Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit Interdepartementale Commissie Koninkrijksrelaties (ICKR)
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 november 2006. U leest nu de tekst die gold op 31 oktober 2006.

Besluit Interdepartementale Commissie Koninkrijksrelaties (ICKR)

Besluit Interdepartementale Commissie Koninkrijksrelaties (ICKR)
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,
Besluit:
Artikel 1
Er is een Interdepartementale Commissie Koninkrijksrelaties (ICKR).
1.
De commissie heeft tot taak te adviseren en voorstellen te doen over het beleid dat de departementen voeren ten aanzien van die beleidsterreinen waarop de Nederlandse Antillen en Aruba autonoom zijn, alsmede over de samenhang in dat beleid. Tot de taak van de commissie behoort ook de coördinatie van ambtelijke en politieke werkbezoeken aan de Nederlandse Antillen en Aruba.
2.
De terzake verantwoordelijke ministers bevorderen dat de commissie tijdig alle relevante beleidsvoornemens kan bespreken en waar nodig daarover kan adviseren.
3.
De ministers met een verantwoordelijkheid voor koninkrijksaangelegenheden informeren de commissie over beleidsvoornemens ten aanzien van de Nederlandse Antillen en Aruba teneinde samenhang van het beleid in totaliteit te bevorderen.
1.
De commissie kan desgevraagd of uit eigen beweging adviseren.
2.
De commissie brengt haar adviezen uit aan de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, dan wel de ministers die het aangaat.
1.
De commissie bestaat uit:
a. een voorzitter, tevens lid;
b. een lid en een plaatsvervangend lid op hoog ambtelijk niveau aangewezen door:
de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken;
de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;
de Minister van Buitenlandse Zaken;
de Minister van Justitie;
de Minister van Financiën;
de Minister van Economische Zaken;
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
·  de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
de Minister van Verkeer en Waterstaat;
de Minister van Defensie;
de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
2.
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties benoemt de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, tevens lid.
3.
Het secretariaat van de commissie berust bij de directie Koninkrijksrelaties van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel 5
Een lid of diens plaatsvervanger kan zich, na overleg met de voorzitter, voor de bespreking van een bepaald onderwerp laten vergezellen door een andere ambtenaar of een deskundige.
Artikel 6
De commissie kan, met inachtneming van dit besluit, haar werkwijze en die van het secretariaat regelen.
Artikel 7
De commissie kan voor de uitoefening van haar taak vaste of tijdelijke werkgroepen instellen. De commissie regelt de taakopdracht, samenstelling en werkwijze van deze werkgroepen.
Artikel 8
De commissie evalueert haar functioneren voor 1 november 2006. Zij brengt haar conclusies ter kennis aan de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 november 2002 en vervalt met ingang van 1 november 2006.
2.
Dit besluit wordt met de bijbehorende toelichting in de Staatscourant geplaatst.
De
Minister