Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregel boeteoplegging Brzo 1999
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Type overtredingen
Artikel 2. Boete- en tarieflijst
Artikel 3. Boetesom
Artikel 4. Evenredigheid
Artikel 5. (verminderde) verwijtbaarheid
Artikel 6. Het vaststellen van recidive
Artikel 7. Inwerkingtreding
Artikel 8. Citeertitel
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 8 juli 2015. U leest nu de tekst die gold op 7 juli 2015.

Beleidsregel boeteoplegging Brzo 1999

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 december 2012, nr. G&VW/VW/2012/18053, tot vaststelling van de Beleidsregel boeteoplegging Besluit risico’s zware ongevallen 1999 arbeidsomstandighedenwetgeving
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelet op de artikelen 6, eerste lid, 33, eerste en tweede lid, en 34 van de Arbeidsomstandighedenwet, en artikel 25 derde lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999;
Besluit:
1.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder Brzo 1999: Besluit risico’s zware ongevallen 1999 .
2.
In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen overtredingen:
a. een overtreding met directe boete (ODB), oftewel een overtreding die in tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel als ODB is aangemerkt en waarvoor direct een boete wordt gegeven, en
b. een overige overtreding (OO), oftewel een overtreding die in tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel als OO is aangemerkt en waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven of een eis wordt gesteld en pas in tweede instantie, nadat is geconstateerd dat de betreffende overtreding niet is opgeheven, wordt overgegaan tot boeteoplegging.
Artikel 2. Boete- en tarieflijst
In tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel is voor elk artikel of artikellid of onderdeel waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd op grond van artikel 25, derde lid, van het Brzo 1999, aangegeven welk type overtreding het betreft.
Tevens is in tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel voor elk artikel of artikellid of onderdeel waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd op grond van artikel 25, derde lid, van het Brzo 1999, een boetenormbedrag opgenomen. Met uitzondering van artikel 5, eerste en derde lid en artikel 22, eerste lid, van het Brzo 1999 worden de in de tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel opgenomen boetenormbedragen als uitgangspunt gehanteerd voor de verdere boeteberekening. Voor artikel 5, eerste en derde lid en artikel 22, eerste lid, van het Brzo 1999 zijn in tabel 2 van bijlage 2 van deze beleidsregel boetenormbedragen opgenomen die als uitgangspunt voor de verdere boeteberekening worden gehanteerd.
Artikel 3. Boetesom
De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, in geval er sprake is van meer dan één overtreding, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
1.
De op grond van artikel 2 toe te passen boetenormbedragen zijn uitgangspunt voor de berekening van op te leggen bestuurlijke boetes voor werkgevers met 50 of meer werknemers. Voor werkgevers met minder werknemers geldt het volgende:
a. bij werkgevers met minder dan 10 werknemers wordt het boetenormbedrag met 50 procent verminderd;
b. bij werkgevers met 10 of meer maar minder dan 50 werknemers wordt het boetenormbedrag met 25 procent verminderd.
Het boetenormbedrag al dan niet op werkgeversgrootte gecorrigeerd wordt gebruikt voor eventuele verdere boeteberekening.
2.
Voor de boeteberekening van overtredingen wordt als werkgeversgrootte het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd.
Artikel 5. (verminderde) verwijtbaarheid
Bij de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete kunnen, in het geval er sprake is van een overtreding die door een handeling van een persoon is begaan, één of meer van de volgende factoren aan de orde zijn die achtereenvolgens leiden tot verlaging van het boetebedrag:
1°. indien de overtreder aantoont dat hij de risico’s ten aanzien waarvan de overtreding zich heeft voorgedaan voldoende heeft geïnventariseerd en op grond daarvan een veilige werkwijze heeft ontwikkeld, de benodigde maatregelen heeft getroffen en een kenbaar en voldoende preventiebeleid heeft, wordt de bestuurlijke boete met een derde gematigd;
2°. indien de overtreder bovendien aantoont dat hij voldoende instructies heeft gegeven, wordt de bestuurlijke boete met nog een derde gematigd;
3°. indien de overtreder bovendien aantoont dat hij adequaat toezicht heeft gehouden, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd.
1.
Er is sprake van recidive als dezelfde overtreding of een soortgelijke overtreding van hetzelfde artikel, artikellid of onderdeel van een artikel of artikellid als bedoeld in artikel 25, derde lid, van het Brzo 1999, aan de orde is. Het te hanteren boetenormbedrag van de op te leggen bestuurlijke boete moet binnen dezelfde boetecategorie vallen als het gehanteerde boetenormbedrag van de eerdere onherroepelijke boete. De boetecategorieën voor het bepalen van recidive van overtredingen zijn:
a. < €100.000;
b. €100.000 t/m €200.000;
c. €200.001 t/m €400.000;
d. > €400.000.
2.
Bij de vaststelling of sprake is van herhaling van dezelfde of soortgelijke overtredingen wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.
3.
Het tweede lid is niet van toepassing op ernstige overtredingen, als bedoeld in artikel 25a, derde lid, van het Brzo 1999.
Artikel 7. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 8. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging Brzo 1999.
Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 12 december 2012
De
Minister