel 31a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 5.2 van de Wet dieren en het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europese Visserijbeleid.
4.
Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt, op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels.
Artikel 8
Aan de directeur-generaal van Agro en Natuur wordt mandaat en machtiging verleend inzake de benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden en de secretaris van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Artikel 9
Aan de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie wordt mandaat en machtiging verleend inzake:
a. benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van de Gemeenschappelijke Raadgevende Commissie;
b. benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van de Adviesraad programmaonderzoek MKB en ondernemerschap;
c. benoeming, schorsing en ontslag van de voorzitter van het Strategisch Beraad en van de voorzitter van het Tactisch Beraad alsmede benoeming en ontslag van de afgevaardigden van de deelnemers, dienstverleners en de gebruikers van het Strategisch Beraad;
d. benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van topteams als genoemd in het Instellingsbesluit topteams in de implementatiefase topsectorenbeleid.
Artikel 10
Aan de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. de Mijnbouwwet , het Mijnbouwbesluit en de Mijnbouwregeling , met uitzondering van het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen waarvoor in artikel 14, onderdelen a tot en met c, mandaat, volmacht en machtiging wordt verleend aan de inspecteur-generaal der mijnen;
b. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Mijnraad;
c. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Technische commissie bodembeweging;
d. benoeming en ontslag van de leden van de Raad van Toezicht van de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland;
e. benoeming en ontslag van de bestuursleden van de stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieprodukten.
Artikel 11
Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van bijlage B van het BBRA geldt, betreffende:
a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden met uitzondering van de beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen door hem of door hem aangewezen ambtenaren;
b. het verlenen van buitengewoon verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
c. het toekennen van een terugkeergarantie op grond van sociaal flankerend beleid;
d. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
e. het toekennen van schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
f. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
g. het verminderen van bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR;
h. het verlenen van ontslag op grond van artikel 99 van het ARAR en het verlenen van ontslag in combinatie met een financiële regeling.
1.
Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van verzoeken van de Nationale ombudsman en bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, met uitzondering van:
a. bezwaar- en beroepschriften inzake personeelsaangelegenheden;
b. bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door een functionaris of door die functionaris aangewezen medewerkers die mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften tegen die besluiten.
2.
Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen op het werkterrein van de hoofden van dienst, genoemd in artikel 1, onderdeel d, onder 15°, 16° en 17° en op het werkterrein van het hoofd van dienst, genoemd in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, voor zover het betreft het Programma Juridisch instrumentarium Natuur en Gebiedsinrichting.
1.
Aan de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en aan de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebbende bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door hem of door onder hem ressorterende medewerkers.
2.
Aan de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep tegen besluiten op het terrein van landbouw, natuur en voedselkwaliteit. Dit mandaat, volmacht en machtiging voor het behandelen van bezwaar en beroepszaken tegen besluiten op Wob-verzoeken is beperkt tot besluiten die zijn genomen of behandeld door een hoofd van dienst of door hem aangewezen medewerkers als genoemd in artikel 1, onderdeel d, onder 13°, 15° en 16°.
Artikel 14
Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
c. de Mijnbouwregeling , met uitzondering van artikel 1.2.1 en paragraaf 1.4;
f. artikelen 8.3, derde lid en 8.4, tweede lid van het Bouwbesluit 2012 .
Artikel 15
Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:
a. ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies;
b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie;
Artikel 16
Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:
De Minister van Economische Zaken,
namens deze:
(handtekening)
(naam functionaris)
(functie)
1.
De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst binnen diens werkterrein ondermandaat en machtiging verlenen voor benoeming en ontslag van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges.
2.
De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor P&O-aangelegenheden van zijn dienst, waarvoor de secretaris-generaal of de directeur Bedrijfsvoering krachtens dit besluit mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen.
3.
De secretaris-generaal kan voorts aan de hoofddirecteur Interne Organisatie en Uitvoering ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor de aangelegenheden op zijn werkterrein, waaronder voor P&O-aangelegenheden.
1.
De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zijn werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, en 8 tot en met 14, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen of aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.
2.
Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:
a. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst of het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen;
b. het verlenen van buitengewoon verlof op grond van artikel 34 van het ARAR;
c. het opdragen van een andere functie op grond van artikel 57 van het ARAR;
d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op grond van artikel 58 van het ARAR;
e. het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
f. het toekennen van beloningen;
g. het toekennen van schadeloosstellingen op grond van artikel 69 van het ARAR;
h. het verlenen van ontslag op grond van de artikelen 49l en 96 van het ARAR;
i. het schorsen op grond van artikel 91 van het ARAR;
j. het toekennen van een terugkeergarantie.
3.
De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.
1.
Het verlenen van ondermandaat en volmacht alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.
2.
Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in de artikelen 17 en 18 wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de hoofddirecteur Interne Organisatie en Uitvoering, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Bedrijfsvoering, de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer.
1.
De uit dit besluit voor de secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de loco secretaris-generaal. Bij afwezigheid van zowel de secretaris-generaal als de loco secretaris-generaal gaan de uit dit besluit voortvloeiende bevoegdheden over op de hoofddirecteur Interne Organisatie en Uitvoering. Bij afwezigheid van zowel de secretaris-generaal, de loco secretaris-generaal en de hoofddirecteur Interne Organisatie en Uitvoering gaan de uit dit besluit voortvloeiende bevoegdheden over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal.
2.
De uit dit besluit voor de hoofden van dienst voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.
1.
Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal.
2.
In het geval bedoeld in het eerste lid geschiedt het ondertekenen als volgt:
De Minister van Economische Zaken,
namens deze,
overeenkomstig het door de minister genomen besluit:
(handtekening)
(naam)
secretaris-generaal
Artikel 22
Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2012 en het Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom betreffende de Wet telecommunicatievoorzieningen BES worden ingetrokken.
Artikel 23
Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de hoofddirecteur Interne Organisatie en Uitvoering, de hoofden van dienst en de Algemene Rekenkamer.
Artikel 24
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel 25
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015.
Dit besluit zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister