Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2010
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. Mandaat, volmacht en machtiging
+ § 3. Instructies
+ § 4. Ondermandaat
+ § 5. Vervanging
+ § 6. Ondertekening bij afwezigheid minister
+ § 7. Overgangs- en slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 mei 2011. U leest nu de tekst die gold op 30 april 2011.

Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2010

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 8 december 2009, nr. WJZ 9181658, houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Economische Zaken 2010 (Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2010)
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2, eerste lid, van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Economische Zaken;
b. de hoofden van dienst:
1°. de directeur-generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen;
2°. de directeur-generaal van Energie, Telecom en Markten;
3°. de directeur-generaal van Ondernemen en Innovatie;
4°. de directeur van de Auditdienst;
5°. de directeur Bedrijfsvoering;
6°. de directeur Communicatie;
7°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
8°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken;
9°. de Consumentenautoriteit;
10°. de directeur van PIANOo;
11°. de directeur van het Centraal Planbureau;
12°. de inspecteur-generaal der mijnen;
13°. de algemeen directeur Agentschap NL;
14°. de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom;
c. P&O-aangelegenheden: aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;
d. BBRA: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 ;
e. ARAR: Algemeen Rijksambtenarenreglement .
Artikel 2
De organisatie van het Ministerie van Economische Zaken wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage .
Artikel 3
Het in dit besluit ten aanzien van de minister bepaalde is van overeenkomstige toepassing voor de Staatssecretaris van Economische Zaken.
1.
Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op:
a. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling met betrekking waartoe een wettelijk voorschrift zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet;
b. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet.
2.
Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet zijn in ieder geval:
a. beslissingen die belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kunnen hebben;
b. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen en omtrent de uitbreiding of beperking van de bemoeienissen van de minister;
c. beslissingen waaruit belangrijke financiële consequenties voor het rijk voortvloeien, behoudens voor zover een beslissing een rechtstreeks gevolg is van de bestaande aard en omvang van de regeringsbemoeienis op economisch gebied;
d. het vaststellen van ministeriële regelingen en beleidsregels;
e. delegatie van bevoegdheden;
f. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal is genomen;
g. aangelegenheden met betrekking tot de secretaris-generaal.
3.
Voorts heeft mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor:
a. de Koningin en het Kabinet der Koningin;
b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges;
c. een minister of een staatssecretaris;
d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie;
e. de Raad van State, behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;
f. de Algemene Rekenkamer behoudens voor zover het betreft door het Bureau Economische Zaken gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;
g. een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges, met uitzondering van het Adviescollege toetsing administratieve lasten;
h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een minister of staatssecretaris.
Artikel 5
Bij of krachtens dit besluit verleend mandaat, volmacht en machtiging heeft geen betrekking op:
a. het beslissen op een bezwaarschrift door degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen en
b. aangelegenheden waarbij de gemandateerde belanghebbende is.
1.
Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);
b. het vaststellen van circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de secretaris-generaal door de minister of een hoofd van dienst moeten worden vastgesteld;
c. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst;
d. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst:
1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of
2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moeten worden behandeld;
e. aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur , voor zover niet vallend onder artikel 4, tweede lid, onderdeel a, of behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
f. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, schorsing en ontslag van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst;
g. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, voor zover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst.
2.
Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, behoren in ieder geval:
a. het vaststellen van de organisatie en formatie van de diensten, voorzover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst;
b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten;
c. het vaststellen van interne circulaires;
d. de P&O-aangelegenheden van het Bureau Bestuursraad, de directie Algemene Economische Politiek en het Bureau Europa;
e. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden;
f. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst;
g. besluiten ten aanzien van ambtenaren voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het BBRA geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende:
1°. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen;
2°. het benoemen in en ontslaan uit kwetsbare functies;
3°. het verlenen van buitengewoon verlof op basis van artikel 34 van het ARAR;
4°. het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 van het ARAR;
5°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR;
6°. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;.
7°. het schorsen van een ambtenaar op basis van artikel 91 van het ARAR;
8°. het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR .
1.
Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage van dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst.
2.
Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming en het ontslag van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.
Artikel 8
Aan de directeur-generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen wordt mandaat en machtiging verleend inzake de benoeming en het ontslag van leden van het Nationaal Contact Punt (NCP) voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.
Artikel 9
Aan de directeur-generaal van Energie, Telecom en Markten wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. de Mijnbouwwet , het Mijnbouwbesluit en de Mijnbouwregeling , met uitzondering van het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen waarvoor in artikel 14, onderdelen a tot en met c, mandaat, volmacht en machtiging wordt verleend aan de inspecteur-generaal der mijnen;
b. benoeming, schorsing en ontslag van de leden van de Mijnraad;
c. benoeming, schorsing en ontslag van de Technische commissie bodembeweging;
d. benoeming en ontslag van de leden van de Raad van Toezicht van de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland;
e. benoeming en ontslag van de bestuursleden van de stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieprodukten;
f. benoeming en ontslag van de leden van de Beoordelingscommissie Small Business Innovation Research programma, voor zover het een oproep betreft op zijn werkterrein.
Artikel 10
Aan de directeur-generaal van Ondernemen en Innovatie wordt mandaat en machtiging verleend inzake de benoeming en het ontslag van de leden van de Gemeenschappelijke Raadgevende Commissie en van de leden van de Beoordelingscommissie Small Business Innovation Research programma, voor zover het een oproep betreft op zijn werkterrein.
1.
Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van verzoeken van de Nationale ombudsman en bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, met uitzondering van:
a. bezwaar- en beroepschriften inzake personeelsaangelegenheden;
b. bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door een functionaris of door die functionaris aangewezen ambtenaren die mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften tegen die besluiten.
2.
Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen die het werkterrein van de hoofden van dienst, genoemd in artikel 1, onderdeel b, onder 9°, 13°, en 14°, betreffen.
1.
Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met hoofdstuk IV van het Verplaatsingskostenbesluit 1989, met uitzondering van besluiten die betrekking hebben op de medewerkers die vallen onder de hoofden van dienst, genoemd in artikel 1, onderdeel b, onder 9° tot en met 14°.
2.
Het in het eerste lid genoemde mandaat heeft geen betrekking op het nemen van besluiten inzake verzoeken op grond van artikel 12a van het Verplaatsingskostenbesluit 1989.
3.
Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt volmacht en machtiging verleend voor de in artikel 18, vierde lid, genoemde aangelegenheden voor zover hij daartoe opdracht heeft gekregen van een hoofd van dienst.
Artikel 13
Aan de algemeen directeur Agentschap NL en aan de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebbende bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door hem of door hem aangewezen ambtenaren.
Artikel 14
Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
c. de Mijnbouwregeling , met uitzondering van artikel 1.2.1 en paragraaf 1.4 en artikel 12.1, tweede lid;
Artikel 15
Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:
a. ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies;
b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie;
Artikel 16
Het krachtens mandaat of volmacht ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:
De Minister van Economische Zaken,
namens deze:
( handtekening )
( naam functionaris )
( functie )
1.
De secretaris-generaal kan voor de aangelegenheden betreffende het Bureau Bestuursraad, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan het hoofd en plaatsvervangend hoofd van het Bureau Bestuursraad.
2.
De secretaris-generaal kan voor de aangelegenheden betreffende de directie Algemene Economische Politiek en het Bureau Europa ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de plaatsvervangend secretaris-generaal. De plaatsvervangend secretaris-generaal kan voor die aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende medewerkers.
3.
De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst binnen diens werkterrein ondermandaat en machtiging verlenen voor benoeming en ontslag van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges.
1.
De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zijn werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in artikel 7, eerste lid, en voor zover van toepassing voor aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 8 tot en met 14, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatie-onderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen of aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.
2.
Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat:
a. slechts ondermandaat, volmacht en machtiging kan worden verleend aan de plaatsvervanger van het hoofd van dienst;
b. aan hoofden van ondergeschikte organisatie-onderdelen en andere functionarissen slechts ondermandaat, volmacht en machtiging kan worden verleend voor zover het betreft:
1°. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel overeenkomstig de door de hoofden van dienst daartoe vastgestelde opleidingsplannen;
2°. verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van personeel; binnen het door de hoofden van dienst daartoe vastgestelde jaarbudget;
3°. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel binnen het door de hoofden van dienst daartoe vastgestelde jaarbudget;
4°. verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het inhuren van tijdelijk personeel;
5°. het verlenen van vakantie, kort buitengewoon verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof;
6°. het accorderen van reisdeclaraties.
3.
De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging die afwijkt van het tweede lid.
4.
Een hoofd van dienst kan aan de directeur Bedrijfsvoering opdracht verlenen voor de uitvoering van zijn beslissingen ten aanzien van de volgende aangelegenheden:
a. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel en het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van het personeel;
b. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel en het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het inhuren van tijdelijk personeel;
c. het aangaan van overige verplichtingen op het gebied van personeel en het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit die verplichtingen.
1.
Het verlenen van ondermandaat en volmacht alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.
2.
Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in de artikelen 17 en 18 wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Bedrijfsvoering, de directeur van de Auditdienst en de Algemene Rekenkamer.
1.
De uit dit besluit voor de secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een door de secretaris-generaal aangewezen hoofd van dienst.
2.
De uit dit besluit voor de hoofden van dienst voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.
1.
Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal.
2.
In het geval bedoeld in het eerste lid geschiedt het ondertekenen als volgt:
De Minister van Economische Zaken,
namens deze,
overeenkomstig het door de minister genomen besluit:
( handtekening )
( naam )
secretaris-generaal
Artikel 22
Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2004 wordt ingetrokken.
Artikel 23
Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de besluiten genomen op grond van artikel 19, respectievelijk artikel 20 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2004 op artikel 17, respectievelijk artikel 18 van dit besluit.
Artikel 24
Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, het hoofd van het Bureau Bestuursraad, de hoofden van dienst en de Algemene Rekenkamer.
Artikel 25
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.
Artikel 26
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2010.
Dit besluit zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 8 december 2009
De
Minister