Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit Landelijk Expertisecentrum Diversiteit 2006-2009
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2010. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit Landelijk Expertisecentrum Diversiteit 2006-2009

Besluit Landelijk Expertisecentrum Diversiteit 2006–2009
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op art. 3, derde lid, Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
Besluit:
Artikel 1
Het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit, hierna aan te duiden als LECD, bestaat tot 1 januari 2010.
Artikel 2
Het LECD maakt deel uit van het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politieonderwijs- en kenniscentrum, hierna aan te duiden als ‘Politieacademie’.
1.
Het LECD heeft tot taak:
a. het ten behoeve van diversiteitmanagement leveren van ondersteuning aan de regionale politiekorpsen, het Korps landelijke politiediensten, de Politieacademie en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. het binnen en buiten de politie verzamelen en verspreiden van actuele informatie, kennis en relevante ervaringen over diversiteitmanagement ten behoeve van de organisaties, bedoeld onder a;
c. het ontwikkelen van instrumenten ter bevordering van diversiteitmanagement bij de politie, waaronder een referentiekader diversiteit ten behoeve van de organisaties, bedoeld onder a;
d. het monitoren van diversiteitmanagement in de regionale politiekorpsen, het KLPD en de Politieacademie op basis van het referentiekader diversiteit, bedoeld onder c;
2.
Het LECD kan zich bij de uitoefening van zijn taken laten bijstaan door derden.
3.
Door tussenkomst van het college van bestuur van de Politieacademie kunnen aan het LECD, in aanvulling op de in het eerste lid genoemde taken, specifieke taken worden opgedragen, mits deze samenhangen met de in het eerste lid bedoelde taken. Het opdragen van specifieke taken aan het LECD behoeft instemming van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
1.
Het LECD staat onder leiding van een directeur.
2.
Het college van bestuur van de Politieacademie benoemt, schorst en ontslaat de directeur van het LECD. Een voorstel wordt niet gedaan dan nadat de Politiediversiteitsraad als bedoeld in artikel 5, eerste lid, in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze hierover kenbaar te maken.
3.
De directeur van het LECD rapporteert gevraagd en ongevraagd over de werkzaamheden van het LECD aan het college van bestuur van de Politieacademie.
1.
Er is een Politiediversiteitsraad die tot taak heeft om zorg te dragen voor de verbinding tussen de activiteiten van het LECD en de activiteiten en ontwikkelingen met betrekking tot diversiteit binnen de regionale politiekorpsen, het Korps landelijke politiediensten, en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2.
Met het oog op het in het eerste lid gestelde is de Politiediversiteitsraad belast met het opstellen van:
a. het meerjarig LECD-beleidsplan;
b. het LECD-jaarplan;
c. het LECD-jaarverslag;
3.
De stukken, bedoeld in het tweede lid onderdelen a tot en met c worden voorbereid door de directeur LECD.
4.
De Politiediversiteitsraad geeft het college van bestuur van de Politieacademie dan wel de directeur van het LECD gevraagd en ongevraagd advies over de uitvoering van de activiteiten uit jaarplan en de verbinding als bedoeld in lid 1.
1.
De Politiediversiteitsraad kent de volgende leden:
mevrouw M.A. Berndsen, korpschef, regiokorps Gooi en Vechtstreek, voorzitter;
de heer C.P.J.M. Boers, manager talent ontwikkeling Rabobank Nederland;
de heer F. van Dalen, voorzitter C.O.C. Nederland;
de heer H.B. Entzinger, hoogleraar migratie- en integratiestudies, Erasmusuniversiteit;
de heer C.J. Heijsman, korpschef, regiokorps Utrecht;
de heer G.H.P.K. Huijser van Reenen, korpschef, regiokorps Zaanstreek-Waterland;
de heer B. van der Ploeg, plaatsvervangend directeur directie Politie, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
mevrouw J.J. Sylvester, partner Senz;
mevrouw M. Usta, directeur Colourful People;
de heer R. Vreeman, korpsbeheerder, regiokorps Midden- en West- Brabant;
2.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorziet, in overleg met de Politiediversiteitsraad, in de tussentijdse vervanging van voorzitter en leden. Bij tussentijdse benoeming geldt deze tot 1 januari 2010.
1.
De directeur van het expertisecentrum, bedoeld in artikel 4, treedt op als secretaris van de Politiediversiteitsraad.
2.
De secretaris is verantwoordelijk voor de voorbereiding en de uitvoering van de besluitvorming van de Politiediversiteitsraad.
3.
De secretaris is aanwezig tijdens de vergaderingen van de Politiediversiteitsraad, draagt zorg voor de verslaglegging en dient de Politiediversiteitsraad gevraagd en ongevraagd van advies.
1.
Op de leden van de Politiediversiteitsraad, met uitzondering van de korpschefs en de plaatsvervangend directeur Politie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is de Reisregeling binnenland politie van overeenkomstige toepassing.
2.
Op de leden van de Politiediversiteitsraad, met uitzondering van de korpschefs en de plaatsvervangend directeur Politie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, zijn het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de Regeling maximumbedragen vacatiegeld 1999 van toepassing.
3.
De vergoedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verstrekt door het expertisecentrum en komen ten laste van het budget, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
1.
Het college van bestuur van de Politieacademie stelt de in artikel 5, tweede lid, bedoelde stukken vast en neemt deze op in het meerjarig beleidsplan, respectievelijk het jaarplan en het jaarverslag van de Politieacademie. Wijziging van de in artikel 5, tweede lid, bedoelde stukken door het college van bestuur van de Politieacademie behoeft instemming van de Politiediversiteitsraad.
2.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt jaarlijks een bijdrage aan de Politieacademie ten behoeve van de activiteiten van het LECD.
3.
De Politieacademie neemt de ontvangst en de besteding van de bijdrage ten behoeve van het LECD op herkenbare wijze op in de begroting en de jaarrekening van de Politieacademie, onder de post bijzondere bijdragen.
Artikel 10
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt zorg voor een evaluatie van de werkzaamheden van het LECD eind 2009.
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.
2.
Dit besluit vervalt op 1 januari 2010.
Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Landelijk Expertisecentrum Diversiteit 2006–2009.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister