Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2013
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemeen
+ § 2. Aanvragen ontheffingen
+ § 3. Voorschriften verbonden aan ontheffingen
+ § 4. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2013

Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2013
De Directie van de Dienst Wegverkeer;
Gelet op artikel 149a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 4:83 van de Algemene wet Bestuursrecht, het Besluit ontheffingverlening exceptionele transporten, het Besluit voertuigen, de Regeling voertuigen en de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten,
Besluit:
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van deze beleidsregel worden de begripsbepalingen van de Regeling voertuigen overgenomen.
Voorts wordt verstaan onder:
a. autonome beslisruimte: de actuele, door de wegbeheerder voor een weg of weggedeelte opgegeven afmetingen en massa's tot welke de RDW zonder toestemming als bedoeld in artikel 149b, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 4 van het Besluit ontheffingverlening exceptionele transporten ontheffing mag verlenen onder de daarbij van toepassing zijnde beperkingen en voorschriften
c. digitale wegenkaart: elektronische weergave van de actuele autonome beslisruimte voor langlopende basis ontheffingen die door de Dienst Wegverkeer ten behoeve van de ontheffing houders ter beschikking wordt gesteld;
e. gedwongen besturing: besturing waarbij de stuurkrachten worden geleverd door een Europese Ruimte afgegeven voertuig technisch document dat gelijkwaardig is, wordt verandering van richting van het trekkende voertuig en waarbij de beweging van de bestuurde wielen van het getrokken voertuig is gekoppeld aan de onderlinge hoek tussen de lengteas van het trekkende en die van het getrokken voertuig ( Richtlijn 70/311/EEG);
f. hulpbesturing: inrichting waarmee de besturing van een getrokken voertuig anders dan door verdraaiing van het stuurwiel van het motorrijtuig met de hand kan worden beïnvloed;
g. hulpbestuurder: degene die de hulpbesturing bij de uitvoering van een exceptioneel transport bedient;
h. konvooi: een samenstel van exceptionele transporten dat als één geheel wordt begeleid door transportbegeleiders;
j. semidieplader: hoogte laadvlak in onbeladen toestand en rijpositie ?1,10 meter boven wegdek;
k. TMM: toegestane maximummassa van een voertuig;
l. TMMS: toegestane maximummassa van een samenstel van voertuigen;
n. zelfsturende besturing: besturing waarbij de stuurkrachten geleverd worden door een verandering van richting van het trekkende voertuig en waarbij de beweging van de bestuurde wielen van het getrokken voertuig is gekoppeld aan de hoek tussen de lengteas van het aanhangwagenchassis of de last die deze vervangt en de lengteas van het onderstel waaraan de as(sen) bevestigd is (zijn) ( Richtlijn 70/311/EEG).
Artikel 2. Toepassingsgebied
Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor ontheffingen voor een exceptioneel transport op basis van artikel 149a, tweede lid Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 3. Soorten ontheffingen
Ontheffingen worden onderscheiden in langlopende ontheffingen en incidentele ontheffingen.
1.
Een langlopende basisontheffing wordt verleend voor:
a. één voertuig of één samenstel van voertuigen voor exceptionele transporten,
b. een maximale geldigheidsduur van 1 jaar,
c. een verzameling van wegen die binnen de autonome beslisruimte van de RDW valt.
2.
Een langlopende basisontheffing kan worden verleend indien de aanvraag betrekking heeft op
a. een breedte die niet meer bedraagt dan 3,50 meter;
b. een lengte die niet meer bedraagt dan 27,50 meter;
c. een hoogte die niet meer bedraagt dan 4,25 meter
d. een maximale massa die niet meer bedraagt dan 100 ton;
e. een maximale aslast van 12 ton op wegen onder het beheer van het Rijk en een maximale aslast van 10 ton op overige wegen.
3.
In afwijking van het vorige lid kan een langlopende gebiedsontheffing worden verleend voor een bepaald gebied indien de aanvraag de in het tweede lid genoemde waarden overschrijdt mits:
a. de aanvraag betrekking heeft op wegen of weggedeeltes van niet meer dan één wegbeheerder, en
b. de aanvraag géén betrekking heeft op het gebruik van autosnelwegen onder beheer van het Rijk.
1.
Een incidentele ontheffing kan worden verleend voor één bepaalde route en voor maximaal 4 voertuigen of 4 samenstellen van voertuigen, mits de kentekens van de voertuigen of samenstellen van voertuigen op het aanvraagformulier zijn vermeld.
2.
Incidentele ontheffingen kunnen worden verleend met een geldigheidsduur van:
a. maximaal twee weken, of
b. maximaal drie maanden, of
c. maximaal 1 jaar.
3.
Incidentele projectontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder b, kunnen slechts worden verleend indien meerdere identieke exceptionele transporten door dezelfde transporteur gedurende een bepaalde en beperkte periode over één bepaalde route moeten worden uitgevoerd. Een projectontheffing met een geldigheidsduur van zes weken of meer wordt slechts verleend voor een exceptioneel transport indien:
a. de breedte niet meer bedraagt dan 4,50 meter, of
b. de lengte niet meer bedraagt dan 60 meter, of
c. de hoogte niet meer bedraagt dan 4,50 meter.
4.
Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder c, kunnen voor een bepaalde bestemming slechts worden verleend indien:
a. de aanvrager in het bezit is van een langlopende basisontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid,
b. de aangevraagde route, mits dit de meest doelmatige route is, niet meer dan 15 kilometer bedraagt en geen betrekking heeft op autosnelwegen onder beheer van het Rijk, en
c. de aanvraag de artikel 4, tweede lid, onder a tot en met e, genoemde maten en gewichten niet overschrijd.
5.
Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder c, kunnen tevens als opstapontheffing worden verleend indien de aangevraagde route:
a. geen betrekking heeft op autosnelwegen onder beheer van het Rijk, en
b. mits het de meest veilige en doelmatige route is, deze route niet meer dan 15 kilometer bedraagt, en
c. wegen of weggedeeltes onder beheer van niet meer dan twee wegbeheerders betreft.
1.
Een langlopende basisontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan 5.18.11 van de Regeling voertuigen kan worden verleend:
a. tot een lengte van 27,50 meter indien het een voertuig betreft dat voldoet aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder a en c en tweede lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten dan wel waarvoor een principeakkoord is afgegeven als bedoeld in de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuig documenten ;
b. het een samenstel van een trekker en oplegger betreft, waarbij de afzonderlijke voertuigen voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5.3 respectievelijk 5.12 van de Regeling voertuigen en de oplegger door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is:
1°. tot een totale lengte van 18 meter indien de oplegger niet is voorzien van een gedwongen besturing, of
2°. tot een totale lengte van 20 meter indien de oplegger is voorzien van een gedwongen besturing.
2.
Een incidentele ontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan 5.18.11 van de Regeling voertuigen kan worden verleend:
a. indien het een voertuig betreft dat voldoet aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder a en c en tweede lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten dan wel waarvoor een principeakkoord is afgegeven als bedoeld in de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuig documenten ;
b. het een samenstel van een trekker en oplegger betreft, waarbij de afzonderlijke voertuigen voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5.3 respectievelijk 5.12 van de Regeling voertuigen en de oplegger door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is:
1°. tot een totale lengte van 18 meter indien de oplegger niet is voorzien van een gedwongen besturing, of
2°. tot een totale lengte van 20 meter indien de oplegger is voorzien van een gedwongen besturing.
1.
Een langlopende basisontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in beladen toestand niet wordt voldaan aan 5.18.11 respectievelijk 5.18.13 van de Regeling voertuigen kan worden verleend:
a. tot een totale lengte van 27,50 meter indien het een voertuig betreft dat voldoet aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid onder a en c en tweede lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten dan wel waarvoor een principeakkoord is afgegeven als bedoeld in de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuig documenten ;
b. het een samenstel betreft, waarbij de afzonderlijke voertuigen voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5.3 respectievelijk 5.12 van de Regeling voertuigen,
1°. tot een totale lengte van 27,50 meter waarbij de aanhangwagen door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is en is voorzien van gedwongen besturing.
2°. tot een totale lengte van 22 meter indien de aanhangwagen niet zijnde oplegger door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is.
c. tot een totale lengte van 27,50 meter indien het een samenstel van voertuigen betreft met zelfdragende lading waarbij de aanhangwagen voorzien is van zelfsturende dan wel gedwongen besturing.
2.
Een incidentele ontheffing voor een samenstel van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in beladen toestand niet wordt voldaan aan 5.18.11 respectievelijk 5.18.13 van de Regeling voertuigen kan worden verleend:
a. indien het een voertuig betreft dat voldoet aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder a en c en tweede lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten dan wel waarvoor een principeakkoord is afgegeven als bedoeld in de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuig documenten .
b. het een samenstel betreft, waarbij de afzonderlijke voertuigen voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5.3 respectievelijk 5.12 van de Regeling voertuigen,
1°. waarbij de aanhangwagen door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is en is voorzien van gedwongen besturing,
2°. tot een lengte van 22 meter indien de aanhangwagen niet zijnde oplegger door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is.
c. indien het een samenstel van voertuigen betreft met zelfdragende lading waarbij de aanhangwagen voorzien is van zelfsturende dan wel gedwongen besturing.
1.
Een langlopende basisontheffing bestaat uit:
a. een voorblad, waarop in ieder geval de gegevens van de aanvrager alsmede het kenteken, al dan niet in combinatie met het voertuig identificatienummer (VIN), van het voertuig of het samenstel van voertuigen zijn vermeld, de afmetingen en massa’s in beladen toestand, en in indien van toepassing de afmetingen en massa’s in onbeladen toestand;
b. diverse wegenbijlagen, ten minste bestaande uit – een afdruk van – de digitale wegenkaart
c. diverse bijlagen die beperkingen, algemene voorschriften en, indien van toepassing, bijzondere voorschriften bevatten;
d. een service bijlage die onder meer nadere gegevens omtrent kunstwerken en aanmelden en aanmeldlocaties bevat.
2.
De aanvrager van een langlopende basisontheffing ontvangt tevens een wijzigingsabonnement, waarbij gedurende en uitsluitend voor de resterende geldigheidsduur van de langlopende basisontheffing, de digitale wegenkaart moet worden vervangen in verband met de wijziging in de autonome beslisruimte dan wel het gebruik van de ontheffing.
3.
De Dienst Wegverkeer geeft op een door deze dienst bepaalde wijze de aangepaste digitale wegenkaart af voor zover zich wijzigingen in de autonome beslisruimte hebben voorgedaan dan wel voor het gebruik van de ontheffing noodzakelijk is.
4.
Een langlopende gebiedsontheffing bestaat uit:
a. een voorblad, waarop in ieder geval de gegevens van de aanvrager alsmede het kenteken, al dan niet in combinatie met het voertuig identificatienummer (VIN), van het voertuig of het samenstel van voertuigen zijn vermeld, de afmetingen en massa’s in beladen toestand, en in indien van toepassing de afmetingen en massa’s in onbeladen toestand;
b. een wegenbijlage;
c. diverse bijlagen die beperkingen, algemene voorschriften en, indien van toepassing, bijzondere voorschriften bevatten;
5.
Een incidentele ontheffing bestaat uit:
a. een voorblad, waarop in ieder geval de gegevens van de aanvrager alsmede de kentekens, al dan niet in combinatie met het voertuig identificatienummer (VIN), van het voertuig of het samenstel van voertuigen zijn vermeld, de ladingomschrijving, het laad- en los adres, de afmetingen en massa’s in beladen toestand, en in indien van toepassing de afmetingen en massa’s in onbeladen toestand;
b. een wegenbijlage die de route van aangeeft;
c. diverse bijlagen die beperkingen, algemene voorschriften en, indien van toepassing, bijzondere voorschriften bevatten.
1.
De aanvrager van een ontheffing dient zijn aanvraag te doen op het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model aanvraagformulier.
2.
Het aanvraagformulier wordt schriftelijk beschikbaar gesteld.
Artikel 10. Wijze van indienen van de aanvraag
Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.
1.
Een ontheffingsaanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.
2.
Het annuleren van een ingediende aanvraag wordt uitsluitend conform de actuele Regeling tarieven Dienst Wegverkeer 1 behandeld indien de intrekking binnen 24 uur na registratie van de aanvraag is gedaan en op dat moment nog geen ontheffingsbesluit is verzonden.
1.
Aanvragen die binnen de autonome beslisruimte van de RDW vallen, worden in beginsel afgehandeld binnen 2 werkdagen.
2.
Voor aanvragen die buiten de autonome beslisruimte van de RDW vallen, geldt in beginsel een termijn van meer dan 2 werkdagen.
3.
Uitsluitend op last van de politie kan een ontheffingsaanvraag met spoed worden behandeld.
1.
De RDW hanteert bij de beoordeling van aanvragen ten aanzien van de route bij in de route gelegen kunstwerken een speling van minimaal 0,15 meter ten opzichte van de hoogte van het exceptioneel transport.
2.
Van het eerste lid kan worden afgeweken, indien:
a. de aanvraag buiten de autonome beslisruimte valt, en
b. geen alternatieve route aanwezig is, en
c. geen andere wijze van vervoer mogelijk is, en
d. geen voertuig- of voertuig technische oplossingen mogelijk zijn.
1.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt ten aanzien van de breedte van het transport bij autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen, in beginsel het volgende toetsingskader:
a. indien de breedte meer niet bedraagt dan 4,00 meter, geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperking;
b. indien de breedte tussen de 4.00 meter en 4,50 meter bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 10.00 uur en 15.00 uur tot 20.00 uur op werkdagen;
c. indien de breedte tussen de 4,50 meter en 5.00 meter bedraagt, ten minste 2 transportbegeleiders, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 20.00 uur op werkdagen.
d. indien de breedte meer dan 5,00 meter bedraagt, ten minste 2 transportbegeleiders, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 22.00 uur op werkdagen.
2.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de lengte van het transport bij autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:
a. indien de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 40,00 meter geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperkingen;
b. indien de lengte van het transport tussen de 40,00 meter en 50,00 meter bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen;
c. indien de lengte van het transport meer bedraagt dan 50,00 meter, ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 20.00 uur op werkdagen.
3.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt bij autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen in beginsel ten aanzien van de massa van het transport het volgende toetsingskader:
a. bij een massa tot 100.000 kilogram en geen bijzondere verrichtingen vereist bij de uitvoering van het exceptionele transport geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. bij een massa boven de 100.000 kilogram ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
c. ter plaatse van een bijzondere verrichting geldt ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
4.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de hoogte van het transport bij autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:
a. indien geen bijzondere verrichtingen vereist zijn, geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. ter plaatse van een bijzondere verrichting geldt ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
5.
Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 13, tweede lid, wordt het voorschrift van ten minste 2 transportbegeleiders aan de ontheffing verbonden.
6.
Indien er sprake is van een aanvraag met een bijzondere voertuigconfiguratie kan het voorschrift transportbegeleiding uitgevoerd door 1 dan wel 2 transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden.
1.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of als voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de breedte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:
a. indien de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,50 meter, geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperking;
b. indien de breedte van het transport tussen de 3,50 meter en 4,00 meter bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider, en geen rijtijdbeperking;
c. de breedte van het transport tussen de 4.00 meter en 4,50 meter bedraagt, ten minste 2 transportbegeleiders, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur op werkdagen;
d. indien de breedte tussen de 4,50 meter en 5.00 meter bedraagt, ten minste 2 transportbegeleiders, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 20.00 uur op werkdagen.
e. indien de breedte meer dan 5,00 meter bedraagt, ten minste 2 transportbegeleiders, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 22.00 uur op werkdagen.
2.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de lengte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:
a. indien de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 27,50 meter geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperkingen;
b. indien de lengte van het transport tussen de 27,50 meter en 32,00 meter bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen;
c. indien de lengte van het transport meer bedraagt dan 32,00 meter, ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur op werkdagen.
3.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de massa van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen, het volgende toetsingskader:
a. bij een massa tot 100.000 kilogram en geen bijzondere verrichtingen vereist bij de uitvoering van het exceptionele transport geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. bij een massa boven de 100.000 kilogram ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
c. indien een bijzondere verrichting vereist is, ter plaatse ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
4.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de hoogte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N-wegen het volgende toetsingskader:
a. indien geen bijzondere verrichtingen zijn vereist, geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. indien een bijzondere verrichting vereist is, ter plaatse ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
5.
Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 10, tweede lid, wordt het voorschrift van ten minste 2 transportbegeleiders aan de ontheffing verbonden.
6.
Indien er sprake is van een aanvraag met een bijzondere voertuigconfiguratie kan het voorschrift transportbegeleiding uitgevoerd door 1 dan wel 2 transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden.
1.
Naar aanleiding van een ontheffingsaanvraag kunnen nadere gegevens worden opgevraagd ten behoeve van de beoordeling van:
a. het voertuig of samenstel van voertuigen;
b. de route, al dan niet in combinatie met de lading;
2.
Bij de beoordeling door de RDW van de geschiktheid van een trekkend motorrijtuig voor de uitvoering van een exceptioneel transport met een TMMS groter dan het wettelijk maximum, is het volgende van toepassing ten aanzien van het motorvermogen:
TMMS motorvermogen
? 100 ton ? 2,94 kW/ton (4 pk/ton)
> 100 ton ten minste 294 kW (400 pk)
3.
Het trekkende motorrijtuig dient zodanig te zijn belast dat ten minste 1/5 deel van de TMMS, dan wel een hogere waarde vermeld in het bijbehorende kentekenbewijs, onder de aangedreven assen rust, tot een maximum van 10.000 kilogram. (12.000 kilogram. op rijkswegen) per aangedreven as.
4.
Ten behoeve van de voertuigbeoordeling als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan een technisch onderzoek van het voertuig noodzakelijk zijn naar:
a. het gedrag in bochten van het voertuig dan wel van het samenstel van voertuigen;
b. de geschiktheid op technische gronden van het voertuig dan wel van het samenstel van voertuigen voor het vervoer van de opgegeven lading.
Deze onderzoeken vinden plaats bij de RDW. Het onder a genoemde onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder a en c en tweede lid van de Beleidsregel ontheffing gerelateerde documenten.
5.
Ten behoeve van de route als bedoeld in het eerste lid, onder b, kunnen worden opgevraagd:
a. een tekening van het exceptionele transport in beladen toestand;
b. een gedetailleerde routebeschrijving van wegen of weggedeeltes indien:
1°. sprake is van omstandigheden die inzet van meer dan twee transportbegeleiders of politie vereisen;
2°. sprake is van wegnemen en terugplaatsen van wegmeubilair of andere fysieke maatregelen die noodzakelijk zijn om passage mogelijk te maken;
3°. meer dan 5 minuten vertraging op een wegvak voor weggebruikers kan ontstaan, doordat manoeuvreren dan wel een lagere snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid noodzakelijk is.
1.
De Dienst Wegverkeer verbindt aan iedere incidentele ontheffing algemene voorschriften, zoals opgenomen in bijlage B, die onder meer betrekking hebben op:
a. aanmelden bij wegbeheerder,
b. konvooien,
c. markering,
d. hulpbesturing,
e. bijplaatsen lading,
f. modulaire voertuigen,
g. dollycombinaties,
h. afmetingen voertuig in onbeladen toestand,
i. vervangend voertuig.
2.
De Dienst Wegverkeer verbindt aan iedere langlopende ontheffing de in bijlage B opgenomen algemene voorschriften, die betrekking hebben op de in het vorige lid, onder a tot en met h genoemde onderwerpen.
3.
De Dienst Wegverkeer kan aan iedere langlopende ontheffing bijzondere voorschriften verbinden die verband houden met de voertuigconfiguratie.
Artikel 18. Overgangsbepaling
De voor inwerkingtreding van deze beleidsregel aangevraagde en verleende ontheffingen behouden hun geldigheid voor de geldigheidsduur van de desbetreffende ontheffing.
Artikel 19. Intrekking
De Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten Dienst Wegverkeer 2010 (Stct. 2010, 1020) wordt ingetrokken.
Artikel 20. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 april 2013.
Artikel 21. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2013.
Deze beleidsregel zal met bijlagen en de toelichting in de Staatcourant worden geplaatst.
De Directie van de RDW,
Algemeen Directeur.