Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Artikel 2. Algemeen uitgangspunt
Artikel 3. Wijze van totstandkoming
Artikel 4. Berekening van de boete
Artikel 5. Berekening bij natuurlijke personen
Artikel 6. Boeteverhogende of -verlagende omstandigheden
Artikel 7. Vaststelling van de hoogte
Artikel 8. Intrekking eerder besluit
Artikel 9. Overgangsbeleid
Artikel 10. Citeertitel
Artikel 11. Inwerkingtreding
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 24 oktober 2015. U leest nu de tekst die gold op 23 oktober 2015.

Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving

Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,
Gelet op de artikelen 75 en 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, de artikelen 8.25h, zevende lid, en 11.21 van de Wet luchtvaart, de artikelen 45f, eerste lid, aanhef en onder a, 45g, eerste lid, en 45h, eerste lid, van de Loodsenwet, en de artikelen 4:81, 5:1, 5:5, 5:8, 5:41 en 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Raad: de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, genoemd in artikel 1, onder c, van de Mededingingswet;
b. jaaromzet: de netto-omzet, zijnde de opbrengst uit levering van goederen en diensten, onder aftrek van kortingen en dergelijke, alsmede van over de omzet geheven belastingen;
c. boetegrondslag: een op grond van de jaaromzet vastgesteld bedrag, dan wel, indien de overtreder een natuurlijk persoon is, een aan de ernst van de overtreding en het inkomen en vermogen van de overtreder gerelateerd bedrag, dat de basis vormt voor de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete;
d. basisboete: het bedrag dat resulteert wanneer de Raad de boetegrondslag aanpast.
Artikel 2. Algemeen uitgangspunt
De Raad bepaalt de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete zodanig dat deze, in het kader van specifieke preventie, een overtreder weerhoudt van het begaan van een volgende overtreding en, in het kader van algemene preventie, potentiële andere overtreders weerhoudt van het begaan van een(zelfde) overtreding.
1.
De Raad bepaalt de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete op basis van de boetegrondslag, die per geval wordt vastgesteld.
2.
Na het bepalen van de boetegrondslag, bepaalt de Raad de basisboete.
3.
De Raad neemt vervolgens boeteverhogende of -verlagende omstandigheden in aanmerking en bepaalt in redelijkheid in hoeverre zulke omstandigheden tot een verhoging of verlaging van de basisboete leiden.
4.
In afwijking van de vorige leden kan de Raad een symbolische bestuurlijke boete opleggen wanneer bijzondere omstandigheden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.
1.
De Raad bepaalt de boetegrondslag op basis van de jaaromzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarbij hij de bestuurlijke boete oplegt.
2.
De Raad gaat daarbij uit van de in Nederland behaalde jaaromzet, tenzij deze naar zijn oordeel geen passende beboeting meebrengt.
3.
Bij overtredingen van de Loodsenwet kan de Raad de boetegrondslag bepalen op basis van de gezamenlijke jaaromzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.
4.
Bij de geografische afbakening van de jaaromzet, sluit de Raad aan bij de mededeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 juli 2008, getiteld ‘Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen’ (Pb 2008, C 95, blz. 1–8).
5.
Indien de Raad de jaaromzet niet aan de hand van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan hij hiervan een schatting maken.
6.
De Raad hanteert als boetegrondslag een bepaald promillage van de jaaromzet. De hoogte van dit promillage is afhankelijk van de categorie waarin de betreffende overtreding is ingedeeld. De Bijlage bij dit besluit vermeldt in welke categorie die overtreding is ingedeeld. Elke categorie kent een minimumboete om te voorkomen dat het daarbij behorende promillage als gevolg van een lage jaaromzet leidt tot een te lage boetegrondslag.
7.
Wanneer de in het vorige lid bedoelde indeling naar zijn oordeel geen passende beboeting met zich brengt, kan de Raad de naast hogere of naast lagere categorie hanteren.
8.
Wanneer de jaaromzet meer dan € 500.000.000,– bedraagt, telt de Raad de omzet vanaf € 500.000.000,– tot € 1.000.000.000,– voor 10% mee en de omzet boven € 1.000.000.000,– voor 1% mee.
9.
De Raad bepaalt de basisboete door de boetegrondslag te vermenigvuldigen met een factor (E) voor de ernst van de overtreding. De factor (E) vormt de weerslag van de mate waarin de overtreding de belangen heeft geschaad die de geschonden norm beoogt te beschermen, en kent drie verschillende gradaties: zeer ernstig, ernstig en minder ernstig. Al naargelang de ernst van de overtreding, hanteert de Raad voor de factor (E) een waarde van ten hoogste 5.
1.
De Raad bepaalt de boetegrondslag op basis van de ernst van de overtreding en het inkomen en vermogen van de overtreder. De boetegrondslag vormt tevens de basisboete.
2.
Indien de Raad het inkomen en vermogen van de overtreder niet op basis van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan de Raad hiervan een schatting maken.
3.
Die boetegrondslag ligt binnen de volgende bandbreedtes:
a. € 10.000,– tot € 200.000,–:
2°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van artikel 8.25h, derde lid, van de Wet luchtvaart;
3°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van artikel 45h, eerste lid, van de Loodsenwet.
b. € 50.000,– tot € 400.000,–:
1°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 17, eerste lid, aanhef en onder d, 27, eerste lid, 57 tot en met 62, 63, eerste lid, en 67 van de Spoorwegwet;
2°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 8.25d, 8.25e, 8.25f, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 8.25g, eerste tot en met vijfde lid, 8.25ga, en 8.25h, eerste en derde lid, van de Wet luchtvaart;
3°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 27c, 27i, 27j, 27k, 27l, eerste lid, 45c, tweede lid, van de Loodsenwet.
1.
Een boeteverhogende omstandigheid is in ieder geval de omstandigheid dat:
a. de Raad of een andere bevoegde autoriteit, waaronder begrepen een rechterlijke instantie, al eerder onherroepelijk eenzelfde of vergelijkbare door de overtreder begane overtreding heeft vastgesteld;
b. de overtreder het onderzoek van de Raad heeft belemmerd.
2.
Bij recidive als bedoeld in het vorige lid, onder a, verhoogt de Raad de basisboete met 100%, tenzij dit evident onredelijk zou zijn.
3.
Een boeteverlagende omstandigheid is in ieder geval de omstandigheid dat:
a. de overtreder verdergaande medewerking aan de Raad heeft verleend dan waartoe hij wettelijk gehouden was;
b. de overtreder uit eigen beweging de overtreding heeft beëindigd, waarbij meer gewicht toekomt aan het uit eigen beweging beëindigen van de overtreding voordat de Raad een onderzoek is begonnen dan nadat het onderzoek is gestart;
c. de overtreder uit eigen beweging degenen aan wie door de overtreding schade is toegebracht, schadeloos heeft gesteld.
4.
Bij toepassing van artikel 5, derde lid, aanhef, onder a, sub 2 of 3, of onder b, kan de Raad bij het in aanmerking nemen van boeteverhogende of -verlagende omstandigheden ook de mate van betrokkenheid van de natuurlijke persoon bij het plegen van de overtreding en diens positie binnen de organisatie/het bedrijf/de instelling waarvoor hij of zij werkzaam is (geweest), betrekken.
1.
De Raad stelt de hoogte van de op te leggen bestuurlijke boete vast met in achtneming van:
a. het wettelijk boetemaximum;
b. deze beleidsregels;
c. de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
2.
De Raad kan van deze beleidsregels afwijken indien onverkorte toepassing ervan tot evidente onbillijkheden leidt.
3.
Indien de Raad constateert dat een overtreder meerdere overtredingen heeft begaan, kan hij in plaats van elke overtreding afzonderlijk te beboeten, een bestuurlijke boete opleggen voor deze overtredingen gezamenlijk.
4.
De hoogte van de op te leggen bestuurlijke boete rondt de Raad af naar beneden op een veelvoud van € 1.000,–.
Artikel 8. Intrekking eerder besluit
Het besluit ‘NMa Boetecode 2007’ wordt ingetrokken.
Artikel 9. Overgangsbeleid
Indien een bestuurlijke boete wordt opgelegd wegens een overtreding die plaatsvond voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, blijft op die overtreding het besluit ‘NMa Boetecode 2007’ van toepassing.
Artikel 10. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving’.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 21 september 2009
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,