Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeerbedrijf 2000
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 4 juli 2003. U leest nu de tekst die gold op 3 juli 2003.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeerbedrijf 2000

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeerbedrijf 2000
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers die het aangaat,
Gelezen het verzoek van de plaatsvervangend directeur van het Parkeerbedrijf Rotterdam, d.d. 8 september 2000 en de daaropvolgende adviezen van de hoofdofficier van justitie te Rotterdam en de korpschef van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond;
Gelet op: artikel 142, eerste lid, onder b en c, en derde lid van het Wetboek van Strafvordering; artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993; het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen, werkzaam als parkeercontroleur bij het Parkeerbedrijf Rotterdam, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a) de Wegenverkeerswet 1994 , de artikelen 177, 179 , 180 , 184, 266 , 267 en 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht;
b) de Algemene Politie Verordening en de Parkeerverordening van de gemeente Rotterdam, voorzover de betrokkenen daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan zijn aangewezen;
c) andere strafbare feiten, indien en voor zover de buitengewoon opsporingsambtenaar daarmee door een officier van justitie in een concreet opsporingsonderzoek is belast, voor de duur van dat onderzoek.
De toepassing van de onder a en b bedoelde bevoegdheden, dient zich te beperken tot stilstaand verkeer.
2.
De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Rotterdam.
1.
Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 100 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Rotterdam.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond.
Artikel 6
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De directeur van het Parkeerbedrijf Rotterdam brengt jaarlijks, voor 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2.
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeerbedrijf Rotterdam, nr. 95/0588/DR, d.d. 18 december 1995 en de wijzigingsbesluiten van 12 februari 1996, nr. 96/0092/HG en 7 oktober 1997, nr. 97/0382/FdJ, worden ingetrokken.
Artikel 9
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 8 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie in de Staatscourant waarin het is geplaatst en werkt terug tot 27 december 2000. Dit besluit vervalt op 27 december 2005.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeerbedrijf 2000.
Dit besluit wordt met toelichting in de Staatscourant en in het Algemeen Politieblad geplaatst.
Den Haag, 2 januari 2001
De van Justitie ,
Minister
namens deze,
het
hoofd van de afdeling Individuele Beleidsbeslissingen, wnd.