Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Beoordeling bij de aanleg of wijziging van of onderhoud aan een hoofdweg
+ Hoofdstuk 3. Beoordeling bij de aanleg of wijziging van een hoofdspoorweg
+ Hoofdstuk 4. Beoordeling bij de aanleg of wijziging van een hoofdvaarweg
+ Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten

Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 3 september 2014, nr. IENM/BSK-2014/89247 tot vaststelling van beleid ten aanzien van de beoordeling van externe veiligheid bij de vaststelling van tracébesluiten voor de aanleg of wijziging van landelijke infrastructuur en van verkeersbesluiten (Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten)
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
Gelet op artikel 9, eerste lid, van de Tracéwet en op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
1.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
aanleg van een hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg: aanleg van een hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg, als gevolg waarvan een nieuwe verbinding ontstaat voor het vervoer van gevaarlijke stoffen;
baanvak: baanvak als bedoeld in artikel 1 van de regeling;
basisnetafstand: afstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Bevt;
beperkt kwetsbaar object: object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van het Bevt;
Bevt: Besluit externe veiligheid transportroutes ;
geprojecteerd beperkt kwetsbaar object: nog niet aanwezig beperkt kwetsbaar object dat op grond van het voor het desbetreffende gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is;
geprojecteerd kwetsbaar object: nog niet aanwezig kwetsbaar object dat op grond van het voor het desbetreffende gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is;
groepsrisico: cumulatieve kansen per jaar per kilometer transportroute dat 10 of meer personen in het invloedsgebied van een transportroute overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die transportroute waarbij een gevaarlijke stof betrokken is;
GR-plafond: plaats als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de wet waar het plaatsgebonden risico maximaal 10-7 of 10-8 per jaar is;
HART: Handleiding risicoanalyse transport als bedoeld in artikel 1 van de regeling;
hoofdspoorweg: krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet als hoofdspoorweg aangewezen spoorweg;
hoofdvaarweg: hoofdvaarweg als bedoeld in artikel 1 van de Tracéwet;
hoofdweg: hoofdweg als bedoeld in artikel 1 van de Tracéwet;
invloedsgebied: invloedsgebied als bedoeld in artikel 1 van het Bevt;
kwetsbaar object: object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, van het Bevt;
minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
oriëntatiewaarde: oriëntatiewaarde als bedoeld in artikel 1 van het Bevt;
PAG: krachtens artikel 10, eerste lid, onder a, van het Bevt vastgesteld plasbrandaandachtsgebied;
plaatsgebonden risico: plaatsgebonden risico als bedoeld in artikel 1 van het Bevt;
PR-plafond: plaats als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet waar het plaatsgebonden risico maximaal 10-6 per jaar is;
RBM-II: rekenprogramma als bedoeld in artikel 1 van de regeling;
ramp: ramp als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s;
referentiepunt: referentiepunt als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de wet;
regeling: Regeling basisnet ;
studiegebied: rond de aan te leggen of te wijzigen hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarwegen gelegen gebied, waarin hoofdwegen, hoofdspoorwegen respectievelijk hoofdvaarwegen, of delen daarvan, zijn gelegen, ten aanzien waarvan naar het oordeel van de minister redelijkerwijs kan worden verwacht dat de stromen van het vervoer van gevaarlijke stoffen als gevolg van de betrokken aanleg of wijziging zullen wijzigen;
tracébesluit: besluit als bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet met inbegrip van een rijksinpassingsplan als bedoeld in artikel 3.28, juncto artikel 4, tweede lid, van de Tracéwet;
verkeersbesluit: besluit als bedoeld in artikel 15 van de wegenverkeerswet;
wet: Wet vervoer gevaarlijke stoffen ;
wijziging van een hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg: wijziging van een hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg, waarbij een bestaande verbinding voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt aangepast;
2.
Onder hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg wordt mede verstaan: een deel van die hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg.
Artikel 2. toepassingsbereik paragraaf 2.1
Deze paragraaf is van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op een wijziging van een hoofdweg, waarvoor voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit een PR-plafond is vastgesteld.
Artikel 3. inspanningsplicht
Indien wijziging van een hoofdweg leidt tot verschuiving van de ligging van het referentiepunt op het betrokken wegvak, spant de minister zich in te voorkomen dat bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen de basisnetafstand komen te liggen.
Artikel 4. beoordeling effecten verschuiving referentiepunt
Onverminderd artikel 5 wordt bij een tracébesluit dat betrekking heeft op een wijziging van een hoofdweg als gevolg waarvan de ligging van het referentiepunt verschuift en als gevolg van die verschuiving bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten komen te liggen binnen de basisnetafstand, inzicht gegeven in:
a. het aantal bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten dat als gevolg van de verschuiving van het referentiepunt binnen de basisnetafstand komt te liggen;
b. het aantal bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten dat voor uitvoering van het tracébesluit binnen de basisnetafstand ligt, maar als gevolg van de verschuiving van het referentiepunt na uitvoering van het tracébesluit buiten de basisnetafstand komt te liggen, en
c. de afweging die ten grondslag ligt aan de keuze voor de ligging van de te wijzigen hoofdweg en het effect van die ligging voor de objecten, bedoeld onder a en b, in relatie tot de inspanningsplicht, bedoeld in artikel 3.
1.
Ter beoordeling van het plaatsgebonden risico wordt in de toelichting op het tracébesluit:
a. vermeld welke PR-plafonds van toepassing zijn;
b. indien redelijkerwijs een toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen kan worden verwacht als gevolg van de voorgenomen wijziging van de hoofdweg, inzicht gegeven in de verwachte toename van de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de aan te passen hoofdweg en over de in het studiegebied gelegen hoofdwegen;
c. indien een wijziging van de bij de aan te passen hoofdweg behorende ongevalfrequentie kan worden verwacht als gevolg van de voorgenomen wijziging van de hoofdweg, inzicht gegeven in de verwachte wijziging van de ongevalfrequentie.
2.
Op basis van de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt in de toelichting op het tracébesluit vermeld in hoeverre de voor de te wijzigen hoofdweg of de voor de in het studiegebied gelegen hoofdwegen vastgestelde PR-plafonds worden of dreigen te worden overschreden.
3.
Indien geen sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de betrokken PR-plafonds, wordt met toepassing van het eerste lid volstaan.
4.
Indien sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de betrokken PR-plafonds, wordt verwezen naar de onderzoeksplicht van de minister, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet.
Artikel 6. beoordeling groepsrisico
Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing ter onderbouwing van de beoordeling van het groepsrisico, met dien verstande dat in geval een GR-plafond is vastgesteld dat plafond als uitgangspunt wordt gehanteerd.
1.
Dit artikel is van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op:
a. een verbreding van de weg met twee of meer rijstroken aan één zijde van de bestaande weg;
b. een verbreding van de weg met twee of meer rijstroken aan beide zijden van de bestaande weg;
c. een wegaanpassing als gevolg waarvan binnen 50 meter vanaf de gewijzigde ligging van het referentiepunt bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn.
2.
In afwijking van artikel 6 wordt het groepsrisico met toepassing van RBM-II berekend, indien het groepsrisico:
a. is gelegen tussen 0,1 maal de oriëntatiewaarde en 1 maal de oriëntatiewaarde en ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het tracébesluit met meer dan tien procent toeneemt, of
b. hoger is dan 1 maal de oriëntatiewaarde én ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het tracébesluit toeneemt.
3.
Bij toepassing van het tweede lid wordt gebruik gemaakt van:
a. de HART;
b. de vervoerscijfers die zijn opgenomen in bijlage I bij de regeling , en
c. de huidige bevolkingsdichtheden en de overeenkomstig de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit vigerende bestemmingsplannen en ter inzage gelegde ontwerp-bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten bevolkingsdichtheden.
1.
Indien artikel 7 van toepassing is, wordt in het tracébesluit gemotiveerd:
a. welke maatregelen zijn overwogen om de toename van het groepsrisico als gevolg van het tracébesluit te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken;
b. welke maatregelen worden getroffen om de toename van het groepsrisico als gevolg van het tracébesluit te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken, en
c. welke toename van het groepsrisico na afweging van alle betrokken belangen wordt geaccepteerd.
2.
Bij toepassing van het eerste lid wordt tevens aandacht besteed aan:
a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp, en
b. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied om zich in veiligheid te brengen indien zich een zodanige ramp voordoet.
3.
Het bestuur van de veiligheidsregio in wiens regio het gebied ligt waarop het tracébesluit betrekking heeft, wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen en mogelijkheden.
Artikel 9. effecten voor ligging PAG
Indien voor de omgeving naast de betrokken hoofdweg krachtens het Bevt een PAG is vastgesteld, wordt in het tracébesluit vermeld in hoeverre de aanpassing van de hoofdweg gevolgen heeft voor de ligging van dat PAG.
1.
Deze paragraaf is van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op aanleg van een hoofdweg die geen deel uitmaakt van het basisnet.
2.
Deze paragraaf is tevens van toepassing in geval het tracébesluit, bedoeld in het eerste lid, mede betrekking heeft op een wijziging van een bestaande hoofdweg waarvoor een PR-plafond is vastgesteld, ten behoeve van aantakking op de aan te leggen hoofdweg.
3.
Deze paragraaf is tevens van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op een wijziging van een hoofdweg, waarvoor voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp van dat besluit geen PR-plafond is vastgesteld.
Artikel 11. inspanningsplicht PR
De minister spant zich in te voorkomen dat bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten komen te liggen in het gebied langs een hoofdweg als bedoeld in artikel 10, waar de waarde van het plaatsgebonden risico groter kan zijn dan 10 -6 per jaar.
1.
Het plaatsgebonden risico wordt berekend met toepassing van RBM-II.
2.
Bij de berekening van het plaatsgebonden risico wordt gebruik gemaakt van:
a. de HART;
b. een inschatting van de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen dat aan de nieuwe hoofdweg kan worden toegerekend, op basis van de vervoerscijfers zoals die voor de in het studiegebied gelegen hoofdwegen zijn opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregels en in bijlage I bij de regeling .
3.
In afwijking van het tweede lid, onder b, wordt voor een hoofdweg als bedoeld in artikel 10, derde lid, uitgegaan van de meest recente beschikbare gegevens over de omvang van het vervoer over die weg.
1.
Bij de beoordeling van het groepsrisico is artikel 7, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
2.
Bij de beoordeling van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van de gegevens, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder b, of derde lid, en van de huidige bevolkingsdichtheden en de overeenkomstig de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het tracébesluit vigerende bestemmingsplannen en ter inzage gelegde ontwerpen van bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten bevolkingsdichtheden.
3.
Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14. aanvullende beoordeling wegvakken met plafond
Overeenkomstig artikel 5, eerste lid, en artikel 6 wordt bezien in hoeverre de voor de in het studiegebied gelegen hoofdwegen vastgestelde PR-plafonds en GR-plafonds worden of dreigen te worden overschreden en wordt in voorkomende gevallen overeenkomstig artikel 5, vierde lid, verwezen naar de onderzoeksplicht van de minister, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet.
Artikel 15. toepassingsbereik paragraaf 2.3
Deze paragraaf is van toepassing op verkeersbesluiten waardoor het vervoer van alle of bepaalde gevaarlijke stoffen over een hoofdweg tijdelijk wordt beperkt vanwege werkzaamheden aan deze hoofdweg en dit vervoer als gevolg daarvan zal omrijden over andere hoofdwegen die deel uitmaken van het basisnet.
1.
Ter beoordeling van het plaatsgebonden risico wordt in de motivering van het verkeersbesluit:
a. vermeld welke PR-plafonds van toepassing zijn voor de wegen die zullen worden gebruikt als omrijroute;
b. op basis van de meest recente beschikbare gegevens inzicht gegeven in de omvang van het vervoer over de weg waarop het vervoer tijdelijk wordt beperkt;
c. inzicht gegeven in de verwachte toename van de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de omrijroutes ten opzichte van de meest recente beschikbare gegevens over de omvang van het vervoer over die routes.
2.
Op basis van de informatie bedoeld in het eerste lid, wordt in de toelichting op het verkeersbesluit vermeld in hoeverre de voor de omrijroutes vastgestelde PR-plafonds worden of dreigen te worden overschreden.
3.
Indien geen sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de betrokken PR-plafonds, wordt met toepassing van het eerste lid volstaan.
4.
Indien sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de desbetreffende PR-plafonds, wordt verwezen naar de onderzoeksplicht van de minister, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet.
Artikel 17. beoordeling groepsrisico
Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing ter onderbouwing van de beoordeling van het groepsrisico, met dien verstande dat in geval een GR-plafond is vastgesteld dat plafond als uitgangspunt wordt gehanteerd.
1.
Deze paragraaf is van toepassing op verkeersbesluiten waardoor het vervoer van alle of bepaalde gevaarlijke stoffen over een hoofdweg tijdelijk wordt beperkt vanwege werkzaamheden aan deze hoofdweg en dit vervoer als gevolg daarvan zal omrijden over andere hoofdwegen die geen deel uitmaken van het basisnet.
2.
Bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt overlegd met het ten aanzien van de andere wegen bevoegde gezag.
Artikel 19. inspanningsplicht PR
De minister spant zich in te voorkomen dat kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten komen te liggen in het gebied langs wegen als bedoeld in artikel 18, waar de waarde van het plaatsgebonden risico groter kan zijn dan 10 -6 per jaar.
1.
Het plaatsgebonden risico wordt berekend met toepassing van RBM-II.
2.
Bij de berekening van het plaatsgebonden risico wordt gebruik gemaakt van:
a. de HART;
b. de meest recente beschikbare gegevens over de omvang van het vervoer over de weg waarop het vervoer tijdelijk wordt beperkt;
c. een inschatting van de verwachte toename van de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de omrijroutes ten opzichte van de meest recente beschikbare gegevens over de omvang van het vervoer over die routes.
1.
Het groepsrisico wordt met toepassing van RBM-II berekend, indien het groepsrisico:
a. is gelegen tussen 0,1 maal de oriëntatiewaarde en 1 maal de oriëntatiewaarde en ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het verkeersbesluit met meer dan tien procent toeneemt, of
b. hoger is dan 1 maal de oriëntatiewaarde én ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het verkeersbesluit toeneemt.
2.
Bij toepassing van het eerste lid wordt gebruik gemaakt van:
a. de HART;
b. de vervoerscijfers zoals bedoeld in artikel 20, eerste lid onder b en c, en
c. de huidige bevolkingsdichtheden.
1.
Indien artikel 21 van toepassing is, wordt in het verkeersbesluit gemotiveerd:
a. welke maatregelen zijn overwogen om de tijdelijke toename van het groepsrisico als gevolg van het verkeersbesluit te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken;
b. welke maatregelen worden getroffen om de tijdelijke toename van het groepsrisico als gevolg van het verkeersbesluit te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken, en
c. welke tijdelijke toename van het groepsrisico na afweging van alle betrokken belangen wordt geaccepteerd.
2.
Bij toepassing van het eerste lid wordt tevens aandacht besteed aan:
a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp, en
b. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied om zich in veiligheid te brengen indien zich een zodanige ramp voordoet.
3.
Het bestuur van de veiligheidsregio in wiens regio het gebied ligt waarop het verkeersbesluit betrekking heeft, wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen en mogelijkheden.
Artikel 23. toepassingsbereik paragraaf 3.1
Deze paragraaf is van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op een wijziging van een hoofdspoorweg.
Artikel 24. inspanningsplicht
Indien een wijziging van een hoofdspoorweg leidt tot verschuiving van de ligging van het referentiepunt op het betrokken baanvak, spant de minister zich in te voorkomen dat bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen de basisnetafstand komen te liggen.
Artikel 25. beoordeling effecten verschuiving referentiepunt
Onverminderd artikel 26 wordt bij een tracébesluit dat betrekking heeft op een wijziging van een hoofdspoorweg als gevolg waarvan de ligging van het referentiepunt verschuift en als gevolg van die verschuiving bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten komen te liggen binnen de basisnetafstand, inzicht gegeven in:
a. het aantal bestaande en geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten dat als gevolg van de verschuiving van het referentiepunt binnen de basisnetafstand komt te liggen;
b. het aantal bestaande en geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten dat voor uitvoering van het tracébesluit binnen de basisnetafstand ligt, maar als gevolg van de verschuiving van het referentiepunt na uitvoering van een besluit buiten de basisnetafstand komt te liggen, en
c. de afweging die ten grondslag ligt aan de keuze voor de ligging van de te wijzigen hoofdspoorweg en het effect van die ligging voor de objecten, bedoeld onder a en b, in relatie tot de inspanningsplicht, bedoeld in artikel 24.
1.
Ter beoordeling van het plaatsgebonden risico wordt in de toelichting op het tracébesluit:
a. vermeld welke PR-plafonds van toepassing zijn;
b. indien redelijkerwijs een toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen kan worden verwacht als gevolg van de voorgenomen wijziging van de hoofdspoorweg, inzicht gegeven in de verwachte toename van de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de aan te passen hoofdspoorweg en over de in het studiegebied gelegen hoofdspoorwegen;
c. indien een wijziging van de voor de aan te passen hoofdspoorweg geldende risicobepalende variabelen zoals opgenomen in bijlage II bij de regeling kan worden verwacht als gevolg van de voorgenomen wijziging van de hoofdspoorweg, inzicht gegeven in de verwachte wijziging daarin.
2.
Op basis van de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt in de toelichting op een tracébesluit vermeld in hoeverre de voor de te wijzigen hoofdspoorweg of de voor de in het studiegebied gelegen hoofdspoorwegen vastgestelde PR-plafonds worden of dreigen te worden overschreden.
3.
Indien geen sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de betrokken PR-plafonds wordt met toepassing van het eerste lid volstaan.
4.
Indien sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de desbetreffende PR-plafonds wordt verwezen naar de onderzoeksplicht van de minister, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet.
Artikel 27. beoordeling groepsrisico
Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing ter onderbouwing van de beoordeling van het groepsrisico, met dien verstande dat de voor de desbetreffende hoofdspoorweg vastgestelde GR-plafonds als uitgangspunt worden gehanteerd.
1.
Dit artikel is van toepassing op een tracébesluit dat:
a. betrekking heeft op een verbreding van de hoofdspoorweg aan één zijde van de bestaande hoofdspoorweg, indien als gevolg van de verbreding het midden van de doorgaande spoorbundel meer dan zes meter verschuift en indien de bebouwing aan de zijde waar de uitbreiding plaatsvindt een hogere personendichtheid heeft dan de bebouwing aan de andere zijde;
b. betrekking heeft op de plaatsing van één of meer wissels, met uitzondering van de situatie waarbij deze wissels worden geplaatst tussen twee reeds aanwezige wissels die op 1000 meter of minder van elkaar zijn gelegen;
c. het mogelijk maakt om op een deel van de hoofdspoorweg waar voorheen in beide rijrichtingen niet sneller dan 40 km per uur mocht worden gereden, voortaan in een rijrichting sneller dan 40 km per uur te rijden.
2.
In afwijking van artikel 27 wordt het groepsrisico met toepassing van RBM-II berekend, indien het groepsrisico:
a. is gelegen tussen 0,1 maal de oriëntatiewaarde en 1 maal de oriëntatiewaarde en ten opzichte van de situatie voorafgaand aan een tracébesluit met meer dan tien procent toeneemt, of
b. hoger is dan 1 maal de oriëntatiewaarde én ten opzichte van de situatie voorafgaand aan een tracébesluit toeneemt.
3.
Bij toepassing van het tweede lid wordt gebruik gemaakt van:
a. de HART;
b. de vervoerscijfers zoals die zijn opgenomen in bijlage II bij de regeling , en
c. de huidige bevolkingsdichtheden en de overeenkomstig de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit vigerende bestemmingsplannen en ter inzage gelegde ontwerp-bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten bevolkingsdichtheden.
1.
Indien artikel 28 van toepassing is wordt in het tracébesluit gemotiveerd:
a. welke maatregelen zijn overwogen om de toename van het groepsrisico als gevolg van een tracébesluit te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken;
b. welke maatregelen worden getroffen om de toename van het groepsrisico als gevolg van een tracébesluit te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken, en
c. welke toename van het groepsrisico na afweging van alle betrokken belangen wordt geaccepteerd.
2.
Bij toepassing van het eerste lid wordt tevens aandacht besteed aan:
a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp, en
b. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied om zich in veiligheid te brengen indien zich een zodanige ramp voordoet.
3.
Het bestuur van de veiligheidsregio in wiens regio het gebied ligt waarop het tracébesluit betrekking heeft, wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen en mogelijkheden.
Artikel 30. effecten voor ligging PAG
Indien voor de omgeving naast de betrokken hoofdspoorweg krachtens het Bevt een PAG is vastgesteld, wordt in een tracébesluit vermeld in hoeverre de aanpassing van de hoofdspoorweg gevolgen heeft voor de ligging van dat PAG.
1.
Deze paragraaf is van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op aanleg van een hoofdspoorweg.
2.
Deze paragraaf is tevens van toepassing in geval een besluit, bedoeld in het eerste lid, mede betrekking heeft op een wijziging van een bestaande hoofdspoorweg ten behoeve van aantakking op de aan te leggen hoofdspoorweg.
Artikel 32. inspanningsplicht PR
De minister spant zich in te voorkomen dat bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten komen te liggen in het gebied langs een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 31, waar de waarde van het plaatsgebonden risico groter kan zijn dan 10 -6 per jaar.
1.
Het plaatsgebonden risico wordt berekend met toepassing van RBM-II.
2.
Bij de berekening van het plaatsgebonden risico wordt gebruik gemaakt van:
a. de HART;
b. een inschatting van de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen dat aan de nieuwe hoofdspoorweg kan worden toegerekend, op basis van de vervoerscijfers zoals die voor de in het studiegebied gelegen hoofdspoorwegen zijn opgenomen in bijlage II bij de regeling .
1.
Bij de beoordeling van het groepsrisico is artikel 28, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
2.
Bij de beoordeling van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van de gegevens, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onder b, en van de huidige bevolkingsdichtheden en de overeenkomstig de ten tijde van de terinzagelegging van een besluit als bedoeld in artikel 31 vigerende bestemmingsplannen en ter inzage gelegde ontwerp-bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten bevolkingsdichtheden.
3.
Artikel 29 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 35. aanvullende beoordeling baanvakken met plafond
Overeenkomstig artikel 26, eerste lid, en artikel 27 wordt bezien in hoeverre de voor de in het studiegebied gelegen hoofdspoorwegen vastgestelde PR-plafonds en GR-plafonds worden of dreigen te worden overschreden en wordt in voorkomende gevallen overeenkomstig artikel 26, vierde lid, verwezen naar de onderzoeksplicht van de minister, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet.
Artikel 36. toepassingsbereik paragraaf 4.1
Deze paragraaf is van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op een wijziging van een hoofdvaarweg, waar voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit een PR-plafond is vastgesteld.
1.
Ter beoordeling van het plaatsgebonden risico wordt in de toelichting op het tracébesluit:
a. vermeld welke PR-plafonds van toepassing zijn;
b. inzicht gegeven in de ligging van de referentiepunten alsmede in een eventuele wijziging daarin als gevolg van de voorgenomen aanpassing;
c. indien redelijkerwijs een toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen kan worden verwacht als gevolg van de voorgenomen wijziging van de hoofdvaarweg, inzicht gegeven in de verwachte toename van de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de aan te passen hoofdvaarweg en over de in het studiegebied gelegen hoofdvaarwegen.
2.
Op basis van de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt in de toelichting op het tracébesluit vermeld in hoeverre de voor de te wijzigen hoofdvaarweg of voor de in het studiegebied gelegen hoofdvaarwegen vastgestelde PR-plafonds worden of dreigen te worden te worden overschreden.
3.
Indien geen sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de betrokken PR-plafonds, wordt met toepassing van het eerste lid volstaan.
4.
Indien sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de desbetreffende PR-plafonds, wordt verwezen naar de onderzoeksplicht van de minister, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet.
1.
Het groepsrisico wordt met toepassing van RBM-II berekend, indien het groepsrisico:
a. is gelegen tussen 0,1 maal de oriëntatiewaarde en 1 maal de oriëntatiewaarde en ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het tracébesluit met meer dan tien procent toeneemt, of
b. hoger is dan 1 maal de oriëntatiewaarde én ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het tracébesluit toeneemt.
2.
Bij toepassing van het eerste lid wordt gebruik gemaakt van:
a. de HART;
b. de vervoerscijfers zoals die zijn opgenomen in bijlage III bij de regeling , en
c. de huidige bevolkingsdichtheden en de overeenkomstig de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit vigerende bestemmingsplannen en ter inzage gelegde ontwerp-bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten bevolkingsdichtheden.
1.
Indien artikel 38 van toepassing is, wordt in het tracébesluit, gemotiveerd:
a. welke maatregelen zijn overwogen om de toename van het groepsrisico als gevolg van het tracébesluit te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken;
b. welke maatregelen worden getroffen om de toename van het groepsrisico als gevolg van het tracébesluit te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken, en
c. welke toename van het groepsrisico na afweging van alle betrokken belangen wordt geaccepteerd.
2.
Bij toepassing van het eerste lid wordt tevens aandacht besteed aan:
a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp, en
b. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied om zich in veiligheid te brengen indien zich een zodanige ramp voordoet.
3.
Het bestuur van de veiligheidsregio in wiens regio het gebied ligt waarop het tracébesluit betrekking heeft, wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen en mogelijkheden.
1.
Deze paragraaf is van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op aanleg van een hoofdvaarweg.
2.
Deze paragraaf is tevens van toepassing in geval het tracébesluit, bedoeld in het eerste lid, mede betrekking heeft op een wijziging van een bestaande hoofdvaarweg ten behoeve van aantakking op de aan te leggen hoofdvaarweg.
3.
Deze paragraaf is tevens van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op een wijziging van een hoofdvaarweg, waarvoor voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp van dat besluit geen PR-plafond is vastgesteld.
Artikel 41. inspanningsplicht PR
De minister spant zich in te voorkomen dat bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten komen te liggen in het gebied langs een hoofdvaarweg als bedoeld in artikel 40, waar de waarde van het plaatsgebonden risico groter kan zijn dan 10 -6 per jaar.
1.
Het plaatsgebonden risico wordt berekend met toepassing van RBM-II.
2.
Bij de berekening van het plaatsgebonden risico wordt gebruik gemaakt van:
a. de HART;
b. een inschatting van de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen dat aan de nieuwe hoofdvaarweg kan worden toegerekend, op basis van de vervoerscijfers zoals die voor de in het studiegebied gelegen hoofdvaarwegen zijn opgenomen in bijlage III bij de regeling .
3.
In afwijking van het tweede lid, onder b, wordt voor een hoofdvaarweg als bedoeld in artikel 40, derde lid, uitgegaan van de meest recente beschikbare gegevens over de omvang van het vervoer over die vaarweg.
1.
Bij de beoordeling van het groepsrisico is artikel 38, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
2.
Bij de beoordeling van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van de gegevens, bedoeld in artikel 42, tweede lid, onder b, of derde lid, en van de huidige bevolkingsdichtheden en de overeenkomstig de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit vigerende bestemmingsplannen en ter inzage gelegde bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten bevolkingsdichtheden.
3.
Artikel 39 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 44. aanvullende beoordeling hoofdvaarwegvakken met plafond
Overeenkomstig artikel 37, eerste lid, wordt bezien in hoeverre de voor de in het studiegebied gelegen hoofdvaarwegen vastgestelde PR-plafonds worden of dreigen te worden overschreden en wordt in voorkomende gevallen overeenkomstig artikel 37, vierde lid, verwezen naar de onderzoeksplicht van de minister, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet.
1.
Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op een tracébesluit waarvan het ontwerp voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregels ter inzage is gelegd of waarvan het ontwerp tracébesluit uiterlijk binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze beleidsregels wordt genomen.
2.
Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op het tracébesluit voor het project zeesluis Kanaal Gent-Terneuzen.
Artikel 46. inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op het tijdstip waarop de Wet van 10 juli 2013 tot wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en enige andere wetten in verband met de totstandkoming van een basisnet (Wet basisnet) (Stb. 2013, 307), het Besluit van 3 september 2013 tot wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen in verband met de wijziging van de routeringsystematiek in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 2013, 340), het Besluit van 11 november 2013, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes (Besluit externe veiligheid transportroutes) (Stb. 2013, 465) en de Regeling van 19 maart 2014, houdende vaststelling van de ligging van de risicoplafonds langs transportroutes en regels voor ruimtelijke ontwikkelingen langs transportroutes in verband met externe veiligheid (Regeling basisnet) (Stcrt. 2014, nr. 8242) in werking treden.
Artikel 47. citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten.
Artikel 48
Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Staatssecretaris