Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de NMa 2009
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Algemene bepalingen
+ § 3. Overtreding van de artikelen 6 en 24 van de Mededingingswet en van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag
+ § 4. Overige overtredingen
+ § 5. Het opleggen van bestuurlijke boetes aan natuurlijke personen
+ § 6. Boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden
+ § 7. De vaststelling van de bestuurlijke boete
+ § 8. Wijziging Elektriciteitswet 1998 en Gaswet per 1 januari 2011
+ § 9. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 25 april 2013. U leest nu de tekst die gold op 24 april 2013.

Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de NMa 2009

Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9150320, houdende richtsnoeren voor het opleggen van bestuurlijke boetes op grond van wetgeving waarvan de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit is belast met het toezicht op de naleving (Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de NMa 2009)
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op artikel 5d van de Mededingingswet;
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a) overige overtredingen: de overtredingen van andere bepalingen uit de Mededingingswet dan de artikelen 6 en 24, van bepalingen van de Elektriciteitswet 1998 , de Gaswet , de Wet onafhankelijk netbeheer en de Tijdelijke wet mediaconcentraties en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de raad is belast met het toezicht op de naleving en die zijn genoemd in de bijlage bij deze beleidsregels, behoudens overtredingen waarvoor de raad een bestuurlijke boete kan opleggen aan natuurlijke personen;
b) betrokken omzet: de opbrengst die door een overtreder tijdens de totale duur van een overtreding is behaald met levering van goederen en diensten waarop die overtreding betrekking heeft, onder aftrek van kortingen en dergelijke, alsmede van over de omzet geheven belastingen;
c) jaaromzet: de netto-omzet van de overtreder, zijnde de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de overtreder, onder aftrek van kortingen en dergelijke, alsmede van over de omzet geheven belastingen;
d) boetegrondslag: een op grond van een percentage van de betrokken omzet of van een promillage van de totale jaaromzet vastgesteld bedrag, dan wel, indien de overtreder een natuurlijke persoon is, een aan de ernst van de overtreding en het inkomen en vermogen van de overtreder gerelateerd bedrag, dat de basis vormt voor het bepalen van de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete;
e) basisboete: het bedrag dat resulteert wanneer de boetegrondslag is bijgesteld aan de hand van de ernst van de overtreding en, voor zover van toepassing, de basisboetetoeslag of het gewicht van de overtreder, of, in het geval de overtreder een natuurlijke persoon is, het bedrag van de boetegrondslag;
f) basisboetetoeslag: het bedrag waarmee de basisboete wordt verhoogd in geval van het begaan van een zeer zware overtreding van de artikelen 6 of 24 van de Mededingingswet of van de artikelen 81 of 82 van het Verdrag.
Artikel 2
Een bestuurlijke boete wordt op een zodanig niveau vastgesteld dat deze, in het kader van specifieke preventie, een overtreder weerhoudt van het begaan van een volgende overtreding en, in het kader van algemene preventie, potentiële andere overtreders afschrikt.
1.
De raad bepaalt de hoogte van de bestuurlijke boete op basis van de boetegrondslag, die per geval wordt vastgesteld.
2.
Na het bepalen van de boetegrondslag bepaalt de raad de basisboete door de boetegrondslag bij te stellen aan de hand van de ernst van de overtreding en, voor zover van toepassing, de basisboetetoeslag en het gewicht van de overtreder. Wanneer de boetegrondslag niet wordt bijgesteld aan de hand van de ernst van de overtreding, de basisboetetoeslag of het gewicht van de overtreder, is de basisboete het bedrag dat ook de boetegrondslag is.
3.
Bij de vaststelling van de bestuurlijke boete neemt de raad voorts boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden in aanmerking en bepaalt in redelijkheid in hoeverre dergelijke omstandigheden tot een verhoging of verlaging van de basisboete leiden.

§ 3. Overtreding van de artikelen 6 en 24 van de Mededingingswet en van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag

1.
Bij overtreding van de artikelen 6 en 24 van de Mededingingswet en 81 en 82 van het Verdrag stelt de raad de boetegrondslag vast op basis van de betrokken omzet.
2.
Indien de raad de betrokken omzet niet op basis van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan de raad hiervan een schatting maken.
3.
In geval van een verboden aanbestedingsafspraak kan de raad voor elke deelnemer de omzet die kan worden gerealiseerd op basis van het bod waartegen de opdracht is verleend, of een evenredig deel daarvan, als betrokken omzet aanmerken.
4.
Wanneer geen betrokken omzet kan worden vastgesteld, kan als betrokken omzet worden aangemerkt de omzet van de overtreder op de te beschermen markt gedurende de periode van de overtreding, doch voor ten minste de duur van een jaar.
5.
Wanneer de overtreder op de te beschermen markt geen omzet heeft behaald, kan de raad de omzet die de betreffende overtreder heeft behaald met zijn eigen bijdrage aan de mededingingsbeperking aanmerken als de betrokken omzet.
6.
Indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, kan de betrokken omzet van de daarvan deel uitmakende ondernemingen in aanmerking worden genomen.
7.
De raad hanteert bij de vaststelling van de betrokken omzet waarden die zijn afgerond op hele euro’s.
Artikel 5
De raad hanteert een boetegrondslag van 10% van de betrokken omzet van de overtreder.
1.
De raad bepaalt de basisboete door de boetegrondslag te vermenigvuldigen met een factor (E) voor de ernst van de overtreding.
2.
De factor (E) voor de ernst van de overtreding wordt bepaald door de zwaarte van de overtreding in samenhang met de economische context waarin deze overtreding heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de economische context houdt de raad onder meer rekening met de aard van de betrokken producten of diensten, de omvang van de markt, de grootte van de betrokken overtreders alsmede met het al dan niet gezamenlijke marktaandeel, de structuur van de markt en met de geldende regelgeving en houdt de raad tevens rekening met de afbreuk of potentiële afbreuk aan het normale mededingingsproces en de weerslag op de economie die de betreffende gedraging in het algemeen heeft.
3.
Bij de vaststelling van de factor (E) onderscheidt de raad drie typen overtredingen: zeer zware, zware en minder zware overtredingen. Verstrekkende horizontale afspraken worden in ieder geval als zeer zware overtredingen aangemerkt.
4.
Naargelang de ernst van de overtreding wordt de factor (E) vastgesteld op een waarde van ten hoogste 5.
1.
Om ondernemingen ervan te weerhouden zeer zware overtredingen als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de artikelen 6 of 24 van de Mededingingswet of van de artikelen 81 of 82 van het Verdrag te begaan, hanteert de raad een basisboetetoeslag van maximaal 25% van de betrokken omzet in het laatste volledige jaar dat de onderneming heeft deelgenomen aan de overtreding.
2.
In het kader van specifieke preventie kan de raad de basisboete bij overtreding van de artikelen 6 en 24 van de Mededingingswet en van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag aanpassen met het oog op het gewicht van de overtreder, uitgedrukt in de totale jaaromzet van deze overtreder in Nederland in het boekjaar voorafgaande aan de boetebeschikking.
1.
Bij de overige overtredingen stelt de raad de boetegrondslag vast op basis van de totale jaaromzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de boetebeschikking.
2.
De raad gaat bij de vaststelling van de boetegrondslag uit van de in Nederland behaalde jaaromzet, tenzij deze naar het oordeel van de raad geen passende beboeting toelaat.
3.
Wat de geografische toerekening van de omzet betreft volgt de raad de uitgangspunten zoals uiteengezet door de Europese Commissie van de Europese Gemeenschappen in haar Geconsolideerde mededeling over bevoegdheidskwesties op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004. 1
4.
Indien de raad de totale jaaromzet niet op basis van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan de raad hiervan een schatting maken.
1.
De raad hanteert als boetegrondslag een promillage van de totale jaaromzet van de overtreder.
2.
De vaststelling van het promillage vindt plaats aan de hand van zes categorieën die oplopen in hoogte:
3.
In de Bijlage is vermeld in welke categorie de betreffende overige overtreding is ingedeeld.
4.
Wanneer de in het tweede lid bedoelde indeling in een boetecategorie in het concrete geval naar het oordeel van de raad geen passende beboeting toelaat, kan de naast hogere of de naast lagere categorie worden gehanteerd.
5.
Wanneer de totale jaaromzet van de overtreder hoger is dan € 500.000.000,– wordt in plaats van de totale jaaromzet een deel van de jaaromzet gehanteerd. De omzet tot € 500.000.000,– telt volledig mee, de omzet tussen € 500.000.000,– en € 1.000.000.000,– telt voor 10% mee en de omzet boven de € 1.000.000.000,– telt voor 1% mee.
1.
De raad bepaalt de basisboete door de boetegrondslag te vermenigvuldigen met een factor (E) voor de ernst van de overtreding.
2.
De factor (E) voor de ernst van de overtreding wordt bepaald door de mate waarin de overtreding de belangen schaadt die de overtreden bepaling beoogt te beschermen.
3.
Bij de vaststelling van de factor (E) onderscheidt de raad drie typen overtredingen: zeer ernstige, ernstige en minder ernstige overtredingen.
4.
Naargelang de ernst van de overtreding wordt de factor (E) vastgesteld op een waarde van ten hoogste 5.
1.
De raad kan een bestuurlijke boete opleggen aan een natuurlijk persoon wegens overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en wegens het geven van opdracht tot of het feitelijk leiding geven aan een overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, van de bepalingen van de Elektriciteitswet 1998 , de Gaswet , de Wet onafhankelijk netbeheer , de Mededingingswet en de Tijdelijke wet mediaconcentraties , bedoeld in het vierde lid, en van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag.
2.
In de gevallen genoemd in het eerste lid, stelt de raad een boetegrondslag vast die gerelateerd is aan de ernst van de overtreding en het inkomen en vermogen van de overtreder, teneinde tot een bestuurlijke boete te komen die uit het oogpunt van zowel algemene als specifieke preventie voldoende afschrikwekkend is. De boetegrondslag is in deze gevallen de basisboete.
3.
Indien de raad het inkomen en vermogen van de overtreder niet op basis van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan de raad hiervan een schatting maken.
4.
De boetegrondslag wordt vastgesteld binnen de volgende bandbreedtes:
a. € 10.000,– tot € 200.000,– voor:
het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtreding van de artikelen 25b, eerste of tweede lid, 25e, eerste volzin, 35, 42, 43, 59a, derde lid, 70b of 77a, derde lid, van de Mededingingswet, of
b. € 50.000,– tot € 400.000,– voor het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtreding van:
de artikelen 81 of 82 van het Verdrag.
1.
Bij de vaststelling van de bestuurlijke boete neemt de raad boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden in aanmerking.
2.
De raad bepaalt in redelijkheid de mate waarin de betrokken omstandigheid leidt tot een verhoging of verlaging van de basisboete.
1.
Boeteverhogende omstandigheden zijn in ieder geval:
a. de omstandigheid dat de NMa of een andere bevoegde autoriteit, waaronder de Europese Commissie of een rechterlijke instantie, reeds eerder onherroepelijk een zelfde of een vergelijkbare door de overtreder begane overtreding heeft vastgesteld;
b. de omstandigheid dat de overtreder het onderzoek van de NMa heeft belemmerd;
c. de omstandigheid dat de overtreder tot de overtreding heeft aangezet of een leidinggevende rol heeft gespeeld bij de uitvoering daarvan;
d. de omstandigheid dat de overtreder gebruik heeft gemaakt van, of voorzien in, controle- of dwangmiddelen ter handhaving van de verboden gedraging.
2.
In geval van recidive als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verhoogt de raad de basisboete met 100%, tenzij dit gezien de omstandigheden van het concrete geval evident onredelijk zou zijn.
Artikel 14
Boeteverlagende omstandigheden zijn in ieder geval:
a. de omstandigheid dat de overtreder anders dan in het kader van de Richtsnoeren Clementie verdergaande medewerking aan de NMa heeft verleend dan waartoe hij wettelijk gehouden was;
b. de omstandigheid dat de overtreder de overtreding uit eigen beweging heeft beëindigd, waarbij meer gewicht toekomt aan het uit eigen beweging beëindigen van de overtreding voordat de NMa een onderzoek is begonnen dan nadat het onderzoek is gestart;
c. de omstandigheid dat de overtreder uit eigen beweging degenen aan wie door de overtreding schade is berokkend, schadeloos heeft gesteld.
Artikel 15
Wanneer de raad een bestuurlijke boete oplegt aan een natuurlijk persoon vanwege het geven van opdracht tot een overtreding of het feitelijk leiding geven aan een overtreding, kan de raad bij de vaststelling van eventuele boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden, als bedoeld in de artikelen 13 en 14, rekening houden met de mate van betrokkenheid van de natuurlijke persoon bij het plegen van de overtreding en de positie van de natuurlijke persoon binnen de onderneming, ondernemersvereniging of rechtspersoon waarvoor hij of zij werkzaam is, dan wel werkzaam was.
1.
De raad stelt de bestuurlijke boete vast met inachtneming van:
a. het wettelijk boetemaximum;
b. zijn toezeggingen uit hoofde van de Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken tot vermindering van bestuurlijke boetes betreffende kartels;
c. deze beleidsregels;
d. de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
2.
De raad kan van deze beleidsregels afwijken indien onverkorte toepassing ervan tot evidente onbillijkheden leidt.
1.
Indien de raad constateert dat een overtreder meerdere overtredingen heeft begaan, kan de raad, in plaats van elke overtreding afzonderlijk te beboeten, een bestuurlijke boete opleggen voor deze overtredingen gezamenlijk.
2.
Voor gedragingen die zowel een overtreding vormen van de artikelen 6 of 24 van de Mededingingswet als van de artikelen 81 of 82 van het Verdrag, wordt in beginsel één bestuurlijke boete toereikend geacht.
Artikel 18
In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen kan de raad, wanneer de bijzondere omstandigheden van het geval naar zijn oordeel hiertoe aanleiding geven, een symbolische bestuurlijke boete opleggen.
Artikel 19
De vastgestelde bestuurlijke boete wordt naar beneden afgerond op een veelvoud van € 1.000,–.
Artikel 20
[Wijzigt deze regeling.]
Artikel 21
[Wijzigt deze regeling.]
Artikel 22
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 oktober 2009, met uitzondering van de artikelen 20 en 21, die in werking treden met ingang van 1 januari 2011.
Artikel 23
Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de NMa 2009.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 11 september 2009
De
Minister