Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregel partieel gebruik van de standaardbenadering onder de IRB
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2014. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2014.

Beleidsregel partieel gebruik van de standaardbenadering onder de IRB

Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. van 11 december 2006, nr. Juza/2006/02369/IH, houdende regels ingevolge artikel 76, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft met betrekking tot de wijze van uitoefening van de daarin aan haar gedelegeerde bevoegdheden (Beleidsregel partieel gebruik van de standaardbenadering onder de IRB)
De Nederlandsche Bank N.V.,
Na overleg met de representatieve organisaties;
Gelet op artikel 76, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft;
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. aanvrager : een bank of beleggingsonderneming die een aanvraag om toestemming als bedoeld in artikel 76, van het Besluit, bij DNB heeft ingediend;
b. Besluit : het Besluit prudentiële regels Wft ;
c. DNB : De Nederlandsche Bank N.V.;
d. financiële onderneming : bank of beleggingsonderneming;
e. IRB : de interne modellenmethode als bedoeld in artikel 1 van het Besluit;
f. Regeling : de Regeling solvabiliteitseisen voor het kredietrisico ;
g. wet : de Wet op het financieel toezicht .
Artikel 2
Deze beleidsregel is van toepassing op banken of beleggingsondernemingen die een aanvraag om toestemming als bedoeld in artikel 76 van het Besluit bij DNB indienen.
1.
Voor de toepassing van artikel 76, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit, is aan de daar genoemde voorwaarde voldaan indien:
a. de aanvrager aantoont dat de betreffende categorie vorderingen geen grote risico’s vertegenwoordigt;
b. de aanvrager onderbouwt dat het aantal materiële tegenpartijen in de betreffende categorie dermate klein is dat de veronderstelling van voldoende granulariteit niet houdbaar is; en
c. de aanvrager aantoont dat de ontwikkeling van een ratingsysteem dat voldoet aan de eisen van hoofdstuk 3 van de Regeling niet mogelijk is respectievelijk slechts tegen tot onevenredige implementatielasten mogelijk is.
2.
Aan de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde voorwaarde is in ieder geval voldaan indien de aanvrager aantoont dat het merendeel van de tegenpartijen in de categorie een externe rating heeft.
Artikel 4
Voor de toepassing van artikel 76, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit is aan de daar genoemde voorwaarde voldaan indien:
a. de aanvrager aantoont dat zij streeft naar een zo volledig mogelijke toepassing van de IRB over de gehele financiële onderneming;
b. de aanvrager aantoont dat de naar kredietrisico gewogen posten van het totaal aan vorderingen waarvoor toestemming wordt gevraagd om deze buiten de IRB te houden, minder dan 15% van de totale naar kredietrisico gewogen posten bedraagt;
c. de aanvrager over procedures beschikt die waarborgen dat de 15%-grens genoemd in het vorige onderdeel, periodiek wordt bewaakt; en
d. de aanvrager over procedures beschikt die waarborgen dat zijn solvabiliteitsvereisten niet worden beïnvloed door intra-concern transacties die uitsluitend tot doel hebben voordeel te behalen uit de verschillen tussen de beschikbare benaderingen voor de bepaling van de solvabiliteitsvereisten voor het kredietrisico als bedoeld in de Regeling.
1.
Indien de naar kredietrisico gewogen posten van het totaal aan vorderingen waarvoor toestemming wordt gevraagd om deze buiten de IRB te houden, structureel meer bedraagt dan 10% van de totale naar kredietrisico gewogen posten, verzamelt de aanvrager voor die vorderingen die te zijner tijd als eerste onder de IRB zullen worden gebracht, de volgende gegevens:
a. voor vorderingen die onder de categorieën, genoemd in artikel 71, eerste lid, onderdelen a, b of c, van het Besluit vallen: de gegevens genoemd in artikel 3:74, tweede lid, onderdelen e en f, van de Regeling, en de gegevens bedoeld in artikel 3:74, vierde lid, onderdelen e en g, van de Regeling, voor zover deze betrekking hebben op gerealiseerde wanbetalingen;
b. voor vorderingen die onder de categorie, genoemd in artikel 71, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit vallen: de gegevens, genoemd in artikel 3:75, tweede lid, onderdelen c, d en e, van de Regeling, voor zover deze betrekking hebben op gerealiseerde wanbetalingen.
2.
In afwijking van het vorige lid, kan de aanvrager er voor kiezen om vanaf implementatie permanent voor grotere onderdelen ten aanzien waarvan de in artikel 76, eerste lid, onderdeel b van het Besluit bedoelde toestemming is verleend de in het vorige lid bedoelde gegevens te verzamelen.
1.
De toestemming, bedoeld in artikel 76, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit wordt geweigerd indien de aanvraag tot doel heeft om binnen een bedrijfsonderdeel slechts een deel van de vorderingen, die tot één categorie genoemd in artikel 71, eerste lid, van het Besluit behoren, onder de IRB te brengen.
2.
In afwijking van het eerste lid, is gedeeltelijke onderbrenging onder de IRB toch toegestaan indien de aanvrager aantoont dat:
a. de ontwikkeling van een ratingsysteem dat voldoet aan de eisen, bedoeld in hoofdstuk 3 van de Regeling niet mogelijk is respectievelijk slechts tegen onevenredige implementatielasten mogelijk is; en
b. de keuze voor gedeeltelijke onderbrenging niet is ingegeven door redenen van kapitaalsarbitrage.
Artikel 7
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel partieel gebruik van de standaardbenadering onder de IRB.
Artikel 8
Deze beleidsregel treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 76 van het Besluit prudentiële regels Wft in werking treedt.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Amsterdam, 11 december 2006
De
directeur
De
directeur