Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen 2014
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 2. Reikwijdte
Artikel 3. Evc-register
Artikel 4. Voorwaarden EVC-verklaring
Artikel 5. Besluit tot afgifte van een EVC-verklaring
Artikel 6. Voorwaarden verlenging van een EVC-verklaring
Artikel 7. Besluit tot afgifte van verlenging van een EVC-verklaring
Artikel 8. Intrekken EVC-verklaring
Artikel 9. Reeds gestarte EVC-procedures
Artikel 10. Overdracht en fusie
Artikel 11. Overgangsbepaling
Artikel 12. Intrekken beleidsregel
Artikel 13. Inwerkingtreding
Artikel 14. Citeertitel
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen 2014

Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 oktober 2013, nr. BVE/489764, houdende een nadere beschrijving van de wijze waarop en de voorwaarden waaronder EVC-verklaringen worden afgegeven (Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen 2014)
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8.2 van de Uitvoeringsregeling Loonbelasting 2011, artikel 40a van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 en artikel 12bb van de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. beoordelende organisatie: de organisatie die de kwaliteit van een EVC-aanbieder, diens EVC-procedures, de uitvoering van die procedures en de uitgereikte ervaringscertificaten beoordeelt en hierover een advies uitbrengt;
c. domein: alle EVC-standaarden behorende tot:
II. een onderdeel voor de gebieden van onderwijs in het hoger beroepsonderwijs, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze beleidsregel, of
III. een onderdeel voor de gebieden van onderwijs in het wetenschappelijk onderwijs, zoals opgenomen in bijlage 3 van deze beleidsregel, of
IV. een branche waarvoor één of meerdere branchestandaarden als EVC-standaard zijn goedgekeurd door de Stichting van de Arbeid te Den Haag;
d. DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs te Groningen;
e. EVC: Erkenning Verworven Competenties;
f. EVC-aanbieder: een organisatie die volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC een of meerdere EVC-procedures aanbiedt en is opgenomen in het register van afgegeven EVC-verklaringen;
g. EVC-procedure: de door de EVC-aanbieder geprogrammeerde processtappen, instrumenten en werkwijzen voor, tijdens en na een EVC-onderzoek om conform de eisen in de normtekst bij de Kwaliteitscode EVC te handelen;
h. EVC-standaard: landelijk erkend profiel dat de EVC-aanbieder in zijn EVC-procedure als beoordelingskader gebruikt;
i. ervaringscertificaat: het document waarin het resultaat, van een individu in een EVC-procedure, van het EVC-onderzoek aan de hand van de desbetreffende EVC-standaard is beschreven;
k. kandidaat: de kandidaat als bedoeld in de Kwaliteitscode EVC;
l. Kwaliteitscode EVC: code waarin de principes en uitgangspunten voor de kwaliteit van EVC-procedures zijn bepaald;
m. normtekst: vertaling van de in de Kwaliteitscode EVC geformuleerde richtlijnen naar een instrument, waarin de criteria voor de beoordeling van EVC-procedures bij een of meerdere EVC-standaarden expliciet en meetbaar zijn geformuleerd, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel.
Artikel 2. Reikwijdte
Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de Minister EVC-verklaringen afgeeft.
1.
De Minister draagt er zorg voor dat alle afgegeven EVC-verklaringen worden geregistreerd in een register, waarbij per verklaring wordt opgenomen: de (handels)naam van de EVC-aanbieder, het domein waarop de verklaring ziet, de daaronder ressorterende EVC-standaarden waarvoor de EVC-aanbieder in ieder geval EVC-procedures verzorgt en de datum waarop de afgegeven EVC-verklaring van rechtswege vervalt dan wel is ingetrokken op grond van artikel 8.
2.
Indien een EVC-verklaring wordt verlengd wordt dit zo spoedig mogelijk voordat de geldigheidsduur van de daaraan ten grondslag liggende EVC-verklaring van rechtswege eindigt, vermeld in het register.
3.
Indien een EVC-verklaring komt te vervallen, wordt de verklaring doorgehaald in het register.
1.
De Minister geeft een EVC-verklaring af nadat is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. het verzoek is uiterlijk op 1 mei 2016 schriftelijk of elektronisch ontvangen door DUO;
b. het verzoek bevat de (handels)naam van de beoogde EVC-aanbieder, de aanduiding van het desbetreffende domein en de aanduiding voor welke EVC-standaarden binnen dit domein de (beoogde) EVC-aanbieder in elk geval EVC-procedures aan gaat bieden;
c. bij het verzoek wordt een deugdelijk beoordelingsrapport van een beoordelende organisatie overgelegd, dat op het tijdstip van overlegging niet ouder is dan 6 maanden;
d. de EVC-procedure voldoet voor het desbetreffende domein aan alle onderdelen van de normtekst, met uitzondering van de onderdelen 3.10, 4.4, onder b, en 5.2; en
e. het verzoek is niet eerder is ingediend dan 12 maanden na het afwijzen van een verzoek als bedoeld in artikel 6 voor het zelfde domein, dan wel 12 maanden na het vervallen van het besluit tot afgifte van de EVC-verklaring als bedoeld in artikel 5 of het vervallen van het besluit tot afgifte van de verlenging van een EVC-verklaring als bedoeld in artikel 7 voor het zelfde domein.
2.
Indien de Minister ten aanzien van een verzoek vaststelt dat niet wordt voldaan aan alle in het eerste lid genoemde voorwaarden wijst hij het verzoek af.
3.
Met een verzoek kan voor meerdere domeinen een EVC-verklaring aangevraagd worden.
4.
Indien een EVC-aanbieder reeds over een EVC-verklaring beschikt wordt de EVC-aanbieder als organisatie geacht te hebben voldaan aan de onderdelen 1.1 tot en met 1.3, 2.1 tot en met 2.7, 3.1, 3.3 tot en met 3.9, 4.1, 4.2, 4.5, 4.6 en 5.1 van de normtekst. De EVC-procedure dient nog wel te voldoen aan de onderdelen 3.2, 4.3 en 4.4, onder a, van de normtekst.
5.
Indien het verzoek meerdere domeinen omvat dient voldaan te worden aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, met dien verstande dat:
a. per domein de EVC-procedure moet voldoen aan de onderdelen 3.2, 4.3 en 4.4, onder a, van de normtekst;
b. de organisatie moet voldoen aan de onderdelen 1.1 tot en met 1.3, 2.1 tot en met 2.7, 3.1, 3.3 tot en met 3.9, 4.1, 4.2, 4.5, 4.6 en 5.1 van de normtekst.
c. per domein een EVC-verklaring wordt afgegeven.
6.
Indien een EVC-verklaring voor een domein is afgegeven is de EVC-aanbieder niet gehouden alle standaarden ressorterend onder dat domein te verzorgen.
7.
De Minister beslist binnen twee maanden nadat het verzoek is ontvangen door DUO op het verzoek.
1.
Het besluit tot afgifte van een EVC-verklaring, als bedoeld in artikel 4, bevat de aanduiding van het domein en de daaronder vallende EVC-standaarden waarop de verklaring betrekking heeft, de (handels)naam van de EVC-aanbieder aan wie de verklaring wordt verstrekt en de geldigheidsduur van de EVC-verklaring.
2.
Het besluit tot afgifte van een EVC-verklaring vervalt 18 maanden na de datum waarop het besluit is genomen.
3.
Een EVC-aanbieder kan een verzoek tot verlenging, als bedoeld in artikel 6 indienen.
1.
De Minister geeft een verlenging van de EVC-verklaring af nadat is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. het verzoek om verlenging is uiterlijk op 1 mei 2016 schriftelijk of elektronisch ontvangen door DUO;
b. het verzoek bevat de (handels)naam van de EVC-aanbieder, de aanduiding van het desbetreffende domein en voor welke standaarden binnen dit domein de EVC-aanbieder in elk geval EVC-procedures gaat aanbieden;
c. bij het verzoek wordt een deugdelijk beoordelingsrapport van een beoordelende organisatie overgelegd, dat op het tijdstip van overlegging niet ouder is dan 6 maanden;
d. de EVC-procedure voldoet voor het desbetreffende domein, waarvoor de verlenging van de EVC-verklaring wordt gevraagd, aan de onderdelen 3.10, 4.3, 4.4, 4.5, 5.1 tot en met 5.3 van de normtekst; en
e. de EVC-verklaring als bedoeld in artikel 4 is op het tijdstip waarop het verzoek schriftelijk of elektronisch door DUO is ontvangen niet vervallen.
2.
Indien de Minister ten aanzien van een verzoek om verlenging vaststelt dat niet wordt voldaan aan alle in het eerste lid genoemde voorwaarden wijst hij het verzoek af.
3.
De beoordeling van de in het eerste lid, onder d, bedoelde onderdelen van de normtekst vindt plaats op basis van de daadwerkelijk uitgevoerde EVC-procedures.
4.
Met een verzoek om verlenging kan voor meerdere domeinen een verlenging van de EVC-verklaring aangevraagd worden. In dat geval dient per domein voldaan te worden aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden. Per domein wordt een verlenging van de EVC-verklaring afgegeven.
5.
Indien een EVC-verklaring voor een domein is afgegeven is de EVC-aanbieder niet gehouden alle standaarden ressorterend onder dat domein te verzorgen.
6.
De Minister beslist binnen twee maanden nadat het verzoek tot verlenging is ontvangen door DUO op het verzoek.
1.
Het besluit tot afgifte van een verlenging van een EVC-verklaring, als bedoeld in artikel 6, bevat de aanduiding van het domein en de daaronder vallende EVC-standaarden waarop de verklaring betrekking heeft, de (handels)naam van de EVC-aanbieder aan wie de verklaring wordt verstrekt en de geldigheidsduur van de verlenging.
2.
Het besluit tot afgifte van een verlenging van een EVC-verklaring vervalt 18 maanden na de datum waarop het besluit is genomen.
3.
Een EVC-aanbieder die reeds een verlenging van de EVC-verklaring heeft verkregen kan opnieuw een verzoek tot verlenging als bedoeld in artikel 6 indienen.
Artikel 8. Intrekken EVC-verklaring
De Minister kan het besluit tot afgifte van (een verlenging van) een EVC-verklaring intrekken. Dat is in ieder geval mogelijk indien naar zijn oordeel:
a. de door de EVC-aanbieder verstrekte gegevens achteraf zodanig onjuist blijken te zijn dat op het verzoek een ander besluit zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b. gebleken is dat een EVC-procedure niet langer voldoet aan de normtekst; of
c. sprake is van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten, die het intrekken van het besluit tot afgifte van een EVC-verklaring rechtvaardigen.
Artikel 9. Reeds gestarte EVC-procedures
Indien een EVC-verklaring van rechtswege is komen te vervallen dan wel is ingetrokken op grond van artikel 8 wordt de verklaring geacht van toepassing te blijven op die EVC-procedures die zijn gestart voordat de EVC-verklaring is komen te vervallen dan wel is ingetrokken. Een EVC-procedure wordt geacht te zijn gestart op het moment dat een overeenkomst tussen de EVC-aanbieder en de kandidaat is gesloten.
1.
De EVC-verklaring wordt verleend aan een organisatie.
2.
Als de relatie tussen de organisatie, die de EVC-verklaring voor een domein heeft verkregen en de uitvoering van alle EVC-procedure voor dat domein verbroken worden, vervalt daarmee de EVC-verklaring en wordt deze doorgehaald in het EVC-register.
3.
Elke fusie of overdracht van de organisatie, die een EVC-verklaring heeft, wordt ter toetsing voorgelegd aan DUO.
4.
Indien DUO oordeelt dat de relatie tussen de organisatie en alle EVC-procedures voor het betreffende domein verbroken zijn, komt de EVC-verklaring te vervallen.
5.
Indien na de toetsing, bedoeld in het derde lid, de EVC-verklaring niet komt te vervallen, vermeldt DUO in het EVC-register de meest actuele (handels)naam van de organisatie, die als rechtsopvolger in de plaats treedt van de organisatie aan wie de EVC-verklaring is verleend.
1.
Een besluit tot afgifte van een EVC-verklaring, dat is afgegeven voor inwerkingtreding van deze beleidsregel, vervalt eerst na de termijn zoals vermeld in voornoemd besluit.
2.
Een besluit tot afgifte van een EVC-verklaring, dat is afgegeven voor inwerkingtreding van deze beleidsregel op grond van artikel 5 van de Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen van 18 maart 2010, wordt gelijkgesteld met een EVC-verklaring als bedoeld artikel 5 voor het domein waartoe de betreffende standaard behoort, met dien verstande dat het besluit eerst vervalt na ommekomst van de termijn genoemd in dat besluit.
3.
Een besluit tot afgifte van een voorlopige EVC-verklaring als bedoeld in artikel 6, tweede lid of artikel 6, derde lid of artikel 6, vierde lid of artikel 6, zevende lid van de Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen van 18 maart 2010 wordt gelijkgesteld met een besluit tot afgifte van een EVC-verklaring als bedoel in artikel 5 voor het domein waartoe de betreffende standaard behoort, met dien verstande dat het besluit eerst vervalt na ommekomst van de termijn genoemd in dat besluit.
4.
Een ervaringscertificaat dat is uitgegeven door een erkende EVC-aanbieder waarvan de verklaring later is komen te vervallen dan wel is ingetrokken, blijft zijn waarde en geldigheid behouden.
Artikel 12. Intrekken beleidsregel
De Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen wordt ingetrokken.
1.
Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2014.
2.
Deze beleidsregel vervalt op 1 januari 2018.
Artikel 14. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen 2014.
Deze beleidsregel zal met de bijlagen en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister