Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregel internationaal personenvervoer per spoor
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Eerste afdeling – Algemeen
+ Tweede afdeling – Meldings- en aavraagprocedure
+ Derde afdeling – Inlichtingen
+ Vierde afdeling – Beoordeling
+ Vijfde afdeling – Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 6 april 2016. U leest nu de tekst die gold op 5 april 2016.

Beleidsregel internationaal personenvervoer per spoor

Beleidsregel internationaal personenvervoer per spoor
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,
Gelet op artikel 19a van de Wet personenvervoer 2000, artikel 57, lid 2 van de Spoorwegwet, de artikelen 2, 3, 4, 5 en 6 van het Besluit Liberaliseringsrichtlijn en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
Besluit:
Artikel 1. – Definities
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. Aanvraag: aanvraag tot vaststelling van het Hoofddoel van het voorgenomen vervoer en/of tot vaststelling of het voorgenomen vervoer het Economisch evenwicht in gedrang brengt, als bedoeld in artikel 19a lid 2 van de Wp2000;
b. Aanvrager: indiener van de Aanvraag, als bedoeld in artikel 10 lid 2 van de Wp2000, te weten een of meer Concessieverleners of Concessiehouders of de beheerder.
c. Beheerder: houder van een Concessie als bedoeld in artikel 16 lid 1 van de Sw;
d. Besluit: het Besluit Liberaliseringsrichtlijn ;
e. Concessie: recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak, als bedoeld in artikel 1 onder l van de Wp2000;
f. Concessiehouder: vergunninghoudende vervoerder aan wie een Concessie is verleend, als bedoeld in artikel 1 onder n van de Wp2000;
g. Economisch evenwicht: het economisch evenwicht van een of meer Concessies van een spoorwegonderneming als bedoeld in artikel 19a lid 2 onder b van de Wp2000;
h. Grensoverschrijdend vervoer: grensoverschrijdend personenvervoer per spoor, als bedoeld in artikel 57 lid 2 van de Sw;
i. Hoofddoel: het hoofddoel van het grensoverschrijdend personenvervoer, als bedoeld in artikel 19a lid 2 onder a van de Wp2000;
j. Internationale reizigers: reizen van personen die de Nederlandse grens passeren en daarbij gebruik maken van het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer. Meerdere reizen van één persoon worden als afzonderlijke reizigers beschouwd.
k. Liberaliseringsrichtlijn: Richtlijn 2007/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007;
l. Mededeling: mededeling als bedoeld in artikel 19a lid 1 van de Wp2000;
m. Melding: melding als bedoeld in artikel 57 lid 2 van de Sw;
n. Nationale reizigers: reizen van personen die voor binnenlandse reizen in Nederland gebruik maken van het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer. Meerdere reizen van één persoon worden als afzonderlijke reizigers beschouwd.
o. Nieuwe aanbieder: de spoorwegonderneming die grensoverschrijdend personenvervoer wil aanvangen, als bedoeld in artikel 57 lid 2 van de Sw;
p. ACM: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
q. Sw: Spoorwegwet ;
r. Wp2000: Wet personenvervoer 2000 .
1.
De prenotificatie is een facultatieve vooraanmelding van het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer bij de ACM.
2.
Prenotificatie door de Nieuwe aanbieder bij de ACM voorafgaand aan de Melding is mogelijk.
3.
De prenotificatie geschiedt mondeling.
1.
De ACM stelt voor het doen van een Melding een meldingsformulier beschikbaar, genaamd ‘ Formulier melding voorgenomen grensoverschrijdend personenvervoer per spoor ’.
2.
De ACM merkt als Melding alleen die melding aan, die ten minste de vereiste informatie bevat, zoals aangegeven in het meldingsformulier, als bedoeld in lid 1.
3.
Een melding die nieuw of gewijzigd Grensoverschrijdend vervoer betreft dat slechts één station in Nederland aandoet, wordt door de ACM niet als Melding aangemerkt. In dat geval ontbreekt een verbod op vervoer zonder concessie, zoals blijkt uit artikel 19 lid 3 van de Wp2000.
1.
De Mededeling van de ACM bevat de gegevens, zoals deze door de Nieuwe aanbieder zijn aangeleverd ten behoeve van de punten 1, 2 en 3 van het meldingsformulier.
2.
In de Mededeling vermeldt de ACM een termijn van 3 weken voor het indienen van een Aanvraag die nieuw Grensoverschrijdend vervoer betreft. Voor een Aanvraag die gewijzigd Grensoverschrijdend vervoer betreft, vermeldt de ACM een termijn van 2 weken.
1.
De ACM stelt voor het doen van een Aanvraag een aanvraagformulier beschikbaar, genaamd ‘ Formulier Aanvraag beoordeling voorgenomen grensoverschrijdend personenvervoer per spoor ’.
2.
De ACM neemt als Aanvraag alleen die aanvraag in behandeling, die ten minste de vereiste informatie bevat, zoals aangegeven in het aanvraagformulier, als bedoeld in lid 1.
3.
De ACM doet schriftelijk mededeling van de Aanvraag aan de betrokken Beheerder, aan de betrokken Concessieverlener(-s) en de betrokken Concessiehouder(-s) en aan de Nieuwe aanbieder, voor zover zij niet de indiener van de Aanvraag zijn. Tevens doet de ACM schriftelijk mededeling aan betrokken Europese toezichthoudende instantie(s). Deze mededeling bevat de informatie die is aangegeven onder de punten 1, 2, 3 en 4 van het aanvraagformulier.
4.
De Aanvrager geeft bij het indienen van de Aanvraag gemotiveerd aan of en zo ja, welke gegevens vertrouwelijk zijn.
1.
Om het Hoofddoel van het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer vast te kunnen stellen, verlangt de ACM van de Nieuwe aanbieder:
a. een schriftelijke onderbouwing van de bij de Melding geleverde gegevens;
b. de gegevens, zoals aangegeven onder punt 5 van het meldingsformulier, als bedoeld in artikel 3 lid 1.
1.
Om vast te kunnen stellen of het Economisch evenwicht in gedrang komt, verlangt de ACM van de Nieuwe aanbieder:
a. een schriftelijke onderbouwing van de bij de Melding geleverde gegevens;
b. de gegevens, zoals aangegeven onder punt 6 van het meldingsformulier, als bedoeld in artikel 3 lid 1.
1.
Om vast te kunnen stellen of het Economisch evenwicht in gedrang wordt gebracht, verlangt de ACM van de betrokken Concessiehouder de gegevens, zoals aangegeven onder punt 6 van het aanvraagformulier, als bedoeld in artikel 5 lid 1.
Artikel 9. – Inlichtingen
De in artikel 6, artikel 7 en artikel 8 genoemde informatie betreft in ieder geval:
1. de gegevens voor de eerste vijf jaar van de nieuwe exploitatie;
2. een volledige en juiste onderbouwing van:
a. de formulering van de vraagstelling van de onderzoeken ten behoeve van het verkrijgen van de gegevens als bedoeld in artikel 7 en artikel 8 die door of namens de Nieuwe aanbieder, respectievelijk de Concessiehouder zijn uitgevoerd;
b. de aansluiting van de verkregen data op de vraagstelling;
c. de relevantie, betrouwbaarheid en kwaliteit van de verkregen data;
d. inzicht in de ruwe data;
e. de keuze van de empirische methodologie;
f. de rapportage en interpretatie van de resultaten;
g. de robuustheid van de resultaten.
1.
De ACM beoordeelt of alle in artikel 6 genoemde gegevens door de Nieuwe aanbieder zijn aangeleverd.
2.
De beoordeling van de ACM kan ertoe leiden dat de ACM andere of nadere inlichtingen verlangt in afwijking van of in aanvulling op artikel 6.
3.
De marktonderzoeken die ten grondslag liggen aan de informatie als bedoeld in artikel 6 worden getoetst op de aspecten, zoals genoemd in artikel 9 lid 2.
4.
De ACM stemt zo nodig met de betrokken Europese toezichthoudende instanties(s) af. In voorkomend geval kan informatie met de betrokken toezichthouders worden uitgewisseld.
1.
Ter uitvoering van de kwantitatieve analyse, bedoeld in artikel 2 lid 2 van het Besluit, berekent de ACM:
a. de verhouding tussen het aantal buiten Nederland gelegen treinkilometers en het totaal aantal treinkilometers van het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer.
b. de verhouding tussen het aantal Internationale reizigers ten opzichte van de som van het aantal Nationale en Internationale reizigers.
c. de verhouding tussen de nominale opbrengst van de tickets en reserveringen van Internationale reizigers ten opzichte van de nominale opbrengst van de som van de tickets en reserveringen van Nationale en Internationale reizigers.
2.
De ACM beschouwt als ‘marktontwikkeling’, als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit, in elk geval de ontwikkeling in het aantal reizigers van het Grensoverschrijdend vervoer, als van het aantal Nationale reizigers en betrekt deze in zijn berekeningen.
3.
Ter uitvoering van de kwalitatieve analyse, bedoeld in artikel 2 lid 2 van het Besluit, beoordeelt de ACM als ‘dienstverleningsontwikkeling’, als bedoeld in dat artikel, in elk geval de ontwikkeling van het aanbod van het Grensoverschrijdend vervoer van de Nieuwe aanbieder.
4.
De ACM houdt bij de vaststelling van het Hoofddoel rekening met de gegevens van de eerste vijf dienstregelingjaren. Indien redelijkerwijs de verwachting is dat de dienstregeling, het aantal grensoverschrijdende reizigers en/of de omzet uit het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer na de eerste vijf jaar van exploitatie significant af zal wijken van de eerste vijf jaar, kan de ACM ook navolgende jaren in aanmerking nemen.
1.
Op basis van de in artikel 10 en artikel 11 genoemde aspecten en na coördinatie met de betrokken Europese toezichthoudende instantie(s), stelt de ACM vast of het Hoofddoel van het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer internationaal passagiersvervoer is.
1.
De ACM beoordeelt of alle in artikel 7 genoemde gegevens door de Nieuwe aanbieder zijn aangeleverd.
2.
De beoordeling van de ACM kan ertoe leiden dat de ACM andere of nadere inlichtingen verlangt in afwijking van of in aanvulling op artikel 7.
3.
De ACM beoordeelt de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de informatie als bedoeld in artikel 7 op de aspecten, zoals genoemd in artikel 9 lid 2.
4.
De ACM stemt zo nodig met de betrokken Europese toezichthoudende instantie(s) af. In voorkomend geval kan informatie met de betrokken toezichthouders worden uitgewisseld.
5.
Indien de ACM de gegevens voldoende acht, worden daarvan de volgende gegevens aan de betrokken Concessiehouder gezonden:
a. de schriftelijke onderbouwing van de bij de Melding geleverde gegevens;
b. het volledige tarievenplan en de gemiddelde tarieven per reizigerskilometer die de Nieuwe aanbieder in rekening zal brengen voor binnenlands gebruik.
1.
De ACM beoordeelt of alle in artikel 8 genoemde gegevens door de betrokken Concessiehouder zijn aangeleverd.
2.
De beoordeling van de ACM kan ertoe leiden dat de ACM andere of nadere inlichtingen verlangt in afwijking van of in aanvulling op artikel 8.
3.
De ACM beoordeelt de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de informatie als bedoeld in artikel 8 op de criteria zoals genoemd in artikel 9 lid 2.
4.
Indien de ACM de gegevens voldoende acht, worden die gegevens gehanteerd bij de economische analyse als bedoeld in artikel 4 lid 3 van het Besluit.
1.
In de economische analyse van de Hoofdrailnetconcessie beoordeelt de ACM de verhouding van het aantal reizigers dat de betrokken Concessiehouder verliest als gevolg van al het nieuwe Grensoverschrijdend openbaar vervoer per trein dat zonder Concessie naar verwachting plaatsvindt of zal plaatsvinden ten opzichte van het aantal reizigers van het openbaar vervoer dat op basis van de betrokken Concessie wordt uitgevoerd.
2.
Tevens beoordeelt de ACM in de economische analyse de verhouding van de wegvallende omzet van de betrokken Concessiehouder als gevolg van al het nieuwe Grensoverschrijdend openbaar vervoer per trein dat zonder Concessie naar verwachting plaatsvindt of zal plaatsvinden ten opzichte van de omzet die deze Concessiehouder genereert op basis van de betrokken Concessie.
3.
De ACM beoordeelt het Economisch evenwicht gedurende de eerste vijf jaar na het potentiële begin van het nieuwe Grensoverschrijdend vervoer.
1.
In de economische analyse van Concessies niet zijnde de Hoofdrailnetconcessie, beoordeelt de ACM de verhouding van het aantal reizigers dat de betrokken Concessiehouder verliest als gevolg van al het nieuwe Grensoverschrijdend openbaar vervoer per trein dat zonder Concessie naar verwachting plaatsvindt of zal plaatsvinden ten opzichte van het aantal reizigers van het openbaar vervoer dat op basis van de betrokken Concessie wordt uitgevoerd.
2.
Tevens beoordeelt de ACM in de economische analyse de verhouding van de wegvallende omzet van de betrokken Concessiehouder als gevolg van al het nieuwe Grensoverschrijdend openbaar vervoer per trein dat zonder Concessie naar verwachting plaatsvindt of zal plaatsvinden ten opzichte van de omzet die deze Concessiehouder genereert op basis van de betrokken Concessie.
3.
De ACM beoordeelt het Economisch evenwicht gedurende de eerste vijf jaar na het potentiële begin van het nieuwe Grensoverschrijdend vervoer.
4.
De ACM acht een afname van de omzet of van het aantal reizigers betekenisvol in de zin van artikel 6 van het Besluit, wanneer uit de hierboven, in lid 1 en 2, bedoelde economische analyse een vermindering van omzet of reizigers volgt van meer dan 1,7 procent per jaar gedurende de eerste 5 jaar van de uitvoering door de Nieuwe Aanbieder.
5.
De ACM beoordeelt alleen het Economisch evenwicht gedurende de resterende looptijd van een tussen Concessieverlener en Concessiehouder overeengekomen Concessie.
6.
Indien in de Concessie expliciet is geregeld dat de Concessiehouder cabotage door Nieuwe aanbieders dient te gedogen, veronderstelt de ACM dat het Economisch evenwicht niet in gedrang kan komen.
1.
Op basis van de in de artikelen 13, 14 en 15 genoemde aspecten en na coördinatie met de betrokken Europese toezichthoudende instantie(s), stelt de ACM vast of het Economisch evenwicht als gevolg van het voorgenomen Grensoverschrijdend vervoer in gedrang komt.
Artikel 18. – Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel internationaal personenvervoer per spoor.
1.
Deze beleidsregel zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de dag van publicatie in de Staatscourant.
Den Haag, 6 november 2012
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit
Voorzitter Raad van Bestuur.