Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit andere taken College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 17 oktober 2007. U leest nu de tekst die gold op 16 oktober 2007.

Besluit andere taken College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen

Besluit van 12 november 1999, houdende aanwijzing van andere taken van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (Besluit andere taken College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 29 april 1999, TRCJZ/1999/4638, Directie Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, drs. J.F. Hoogervorst;
Gelet op artikel 1b, eerste lid, onderdeel b, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962;
De Raad van State gehoord (advies van 26 juli 1999, nr. W11.99.0217/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van 2 november 1999, TRCJZ/1999/10029, Directie Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, drs. J.F. Hoogervorst;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. gewasbeschermingsrichtlijn: richtlijn nr. 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230);
b. biocidenrichtlijn: richtlijn nr. 98/8/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PbEG L 123).
Artikel 2
Het college is belast met:
a. de beoordelingswerkzaamheden die voortvloeien uit de aanwijzing als autoriteit in het kader van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de gewasbeschermingsrichtlijn inzake het onderzoek van werkzame stoffen die bestanddeel waren van gewasbeschermingsmiddelen die op 25 juli 1993 reeds op de markt waren;
b. de met onderdeel a overeenkomende werkzaamheden, met dien verstande dat deze betrekking hebben op de beoordeling van werkzame stoffen als bedoeld in de artikelen 5 en 6 van de gewasbeschermingsrichtlijn;
c. het doen van mededelingen als bedoeld in artikel 12 van de gewasbeschermingsrichtlijn;
d. de beoordelingswerkzaamheden die voortvloeien uit de aanwijzing als autoriteit in het kader van een werkprogramma als bedoeld in artikel 16 van de biocidenrichtlijn voor een systematisch onderzoek van alle werkzame stoffen die op 14 mei 2000 reeds op de markt zijn als een werkzame stof van een biocide, bestemd voor andere doeleinden dan de in artikel 2, tweede lid, onderdelen c en d van de biocidenrichtlijn gedefinieerde;
e. de met onderdeel d overeenkomende werkzaamheden, met dien verstande dat deze betrekking hebben op de beoordeling van werkzame stoffen als bedoeld in artikel 11 van de biocidenrichtlijn;
f. het doen van mededelingen als bedoeld in artikel 18 van de biocidenrichtlijn;
g. de met de onderdelen a tot en met f samenhangende werkzaamheden;
h. het doen van voorstellen aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het vaststellen van maximaal toelaatbare residulimieten (MRL's) voor zover deze niet communautair zijn vastgesteld.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, van de Wet van 12 november 1998 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 in verband met de instelling van een College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (Stb. 689) in werking treedt.
Artikel 4
Dit besluit wordt aangehaald: Besluit andere taken College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 12 november 1999
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Uitgegeven tweede december 1999
De Minister van Justitie,