Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit instelling commissie advisering bezwaarschriften personeelsleden EZ
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. De commissie
+ § 3. Secretariaat
+ § 4. Taak
+ § 5. Verschoning en wraking
+ § 6. Bijzondere bepalingen
+ § 7. Overgangs- en slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 4 maart 2011. U leest nu de tekst die gold op 3 maart 2011.

Besluit instelling commissie advisering bezwaarschriften personeelsleden EZ

Instelling commissie advisering bezwaarschriften personeelsleden EZ
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op de Algemene wet bestuursrecht;
Gehoord de bijzondere commissies als bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement bij het Ministerie van Economische Zaken en bij het Centraal Bureau voor de Statistiek;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de minister:
de Minister van Economische Zaken;
b. het ministerie:
het Ministerie van Economische Zaken en de daaronder ressorterende diensten;
c. medewerker:
personeelslid van het ministerie, aangesteld krachtens het Algemeen Rijksambtenarenreglement ;
d. besluit:
hetgeen daaronder wordt verstaan in de Algemene wet bestuursrecht ;
e. bezwaarde:
medewerker die een bezwaarschrift heeft ingediend.
Artikel 2
Er is een commissie advisering bezwaarschriften personeelsleden EZ.
1.
De Commissie bestaat uit drie door de minister benoemde leden.
2.
Leden van de commissie zijn:
a. een door de minister aangewezen voorzitter, niet werkzaam bij het ministerie;
b. een door de minister aangewezen medewerker;
c. een lid, aangewezen door het Departementaal Georganiseerd Overleg van het Ministerie van Economische Zaken.
3.
Voor ieder lid van de commissie benoemt de minister ten minste één plaatsvervanger. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
1.
De in artikel 3 bedoelde benoemingen van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter gelden, behoudens tussentijds ontslag, voor een periode van ten hoogste vijf jaar. De overige benoemingen gelden, behoudens tussentijds ontslag, voor een periode van ten hoogste drie jaar.
2.
De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie kunnen worden herbenoemd.
1.
De commissie wordt bijgestaan door een door de minister, op voordracht van de directeur Personeel, Organisatie en Informatiemanagement, aan te wijzen secretaris.
2.
Voor de secretaris wijst de minister, op voordracht van de directeur Personeel, Organisatie en Informatiemanagement, een plaatsvervanger aan.
1.
De commissie heeft tot taak de minister te adviseren over de te nemen beslissingen op haar door de minister voorgelegde bezwaren van medewerkers tegen besluiten die jegens hen als zodanig zijn genomen door, namens of op voordracht van de minister, waarbij hun rechtspositioneel belang rechtstreeks is betrokken.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing als ingevolge enig wettelijk voorschrift een andere commissie over het betrokken bezwaar adviseert.
3.
Desgevraagd adviseert de commissie de minister ook over andere onderwerpen op personeelsgebied dan bedoeld in het eerste lid.
1.
De leden van de commissie verschonen zich van de behandeling van zaken waarbij zij in enig opzicht betrekken zijn geweest.
2.
De leden van de commissie kunnen worden gewraakt om aan de behandeling van in het eerste lid bedoelde zaken deel te nemen.
3.
De leden van de commissie, met uitzondering van de gewraakte leden, beslissen of de wraking wordt toegestaan. Bij staken van stemmen is de wraking toegestaan.
1.
Aan de behandeling van een zaak nemen de voorzitter of zijn plaatsvervanger en twee door de voorzitter aan te wijzen leden van de commissie of hun plaatsvervangers deel.
2.
De voorzitter draagt zorg voor een zodanige aanwijzing dat aan de behandeling van een zaak in ieder geval deelnemen:
a. een lid als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, of een plaatsvervanger en
b. een lid als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, of een plaatsvervanger.
3.
Bij ontstentenis van een aangewezen lid of diens plaatsvervanger kan de voorzitter een ander lid of plaatsvervanger in diens plaats aanwijzen.
Artikel 9
De commissie kan daarvoor in aanmerking komende derden oproepen voor het verkrijgen van inlichtingen die zij behoeft. Iedere als zodanig opgeroepen medewerker is verplicht aan een oproep van de commissie gevolg te geven en desgevraagd alle inlichtingen naar waarheid en zonder voorbehoud te verstrekken.
1.
De commissie kan zich door deskundigen van advies en verslag laten dienen.
2.
De commissie kan overlegging vorderen van ter zake dienende bescheiden.
3.
De commissie is bevoegd een onderzoek ter plaatse in te stellen of te doen instellen.
1.
De bij de behandeling van een zaak betrokken leden van de commissie stellen het advies van de commissie vast bij meerderheid van stemmen.
Geen der betrokken leden onthoudt zich van stemming.
2.
De bij de behandeling van een zaak fungerend voorzitter en fungerende secretaris van de commissie ondertekenen het advies.
3.
De secretaris of zijn plaatsvervanger zendt het advies en het verslag van de hoorzitting aan de minister.
4.
De secretaris of zijn plaatsvervanger zendt de bezwaarde en degene die het bestreden besluit heeft genomen afschriften van het door de commissie aan de minister uitgebrachte advies en het verslag van de hoorzitting.
Artikel 12
Het is de leden en de secretaris van de commissie en hun plaatsvervangers verboden:
a. hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt;
b. de gevoelens te openbaren, die tijdens de beraadslaging over het bezwaar zijn geuit;
c. over een aan hen voorgelegde zaak of over een zaak die, naar zij weten of kunnen vermoeden, aan hen zal worden voorgelegd zich uit te laten in enig onderhoud of gesprek met:-
de bezwaarde, zijn raadsman of gemachtigde,-
in gevallen waarin het een bezwaar betreft als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Beoordelingsvoorschrift Burgerlijk Rijkspersoneel 1985, de betrokken beoordelaar of beoordelaars, de desbetreffende beoordelingsautoriteit of de door deze aangewezen vertegenwoordiger, dan wel,-
in andere gevallen, degene die het betrokken besluit heeft genomen of de door deze aangewezen vertegenwoordiger;
d. enige schriftelijke informatie in ontvangst te nemen van de onder c bedoelde personen of dezen in de gelegenheid te stellen anderszins hierover mededelingen aan hen te doen, met uitzondering van informatie of mededelingen aan de secretaris in het kader van de normale secretariaatswerkzaamheden.
Artikel 13
De benoeming van de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit zittende leden en plaatsvervangende leden van de commissie blijft, behoudens tussentijds ontslag, van kracht voor de periode waarvoor zij zijn benoemd.
Artikel 14
De Regeling behandeling bezwaren ambtenaren EZ 1992 wordt ingetrokken.
Artikel 15
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit instelling commissie advisering bezwaarschriften personeelsleden EZ. Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage, 29 november 1994
De
Minister