Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2000
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 16 november 2005. U leest nu de tekst die gold op 15 november 2005.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2000

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2000
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Economische Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993 en op het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:buitengewoon opsporingsambtenaar:
de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2, eerste lid;AID:
de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;Natuurbeheer:
directie Natuurbeheer van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;SBB:
Staatsbosbeheer;PD:
de Plantenziektenkundige dienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;NAK:
de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen;It Fryske Gea:
Stichting It Fryske Gea (Stichting het Friese landschap).
1.
Bezoldigde en onbezoldigde ambtenaren van de AID en belast met de opsporing van strafbare feiten zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
De bezoldigde ambtenaren van de AID werkzaam bij de meldkamer van de AID of werkzaam als automatiseringsdeskundige of zaakanalist zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. Het bepaalde in artikel 6 en 8 is op hen niet van toepassing.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als bezoldigd ambtenaar bij de AID is bevoegd tot het opsporen van alle strafbare feiten.
2.
De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als onbezoldigd ambtenaar bij SBB, it Fryske Gea of Natuurbeheer is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de wetten en verordeningen genoemd in de bijlage bij dit besluit.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar
a. werkzaam bij de PD, is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet en de Plantenziektenwet ;
b. werkzaam bij de PD (karteerders) en de NAK is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de Wet op de bedrijfsorganisatie ;
c. werkzaam ten behoeve van de Commissie van deskundigen van het Productschap Tuinbouw, is bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet en de Wet op de bedrijfsorganisatie ;
d. werkzaam als controleur flora en fauna, is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de Flora- en faunawet , de Natuurbeschermingswet en artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht ;
e. werkzaam bij de Directie Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens de Visserijwet 1963 , de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 .
4.
De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in het tweede en het derde lid, is tevens bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
5.
De opsporingsbevoegdheid geldt:
a. voor het grondgebied van Nederland;
b. voor de visserijzone, zoals bedoeld in de Machtigingswet instelling visserijzone en het uitvoeringsbesluit ex artikel 1 van de Machtigingswet instelling visserijzone ;
c. buiten de onder a. en b. genoemde gebieden:
1°. aan boord van vissersschepen varende onder de Nederlandse vlag;
2°. voor de opsporing van krachtens artikel 3a van de Visserijwet 1963 strafbaar gestelde gedragingen, voor zover het betreft de overtreding van regelen als bedoeld in artikel 58, onderdeel b, van die wet,
een en ander met inachtneming van de geldende volkenrechtelijke en interregionale bepalingen.
1.
Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
Op grond van dit besluit kunnen bij de hierna te noemen onderdelen van de AID maximaal het daarbij genoemde aantal personen als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigd zijn:
a. 650 personen bij de AID;
b. 8 personen voor de meldkamer, 3 personen als automatiseringsdeskundige en 3 zaakanalisten;
c. 230 personen bij SBB;
d. 15 personen bij Natuurbeheer;
e. 12 personen bij it Fryske Gea;
f. 10 personen bij de PD;
g. 110 personen bij de PD, werkzaam in de functie van karteerder;
h. 70 personen bij de NAK;
i. 120 personen als controleur flora en fauna;
j. 1 persoon ten behoeve van de commissie van deskundigen van het productschap voor Tuinbouw;
k. 8 personen bij de Directie Visserij van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van justitie bij het Arrondissementsparket te Maastricht.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Limburg-Zuid.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 3, eerste lid, tweede lid, en derde lid onder a en d, is bevoegd bij de opsporing van strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 .
Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
De in het eerste lid genoemde buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar zijn uitgerust met een surveillancehond.
Artikel 7
De directeur van de AID brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de bezoldigd en onbezoldigd buitengewoon opsporingsambtenaren bij de AID aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de in dit besluit genoemde diensten en
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval met betrekking tot de in artikel 3, eerste lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren inzicht wordt gegeven in het opleidingstraject en de stand van zaken met betrekking tot de in artikel 8, eerste lid, onder e, bedoelde periodieke toetsing of bijscholing, en met betrekking tot de in artikel 3, tweede lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 3, eerste lid, beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:
a. hij moet met goed gevolg een basisopleiding voor opsporingsambtenaar AID hebben voltooid;
b. de onder a. bedoelde basisopleiding omvat ten minste de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, en de verschillende onderdelen van die basisopleiding worden afgesloten met een toets;
c. zo mogelijk wordt tijdens de basisopleiding het door de minister van Justitie goedgekeurde examen afgelegd;
d. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;
e. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat de buitengewoon opsporingsambtenaren hun verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.
2.
De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit in het bezit was van het diploma basisopleiding opsporingsambtenaar AID dan wel met goed gevolg die opleiding heeft afgerond, is bekwaam.
Artikel 9
De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, en 3, derde lid, onder b en c, is ontheffing verleend van de bekwaamheidseis, vastgesteld krachtens artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar. Deze ontheffing geldt alleen en voor zover de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar de opsporingsbevoegdheid nodig heeft voor het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen.
Artikel 10
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 11 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Artikel 11
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 1996 wordt ingetrokken.
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2000.
Dit besluit wordt met toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.
Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.
Den Haag, 9 november 2000
De van Justitie ,
Minister
namens deze,
hoofd bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden