Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beschikking instantloterij
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Beschikking instantloterij

Beschikking houdende voorschriften inzake het organiseren van de instantloterij
De Staatssecretaris van Justitie en de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
Voorzover nodig in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën,
Gelet op de artikelen 14b en 14c van de Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483);
Besluiten:
Artikel 1
In deze beschikking wordt verstaan onder:de wet:
de Wet op de kansspelen;de ministers:
de Minister van Justitie en de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;de stichting:
de Stichting Nationale Instantloterij, gevestigd te 's-Gravenhage;verkooppunt:
een inrichting als bedoeld in artikel 14c, tweede lid, onderdeel b, van de wet;uitgifte van deelnamebewijzen:
het door de stichting leveren van deelnamebewijzen aan de verkooppunten;het college:
het college van toezicht op de kansspelen als bedoeld in artikel 33 van de wet.
1.
Aan de Stichting Nationale Instantloterij wordt voor de duur van twee jaren en vier maanden, te rekenen van 1 januari 1994 tot en met 30 april 1996, vergunning verleend tot het organiseren van de instantloterij.
2.
Aan de in het eerste lid bedoelde vergunning worden de in artikel 3 tot en met artikel 22 vervatte voorschriften verbonden, die zonodig kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
1.
De instantloterij wordt georganiseerd met inachtneming van de statuten en reglementen van de stichting.
2.
De statuten en reglementen van de stichting, alsmede wijziging daarvan, behoeven de voorafgaande goedkeuring van de ministers, gehoord het college.
3.
De reglementen behelzen in ieder geval bepalingen inzake de deelnamevoorwaarden, de prijzenschema's, de prijzenreserve de voorschriften en vergoedingen voor de verkooppunten alsmede de bestemming van de netto-opbrengst van de krachtens deze vergunning georganiseerde kansspelen.
4.
De statuten bevatten in ieder geval de bepaling dat één door het bestuur van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij aan te wijzen persoon deel zal uitmaken van het bestuur van de stichting. Bepalingen in de statuten die betrekking hebben op de vertegenwoordiging van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij in het bestuur van de stichting, alsmede wijziging daarvan, behoeven tevens de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Financiën, Wijziging van het bepaalde in dit lid geschiedt in overeenstemming met de Minister van Financiën.
Artikel 4
De stichting belast de Stichting de Nationale Sporttotalisator met de uitvoeringsorganisatie van de instantloterij.
1.
De stichting zorgt voor een doelmatige administratie, organisatie en uitvoering van de krachtens deze vergunning georganiseerde kansspelen.
2.
De stichting neemt de nodige maatregelen met het oog op de naleving van de aan deze vergunning verbonden voorschriften en de op grond daarvan opgestelde reglementen door de organisaties en personen die op enigerlei wijze bij de administratie, organisatie en uitvoering van de instantloterij zijn betrokken.
1.
De stichting ziet er op toe dat de verkooppunten niet in strijd handelen met het bepaalde in artikel 1, aanhef en onder b, en artikel 14d, eerste lid, van de wet.
2.
In de door de stichting met de verkooppunten te sluiten overeenkomsten wordt de bepaling opgenomen dat, indien de stichting constateert dat het verkooppunt in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 1, aanhef en onder b, of artikel 14d, eerste lid, van de wet, de stichting met onmiddellijke ingang de overeenkomst beëindigt.
3.
Van het ingevolge het eerste lid gehouden toezicht en van de ingevolge het tweede lid genomen maatregelen wordt mededeling gedaan in het in artikel 20, eerste lid, bedoelde jaarverslag.
1.
Het aantal per kalenderjaar te houden instantloterijen wordt bepaald door de stichting, met dien verstande dat per kalenderjaar in totaal ten hoogste 84 miljoen deelnamebewijzen mogen den uitgegeven.
2.
Elke te houden instantloterij is onderverdeeld in een door de stichting te bepalen aantal opeenvolgende series. Per te houden instantloterij zijn alle series van gelijke omvang en samengesteld volgens eenzelfde prijzenschema.
3.
Per serie wordt van de bruto-opbrengst 47.5% bestemd voor uitkering aan prijzen.
1.
Behoudens het bepaalde in het tweede lid, mag met de uitgifte van de deelnamebewijzen van een serie eerst een aanvang worden gemaakt nadat alle deelnamebewijzen van een voorafgaande serie van de betreffende instantloterij zijn uitgegeven.
2.
Binnen één maand nadat de stichting een aanvang heeft gemaakt met de uitgifte van de deelnamebewijzen van de eerste serie van een instantloterij, dienen alle deelnamebewijzen van de laatste aangevangen serie van de voorafgaande instantloterij te zijn uitgegeven.
3.
Binnen de in het tweede lid genoemde termijn dienen de niet uitgegeven series van de voorafgaande instantloterij te worden vernietigd.
Artikel 9
Voor de toepassing van artikel 38 van de wet ontstaan aanspraken voortvloeiende uit de deelneming aan een instantloterij op de dag waarop een aanvang wordt gemaakt met de uitgifte van de deelnamebewijzen van de betreffende serie.
1.
Het maximumbedrag dat aan een deelnemer mag worden uitbetaald, bedraagt, na aftrek van de eventueel voor rekening van de stichting te nemen kansspelbelasting, ten hoogste f 250,000 per deelnamebewijs.
2.
De inleg bedraagt ten hoogste f 2,50 per deelnamebewijs.
1.
Het aantal verkooppunten van de instantloterij bedraagt ten hoogste 5,000, waarvan 1,500 eenmalig worden aangewezen op bindende voordracht van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij.
Wijziging van het bepaalde in dit lid geschiedt in overeenstemming met de Minister van Financiën.
2.
Uitgesloten als verkooppunt zijn:
a. inrichtingen waarvan de ondernemer inschrijfplichtig is bij het Bedrijfschap Horeca;
b. inrichtingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Drank- en Horecawet (Stb. 1964, 386);
c. inrichtingen waar aktiviteiten worden ontplooid welke in belangrijke mate gericht zijn op personen beneden de leeftijd van 18 jaren.
3.
Van de bruto-opbrengst van de instantloterij is ten hoogste 10% bestemd als vergoeding voor de verkooppunten.
1.
De stichting draagt er zorg voor dat aan wervings- en reclameactiviteiten op zorgvuldige en evenwichtige wijze vorm wordt gegeven, waarbij in het bijzonder wordt gewaakt tegen het aanzetten tot onmatige deelneming aan de instantloterij.
2.
De stichting ziet er op toe dat de verkooppunten onmatige deelneming aan de instantloterij tegengaan. In de door de stichting op te stellen voorschriften voor de verkooppunten worden daartoe nadere regels gegeven.
3.
Instantloten dienen aan de voorzijde te zijn voorzien van de duidelijk leesbare tekst: ‘Voorkom gokverslaving – Speel met mate’.
4.
De stichting neemt bij haar wervings- en reclame-activiteiten de haar door de ministers gegeven aanwijzingen, gehoord het college, in acht.
1.
De stichting draagt er zorg voor dat de instantloten van zodanige kwaliteit zijn dat redelijkerwijze fraude en misbruik wordt uitgesloten.
2.
Tekens, voorstellingen of opschriften op de instantloten, die de winstmogelijkheden aangeven, mogen niet misleidend zijn of anderszins aanleiding kunnen geven tot misvatting.
1.
De mechanische, elektrische en elektronische processen die gebezigd worden bij de deelneming, prijsbepaling en vaststelling van de winnaars van de krachtens deze vergunning georganiseerde kansspelen, zijn onderworpen aan een voorafgaande goedkeuring en periodieke controle door een door de ministers aangewezen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling.
2.
Het onderzoek van de overeenkomstig het eerste lid aangewezen onafhankelijk deskundige of keuringsinstelling geschiedt met het oog op het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van fraude en misbruik en dient mede betrekking te hebben op de naleving door de stichting van het bepaalde in deze beschikking.
3.
De door de stichting opgestelde produkt-specificaties van een te houden instantloterij behoeven alvorens opdracht wordt gegeven tot produktie van de deelnamebewijzen van de betreffende instantloterij de goedkeuring van de overeenkomstig het eerste lid aangewezen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling.
4.
De overeenkomstig het eerste lid aangewezen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling controleert periodiek de conformiteit van de betreffende instantloterij met de in het derde lid bedoelde specificaties.
5.
Van de bevindingen van de overeenkomstig het eerste lid aangewezen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling wordt uiterlijk binnen twee maanden na afloop van een kalenderjaar verslag gedaan aan de ministers en het college.
Artikel 15
Prijzen tot ten hoogste f 100, kunnen betaalbaar worden gesteld bij de verkooppunten. De overige prijzen worden betaalbaar gesteld ten kantore van de stichting.
1.
Binnen één maand na afloop van elk kwartaal wordt 5% van de in dat kwartaal gerealiseerde bruto-opbrengst van de krachtens deze vergunning georganiseerde kansspelen afgedragen aan de Minister van Financiën, als vergoeding voor opbrengstenderving bij de staatsloterij.
2.
In de in artikel 20, eerste lid, bedoelde jaarrekening worden de afdrachten ingevolge het eerste lid apart opgenomen.
3.
Wijziging van het bepaalde in dit artikel geschiedt in overeenstemming met de Minister van Financiën.
1.
De netto-opbrengst van de krachtens deze vergunning georganiseerde kansspelen wordt gevormd door het verschil tussen de bruto-opbrengst, zijnde het totaal van de door de deelnemers bijeengebrachte inleg, en de som van de voor prijzen bestemde bedragen, de vergoedingen voor de verkooppunten, de afdrachten aan de Minister van Financiën ingevolge artikel 16, eerste lid, en de exploitatiekosten van de uitvoeringsorganisatie van de instantloterij.
2.
Als exploitatiekosten van de uitvoeringsorganisatie worden uitsluitend aangemerkt die kosten die rechtstreeks verband houden met het organiseren van de kansspelen krachtens deze vergunning en die gerekend kunnen worden tot de normale bedrijfskosten. Andere kosten van de stichting niet als exploitatiekosten worden aangemerkt dan na goedkeuring door de ministers.
3.
Onder de netto-opbrengst wordt mede begrepen de anders dan uit de krachtens deze vergunning georganiseerde kansspelen verworven inkomsten.
1.
De netto-opbrengst dient geheel te worden bestemd ter verwezenlijking van doeleinden van algemeen belang, gelegen op het terrein van de sport en de lichamelijke vorming, alsmede van het maatschappelijk welzijn, de volksgezondheid en de cultuur.
2.
Gerekend over een kalenderjaar komt de netto-opbrengst ten goede voor:
a. 35% aan instellingen en personen werkzaam op het gebied van de cultuur, het maatschappelijk welzijn en de volksgezondheid, die beneficiënten zijn van de Stichting Algemene Loterij Nederland of de Stichting de Nationale Sporttotalisator;
b. 65% aan het fonds sport en lichamelijke vorming van de Stichting de Nationale Sporttotalisator, ten einde daaruit structurele of incidentele uitkeringen te verstrekken aan instellingen en personen werkzaam op het terrein van de sport en de lichamelijke vorming.
3.
Uiterlijk binnen twee maanden na afloop van een kalenderjaar dient de stichting de gehele netto-opbrengst over dat kalenderjaar te hebben afgedragen aan de in het tweede lid genoemde instellingen. Daarvan wordt verslag gedaan in de in artikel 20, eerste lid, bedoelde jaarrekening.
1.
De stichting zendt binnen één maand na het einde van elk kwartaal aan de ministers en het college een verslag betreffende het financiële verloop, alsmede andere door de ministers en het college noodzakelijk geachte gegevens, over dat kwartaal.
2.
De stichting zendt een afschrift van het in het eerste lid bedoelde verslag aan de Ministers van Financiën. Wijziging van het bepaalde in dit lid geschiedt in overeenstemming met de Minister van Financiën.
1.
De stichting stelt een jaarrekening en een jaarverslag op welke voldoen aan de eisen gesteld in Boek 2, Titel 9, van het Burgerlijk Wetboek. De ministers kunnen, gehoord het college, aanwijzingen geven omtrent de inrichting van de jaarrekening en het jaarverslag.
2.
De stichting verleent aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opdracht tot onderzoek van de jaarrekening. De uitslag van dit onderzoek wordt weergegeven in een verslag en een verklaring als bedoeld in onderscheidenlijk het vierde en het vijfde lid van artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het onderzoek dient mede betrekking te hebben op de naleving door de stichting van het bepaalde in deze beschikking.
3.
De stichting voert een zodanig beheer dat een goedgekeurde verklaring als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan worden afgegeven.
4.
Binnen vier maanden na afloop van een kalenderjaar zendt de stichting de jaarrekening met het verslag en de verklaring, alsmede het jaarverslag aan de ministers en de Minister van Financiën, alsmede aan het college. Wijziging van het bepaalde in dit lid geschiedt in overeenstemming met de Minister van Financiën.
1.
De kosten verbonden aan goedkeuring, controle en onderzoek ingevolge de artikelen 14 en 20, tweede lid, zijn voor rekening van de stichting.
2.
De kosten verbonden aan door derden verricht onderzoek ten behoeve van het rapport, bedoeld in artikel II van de Wet van 2 december 1993, Stb. 658, houdende wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het organiseren van de instantloterij, zijn voor rekening van de stichting.
1.
De door de ministers aangewezen ambtenaren en andere personen zijn bevoegd inlichtingen van de stichting te verlangen, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
2.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren en andere personen zijn bevoegd inzage te verlangen van zakelijke gegevens en bescheiden van de stichting, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
3.
Zij zijn bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken.
4.
Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan gescheiden, zijn zij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs.
1.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 januari 1994 en daarvan wordt mededeling gedaan door plaatsing van deze beschikking in de Staatscourant.
2.
Deze beschikking kan worden aangehaald als:
Beschikking instantloterij.
's-Gravenhage, 28 december 1993
De .
Staatssecretaris
De
Minister