Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Het bijhouden van de basisadministratie
+ Hoofdstuk III. Het verstrekken van gegevens uit de basisadministratie
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES

Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES ;
b. verhuisbericht: een bericht dat is opgemaakt bij de andere basisadministratie waar een persoon een aangifte van vertrek heeft gedaan.
1.
Vanwege hun bijzondere verblijfsrechtelijke status komen niet in aanmerking voor inschrijving personen die geen Nederlander zijn en die behoren tot de volgende categorieën:
a. de leden van diplomatieke zendingen en van consulaire posten;
b. de leden van het administratieve en technische personeel van diplomatieke zendingen en consulaire posten;
c. de inwonende gezinsleden van de onder a en b bedoelde personen;
d. andere personen die krachtens internationaal recht een bijzondere verblijfsrechtelijke status hebben.
2.
Leden van de Nederlandse krijgsmacht komen eveneens niet in aanmerking voor inschrijving, tenzij zij woonachtig zijn aan de wal.
3.
Ten aanzien van een persoon die gaat behoren tot een van de in het eerste of tweede lid genoemde categorieën, terwijl hij reeds is ingeschreven, wordt de bijhouding van de persoonslijst opgeschort.
1.
Bijlage I bevat de algemene, bijzondere en administratieve gegevens, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b en c, van de wet.
2.
Bijlage II bevat de verwijsgegevens en de administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet.
1.
De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel a, en bij gebreke hiervan aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel b:
a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de burgerlijke stand van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
b. een besluit, een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak of een notariële akte, over het desbetreffende feit, tenzij de daaraan te ontlenen gegevens moeten worden vermeld op een akte in de registers van de burgerlijke stand van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba.
2.
De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich niet in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel a, bij gebreke hiervan aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel d en bij gebreke tenslotte ook hiervan aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel e:
a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de burgerlijke stand van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
b. een in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit, die in kracht van gewijsde is gegaan;
c. een niet in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba opgemaakte akte, overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie, die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak;
d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;
e. een verklaring die betrokkene ten overstaan van een door het bestuurscollege aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.
3.
De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba hebben voorgedaan, en waarvan een in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba geaccrediteerde consulaire ambtenaar van een ander land bevoegd een akte heeft opgemaakt, die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, ontleend aan die akte.
Artikel 5
Aan een geschrift als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, d of e, dan wel artikel 4, derde lid, worden geen gegevens ontleend over het huwelijk dat is gesloten tussen echtgenoten dan wel geregistreerde partners van wie ten minste één niet de Nederlandse nationaliteit heeft, voordat aan het bestuurscollege een verklaring is overlegd als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel h, van het Burgerlijk Wetboek BES.
1.
Indien aannemelijk is dat omtrent een gegeven over de familierechtelijke betrekkingen tot de ouders of de kinderen, over het huwelijk en de eerdere huwelijken, over de echtgenoot en de eerdere echtgenoten, over het geregistreerd partnerschap en de eerdere geregistreerde partnerschappen of over de geregistreerde partner en de eerdere geregistreerde partners een geschrift als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c of d, kan worden verschaft, mogen deze gegevens niet worden ontleend aan een geschrift als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel e.
2.
Aan een geschrift, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, d of e, alsmede artikel 4, derde lid, worden geen gegevens ontleend, voor zover de openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in deze geschriften vermelde feiten.
3.
Aan een geschrift als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel d of e, worden geen gegevens ontleend, indien aannemelijk is dat de gegevens onjuist zijn.
1.
Op de persoonslijst van een persoon behoeven geen gegevens over zijn kind te worden opgenomen indien:
a. het kind ten tijde van de eerste inschrijving van de persoon reeds is overleden en
b. het kind zelf geen ingeschrevene is in de basisadministratie.
2.
Een wijziging van een algemeen gegeven over de naam van een ouder, de eerdere echtgenoot, de eerdere geregistreerde partner of het kind van de ingeschrevene, in verband met een rechterlijke last tot wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte van de betrokkene, wordt niet opgenomen op de persoonslijst van de ingeschrevene.
Artikel 8
De datum van ingang of beëindiging van de rechtsgeldigheid van een gegeven over de burgerlijke staat van de ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partner of het kind, wordt slechts opgenomen op de persoonslijst van de ingeschrevene, indien die datum ligt na de datum waarop de familierechtelijke betrekking met de ingeschrevene is ontstaan.
1.
Gegevens over curatele worden ontleend aan het daartoe door de griffie van de rechtbank te ’s-Gravenhage bijgehouden register.
2.
Gegevens over het gezag dat over de minderjarige wordt uitgeoefend, worden ontleend aan de openbare registers, als bedoeld in artikel 1 : 244 van het Burgerlijk Wetboek BES.
1.
Gegevens over het Nederlanderschap worden opgenomen met toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap , van andere op het Nederlanderschap betrekking hebbende wettelijke bepalingen en van verdragen waaruit het Nederlanderschap voortvloeit.
2.
Indien omtrent de ingeschrevene akten als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b en c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zijn opgenomen in het in dat lid bedoelde register, wordt aan deze akten het gegeven over het Nederlanderschap ontleend. Indien omtrent een ingeschrevene een afschrift wordt overgelegd van de in de eerste volzin bedoelde akten, uit het register, als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de genoemde wet, wordt het gegeven over het Nederlanderschap aan dit afschrift ontleend.
3.
Indien een afschrift wordt overgelegd van een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of van een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van een rechterlijke instantie in Nederland, krachtens artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap, worden de gegevens aan dit afschrift ontleend.
1.
Gegevens over een vreemde nationaliteit worden ontleend aan een beschikking of uitspraak van een daartoe volgens het ter plaatse geldend recht bevoegde administratieve of rechterlijke instantie, die tot doel heeft tot bewijs te dienen van de desbetreffende nationaliteit, danwel opgenomen met toepassing van het desbetreffende nationaliteitsrecht.
2.
Indien gegevens over een vreemde nationaliteit niet overeenkomstig het eerste lid kunnen worden verkregen, kunnen deze gegevens worden ontleend aan een geschrift van een volgens het ter plaatse geldend recht bevoegde autoriteit, dat gegevens vermeldt over de nationaliteit.
3.
Indien de betrokkene geen nationaliteit bezit of de nationaliteit niet kan worden vastgesteld, wordt dit gegeven opgenomen. Indien een rechterlijke uitspraak op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap is gedaan, waarbij is vastgesteld dat de betrokkene niet de Nederlandse nationaliteit bezit, wordt daarvan melding gemaakt.
Artikel 12
Gegevens over de verblijfstitel worden ontleend aan mededelingen daarover van de Minister van Justitie of aan documenten die daartoe door de Minister van Justitie zijn verstrekt.
Artikel 13
Bij de inschrijving op grond van geboorte worden de gegevens omtrent het adres ontleend aan de persoonslijst van de moeder, dan wel, indien deze niet in de basisadministratie als ingezetene is ingeschreven aan de persoonslijst van de vader.
1.
Gegevens betreffende het verblijf, het vorige land van verblijf buiten het Koninkrijk en het adres worden bij de inschrijving ontleend aan de aangifte van verblijf en adres van degene die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derden van de tijd in het openbaar lichaam verblijf zal houden.
2.
Gegevens over het voorafgaand verblijf in een ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of het Europese deel van Nederland, worden ontleend aan het verhuisbericht.
3.
Indien aannemelijk is dat het gegeven betreffende het vorige land van verblijf onjuist is, wordt dit gegeven niet opgenomen.
4.
Als datum van aanvang van verblijf in het openbaar lichaam geldt de dag waarop de aangifte is ontvangen, dan wel de dag waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens over het verblijf en adres aan betrokkene schriftelijk mededeling is gedaan.
1.
Bij adreswijziging worden de gegevens betreffende het nieuwe adres ontleend aan de aangifte van een ingezetene die zijn adres heeft gewijzigd, tenzij aannemelijk is dat hij het vermelde adres niet heeft.
2.
Als datum van adreswijziging geldt de dag waarop de aangifte is ontvangen, dan wel de dag waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens betreffende het adres aan betrokkene schriftelijk mededeling is gedaan.
1.
Bij vertrek worden aan de aangifte van vertrek gegevens ontleend betreffende het openbaar lichaam, het land binnen het Koninkrijk, de gemeente dan wel het land buiten het Koninkrijk waar de ingezetene meldt te gaan verblijven.
2.
Als datum van vertrek geldt de dag waarop de aangifte is ontvangen, dan wel de dag waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens betreffende het vertrek aan de ingeschrevene schriftelijk mededeling is gedaan.
3.
Indien de ingezetene in de aangifte van vertrek meldt te gaan verblijven in een ander openbaar lichaam, een ander land binnen het Koninkrijk of een gemeente, wordt aan hem kosteloos een verhuisbericht verstrekt. In het geval van vertrek naar een gemeente worden tevens de in artikel 27a, eerste lid, van de wet bedoelde gegevens aan het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente verstrekt.
1.
De administratienummers, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden automatisch toegekend uit een serie, binnen het Koninkrijk unieke nummers. Het administratienummer bevat geen informatie omtrent de persoon op wie het betrekking heeft.
2.
De administratienummers van de ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoten, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partners en de kinderen worden ontleend aan de desbetreffende persoonslijsten.
3.
Indien aan een persoon eerder een administratienummer als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet is toegekend, wordt bij de inschrijving het administratienummer ontleend aan de mededeling van de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in de andere basisadministratie waar de betrokkene laatstelijk met dat administratienummer was ingeschreven.
1.
Het identiteitsnummer wordt opgenomen overeenkomstig de Wet identiteitskaarten BES .
2.
De identiteitsnummers van ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoten, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partners en de kinderen worden ontleend aan de desbetreffende persoonslijsten in de basisadministratie.
1.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder «echtgenoot» mede verstaan de geregistreerde partner en onder «gehuwd» onderscheidenlijk «hertrouwd» net zijn aangegaan van geregistreerd partnerschap.
2.
De gegevens omtrent het gebruik van de geslachtsnaam van de echtgenoot of de eerdere echtgenoot door de vrouw die gehuwd is, of die gehuwd is geweest en niet is hertrouwd, worden opgenomen op schriftelijk verzoek van de bevoegde ingeschrevene, tenzij een rechterlijke uitspraak haar het gebruik van de geslachtsnaam van de eerdere echtgenoot heeft ontzegd.
Artikel 20
Met betrekking tot de ingeschrevene die geen ingezetene is, worden geen nieuwe algemene gegevens opgenomen, tenzij deze feiten betreffen die zich hebben voorgedaan in de tijd dat hij nog ingezetene was.
Artikel 21
Omtrent de beslissing dat een opgenomen gegeven onjuist is of, indien het een gegeven over de burgerlijke staat betreft, in strijd is met de openbare orde, omtrent een onderzoek naar die onjuistheid of strijdigheid, alsmede omtrent het van toepassing zijn van artikel 20, wordt een aantekening geplaatst bij de desbetreffende gegevens.
Artikel 22
De ambtenaar van de burgerlijke stand die in een van de onder hem berustende registers melding heeft gemaakt van een feit dat van belang is voor de bijhouding van de basisadministratie of van een andere basisadministratie, brengt de gegevens ter zake terstond ter kennis aan de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in de betrokken basisadministratie.
1.
Bij een aangifte als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, doet de betrokkene in de aangifte mededeling van zijn toekomstig verblijf in het openbaar lichaam, van het vorige verblijf in een ander openbaar lichaam, in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in een gemeente dan wel van het vorige land van verblijf buiten het Koninkrijk en van zijn adres.
2.
Bij een aangifte als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, verstrekt de betrokkene de inlichtingen en overlegt hij de geschriften ter zake van feiten betreffende zijn burgerlijke staat, zijn nationaliteit en zijn eerdere verblijf in het openbaar lichaam, die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de op hem betrekking hebbende gegevens in de basisadministratie. Indien hij zich in het openbaar lichaam vestigt, komende vanuit een ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten dan wel een gemeente, is hij verplicht een hem betreffend verhuisbericht over te leggen, verstrekt door de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in de andere basisadministratie waar hij laatstelijk als ingezetene was ingeschreven.
3.
De persoon die ophoudt te behoren tot een categorie, als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, en die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in het openbaar lichaam verblijf zal houden, doet aangifte van verblijf en adres overeenkomstig artikel 13, eerste lid, van de wet.
4.
Bij een aangifte als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de wet, doet de betrokkene in de aangifte mededeling van het nieuwe en het oude adres.
5.
Bij een aangifte als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet, doet de betrokkene in de aangifte mededeling van dat vertrek en van het openbaar lichaam, het land binnen het Koninkrijk of de gemeente dan wel het land buiten het Koninkrijk waar hij zal verblijven en van het nieuwe adres.
1.
Een aangifte van verblijf en adres blijft achterwege indien:
a. het verblijf aanvangt door geboorte en inschrijving plaats vindt op grond van een geboorteakte;
b. de betrokkene behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid.
2.
Niet verplicht tot het doen van aangifte van vertrek, als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet, is de ingezetene die vanaf het tijdstip van vertrek naar redelijke verwachting niet langer dan twee jaar buiten het openbaar lichaam zal verblijven en die gedurende zijn verblijf buiten het openbaar lichaam vaart aan boord van een schip dat het openbaar lichaam als thuishaven heeft.
Artikel 25
Degene die een aangifte heeft gedaan als bedoeld in artikel 13, eerste tot en met derde lid, van de wet, verschaft op verzoek van het bestuurscollege desverlangd in persoon, ter zake van zijn aangifte de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor het bijhouden van de basisadministratie.
Artikel 26
De ingezetene verschaft op verzoek van het bestuurscollege omtrent feiten betreffende zijn burgerlijke staat en nationaliteit, desverlangd in persoon, de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisadministratie.
Artikel 27
Degene ten aanzien van wie het bestuurscollege het redelijk vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van een aangifte als bedoeld in artikel 13, eerste tot en met derde lid, van de wet, verschaft op verzoek van het bestuurscollege, desverlangd in persoon, de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisadministratie.
1.
Het bestuurscollege verwijdert op schriftelijk verzoek van betrokkene binnen 4 weken kosteloos van de persoonslijst van een adoptiefkind, de voor de adoptie geldende algemene gegevens voor zover het betreft:
a. gegevens over de naam;
b. gegevens over één of beide ouders;
c. gegevens over de bij de adoptie verloren nationaliteit;
2.
Het bestuurscollege verwijdert op schriftelijk verzoek van de ouder met wie door een uitspraak van adoptie de familierechtelijke betrekkingen tot een kind zijn verbroken, binnen vier weken kosteloos van de persoonslijst van die ouder de gegevens over dat kind.
3.
Het bestuurscollege verwijdert op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene de algemene gegevens die zijn gewijzigd in verband met een rechterlijke last tot wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte, voor zover deze gegevens golden vóór de wijziging en het betreft:
a. gegevens over de naam;
b. gegevens over het geslacht;
c. gegevens over het gebruik van de de geslachtsnaam van de echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde partner.
4.
Het bestuurscollege doet van de verwijdering terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker.
Artikel 29
[Vervallen]
1.
Een verzoek als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet, bevat:
a. de naam en adresgegevens van de afnemer, het overheidsorgaan, of de derde en de contactpersoon;
b. een omschrijving van de taak waarvoor gegevens benodigd zijn;
c. indien aanwezig, de onderliggende basis in een algemeen verbindend voorschrift;
d. een opgave van de benodigde gegevens;
e. de wijze van verstrekking waarvoor de afnemer, het overheidsorgaan, of de derde in aanmerking wenst te komen.
2.
Bij de indiening van een verzoek aan Onze Minister om een besluit te nemen tot verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet, maakt de verzoeker gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
1.
De systematische wijzen van verstrekking van gegevens, die kunnen plaatsvinden op grond van een besluit van Onze Minister als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de wet, worden vastgelegd in een ministeriële regeling.
2.
De verantwoordelijke voor de verstrekking van gegevens houdt gedurende het jaar volgend op de verstrekking aantekening van de verstrekking, tenzij de verstrekking van gegevens in de genoemde periode anderszins is te herleiden uit de basisregistratie of de verstrekkingenvoorziening dan wel van de verstrekking ingevolge artikel 31a, derde lid, geen mededeling wordt gedaan.
1.
Het bestuurscollege deelt aan de betrokkene op diens verzoek schriftelijk binnen vier weken mede of hem betreffende gegevens in het jaar voorafgaande aan het verzoek uit de basisadministratie zijn verstrekt.
2.
Indien zodanige verstrekking is geschied, doet het bestuurscollege daarvan desverlangd binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk mededeling aan verzoeker. Het bestuurscollege kan volstaan met een in algemene termen gestelde mededeling omtrent de verstrekking, tenzij het belang van de verzoeker daardoor onevenredig wordt geschaad.
3.
Het bestuurscollege voldoet niet aan het in het eerste en tweede lid bedoelde verzoek, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten. Bij ministeriële regeling kan een nadere regeling worden getroffen welke afnemers, overheidsorganen en derden het betreft en in verband met welke aan deze afnemers, overheidsorganen of derden opgedragen wettelijke taken het niet voldoen aan het verzoek noodzakelijk is.
4.
Artikel 32 van de wet is van toepassing.
1.
Het bestuurscollege doet op schriftelijk verzoek van betrokkene, indien op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 18 van de wet, de beslissing van het bestuurscollege, als bedoeld in artikel 19 van de wet, dan wel een gerechtelijke uitspraak, ten aanzien van hem gegevens zijn verbeterd, aangevuld of verwijderd, van de verbetering, de aanvulling of de verwijdering mededeling aan de afnemers, overheidsorganen en derden aan wie in het jaar voorafgaand aan dat verzoek en in de sedert dat verzoek verstreken tijd, de desbetreffende gegevens zijn verstrekt, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.
2.
Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, kan de betrokkene aan het bestuurscollege richten tot uiterlijk acht weken nadat hij van de verbetering, de aanvulling of de verwijdering, kennis heeft kunnen nemen.
3.
Het bestuurscollege doet aan de verzoeker desgevraagd opgave van degenen aan wie de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan. Artikel 31a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4.
Artikel 32 van de wet is van toepassing.
Artikel 33
[Vervallen]
Artikel 34
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES.