Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregel redelijke opzegvergoedingen vergunninghouders
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Eerste Afdeling - Algemeen
+ Tweede Afdeling - Redelijke opzegvergoeding algemeen
+ Derde Afdeling - Redelijke opzegvergoeding consumenten
+ Vierde Afdeling - Redelijke opzegvergoeding kleinzakelijke afnemers
+ Vijfde Afdeling - Invoering
+ Zesde Afdeling - Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 20 januari 2008. U leest nu de tekst die gold op 19 januari 2008.

Beleidsregel redelijke opzegvergoedingen vergunninghouders

Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 95m E-wet en 52b Gaswet van de Mededingingswet
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,
gelet op artikel 5 en artikel 95m E-wet en 52b Gaswet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
1. de Raad: de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub e van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 1, eerste lid sub r van de Gaswet;
2. de vergunninghouder: een houder van een leveringsvergunning als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet;
3. een kleinverbruiker: een afnemer als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 of in artikel 43 van de Gaswet;
4. een overeenkomst: een overeenkomst tussen een vergunninghouder en een afnemer tot levering van elektriciteit of gas;
5. een opzegvergoeding: een vergoeding die een vergunninghouder kan opnemen in een overeenkomst voor bepaalde duur en die een kleinverbruiker bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst aan de vergunninghouder is verschuldigd;
Artikel 2
Voor de uitleg van deze regeling wordt een kleinverbruiker onderscheiden in:
1. consument: een kleinverbruiker behorende tot een verbruikerscategorie waarvoor een van de volgende verbruiksprofielen van toepassing is:
a. verbruikersprofiel groep E1, bestaande uit kleinverbruikers van elektriciteit met een doorlaatwaarde kleiner of gelijk aan 3X25 ampère. De groep is opgesplitst in de categorieën E1a: enkeltarief, E1b: dubbeltarief nachtstroom en E1c: dubbeltarief avondstroom;
of een afnemer die maximaal 10.000 kWh elektriciteit per jaar verbruikt.
b. verbruikersprofiel groep G1a, bestaande uit kleinverbruikers van gas met een aansluiting met een standaard jaarverbruik van minder dan 5.000 m3 en een gasmeter G6 of kleiner;
of een afnemer die maximaal 5.000 m3 gas per jaar verbruikt.
2. kleinzakelijke afnemer: alle kleinverbruikers die niet onder de definitie van consument vallen.
1.
De Raad acht een opzegvergoeding niet redelijk indien de overeenkomst tussentijds wordt beëindigd in de periode van twee weken voor tot twee weken na de datum waarop de overeenkomst afloopt.
2.
De genoemde bedragen in deze beleidsregel zijn inclusief BTW.
1.
De Raad oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor consumenten indien de maximale hoogte van een opzegvergoeding voor consumenten afhankelijk is van de duur van de overeenkomst en van de resterende looptijd op het moment van beëindigen, volgens onderstaand schema:
2.
Indien een overeenkomst stilzwijgend is verlengd, acht de Raad het bedingen van een opzegvergoeding van meer dan 25 Euro niet redelijk.
3.
Het in de overeenkomst bedingen van een vergoeding voor een uitgedeeld welkomstcadeau is niet redelijk indien:
– de beëindiging heeft plaatsgevonden na verloop van een jaar van de overeenkomst, of
– de beëindiging heeft plaatsgevonden binnen een jaar na het sluiten van de overeenkomst en de vergoeding voor het welkomstcadeau meer dan de reële waarde van het cadeau of meer dan 50 Euro bedraagt.
4.
Bij een overeenkomst voor levering van elektriciteit én gas is het bedingen van een afzonderlijke opzegvergoeding per product redelijk indien de kleinverbruiker voor zowel elektriciteit en gas de overeenkomst vroegtijdig beëindigd en overstapt naar een andere vergunninghouder.
1.
De Raad oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor kleinzakelijke afnemers indien deze voldoet aan één van drie onderstaande criteria:
1. de opzegvergoeding bedraagt maximaal 15% van de resterende (verwachte) waarde van de overeenkomst;
2. de opzegvergoeding bedraagt het verschil tussen de marktprijs op het moment van beëindigen en de prijs van de overeenkomst over het resterende volume, plus een administratieve vergoeding van maximaal 50 Euro; of,
3. de opzegvergoeding bedraagt maximaal 100 Euro per niet uitgediend jaar.
1.
De opzegvergoeding wordt conform deze beleidsregel opgenomen in de overeenkomst, waarbij duidelijk wordt aangegeven wat de hoogte van de opzegvergoeding is.
2.
Vanaf de inwerkintreding van deze beleidsregel mogen geen opzegvergoedingen meer in rekening worden gebracht die in strijd zijn met de beleidsregel.
Artikel 7
De Raad van Bestuur zal overeenkomstig deze beleidsregel handelen, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zal hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 8
Deze beleidsregel wordt aangehaald als beleidsregel redelijke opzegvergoedingen vergunninghouders.
1.
De bekendmaking van deze beleidsregel met toelichting geschiedt door plaatsing in de Staatscourant.
2.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
3.
Op de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt de ‘Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders’ van maart 2005 ingetrokken. Dit met uitzondering van de artikelen 1, vierde lid en 3, eerste lid. Deze artikelen worden eerst ingetrokken op de datum dat de Veegwet (Wetsvoorstel Veegwet, Kamerstukken I, 2004/05, 30027, A) in werking treedt.
4.
Deze beleidsregel wordt eens per jaar geëvalueerd.
Den Haag, 25 april 2006
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,