Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit afrekening autokostenvergoedingen voor niet woon-werkverkeer
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2005. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit afrekening autokostenvergoedingen voor niet woon-werkverkeer

Besluit van 9 oktober 1990, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 16e, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 juni 1990, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, Hoofddirectie Sociale Verzekeringen, Hoofdafdeling Werkloosheidsregelingen, nr. SZ/HSV/WR/SVW/90/3365;
Gelet op artikel 16 e , eerste lid, van de Coördinatie Sociale Verzekering ( Stb. 1987, 552);
De Raad van State gehoord (advies van 27 augustus 1990, Nr. W12.90.0290);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 oktober 1990, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, nr. SZ/HSV/WR/SVW/90/4370;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
Vergoedingen aan werknemers voor kosten verband houdende met het vervoer per auto niet behorend tot het woon-werkverkeer, anders dan per taxi, door een werkgever die gebruik maakt van de regeling neergelegd in artikel 10f, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 ( Stb. 1965, 202), worden als loon in aanmerking genomen voor zover zij in totaal meer hebben bedragen dan het aantal in het premiebetalingstijdvak voor vergoeding in aanmerking genomen kilometers vermenigvuldigd met het bedrag per kilometer zoals dat voor die vergoedingen op grond van artikel 6, achtste en negende lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering ( Stb. 1987, 552) is vastgesteld.
2.
Het op de voet van het eerste lid als loon in aanmerking te nemen bedrag wordt geacht niet te behoren tot het loon van het premiebetalingstijdvak waarin die vergoedingen zijn ontvangen, doch wordt geacht te behoren tot het loon van de eerste kalendermaand van het volgende premiebetalingstijdvak en in die maand te zijn betaald.
3.
Ingeval de dienstbetrekking in de loop van het premiebetalingstijdvak is geëindigd wordt het op de voet van het eerste lid als loon in aanmerking te nemen bedrag geacht te behoren tot het loon van de kalendermaand volgende op die waarop de dienstbetrekking is geëindigd en in die maand te zijn betaald.
4.
Ten aanzien van werknemers aan wie door een werkgever die gebruik maakt van de regeling neergelegd in artikel 10f, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, kosten verband houdende met het vervoer per auto niet behorend tot het woon-werkverkeer, anders dan per taxi, worden vergoed, wordt het ter zake van die vergoedingen over de laatste maand van het premiebetalingstijdvak als loon in aanmerking te nemen bedrag beschouwd als loon behorend tot de eerste kalendermaand van het volgende premiebetalingstijdvak. Dit bedrag wordt geacht in die maand te zijn betaald.
5.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder woon–werkverkeer verstaan woon–werkverkeer als bedoeld in artikel 1 van de Regeling vergoeding kosten woon–werkverkeer 2001.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
's-Gravenhage, 9 oktober 1990
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven de eerste november 1990
De Minister van Justitie,