Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregel sancties frequentiegebruik UMTS
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Beleidsregel sancties frequentiegebruik UMTS

Beleidsregel van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 augustus 2007, nr. AT-EZ/5891756.JZ, houdende vaststelling van regels met betrekking tot toezicht op en handhaving van de naleving van de vergunningsvoorwaarden door de houder van een IMT-2000 vergunning (Beleidsregel sancties frequentiegebruik UMTS)
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Gelet op de artikelen 3.3, 3.5, 3.7, tweede lid, onderdeel b, 15.1, eerste lid, onderdeel a, en 15.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, de artikelen 16, 17 en 21 van het Frequentiebesluit en de artikelen 5:32, eerste lid en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
1.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. wet: Telecommunicatiewet ;
b. Agentschap Telecom: Agentschap Telecom van het ministerie van Economische Zaken;
c. vergunning: vergunning voor gebruik van frequentieruimte als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wet, die is verdeeld op basis van de Regeling veiling gebruiksrecht radio-frequenties voor IMT-2000 ;
d. vergunninghouder: houder van een vergunning als bedoeld onder c;
2.
De definities in de vergunningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn van toepassing.
Artikel 2
Deze beleidsregel geeft aan op welke wijze de Minister van Economische Zaken de voorschriften betreffende dekking en minimum serviceniveau, genoemd in artikel 3, onderdeel b, van de vergunning, bestuursrechtelijk zal handhaven.
1.
Ter vaststelling of de vergunninghouder voldoet aan de voorschriften betreffende dekking en minimum serviceniveau, genoemd in artikel 3, onderdeel b, van de vergunning, worden op driehonderd verschillende locaties in Nederland metingen verricht.
2.
De metingen geschieden overeenkomstig de in de bijlage opgenomen meetmethode.
1.
Indien een vergunninghouder in minder dan 98% van het in de vergunningsvoorschriften beschreven gebied dekking heeft, wordt wegens overtreding van de voorschriften betreffende dekking, genoemd in artikel 3, onderdeel b, van de vergunning een last onder dwangsom opgelegd.
2.
De dwangsom, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
a. € 5.000.000,– per kwartaal met een maximum van € 40.000.000,– indien het behaalde dekkingspercentage groter of gelijk is aan 0% en kleiner is dan 13%;
b. € 4.375.000,– per kwartaal met een maximum van € 35.000.000,– indien het behaalde dekkingspercentage groter of gelijk is aan 13% en kleiner is dan 26%;
c. € 3.750.000,– per kwartaal met een maximum van € 30.000.000,– indien het behaalde dekkingspercentage groter of gelijk is aan 26% en kleiner is dan 38%;
d. € 3.125.000,– per kwartaal met een maximum van € 25.000.000,– indien het behaalde dekkingspercentage groter of gelijk is aan 38% en kleiner is dan 50%;
e. € 2.500.000,– per kwartaal met een maximum van € 20.000.000,– indien het behaalde dekkingspercentage groter of gelijk is aan 50% en kleiner is dan 62%;
f. € 1.875.000,– per kwartaal met een maximum van € 15.000.000,– indien het behaalde dekkingspercentage groter of gelijk is aan 62% en kleiner is dan 74%;
g. € 1.250.000,– per kwartaal met een maximum van € 10.000.000,– indien het behaalde dekkingspercentage groter of gelijk is aan 74% en kleiner is dan 86%;
h. € 625.000,– per kwartaal met een maximum van € 5.000.000,– indien het behaalde dekkingspercentage groter of gelijk is aan 86% en kleiner is dan 98%.
3.
De last, bedoeld in het eerste lid, houdt in dat de overtreder op de meetlocaties, waar geen dekking is geconstateerd binnen de gestelde termijn dekking moet hebben gerealiseerd.
1.
Indien een vergunninghouder in minder dan 93,1% van het in de vergunningsvoorschriften beschreven gebied op ieder tijdstip voldoet aan het minimum serviceniveau, wordt wegens overtreding van de voorschriften betreffende minimum serviceniveau, genoemd in artikel 3, onderdeel b, van de vergunning een last onder dwangsom opgelegd.
2.
De dwangsom, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
a. € 500.000,– per kwartaal met een maximum van € 4.000.000,– indien het gehaalde minimum serviceniveau groter of gelijk is aan 0% en kleiner is dan 12%;
b. € 437.500,– per kwartaal met een maximum van € 3.500.000,– indien het gehaalde minimum serviceniveau groter of gelijk is aan 12% en kleiner is dan 24%;
c. € 375.000,– per kwartaal met een maximum van € 3.000.000,– indien het gehaalde minimum serviceniveau groter of gelijk is aan 24% en kleiner is dan 36%;
d. € 312.500,– per kwartaal met een maximum van € 2.500.000,– indien het gehaalde minimum serviceniveau groter of gelijk is aan 36% en kleiner is dan 48%;
e. € 250.000,– per kwartaal met een maximum van € 2.000.000,– indien het gehaalde minimum serviceniveau groter of gelijk is aan 48% en kleiner is dan 60%;
f. € 187.500,– per kwartaal met een maximum van € 1.500.000,– indien het gehaalde minimum serviceniveau groter of gelijk is aan 60% en kleiner is dan 72%;
g. € 125.000,– per kwartaal met een maximum van € 1.000.000,– indien het gehaalde minimum serviceniveau groter of gelijk is aan 72% en kleiner is dan 84%;
h. € 62.500,– per kwartaal met een maximum van € 500.000,– indien het gehaalde minimum serviceniveau groter of gelijk is aan 84% en kleiner is dan 93,1%.
3.
Bij de toepassing van het eerste en tweede lid worden locaties waar geen dekking is geconstateerd niet aangemerkt als locaties waar niet voldaan wordt aan het minimum serviceniveau.
4.
De last, bedoeld in het eerste lid, houdt in dat de overtreder op de meetlocaties, waar is geconstateerd dat de overtreder niet heeft voldaan aan het minimum serviceniveau genoemd in het eerste lid, binnen de gestelde termijn het minimum serviceniveau moet hebben gerealiseerd.
1.
Alvorens een last onder dwangsom aan een overtreder wordt opgelegd, wordt overeenkomstig artikel 4:8 Awb aan hem een voornemen tot oplegging van een last onder dwangsom verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een maand na dagtekening van dit voornemen mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien daarvan te uiten.
2.
De termijn die de overtreder wordt gegund om aan een last te voldoen alvorens hij de dwangsom voor de eerste maal verbeurt, bedraagt drie maanden.
3.
In afwijking van het tweede lid kan een langere termijn worden gegund indien de overtreder binnen een maand aantoont dat hij redelijkerwijs niet binnen de termijn van drie maanden aan de last kan voldoen.
1.
In het geval het maximumbedrag als bedoeld in artikel 4, tweede lid, is verbeurd, en de vergunninghouder op meer dan 150 meetlocaties geen dekking heeft, kan de vergunning worden ingetrokken. Artikel 3, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
2.
De vergunning wordt niet eerder ingetrokken dan nadat:
a. aan de vergunninghouder een voornemen tot intrekking is verzonden en de overtreder hierbij de mogelijkheid is geboden om binnen een maand na dagtekening van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van genoemd voornemen naar voren te brengen, en
b. de onder a genoemde termijn is verstreken zonder dat de vergunninghouder de overtreding heeft beëindigd.
Artikel 8
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 9
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel sancties frequentiegebruik UMTS.
De
Staatssecretaris