Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. De landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing
+ Hoofdstuk 3. Nadere regels omtrent de eisen aan het ontwikkelingsprogramma
+ Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2010. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005

Besluit van 23 juli 2005, houdende de vaststelling van de landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing en nadere regels omtrent het ontwikkelingsprogramma (Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 8 maart 2005, nr. MJZ2005025787, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 7, tweede lid, van de Wet stedelijke vernieuwing;
De Raad van State gehoord (advies van 11 mei 2005, nr. W08.05.0073/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 13 juli 2005, nr. MJZ2005163763, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet stedelijke vernieuwing ;
b. A-lijst: lijst van woningen die op 1 maart 1986 een geluidbelasting vanwege een weg ondervonden van ten minste 65 dB(A), dan wel ten minste 60 dB(A) indien zij deel uitmaakten van een verzameling van woningen waarvan ten minste één woning een geluidbelasting vanwege een weg ondervond van ten minste 65 dB(A);
c. raillijst: lijst van woningen die op 1 juli 1987 een geluidbelasting vanwege een spoorweg ondervonden van meer dan 65 dB(A);
d. volledig toegankelijke woning: woning waarvan de toegangsdeur zonder het gebruik van een trap van buiten af bereikbaar is en waarvan de keuken, het sanitair, de woonkamer en ten minste één slaapkamer bereikbaar zijn zonder het gebruik van een trap vanaf de woonlaag waar de toegangsdeur zich bevindt;
e. watersysteem: het in een bepaald gebied aanwezige samenhangende stelsel van grond- en oppervlaktewater met inbegrip van oevers, waterbodems en de op dat stelsel betrekking hebbende technische infrastructuur;
f. regio: groep gemeenten, aangewezen door gedeputeerde staten ingevolge artikel 6, derde lid, aanhef en onder a, van de wet, dan wel de gemeenten die zijn gelegen in een gebied als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de wet;
g. werkvoorraad landbodems stedelijk gebied: kosten van onderzoek en sanering van in stedelijk gebied gelegen verontreinigde landbodems.
Artikel 2
De landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing zijn:
a. verbetering van de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt;
b. verbetering van de huisvestingsmogelijkheden van bevolkingsgroepen die moeilijkheden ondervinden bij het vinden van hun passende huisvesting;
c. verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte;
d. verbetering van het aanbod van grootschalige groenvoorzieningen in de stad;
e. versterking van de culturele kwaliteiten van de leefomgeving;
f. verbetering van de milieukwaliteit in het algemeen, en meer in het bijzonder bodemsanering, geluidsanering en verbetering van de binnenstedelijke luchtkwaliteit;
g. voorzien in voldoende aanbod van zichtbaar oppervlaktewater en verbetering van watersystemen;
h. intensivering van de woningbouw binnen bestaand bebouwd gebied;
i. verbetering van de bereikbaarheid van de stad en binnen de stad, en
j. verbetering van het aanbod van fysieke ruimte voor sociale voorzieningen.
1.
In het ontwikkelingsprogramma van een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet, wordt een analyse opgenomen van de kansen en bedreigingen voor die gemeente, waarbij wordt uitgegaan van de in artikel 2 genoemde doelstellingen en de doelstellingen van het rijksbeleid met betrekking tot de grote steden, bezien in hun onderlinge samenhang.
2.
In het ontwikkelingsprogramma van een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 6, derde lid, aanhef en onder a, van de wet, wordt een analyse opgenomen van de kansen en bedreigingen voor die gemeente, waarbij wordt uitgegaan van de in artikel 2 genoemde doelstellingen, bezien in hun onderlinge samenhang en in samenhang met de niet-fysieke aspecten van stedelijke vernieuwing.
3.
Intergemeentelijke afstemming van de ontwikkelingsprogramma’s vindt plaats met betrekking tot:
a. de wijzigingen binnen de woningvoorraad in de regio, onderscheiden naar huurwoningen en koopwoningen en naar de prijsklassen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, alsmede over de na te streven toename door nieuwbouw en verbouw van de voorraad volledig toegankelijke woningen;
b. de verbetering van het aanbod van grootschalige groenvoorzieningen in de stad in relatie tot de plannen voor groenvoorzieningen om de stad en in de regio;
c. de versterking van de culturele kwaliteiten van de leefomgeving, en
d. de intensivering van de woningbouw binnen bestaand bebouwd gebied.
4.
Met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in het derde lid, wordt in het ontwikkelingsprogramma vermeld waarover intergemeentelijke afspraken zijn gemaakt, met welke gemeenten die afspraken zijn gemaakt, wat die afspraken op hoofdlijnen inhouden, alsmede welk aandeel van de regionale opgave als geheel de gemeente voor haar rekening neemt.
5.
De financiële paragraaf, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder d, van de wet, geeft inzicht in:
a. de totale kosten van de voornemens van de gemeente;
b. de verdeling van de kosten over het Rijk, de provincie, de gemeente, andere betrokken gemeenten en, indien van toepassing, de Europese Unie en andere met name te noemen partijen.
1.
In het ontwikkelingsprogramma worden in ieder geval met betrekking tot de doelstellingen, genoemd in artikel 2, onderdelen a, c tot en met f, h en j, de gemeentelijke doelstellingen met betrekking tot stedelijke vernieuwing beschreven met als uitgangspunt de analyse, bedoeld in artikel 3, eerste onderscheidenlijk tweede lid, alsmede de op basis van die analyse gemaakte afwegingen van de gemeente.
2.
Bij de voornemens, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeld:
a. met betrekking tot de doelstelling verbetering van de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt: de voorgenomen mutaties in de woningvoorraad, uitgesplitst naar:
1°. de aantallen voorgenomen nieuw te bouwen woningen, uitgesplitst naar koopwoningen met een koopprijs onder en gelijk aan respectievelijk boven de € 136.000,– en huurwoningen met een huurprijs van onder en gelijk aan respectievelijk boven de € 317,03 per maand:
op locaties buiten bestaand bebouwd gebied;
op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de uitbreidingsbehoefte, en
op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de vervangingsbehoefte;
2°. het aantal voorgenomen omzettingen van huurwoningen in koopwoningen;
3°. het aantal voorgenomen onttrekkingen aan de woningvoorraad;
4°. het aantal voorgenomen woningverbeteringen waarvan de kostenraming of de aanneemsom meer bedraagt dan € 50.000,– exclusief BTW, en
5°. de voorgenomen toename van de voorraad volledig toegankelijke woningen;
b. met betrekking tot de doelstelling verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte: de oppervlakte openbare ruimte, uitgedrukt in vierkante meters, waarbij sprake is van een voorgenomen kwaliteitsimpuls;
c. met betrekking tot de doelstelling verbetering van het aanbod van grootschalige groenvoorzieningen in de stad, voorzover het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: het aantal voorgenomen grootschalige groenprojecten met bijbehorende oppervlakten, uitgedrukt in vierkante meters;
d. met betrekking tot de doelstelling versterking van de culturele kwaliteiten van de leefomgeving: het aantal wijken waar fysieke culturele kwaliteiten aantoonbaar en integraal onderdeel uitmaken van de gebiedsontwikkeling, alsmede de mate waarin deze kwaliteiten zijn geborgd in het gemeentelijk beleid;
e. met betrekking tot de doelstelling verbetering van de milieukwaliteit:
1°. ten aanzien van bodemsanering: het van de werkvoorraad landbodems stedelijk gebied in die gemeente aan te pakken deel van die werkvoorraad, van welk deel met inachtneming van de in de bijlage bij dit besluit gegeven definities en beschreven uitgangspunten worden vermeld: het aantal te verrichten onderzoeken, het aantal te verrichten saneringen, het aantal vierkante meters verontreinigde grond, het aantal kubieke meters in de bodem aanwezige verontreinigde grond, het aantal kubieke meters verontreinigd grondwater en het aantal bodemsaneringsprestatie-eenheden, waarbij tevens in aantallen wordt vermeld welk deel van de aldus vermelde cijfers zonder overheidsbijdrage in de financiering zal worden gerealiseerd;
2°. ten aanzien van geluidsanering: het aantal van de voor die gemeente op de A- en raillijst voorkomende woningen dat aan het eind van het tweede investeringstijdvak zal zijn gesaneerd, uitgedrukt in zowel absolute aantallen als in een percentage van het totaal van deze woningen in die gemeente, en
3°. ten aanzien van verbetering van de binnenstedelijke luchtkwaliteit, voorzover het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: het aantal meters wegdek dat naar verwachting onder de normen van het Besluit luchtkwaliteit zal worden gebracht;
f. met betrekking tot de doelstelling intensivering van de woningbouw binnen bestaand bebouwd gebied: het saldo van de binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, toe te voegen aantallen woningen, te berekenen door op het aantal nieuw te bouwen woningen binnen dat gebied de aan de woningvoorraad te onttrekken woningen binnen dat gebied in mindering te brengen, en
g. met betrekking tot de doelstelling verbetering van het aanbod van fysieke ruimte voor sociale voorzieningen:
1°. waar het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: hetgeen daaromtrent is overeengekomen tussen het Rijk en de gemeente, en
2°. waar het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 6, derde lid, onder a, van de wet: hetgeen daaromtrent is overeengekomen tussen de provincie en de gemeente.
Artikel 5
Het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing wordt ingetrokken.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag die acht weken ligt na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2005.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Tavarnelle, 23 juli 2005
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,
Uitgegeven dertigste augustus 2005
De Minister van Justitie ,