Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit aanwijzing toezichtambtenaren VROM-regelgeving
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 25 februari 2005. U leest nu de tekst die gold op 24 februari 2005.

Besluit aanwijzing toezichtambtenaren VROM-regelgeving

Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren VROM-regelgeving
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, in overeenstemming met de Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken, van Financiën, van Defensie, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
Gelet op de artikelen 119 en 119a van de Woningwet, 25 van de Wet stedelijke vernieuwing, 55a van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, 18.4, eerste en vierde lid, van de Wet milieubeheer, 15 van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden en 61 van de Waterleidingwet, alsmede op de artikelen 148, eerste lid, van de Wet geluidhinder, 64, eerste lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen, 90, eerste lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging, 32a van de Interimwet bodemsanering, 75 van de Wet bodembescherming en 30, eerste lid, van de verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschappen (PbEG L 30), alle juncto artikel 18.4, eerste en vierde lid, van de Wet milieubeheer;
Besluit:
Artikel 1
De inspecteur-generaal en de regionale inspecteurs van het Inspectoraat-Generaal VROM in de regio en de onder hun bevelen werkzame ambtenaren, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen, zijn belast met het toezicht op de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens:-
de Woningwet ;-
de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing .
Artikel 2
De inspecteur-generaal en de regionale inspecteurs van het Inspectoraat-Generaal VROM in de regio en de onder hun bevelen werkzame ambtenaren, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen, zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:-
de Woningwet ;-
de Wet stedelijke vernieuwing ;-
de Wet milieubeheer ;-
de Wet inzake de luchtverontreiniging ;-
de Wet geluidhinder ;-
de Wet bodembescherming ;-
de Wet milieugevaarlijke stoffen ;-
de Interimwet bodemsanering;-
de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden ;-
de Waterleidingwet ;-
de Wet explosieven voor civiel gebruik -
de verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschappen (PbEG L 30).
Artikel 3
De ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:-
titel 10.5A van de Wet milieubeheer ;-
de verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschappen (PbEG L 30).
Artikel 4
De ambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen met de functies inspecteur-generaal der Mijnen, plaatsvervangend inspecteur-generaal der Mijnen, hoofd Nieuwbouw en Projecten, hoofdinspecteur en inspecteur zijn, voor zover het betreft mijnbouwactiviteiten, mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:-
de Wet milieubeheer ;-
de Wet geluidhinder ;-
de Wet milieugevaarlijke stoffen ;-
de Wet inzake de luchtverontreiniging ;-
de Wet bodembescherming .
1.
De ambtenaren, bij beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 23 december 1993, nr. RJW 162891 (Stcrt. 1994, 12), aangewezen als ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: -
de Wet milieubeheer ten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen;-
de verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschappen (PbEG L 30);-
de Wet bodembescherming , voor zover het betreft het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk IV, paragrafen 5.1, 5.3 en 5.4, met betrekking tot rijkswateren.
2.
De ambtenaren van de scheepvaartinspectie, bedoeld in artikel 10 van de Schepenwet, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 4, paragraaf 1, van de Wet milieugevaarlijke stoffen, voor zover het betreft het Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten 1995 aan boord van zeeschepen die gerechtigd zijn de Nederlandse vlag te voeren, met uitzondering van de schepen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de Schepenwet.
3.
De ambtenaren van de Rijksverkeersinspectie, die bij het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar RVI 1995 zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: -
de Wet milieubeheer ten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen;-
de Wet milieubeheer ten aanzien van inrichtingen die behoren tot categorieën die zijn genoemd in bijlage I, onder 2.1, onder a, 3, 4.1 onder a, 5 en 14.1, onder a, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake vervoer van stoffen en preparaten bevoegd zijn;-
de verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschappen (PbEG L 30);-
hoofdstuk 4, paragraaf 1, van de Wet milieugevaarlijke stoffen, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake het vervoer van stoffen en preparaten bevoegd zijn;-
hoofdstuk 4, paragraaf 2, van de Wet milieugevaarlijke stoffen;-
de Interimwet bodemsanering, voor zover het betreft het toezicht bij het vervoer van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen;-
de Wet bodembescherming , voor zover het betreft het toezicht bij het vervoer van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen.
Artikel 6
De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane zijn, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake de douane bevoegd zijn, mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:-
de Wet milieubeheer ten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen;-
artikel 3 van het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur;-
de verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschappen (PbEG L 30);-
hoofdstuk II van de Wet geluidhinder;-
hoofdstuk 4, paragraaf 1, van de Wet milieugevaarlijke stoffen.
Artikel 7
De ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde:-
krachtens artikel 1.2 van de Wet milieubeheer ten aanzien van provinciale gebruiksregels voor meststoffen;-
bij of krachtens hoofdstuk 2 van de Wet milieugevaarlijke stoffen bepaalde, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake bestrijdingsmiddelen, diergeneesmiddelen en de landbouwkwaliteit bevoegd zijn;-
bij of krachtens de Wet bodembescherming .
Artikel 8
De commandant en de controleurs van het Korps militaire controleurs gevaarlijke stoffen zijn mede belaste met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 4, paragrafen 1 en 2, van de Wet milieugevaarlijke stoffen , voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake het vervoer van stoffen en preparaten bevoegd zijn.
Artikel 9
De ambtenaren van de Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:-
hoofdstuk II van de Wet geluidhinder, voor zover het toezicht betrekking heeft op het voorkomen of beperken van schadelijk of hinderlijk geluid op de arbeidsplaats;-
de hoofdstukken 2, 3 en 4, paragraaf 2, van de Wet milieugevaarlijke stoffen;-
hoofdstuk 4, paragraaf 1, van de Wet milieugevaarlijke stoffen, voor zover de op grond van de Wet milieugevaarlijke stoffen uit te vaardigen maatregelen samenhang hebben met de doelstelling van de wetgeving inzake arbeidsomstandigheden.
Artikel 10
De hoofdinspecteurs van de Keuringsdienst van Waren, alsmede de onder hun bevelen werkzame ambtenaren, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:-
de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet milieugevaarlijke stoffen bepaalde, voor zover het betreft het bij of krachtens artikel 5 van de Wet milieugevaarlijke stoffen bepaalde inzake goede laboratoriumpraktijk;-
hoofdstuk 4, paragrafen 1 en 2, van de Wet milieugevaarlijke stoffen .
Artikel 11
In afwijking van de artikelen 2 tot en met 7, 9 en 10 en artikel 18.4, derde lid, van de Wet milieubeheer, zijn ten aanzien van inrichtingen die behoren tot categorieën die zijn genoemd in bijlage II , onder 1 tot en met 8, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer , en inrichtingen die zijn aangewezen krachtens artikel 8.2, vierde lid, van de Wet milieubeheer, uitsluitend de aan de inspecteur-generaal VROM toegevoegde, door hem daartoe aangewezen ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:-
de Wet milieubeheer ;-
de Wet geluidhinder ;-
de Wet milieugevaarlijke stoffen ;-
de Wet inzake de luchtverontreiniging ;-
de Interimwet bodemsanering;-
de Wet bodembescherming .
1.
Het Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren milieuwetgeving wordt ingetrokken.
2.
Artikel 3 van de Regeling aanwijzing keuringsinstelling en toezichthoudende ambtenaren Wet explosieven voor civiel gebruik vervalt.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing toezichtambtenaren VROM-regelgeving.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage, 17 december 2001
De
Minister