Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Paragraaf 1. Algemeen
+ Paragraaf 2. Kwaliteit kindercentra
+ Paragraaf 3. Kwaliteit gastouderbureaus en gastouderopvang
+ Paragraaf 4. Kwaliteit gastouders
- Paragraaf 5. Kwaliteit peuterspeelzalen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.
1.
Ter uitvoering van de artikelen 2.5, 2.6 en 2.9 van de wet beschikt een houder van een peuterspeelzaal over een pedagogisch beleidsplan waarin de voor die peuterspeelzaal kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven.
2.
Een pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van:
a. de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke en sociale competentie en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt;
b. de werkwijze, maximale omvang en leeftijdsopbouw van de peuterspeelzaalgroep;
c. de (spel)activiteiten waarbij kinderen hun peuterspeelzaalgroep danwel de peuterspeelzaalgroepsruimte verlaten;
d. de wijze waarop beroepskrachten in een peuterspeelzaal bij hun werkzaamheden met kinderen worden ondersteund door andere niet structureel ingezette personen;
e. de wijze waarop de achterwacht geregeld is in het geval er slechts één beroepskracht in een peuterspeelzaal aanwezig is op de locatie;
f. de wijze waarop beroepskrachten in een peuterspeelzaal bijzonderheden in de ontwikkeling van kinderen of andere problemen signaleren en ouders doorverwijzen naar passende instanties die hierbij verdere ondersteuning kunnen bieden, en
g. de wijze waarop beroepskrachten in een peuterspeelzaal worden toegerust voor deze taak en op welke wijze zij daarbij worden ondersteund.
3.
De houder van een peuterspeelzaal en de personen werkzaam bij een peuterspeelzaal handelen in de praktijk van de opvang naar het pedagogisch beleidsplan.
4.
Een pedagogisch beleidsplan wordt voor de eerste maal vastgesteld binnen zes maanden na de aanvraag, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de wet.
Artikel 17. Achterwachtregeling
Elke houder van een peuterspeelzaal heeft een achterwachtregeling. Deze houdt in dat zodra er slechts één beroepskracht in een peuterspeelzaal aanwezig is op het moment dat er kinderen aanwezig zijn in de peuterspeelzaal, er een volwassen achterwacht beschikbaar is, die in geval van calamiteiten binnen ambulance-aanrijtijden in de peuterspeelzaal aanwezig kan zijn. De houder van een peuterspeelzaal maakt inzichtelijk wie deze persoon is en waar deze telefonisch te bereiken is.
Artikel 18. Veiligheid en gezondheid
Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing op peuterspeelzalen, met dien verstande dat voor ‘artikel 51’ wordt gelezen: artikel 2.9 van de wet.
1.
In een peuterspeelzaal vindt de opvang plaats in groepen, met dien verstande dat in een peuterspeelzaalgroep ten hoogste zestien kinderen gelijktijdig aanwezig zijn.
2.
De houder van een peuterspeelzaal deelt de ouder en het kind mee tot welke peuterspeelzaalgroep het kind behoort en welke beroepskrachten op welke dag voor welke peuterspeelzaalgroep verantwoordelijk zijn en welke vrijwilligers op deze dag aanwezig zijn.
3.
Aan een kind worden ten hoogste drie vaste beroepskrachten in een peuterspeelzaal toegewezen, waarvan per dag ten minste één beroepskracht in een peuterspeelzaal werkzaam is in de peuterspeelzaalgroep van dat kind. Deze beroepskrachten zijn tevens aanspreekpunt voor de ouders van het kind.
4.
In een peuterspeelzaalgroep is ten minste één beroepskracht aanwezig.
5.
Bij werk in een peuterspeelzaalgroep met meer dan acht feitelijk aanwezige kinderen, doch ten hoogste zestien feitelijk aanwezige kinderen, zijn er twee beroepskrachten of een beroepskracht en een vrijwilliger aanwezig.
1.
Beroepskrachten in een peuterspeelzaal beschikken over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening.
2.
De houder van een peuterspeelzaal informeert ouders over het aantal, de inzet en de opleiding van het personeel voor zover de ouder dat nodig heeft om een goede keuze te kunnen maken voor een peuterspeelzaal.
1.
Personen als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, van de wet zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag , voor zover zij als houder van een peuterspeelzaal, als bestuurder, als werknemer werkzaam krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of als vrijwilliger structureel in de peuterspeelzaal werkzaam zijn.
2.
Voor een werknemer geldt het eerste lid, voor zover deze persoon bij een peuterspeelzaal werkzaam is.
3.
Voor een werknemer die als uitzendkracht werkzaam is, geldt de verplichting van artikel 2.6, derde lid, van de wet de eerste maal voordat deze persoon zijn werkzaamheden bij een peuterspeelzaal aanvangt.
4.
Stagiaires die langer dan drie maanden worden ingezet bij een peuterspeelzaal, zijn in het bezit van een verklaring als bedoeld in het eerste lid of voor hen is bij aanvang van de eerste stageperiode een dergelijke verklaring aangevraagd.
Artikel 22. Protocol kindermishandeling
Artikel 10a is van overeenkomstige toepassing.
1.
Indien er vrijwilligers op de peuterspeelzaal werkzaam zijn, voert de houder van een peuterspeelzaal vrijwilligersbeleid, dat tot uitdrukking komt in een beleidsplan. In dit beleidsplan staan in ieder geval:
a. de minimumeisen waar een op de peuterspeelzaal werkzame vrijwilliger aan dient te voldoen;
b. de afspraken die de houder van een peuterspeelzaal met vrijwilligers maakt, en
c. de taakomschrijvingen waarin wordt omschreven welke bijdrage aan het werk in de peuterspeelzaal van de vrijwilligers wordt verwacht en op welke wijze deze samenhangt met het pedagogisch beleid.
2.
Indien er vrijwilligers op een peuterspeelzaal werkzaam zijn, draagt de houder van een peuterspeelzaal er zorg voor dat deze vrijwilligers tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd zijn.
Artikel 24. Overgangsbepaling
Met ingang van een jaar na inwerkingtreding van deze regeling zijn de artikelen 19 en 20 van toepassing op de houder van een peuterspeelzaal, indien op het moment van inwerkingtreding uitsluitend vrijwilligers werkzaam zijn in deze peuterspeelzaal.
Artikel 25. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage, 10 november 2004.
De
Minister