Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregel betrouwbaarheidstoetsing
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Omtrent de uitleg van wettelijke voorschriften
Artikel 2. Omtrent de vaststelling van de feiten
Artikel 3. Omtrent de afweging van belangen
Artikel 4. Toezichtsmaatregelen
Artikel 5. Intrekking
Artikel 6. Inwerkingtreding
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Beleidsregel betrouwbaarheidstoetsing

Beleidsregel inzake de betrouwbaarheidstoetsing van (kandidaat)(mede)beleidsbepalers van en houders van gekwalificeerde deelnemingen in onder toezicht staande instellingen
Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V., de Stichting Autoriteit Financiële Markten en de Minister van Financiën (hieronder gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk te noemen: 'de toezichthouder') voor het beoordelen van de betrouwbaarheid van personen ingevolge de Wet financiële dienstverlening (Wfd) en het Besluit financiële dienstverlening (Bfd), de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992), Wet toezicht beleggingsinstellingen (Wtb), Besluit toezicht beleggingsinstellingen (Btb), Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995), Besluit toezicht effectenverkeer 1995 (Bte 1995), Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995, Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Wtv 1993), Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf (Wtn), Wet inzake de geldtransactiekantoren (Wgt), Wet toezicht trustkantoren (Wtt), Pensioen- en spaarfondsenwet (Psw) en het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994, hieronder gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk te noemen: 'de toezichtswet'
Gelet op onder meer de artikelen 26 Wfd en 7 Bfd, 9, 13, 14, 15, 23, 24, 25, 26, 82 Wtk 1992; 5, 12, 15, 21 Wtb & 11 Btb; 3 en 6 Wgt; 7, 11, 16, 19, 20, 21 en 22 Wte 1995 & 10, 11 en 22 Bte 1995; 29, 30, 45, 54, 75, 82, 103, 148, 174, 175 en 176 Wtv 1993; 18, 19, 23, 27, 35, 60, 81, 82 en 84 Wtn; 4 en 5 Wtt; 5 Psw; 6 en 7 Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994; 19, 21, 23 en 23a Vrijstellingsregeling Wte 1995 besluit de toezichthouder als volgt:
1.
Onder betrouwbaarheid wordt voor de toepassing van de toezichtswet verstaan het zich onthouden van één of meer gedragingen die naar het oordeel van de toezichthouder in de weg staan aan het vervullen van de functie van (mede)beleidsbepaler dan wel het houden van een gekwalificeerde deelneming.
2.
Tot de in het eerste lid bedoelde gedragingen behoren in ieder geval gedragingen die blijk geven van het niet hebben van eigenschappen als waarheidslievendheid, verantwoordelijkheidszin, wetsgetrouwheid, openheid, oprechtheid, prudentie, punctualiteit, onkreukbaarheid, discretie en rechtschapenheid.
1.
De beoordeling van de betrouwbaarheid geschiedt door op basis van voornemens, handelingen en antecedenten (hierna gezamenlijk te noemen: antecedenten) te toetsen of betrokkene blijk geeft of heeft gegeven van zodanige gedragingen dat daardoor naar het oordeel van de toezichthouder diens betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat.
2.
De bij de beoordeling van de betrouwbaarheid in acht te nemen antecedenten zijn:
- strafrechtelijke antecedenten ( bijlage A1 en bijlage A2 );
- financiële antecedenten ( bijlage B );
- toezichtsantecedenten ( bijlage C );
- fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten ( bijlage D );
- overige antecedenten ( bijlage E ).
Bijlage A2 bevat een limitatieve opsomming van antecedenten; de overige bijlagen zijn niet limitatief.
3.
Inzicht in de in het tweede lid genoemde antecedenten wordt verkregen door gebruik te maken van onder meer:
- de door de te benoemen persoon en voorgenomen houder van een gekwalificeerde deelneming ingevulde vragenlijst volgens het door de toezichthouder vastgestelde model;
- de mogelijkheid om bij de Landelijk Officier van Justitie gegevens uit politieregisters op te vragen;
- raadpleging van de database Vennoot '98 van het Ministerie van Justitie;
- raadpleging van de Belastingdienst;
- gegevens of inlichtingen verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn;
- ambtsberichten van het Openbaar Ministerie;
- referenties.
1.
De toezichthouder concludeert dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat indien naar zijn oordeel uit de antecedenten van betrokkene blijkt dat deze één of meer van de in artikel 1 bedoelde gedragingen heeft vertoond.
2.
De toezichthouder betrekt bij zijn oordeelsvorming
- in voorkomend geval het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging(en) en de overige omstandigheden van het geval;
- de belangen die de toezichtswet beoogt te beschermen; alsmede
- de overige belangen van de financiële instelling en betrokkene.
3.
Gelet op aard en de ernst van de misdrijven genoemd in bijlage A2 , worden de aan die misdrijven ten grondslag liggende gedragingen op voorhand geacht onverenigbaar te zijn met de belangen die de toezichtswet beoogt te beschermen. De toezichthouder stelt vast dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat indien uit de antecedenten van betrokkene blijkt dat deze bij onherroepelijke uitspraak is veroordeeld ter zake van een misdrijf als vermeld in genoemde bijlage, tenzij sedert de dag waarop deze uitspraak onherroepelijk is geworden acht jaren of meer zijn verstreken.
4.
Indien een antecedent kan worden gekwalificeerd als een antecedent in de zin van zowel bijlage A1 als bijlage A2 , dan geldt het bepaalde van artikel 3, derde lid, hiervoor.
Artikel 4. Toezichtsmaatregelen
In het geval dat de toezichthouder heeft geconcludeerd dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat en uit de toezichtswet zelf geen directe consequenties voortvloeien, kan de toezichthouder gebruik maken van de hem ingevolge de toezichtswet toekomende bevoegdheden (bijvoorbeeld het geven van een aanwijzing, het niet verlenen c.q. intrekken van een vergunning of het weigeren, wijzigen of intrekken van een verklaring van geen bezwaar).
Artikel 5. Intrekking
De Beleidsregel inzake de betrouwbaarheidstoetsing van (kandidaat)(mede)beleidsbepalers van en houders van gekwalificeerde deelnemingen in onder toezicht staande instellingen van 19 april 2004 (Stcrt. 74) wordt ingetrokken.
Artikel 6. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.