Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Besluit aanvragen vergunningen en ontheffingen Mijnwet continentaal plat
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 5a
Artikel 6
Artikel 6a
Artikel 7
Artikel 8
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2003. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit aanvragen vergunningen en ontheffingen Mijnwet continentaal plat

Besluit van 7 februari 1967, houdende regelen met betrekking tot aanvragen om vergunning of ontheffing ingevolge de Mijnwet continentaal plat
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 3 oktober 1966, no. 666/713 W.J.A./E.M.C.;
Gelet op artikel 14 van de Mijnwet continentaal plat ( Stb. 1965, 428);
De Raad van State gehoord (advies van 26 oktober 1966, no. 47);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 6 februari 1967, no. 367/5582 W.J.A./E.M.C.;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat ( Stb. 1965, 428);
ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid, van de Mijnwet continentaal plat.
1.
De aanvrage om een vergunning of een ontheffing moet in tweevoud worden ingediend bij Onze Minister van Economische Zaken.
2.
Van de aanvrage om een ontheffing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Mijnwet continentaal plat moet tegelijkertijd een afschrift met een kaart als bedoeld in artikel 4, tweede lid, worden gezonden aan Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen.
1.
In de aanvrage om een vergunning of een ontheffing moet worden vermeld, voor welk tijdvak de vergunning of ontheffing wordt gevraagd.
2.
In de aanvrage om een opsporings- of winningsvergunning moet worden vermeld, voor welke delfstoffen de vergunning wordt gevraagd.
3.
In de aanvrage om een verkenningsvergunning of een ontheffing moeten de aard en het doel van het in te stellen onderzoek, de daarbij te volgen werkwijze en de te gebruiken hulpmiddelen worden aangegeven.
1.
In de aanvrage om een vergunning of een ontheffing moet, tenzij het betreft een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen, worden opgegeven de ligging van het gebied, waarvoor de vergunning of ontheffing wordt gevraagd, onder vermelding van de ligging van de hoekpunten daarvan, uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening, alsmede de oppervlakte van dat gebied, uitgedrukt in km2.
2.
Bij een aanvrage als bedoeld in het eerste lid moet in zesvoud een kaart worden overgelegd overeenkomend met en op dezelfde schaal als de kaart, welke door Onze Minister van Economische Zaken wordt vastgesteld, waarop de naam van de aanvrager is vermeld en waarop het gebied is aangegeven, waarvoor de vergunning of ontheffing wordt gevraagd.
3.
Bij de hoekpunten van het gebied, waarvoor de vergunning of ontheffing wordt gevraagd, moeten op de kaart letters worden geplaatst. De ligging van de hoekpunten moet op de kaart worden aangegeven in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
1.
Een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen kan slechts worden aangevraagd voor een gebied, bestaande uit een of meer blokken als aangegeven op de in artikel 4, tweede lid, bedoelde kaart.
2.
Indien voor een deel van een blok een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen geldt kan een aanvrage om een opsporingsvergunning als in het eerste lid bedoeld betrekking of mede betrekking hebben op dat deel van een zodanig blok, waarvoor geen zodanige opsporings- of winningsvergunning geldt.
3.
In een aanvrage om een vergunning als bedoeld in het eerste lid moet worden opgegeven, voor welk gebied de vergunning wordt gevraagd, onder vermelding van de desbetreffende op de in artikel 4, tweede lid, bedoelde kaart aangegeven bloknummers; indien de aanvrage betrekking of mede betrekking heeft op een deel van een blok als in het tweede lid bedoeld moet bovendien de ligging van de hoekpunten van zodanig deel, uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening, worden opgegeven.
4.
Indien een aanvrage meer dan één geheel of gedeeltelijk blok betreft, moet de aanvrager in een bij de aanvrage gevoegde, ondertekende verklaring, onder vermelding van de desbetreffende bloknummers, aangeven welke volgorde van voorkeur hij toekent aan de blokken of gedeelten van blokken, waarvoor vergunning wordt gevraagd.
1.
Bij de aanvrage om een opsporingsvergunning moet een programma worden overgelegd, waaruit blijkt welke werkzaamheden in elk der blokken of gedeelten van blokken, waarvoor vergunning wordt gevraagd, de aanvrager bij inwilliging van de aanvrage voornemens is, met gebruikmaking daarvan, uit te voeren.
2.
Het in het eerste lid bedoelde programma moet worden vermeld in een bij de aanvrage in tweevoud te voegen bijlage.
1.
Bij de aanvrage om een opsporings- of winningsvergunning moeten worden overgelegd de gegevens, bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlage I .
2.
Bij de aanvrage om een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen moeten tevens worden overgelegd de gegevens, bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlage II .
3.
Indien de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens door de aanvrager zijn overgelegd bij een eerder ingediende aanvrage, kan naar die eerder overgelegde gegevens worden verwezen, voor zover zij geen wijziging hebben ondergaan.
4.
Indien de aanvrage wordt ingediend door meerdere aanvragers gezamenlijk, moeten de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens worden overgelegd ten aanzien van elke aanvrager afzonderlijk of, voor zover de aard van de gegevens zulks meebrengt, ten aanzien van hen gezamenlijk. Tevens moet nauwkeurig worden aangegeven, onder welke voorwaarden de samenwerking bij het beoogde opsporingsonderzoek of de eventuele winning zal plaatsvinden.
5.
De in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens moeten worden vermeld in bij de aanvrage in tweevoud te voegen bijlagen.
Artikel 6a
Bij de aanvrage om een winningsvergunning moet met betrekking tot het gebied, waarvoor de vergunning wordt gevraagd, in drievoud worden overgelegd:
a. een opgave van de ramingen van zowel de aanwezige als de winbaar geachte hoeveelheid van de delfstof, waarvoor vergunning wordt gevraagd;
b. structuurkaarten van de bovenzijde van elk der reservoirlagen, waarin de aanwezigheid van aardolie of aardgas is aangetoond of wordt vermoed, dan wel kaarten ten genoegen van Onze Minister van Economische Zaken, indien vergunning voor een andere delfstof dan koolwaterstoffen wordt gevraagd;
c. een opgave van de overige gegevens waarop de onder a bedoelde ramingen zijn gebaseerd;
d. een plan van winning, daaronder begrepen de in het kader van die winning noodzakelijke behandeling van de gewonnen delfstof en het vervoer daarvan tot het punt waar die delfstof aan een ander wordt overgedragen; het plan dient mede te omvatten een op de vermoedelijke periode van winning betrekking hebbende opgave van de ramingen van:
1°. de jaarlijkse produktie;
2°. de investeringen per jaar;
3°. de lopende kosten per jaar.
Artikel 7
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit aanvragen vergunningen en ontheffingen Mijnwet continentaal plat.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, waarop de Mijnwet continentaal plat in werking treedt.
Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad en in de Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk, 7 februari 1967
De Minister van Economische Zaken,
Uitgegeven de veertiende februari 1967.
De Minister van Justitie,