Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2010
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemeen
+ § 2. Aanvragen ontheffingen
+ § 3. Voorschriften verbonden aan ontheffingen
+ § 4. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 april 2013. U leest nu de tekst die gold op 31 maart 2013.

Beleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2010

Beleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2010
De Directie van de Dienst Wegverkeer;
Gelet op artikel 149a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, het Besluit ontheffingverlening exceptionele transporten, het Besluit voertuigen en de Regeling voertuigen
Besluit:
1.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
c. konvooi: een samenstel van exceptionele transporten dat als één geheel wordt begeleid door transportbegeleiders;
d. autonome beslisruimte: de actuele, door de wegbeheerder voor een weg of weggedeelte opgegeven afmetingen en massa's tot welke de RDW zonder toestemming als bedoeld in artikel 149b, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 4 van het Besluit ontheffingverlening exceptionele transporten ontheffing mag verlenen onder de daarbij van toepassing zijnde beperkingen en voorschriften;
e. hulpbesturing: inrichting waarmee de besturing van een getrokken voertuig anders dan door verdraaiing van het stuurwiel van het motorrijtuig met de hand kan worden beïnvloed;
f. hulpbestuurder: degene die de hulpbesturing bij de uitvoering van een exceptioneel transport bedient;
g. TMM: toegestane maximummassa van een voertuig;
h. TMMS: toegestane maximummassa van een samenstel van voertuigen;
i. semi-dieplader: hoogte laadvlak in onbeladen toestand en rijpositie ? 1,10 m boven wegdek;
j. dieplader: hoogte laadvlak in onbeladen toestand en rijpositie ? 0,70 m boven wegdek;
k. voertuigtechnisch document: Door de RDW afgegeven schriftelijk bewijsstuk waaruit de technische geschiktheid voor de uitvoering van exceptionele transporten blijkt van het voertuig, het samenstel van voertuigen of van de voertuigconfiguraties van modulair samengestelde voertuigen. Een door het bevoegde gezag van een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap of andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de hieraan gelijkgesteld;
l. gedwongen besturing: besturing waarbij de stuurkrachten worden geleverd door een Europese Ruimte afgegeven voertuigtechnisch document dat gelijkwaardig is, wordt verandering van richting van het trekkende voertuig en waarbij de beweging van de bestuurde wielen van het getrokken voertuig is gekoppeld aan de onderlinge hoek tussen de lengteas van het trekkende en die van het getrokken voertuig ( Richtlijn 70/311/EEG);
m. zelfsturende besturing: besturing waarbij de stuurkrachten geleverd worden door een verandering van richting van het trekkende voertuig en waarbij de beweging van de bestuurde wielen van het getrokken voertuig is gekoppeld aan de hoek tussen de lengteas van het aanhangwagenchassis of de last die deze vervangt en de lengteas van het onderstel waaraan de as(sen) bevestigd is (zijn) ( Richtlijn 70/311/EEG);
2.
Onder autonome aanhangwagen, lijnmarkering, ondeelbare lading, oplegger, samenstel van voertuigen en trekker wordt verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen.
Artikel 2. Toepassingsgebied
Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor ontheffingen voor een exceptioneel transport op basis van artikel 149a, tweede lid Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 3. Soorten ontheffingen
Ontheffingen worden onderscheiden in langlopende ontheffingen en incidentele ontheffingen.
1.
Een langlopende ontheffing wordt verleend voor slechts 1 voertuig of 1 samenstel van voertuigen voor exceptionele transporten over een verzameling van wegen of weggedeeltes en heeft een geldigheidsduur van maximaal 1 jaar.
2.
Een langlopende ontheffing kan worden verleend indien de aanvraag betrekking heeft op:
a. een breedte die niet meer bedraagt dan 3,50 m;
b. een lengte die niet meer bedraagt dan 27,50 m;
c. een hoogte die niet meer bedraagt dan 4,15 m;
d. een maximale massa die niet meer bedraagt dan 100 ton;
e. een maximale aslast van 12 ton.
3.
In afwijking van het vorige lid kan een langlopende ontheffing worden verleend voor een bepaald gebied indien de aanvraag de in het tweede lid genoemde waarden overschrijdt mits:
a. de aanvraag betrekking heeft op wegen of weggedeeltes van niet meer dan één wegbeheerder, en
b. de aanvraag géén betrekking heeft op het gebruik van autosnelwegen onder beheer van het Rijk.
1.
Een incidentele ontheffingen kan worden verleend voor één bepaalde route en voor maximaal 4 voertuigen of 4 samenstellen van voertuigen, mits de kentekens van de voertuigen of samenstellen van voertuigen op het aanvraagformulier zijn vermeld.
2.
Incidentele ontheffingen kunnen worden verleend met een geldigheidsduur van:
a. maximaal twee weken, of
b. maximaal drie maanden, of
c. maximaal 1 jaar.
3.
Incidentele projectontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder b, kunnen slechts worden verleend indien meerdere identieke exceptionele transporten door dezelfde transporteur gedurende een bepaalde en beperkte periode over één bepaalde route moeten worden uitgevoerd. Een projectontheffing met een geldigheidsduur van zes weken of meer wordt slechts verleend voor een exceptioneel transport indien:
a. de breedte niet meer bedraagt dan 4,50 m, of
b. de lengte niet meer bedraagt dan 60 m, of
c. de hoogte niet meer bedraagt dan 4,50 m.
4.
Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder c, kunnen voor een bepaalde bestemming slechts worden verleend indien:
a. de aanvrager in het bezit is van een langlopende ontheffing als bedoeld in artikel 4, tweede lid, die tenminste geldig is voor de maximale afmetingen en massa ’s van één van in het derde lid genoemde onderdelen a tot en met e, voor wegen onder het beheer van het Rijk, en
b. de aangevraagde route, mits dit de meest doelmatige route is, niet meer dan 15 kilometer bedraagt en geen betrekking heeft op autosnelwegen onder beheer van het Rijk, en
c. de aanvraag de artikel 4, tweede lid, onder a tot en met e, genoemde maten en gewichten niet overschrijd.
5.
Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder c, kunnen tevens als opstap- ontheffing worden verleend indien de aangevraagde route:
a. geen betrekking heeft op autosnelwegen onder beheer van het Rijk, en
b. mits het de meest veilige en doelmatige route is, deze route niet meer dan 15 kilometer bedraagt, en
c. wegen of weggedeeltes onder beheer van niet meer dan twee wegbeheerders betreft.
Artikel 6. Ontheffingen voor onbeladen voertuigen
Een ontheffing kan worden verleend indien de aanvraag betrekking heeft op voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading in onbeladen toestand indien:
a. het voertuig of samenstel van voertuigen voldoet aan het bepaalde in bijlage A , of
b. het een samenstel van een trekker en oplegger betreft, waarbij de afzonderlijke voertuigen voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen, mits:
de oplegger door vergroting van de wielbasis uitschuifbaar is;
de totale lengte van het samenstel van voertuigen niet meer bedraagt dan 18,00 m indien de oplegger niet is voorzien van een gedwongen besturing;
de totale lengte van het samenstel van voertuigen niet meer bedraagt dan 20,00 m indien de oplegger is voorzien van een gedwongen besturing.
1.
De aanvrager van een ontheffing dient zijn aanvraag te doen op het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model aanvraagformulier.
2.
Het aanvraagformulier wordt schriftelijk beschikbaar gesteld.
Artikel 8. Wijze van indienen van de aanvraag
Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.
1.
Een ontheffingsaanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.
2.
Het intrekken van een ingediende aanvraag wordt uitsluitend conform het tarievenbesluit van de Dienst Wegverkeer 1 behandeld indien de intrekking binnen 24 uur na registratie van de aanvraag is gedaan en op dat moment nog geen ontheffingsbesluit is verzonden.
1.
De RDW hanteert bij de beoordeling van aanvragen ten aanzien van de route bij in de route gelegen kunstwerken een speling van minimaal 0,15 m ten opzichte van de hoogte van het exceptioneel transport.
2.
Van het eerste lid kan worden afgeweken, indien:
a. de aanvraag buiten de autonome beslisruimte valt, en
b. geen alternatieve route aanwezig is, en
c. geen andere wijze van vervoer mogelijk is, en
d. geen voertuig- of voertuigtechnische oplossingen mogelijk zijn.
1.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt ten aanzien van de breedte van het transport bij autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N- wegen, in beginsel het volgende toetsingskader:
a. indien de breedte meer niet bedraagt dan 4,00 m, geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperking;
b. indien de breedte tussen de 4.00 m en 4,50 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 10.00 uur en 15.00 uur tot 20.00 uur op werkdagen;
c. indien de breedte tussen de 4,50 m en 5.00 m bedraagt, ten minste 2 transportbegeleiders, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 20.00 uur op werkdagen.
d. indien de breedte meer dan 5,00 m bedraagt, ten minste 2 transportbegeleiders, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 22.00 uur op werkdagen.
2.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de lengte van het transport bij autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N- wegen het volgende toetsingskader:
a. indien de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 40,00 m geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperkingen;
b. indien de lengte van het transport tussen de 40,00 m en 50,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen;
c. indien de lengte van het transport meer bedraagt dan 50,00 m, ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 20.00 uur op werkdagen.
3.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt bij autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N- wegen in beginsel ten aanzien van de massa van het transport het volgende toetsingskader:
a. bij een massa tot 100.000 kg en geen bijzondere verrichtingen vereist bij de uitvoering van het exceptionele transport geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. bij een massa boven de 100.000 kg ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
c. ter plaatse van een bijzondere verrichting geldt ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
4.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de hoogte van het transport bij autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N- wegen het volgende toetsingskader:
a. indien geen bijzondere verrichtingen vereist zijn, geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. ter plaatse van een bijzondere verrichting geldt ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
5.
Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 10, tweede lid, wordt het voorschrift van ten minste 2 transportbegeleiders aan de ontheffing verbonden.
6.
Indien er sprake is van een aanvraag met een bijzondere voertuigconfiguratie kan het voorschrift transportbegeleiding uitgevoerd door 1 dan wel 2 transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden.
1.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of als voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de breedte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N- wegen het volgende toetsingskader,:
a. indien de breedte van het transport niet meer bedraagt dan 3,50 m, geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperking;
b. indien de breedte van het transport tussen de 3,50 m en 4,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider, en geen rijtijdbeperking;
c. de breedte van het transport tussen de 4.00 m en 4,50 m bedraagt, ten minste 2 transportbegeleiders, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 10.00 uur en 15:00 tot 20.00 uur op werkdagen;
d. indien de breedte tussen de 4,50 m en 5.00 m bedraagt, ten minste 2 transportbegeleiders, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 20.00 uur op werkdagen.
e. indien de breedte meer dan 5,00 m bedraagt, ten minste 2 transportbegeleiders, en een rijtijdbeperking tussen 06.00 uur en 22.00 uur op werkdagen.
2.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de lengte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N- wegen het volgende toetsingskader:
a. indien de lengte van het transport niet meer bedraagt dan 27,50 m geen transportbegeleiders en geen rijtijdbeperkingen;
b. indien de lengte van het transport tussen de 27,50 m en 32,00 m bedraagt, ten minste 1 transportbegeleider en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen;
c. indien de lengte van het transport meer bedraagt dan 32,00 m, ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur op werkdagen.
3.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de massa van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N- wegen, het volgende toetsingskader:
a. bij een massa tot 100.000 kg en geen bijzondere verrichtingen vereist bij de uitvoering van het exceptionele transport geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. bij een massa boven de 100.000 kg ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
c. indien een bijzondere verrichting vereist is, ter plaatse ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
4.
Bij de beoordeling van de aanvraag of en welke rijtijdbeperking zal gaan gelden en of het voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing wordt verbonden, en welk aantal transportbegeleiders wordt voorgeschreven, geldt in beginsel ten aanzien van de hoogte van het transport bij wegen, niet zijnde autosnelwegen, alsmede nader door de wegbeheerder benoemde N- wegen het volgende toetsingskader:
a. indien geen bijzondere verrichtingen zijn vereist, geen transportbegeleiding en geen rijtijdbeperking;
b. indien een bijzondere verrichting vereist is, ter plaatse ten minste 2 transportbegeleiders en een rijtijdbeperking van 06.00 uur tot 10.00 uur en 15.00 tot 20.00 uur, op werkdagen.
5.
Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 10, tweede lid, wordt het voorschrift van ten minste 2 transportbegeleiders aan de ontheffing verbonden.
6.
Indien er sprake is van een aanvraag met een bijzondere voertuigconfiguratie kan het voorschrift transportbegeleiding uitgevoerd door 1 dan wel 2 transportbegeleiders aan de ontheffing worden verbonden.
1.
Aanvragen die binnen de autonome beslisruimte van de RDW vallen, worden in beginsel afgehandeld binnen 2 werkdagen.
2.
Voor aanvragen die buiten de autonome beslisruimte van de RDW vallen, geldt in beginsel een termijn van meer dan 2 werkdagen.
3.
Uitsluitend op last van de politie kan een ontheffingsaanvraag met spoed worden behandeld.
1.
Naar aanleiding van een ontheffingsaanvraag kunnen nadere gegevens worden opgevraagd ten behoeve van de beoordeling van:
a. het voertuig of samenstel van voertuigen;
b. de route, al dan niet in combinatie met de lading;
2.
Bij de beoordeling door de RDW van de geschiktheid van een trekkend motorrijtuig voor de uitvoering van een exceptioneel transport met een TMMS groter dan het wettelijk maximum, is het volgende van toepassing ten aanzien van het motorvermogen:
TMMS motorvermogen
? 100 ton ? 2,94 kW/ton (4 pk/ton)
> 100 ton ten minste 294 kW (400 pk)
3.
Het trekkende motorrijtuig dient zodanig te zijn belast dat ten minste 1/5 deel van de TMMS, dan wel een hogere waarde vermeld in het bijbehorende kentekenbewijs, onder de aangedreven assen rust, tot een maximum van 10.000 kg. (12.000 kg. op rijkswegen) per aangedreven as.
4.
Ten behoeve van de voertuigbeoordeling als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan een technisch onderzoek van het voertuig noodzakelijk zijn naar:
a. het gedrag in bochten van het voertuig dan wel van het samenstel van voertuigen;
b. de geschiktheid op technische gronden van het voertuig dan wel van het samenstel van voertuigen voor het vervoer van de opgegeven lading.
Deze onderzoeken vinden plaats bij de RDW. Het onder a. genoemde onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van het bepaalde in bijlage A bij deze beleidsregel.
5.
Ten behoeve van de route als bedoeld in het eerste lid, onder b, kunnen worden opgevraagd:
a. een tekening van het exceptionele transport in beladen toestand;
b. een gedetailleerde routebeschrijving van wegen of weggedeeltes indien:
sprake is van omstandigheden die inzet van meer dan twee transportbegeleiders of politie vereisen;
sprake is van wegnemen en terugplaatsen van wegmeubilair of andere fysieke maatregelen die noodzakelijk zijn om passage mogelijk te maken;
meer dan 5 minuten vertraging op een wegvak voor weggebruikers kan ontstaan, doordat manoeuvreren dan wel een lagere snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid noodzakelijk is.
Artikel 15. Afgifte voertuigtechnisch document
Op aanvraag kan door de RDW na een voertuigtechnisch onderzoek als bedoeld in artikel 14, derde lid, een voertuigtechnisch document worden afgeven.
1.
De Dienst Wegverkeer verbindt aan iedere incidentele ontheffing algemene voorschriften, zoals opgenomen in bijlage B , die onder meer betrekking hebben op:
a. aanmelden bij wegbeheerder,
b. konvooien,
c. markering,
d. hulpbesturing,
e. bijplaatsen lading,
f. modulaire voertuigen,
g. dollycombinaties,
h. afmetingen voertuig in onbeladen toestand,
i. vervangend voertuig.
2.
De Dienst Wegverkeer verbindt aan iedere langlopende ontheffing de in bijlage B opgenomen algemene voorschriften, die betrekking hebben op de in het vorige lid, onder b tot en met h, genoemde onderwerpen.
3.
De Dienst Wegverkeer kan aan iedere langlopende ontheffing bijzondere voorschriften verbinden die verband houden met de voertuigconfiguratie.
Artikel 17. Overgangsbepaling
De voor inwerkingtreding van deze beleidsregel aangevraagde en verleende ontheffingen behouden hun geldigheid voor de geldigheidsduur van de desbetreffende ontheffing.
Artikel 18. Intrekking
De Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten Dienst Wegverkeer (Scrt. 2005, 235) wordt ingetrokken.
1.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt, met uitzondering van artikel 10 en 11, terug tot en met 1 mei 2009.
2.
Artikel 10 en 11 treden in werking met ingang van 1 maart 2010.
Artikel 20. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2010.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatcourant worden geplaatst.
De
Directie van de RDW
Algemeen Directeur.