Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemeen
+ § 2. Aanvragen ontheffingen
+ § 3. Voorschriften verbonden aan ontheffingen
+ § 4. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015

Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015
De Directie van de Dienst Wegverkeer,
Gelet op artikel 149a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 4:83 van de Algemene wet Bestuursrecht, het Besluit ontheffingverlening exceptionele transporten, het Besluit voertuigen, de Regeling voertuigen en de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten;
Besluit:
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van deze beleidsregel worden de begripsbepalingen van de Regeling voertuigen overgenomen.
Voorts wordt verstaan onder:
a. autonome beslisruimte: de actuele, door de wegbeheerder voor een weg of weggedeelte opgegeven afmetingen en massa's tot welke de RDW zonder toestemming als bedoeld in artikel 149b, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 4 van het Besluit ontheffingverlening exceptionele transporten ontheffing mag verlenen onder de daarbij van toepassing zijnde beperkingen en voorschriften;
c. digitale wegenkaart: elektronische weergave van de wegen of weggedeelten waar de autonome beslisruimte voor langlopende basis ontheffingen op van toepassing is en die door de Dienst Wegverkeer ten behoeve van de ontheffing houders ter beschikking wordt gesteld;
d. gedwongen besturing: gelede stuurinrichting volgens ECE R79, waarbij de besturingsoverbrenging zuiver mechanisch of zuiver hydraulisch is uitgevoerd;
e. hulpbesturing: inrichting waarmee de besturing van een getrokken voertuig anders dan door verdraaiing van het stuurwiel van het motorrijtuig met de hand kan worden beïnvloed;
f. konvooi: een samenstel van exceptionele transporten dat als één geheel wordt begeleid door transportbegeleiders;
i. zelfsturende besturing: zelfsturende stuurinrichting als bedoeld in ECE R79, waarbij de stuurkrachten geleverd worden door een verandering van richting van het trekkende voertuig en waarbij de beweging van de bestuurde wielen van het getrokken voertuig is gekoppeld aan de hoek tussen de lengteas van het aanhangwagenchassis of de last die deze vervangt en de lengteas van het onderstel waaraan de as(sen) bevestigd is (zijn);
j. VIN: voertuigidentificatienummer als bedoeld in verordening nr. 19/2011/EU.
Artikel 2. Toepassingsgebied
Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor ontheffingen voor een exceptioneel transport op basis van artikel 149a, tweede lid Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 3. Soorten ontheffingen
Ontheffingen worden onderscheiden in langlopende ontheffingen en incidentele ontheffingen.
1.
Een langlopende ontheffing wordt verleend voor:
a. één voertuig of één samenstel van voertuigen voor exceptionele transporten,
b. een maximale geldigheidsduur van 1 jaar, en
c. een verzameling van wegen die binnen de autonome beslisruimte van de RDW valt.
2.
Een langlopende ontheffing kan worden verleend indien de aanvraag betrekking heeft op
a. een breedte die niet meer bedraagt dan 3,50 meter;
b. een lengte die niet meer bedraagt dan 27,50 meter;
c. een hoogte die niet meer bedraagt dan 4,25 meter;
d. een maximale massa van 100.000 kg;
e. een maximale aslast van 10.000 kg dan wel 12.000 kg voor een pendelas.
1.
Een incidentele ontheffing kan worden verleend voor een bepaalde route en voor maximaal vier voertuigen of vier samenstellen van voertuigen.
2.
Incidentele ontheffingen kunnen worden verleend met een geldigheidsduur van:
a. maximaal vier weken, of
b. maximaal drie maanden, of
c. maximaal 1 jaar, mits voor specifieke doeleinden.
3.
Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder b, worden slechts verleend indien meerdere identieke exceptionele transporten door dezelfde transporteur gedurende een bepaalde en beperkte periode over een bepaalde route moeten worden uitgevoerd. Een ontheffing met een geldigheidsduur van zes weken of meer wordt slechts verleend voor een exceptioneel transport indien:
a. de breedte niet meer bedraagt dan 4,50 meter, of
b. de lengte niet meer bedraagt dan 60 meter, of
c. de hoogte niet meer bedraagt dan 4,50 meter.
4.
Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder c, kunnen slechts worden verleend indien het exceptionele transport:
a. aantoonbaar langdurig en frequent plaats moet vinden op een bepaalde route, en deze route niet meer dan 15 kilometer bedraagt, mits dit de meest veilige en doelmatige route is;
b. plaats moet vinden ten behoeve van de opleiding en examinering voor het getuigschrift transportbegeleider.
1.
Een langlopende ontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 van de Regeling voertuigen, kan worden verleend:
a. tot een lengte van 27,50 meter indien het een voertuig betreft dat voldoet aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder a en c en tweede lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten dan wel waarvoor een principeakkoord is afgegeven als bedoeld in de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuig documenten;
b. indien het een samenstel van een trekker en oplegger betreft, waarbij de afzonderlijke voertuigen voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5 afdeling 3 respectievelijk 5 afdeling 12 van de Regeling voertuigen en de oplegger door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is:
tot een maximale lengte van 18 meter indien de oplegger niet is voorzien van een gedwongen besturing, of
tot een maximale lengte van 20 meter indien de oplegger is voorzien van een gedwongen besturing.
2.
Een incidentele ontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 van de Regeling voertuigen kan worden verleend:
a. indien het een voertuig betreft dat voldoet aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder a en c en tweede lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten dan wel waarvoor een principeakkoord is afgegeven als bedoeld in de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten;
b. het een samenstel van een trekker en oplegger betreft, waarbij de afzonderlijke voertuigen voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5 afdeling 3 respectievelijk 5 afdeling 12 van de Regeling voertuigen en de oplegger door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is:
tot een maximale lengte van 18 meter indien de oplegger niet is voorzien van een gedwongen besturing, of
tot een maximale lengte van 20 meter indien de oplegger is voorzien van een gedwongen besturing.
1.
Een langlopende ontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in beladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 respectievelijk artikel 5.18.13 van de Regeling voertuigen kan worden verleend:
a. tot een maximale lengte van 27,50 meter indien het een voertuig betreft dat voldoet aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid onder a en c en tweede lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten dan wel waarvoor een principeakkoord is afgegeven als bedoeld in de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuig documenten ;
b. het een samenstel betreft, waarbij de afzonderlijke voertuigen voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5 afdeling 3 respectievelijk hoofdstuk 5 afdeling 12 van de Regeling voertuigen,
tot een maximale lengte van 27,50 meter waarbij de aanhangwagen door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is en is voorzien van gedwongen besturing, of
tot een maximale lengte van 22 meter indien de aanhangwagen niet zijnde oplegger door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is.
tot een maximale lengte van 27,50 meter indien het een samenstel van voertuigen betreft met zelfdragende lading waarbij de aanhangwagen voorzien is van zelfsturende dan wel gedwongen besturing.
2.
Een incidentele ontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in beladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 respectievelijk artikel 5.18.13 van de Regeling voertuigen kan worden verleend:
a. indien het een voertuig betreft dat voldoet aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder a en c en tweede lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten dan wel waarvoor een principeakkoord is afgegeven als bedoeld in de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten ;
b. het een samenstel betreft, waarbij de afzonderlijke voertuigen voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5, afdeling 3 respectievelijk hoofdstuk 5, afdeling 12 van de Regeling voertuigen,
waarbij de aanhangwagen door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is en is voorzien van gedwongen besturing, of
tot een maximale lengte van 22 meter indien de aanhangwagen niet zijnde oplegger door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is.
indien het een samenstel van voertuigen betreft met zelfdragende lading waarbij de aanhangwagen voorzien is van zelfsturende dan wel gedwongen besturing.
1.
In het ontheffingsdocument wordt voor het voertuig of het samenstel van voertuigen vermeld:
a. het Nederlandse kenteken, of
b. het VIN indien het een niet in Nederland geregistreerd voertuig betreft, of
c. het nummer van het SERT document als bedoeld in Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten indien het gaat om een modulair voertuig.
2.
Een langlopende ontheffing bestaat uit:
a. een voorblad, waarop in ieder geval de gegevens van de aanvrager, de afmetingen en massa’s in beladen toestand, en in indien van toepassing, de afmetingen en massa’s in onbeladen toestand zijn vermeld;
b. een wegenbijlage, ten minste bestaande uit – een afdruk van – de digitale wegenkaart;
c. diverse bijlagen die beperkingen, algemene voorschriften en, indien van toepassing, bijzondere voorschriften bevatten;
d. een bijlage die onder meer nadere gegevens omtrent kunstwerken, aanmelden en aanmeldlocaties bevat.
3.
De aanvrager van een langlopende ontheffing ontvangt tevens een wijzigingsabonnement, waarbij gedurende en uitsluitend voor de resterende geldigheidsduur van de langlopende ontheffing, de digitale wegenkaart moet worden vervangen in verband met de wijziging in de autonome beslisruimte dan wel het gebruik van de ontheffing.
4.
De Dienst Wegverkeer geeft op een door deze dienst bepaalde wijze de aangepaste digitale wegenkaart af voor zover zich wijzigingen in de autonome beslisruimte hebben voorgedaan dan wel voor het gebruik van de ontheffing noodzakelijk is.
5.
Een incidentele ontheffing bestaat uit:
a. een voorblad, waarop in ieder geval de gegevens van de aanvrager de ladingomschrijving, het laad- en losadres, de afmetingen en massa’s in beladen toestand, en in indien van toepassing de afmetingen en massa’s in onbeladen toestand;
b. diverse bijlagen die een routebeschrijving, beperkingen, algemene voorschriften en, indien van toepassing, bijzondere voorschriften bevatten.
1.
De aanvrager van een ontheffing dient zijn aanvraag te doen op het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model aanvraagformulier.
2.
Het aanvraagformulier wordt schriftelijk beschikbaar gesteld.
Artikel 10. Wijze van indienen van de aanvraag
Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.
1.
Een ontheffingsaanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.
2.
Het annuleren van een ingediende aanvraag wordt uitsluitend conform de actuele Regeling tarieven Dienst Wegverkeer 1 behandeld indien de intrekking binnen 24 uur na registratie van de aanvraag is gedaan en op dat moment nog en niet de status in behandeling heeft.
1.
Aanvragen die binnen de autonome beslisruimte van de Dienst Wegverkeer vallen, worden in beginsel afgehandeld binnen 2 werkdagen.
2.
Voor aanvragen die buiten de autonome beslisruimte van de Dienst Wegverkeer vallen, geldt in beginsel een termijn van meer dan 2 werkdagen.
3.
Uitsluitend op last van de politie kan een ontheffingsaanvraag met spoed worden behandeld.
1.
De Dienst Wegverkeer hanteert bij de beoordeling van aanvragen ten aanzien van de hoogte bij in de route gelegen kunstwerken een speling van minimaal 0,15 meter ten opzichte van de hoogte van het exceptioneel transport.
2.
Van het eerste lid kan worden afgeweken, indien:
a. de aanvraag buiten de autonome beslisruimte valt, en
b. geen alternatieve route aanwezig is, en
c. geen andere wijze van vervoer mogelijk is, en
d. geen voertuig technische oplossingen mogelijk zijn.
1.
Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt ten aanzien van de breedte van het transport op autosnelwegen, alsmede op nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen, in beginsel het volgende toetsingskader:
a. indien de breedte meer niet bedraagt dan 4,00 meter, geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperking;
b. indien de breedte tussen de 4.00 meter en 4,50 meter bedraagt, ten minste één transportbegeleider, en op werkdagen een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 10.00 uur en 15.00 uur tot 20.00 uur;
c. indien de breedte tussen de 4,50 meter en 5.00 meter bedraagt, ten minste twee transportbegeleiders, en op werkdagen een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 20.00 uur.
d. indien de breedte meer dan 5,00 meter bedraagt, ten minste twee transportbegeleiders, en op werkdagen een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 22.00 uur.
2.
Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de lengte van het transport op autosnelwegen, alsmede op nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:
a. indien de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 40,00 meter geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperkingen;
b. indien de lengte van het transport tussen de 40,00 meter en 50,00 meter bedraagt, ten minste één transportbegeleider en op werkdagen een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur;
c. indien de lengte van het transport meer bedraagt dan 50,00 meter, ten minste twee transportbegeleiders en op werkdagen een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 20.00 uur.
3.
Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt op autosnelwegen, alsmede op nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen in beginsel ten aanzien van de massa van het transport het volgende toetsingskader:
a. bij een massa tot 100.000 kg en geen bijzondere verrichtingen vereist bij de uitvoering van het exceptionele transport geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. bij een massa boven de 100.000 kg ten minste twee transportbegeleiders en op werkdagen een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur;
c. ter plaatse van een bijzondere verrichting geldt ten minste twee transportbegeleiders en op werkdagen een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur.
4.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de hoogte van het transport op autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:
a. indien geen bijzondere verrichtingen vereist zijn, geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. ter plaatse van een bijzondere verrichting geldt ten minste twee transportbegeleiders en op werkdagen een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur.
5.
Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 13, tweede lid, wordt het voorschrift van ten minste twee transportbegeleiders aan de ontheffing verbonden.
6.
Indien er sprake is van een aanvraag met een bijzondere voertuigconfiguratie kan het voorschrift transportbegeleiding uitgevoerd door één dan wel twee transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden.
1.
Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de breedte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:
a. indien de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,50 meter, geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperking;
b. indien de breedte van het transport tussen de 3,50 meter en 4,00 meter bedraagt, ten minste één transportbegeleider, en geen rijtijdbeperking;
c. de breedte van het transport tussen de 4.00 meter en 4,50 meter bedraagt, ten minste twee transportbegeleiders, en op werkdagen een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur;
d. indien de breedte tussen de 4,50 meter en 5.00 meter bedraagt, ten minste twee transportbegeleiders, en op werkdagen een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 20.00 uur;
e. indien de breedte meer dan 5,00 meter bedraagt, ten minste twee transportbegeleiders, en op werkdagen een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 22.00 uur.
2.
Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de lengte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:
a. indien de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 27,50 meter geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperkingen;
b. indien de lengte van het transport tussen de 27,50 meter en 32,00 meter bedraagt, ten minste één transportbegeleider en op werkdagen een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur;
c. indien de lengte van het transport meer bedraagt dan 32,00 meter, ten minste twee transportbegeleiders en op werkdagen een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur.
3.
Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de massa van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen, het volgende toetsingskader:
a. indien de massa van het transport niet meer bedraagt dan 100.000 kg en geen bijzondere verrichtingen vereist zijn, geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. bij een massa boven de 100.000 kg ten minste twee transportbegeleiders en op werkdagen een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur;
c. indien een bijzondere verrichting vereist is, ter plaatse ten minste twee transportbegeleiders en op werkdagen een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur.
4.
Bij de beoordeling van de aanvraag of een en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden, of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de hoogte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:
a. indien geen bijzondere verrichtingen zijn vereist, geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. indien een bijzondere verrichting vereist is, ter plaatse ten minste twee transportbegeleiders en op werkdagen een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur.
5.
Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 10, tweede lid, wordt het voorschrift van ten minste twee transportbegeleiders aan de ontheffing verbonden.
6.
Indien er sprake is van een aanvraag met een bijzondere voertuigconfiguratie kan het voorschrift transportbegeleiding uitgevoerd door één dan wel twee transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden.
1.
Naar aanleiding van een ontheffingsaanvraag kunnen nadere gegevens worden opgevraagd ten behoeve van de beoordeling van:
a. het voertuig of samenstel van voertuigen;
b. de route, al dan niet in combinatie met de lading;
c. het bepaalde in artikel 5.
2.
Bij de beoordeling door de Dienst Wegverkeer van de geschiktheid van een motorvoertuig voor de uitvoering van een exceptioneel transport met een toegestane maximummassa van een samenstel van voertuigen groter dan het wettelijk maximum, is het volgende van toepassing:
a. ten aanzien van het motorvermogen:
? 100.000 kg: 0,00294 kW/kg
> 100.000 kg ten minste 294 kW en;
b. ten aanzien van de belasting op de aangedreven as of assen:
het motorvoertuig moet zodanig zijn belast dat ten minste 1/5 deel van de toegestane maximummassa van het samenstel van voertuigen op de aangedreven as of assen rust:
bij meerdere aangedreven assen tot een maximum van 10.000 kg voor een langlopende ontheffing en tot een maximum van 12.000 kg voor in een incidentele ontheffing.
bij een enkele aangedreven as tot een maximum van 11.500 kg;
c. ten aanzien van het toegestane maximummassa van een voertuig of van een samenstel van voertuigen en maximale aslasten: het gestelde in artikel 17, tweede en derde lid, artikel 18, tweede lid en artikel 19, tweede en derde lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten.
Deze onderzoeken vinden plaats bij de RDW. Het onder a genoemde onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder a en c en tweede lid dan wel artikel 14, eerste en derde lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde documenten;
d. ten aanzien van de banden:
de wielen van elke as van het voertuig moeten gezamenlijk zijn voorzien van banden waarvan de loadindex niet kleiner is dan de maximum toegestane aslast, zoals beschreven in het kentekenbewijs dan wel ontheffingsattest of SERT document, in combinatie met een snelheidscodering van tenminste 80 km/h.
3.
Ten behoeve van de voertuigbeoordeling als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan een technisch onderzoek van het voertuig noodzakelijk zijn naar de geschiktheid op technische gronden van het voertuig dan wel van het samenstel van voertuigen voor het vervoer van de opgegeven lading.
Dit onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder a en c en tweede lid dan wel artikel 14, eerste en derde lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde documenten.
4.
Ten behoeve van de route als bedoeld in het eerste lid, onder b, kunnen worden opgevraagd:
a. een tekening van het exceptionele transport in beladen toestand;
b. een gedetailleerde routebeschrijving van wegen of weggedeeltes indien:
sprake is van omstandigheden die inzet van meer dan twee transportbegeleiders vereisen;
sprake is van wegnemen en terugplaatsen van wegmeubilair of andere fysieke maatregelen die noodzakelijk zijn om passage mogelijk te maken;
meer dan vijf minuten vertraging op een wegvak voor weggebruikers kan ontstaan, doordat manoeuvreren dan wel een lagere snelheid dan de voor het exceptionele transport ter plaatse geldende maximumsnelheid noodzakelijk is.
1.
De Dienst Wegverkeer verbindt aan iedere ontheffing algemene voorschriften, zoals opgenomen in bijlage A .
2.
De Dienst Wegverkeer kan aan iedere ontheffing bijzondere voorschriften verbinden.
Artikel 18. Overgangsbepaling
De voor inwerkingtreding van deze beleidsregel aangevraagde en verleende ontheffingen behouden hun geldigheid voor de geldigheidsduur van de desbetreffende ontheffing.
Artikel 19. Intrekking
De Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten Dienst Wegverkeer 2013 (Stct. 2013, nr. 7573) wordt ingetrokken.
Artikel 20. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel 21. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015.
Deze beleidsregel zal met bijlagen en de toelichting in de Staatcourant worden geplaatst.
De Directie van de RDW,
Algemeen Directeur