Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidsregel 06-01 betrouwbaarheid personen ex Wet toezicht accountantsorganisaties en Besluit toezicht accountantsorganisaties
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Omtrent de uitleg van wettelijke voorschriften
Artikel 2. Omtrent de vaststelling van de feiten
Artikel 3. Omtrent de afweging van belangen
Artikel 4. Toezichtmaatregelen
Artikel 5. Inwerkingtreding
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Beleidsregel 06-01 betrouwbaarheid personen ex Wet toezicht accountantsorganisaties en Besluit toezicht accountantsorganisaties

Beleidsregel van de Stichting Autoriteit Financiële Markten (hieronder te noemen: ‘de toezichthouder’) van 19 september 2006, voor het beoordelen van de betrouwbaarheid van personen ingevolge de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) en het Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta), hieronder gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk te noemen: ‘de toezichtwet’
De Stichting Autoriteit Financiële Markten,
Gelet op onder meer de artikelen 15 Wta en 5, 6, 7 Bta;
Besluit als volgt:
1.
Onder betrouwbaarheid wordt voor de toepassing van de toezichtwet verstaan het zich onthouden van één of meer gedragingen die naar het oordeel van de toezichthouder in de weg staan aan het vervullen van de functie van (mede)beleidsbepaler.
2.
Tot de in het eerste lid bedoelde gedragingen behoren in ieder geval gedragingen die blijk geven van het niet hebben van eigenschappen als waarheidslievendheid, verantwoordelijkheidszin, wetsgetrouwheid, openheid, oprechtheid, prudentie, punctualiteit, onkreukbaarheid, discretie en rechtschapenheid.
1.
De beoordeling van de betrouwbaarheid geschiedt door op basis van voornemens, handelingen en antecedenten (hierna gezamenlijk te noemen: antecedenten) te toetsen of betrokkene blijk geeft of heeft gegeven van zodanige gedragingen dat daardoor naar het oordeel van de toezichthouder diens betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat.
2.
De bij de beoordeling van de betrouwbaarheid in acht te nemen antecedenten zijn:
strafrechtelijke antecedenten ( bijlage A1 en bijlage A2 );
financiële antecedenten ( bijlage B );
toezichtantecedenten ( bijlage C );
fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten ( bijlage D );
overige antecedenten ( bijlage E ).
Bijlage A2 bevat een limitatieve opsomming van antecedenten; de overige bijlagen zijn niet limitatief.
3.
Inzicht in de in het tweede lid genoemde antecedenten wordt verkregen door gebruik te maken van onder meer:
de door de (kandidaat)(mede)beleidsbepaler ingevulde vragenlijst volgens het door de toezichthouder vastgestelde model;
de mogelijkheid om bij de Landelijk Officier van Justitie gegevens uit politieregisters op te vragen;
uitspraken van tuchtrechtelijke instanties;
raadpleging van de database Vennoot ’98 van het Ministerie van Justitie;
raadpleging van het Nederlands Faillissementen Register;
raadpleging van de Belastingdienst;
gegevens of inlichtingen verkregen van Nederlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse van overheidswege aangewezen instanties die op enigerlei wijze belast zijn met het toezicht op accountantsorganisaties in Nederland of op natuurlijke personen en rechtspersonen die bij die organisaties werkzaam zijn;
gegevens of inlichtingen verkregen van buitenlandse overheidsinstanties dan wel van buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die op enigerlei wijze belast zijn met het toezicht op accountantspraktijken in het buitenland of op natuurlijke personen en rechtspersonen die bij die accountantspraktijken werkzaam zijn;
ambtsberichten van het Openbaar Ministerie;
de accountantsregisters van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Registeraccountants (NIVRA) en de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten (NOvAA);
referenties.
1.
De toezichthouder concludeert dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat indien naar zijn oordeel uit de antecedenten van betrokkene blijkt dat deze één of meer van de in artikel 1 bedoelde gedragingen heeft vertoond.
2.
De toezichthouder betrekt bij zijn oordeelsvorming
in voorkomend geval het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging(en) en de overige omstandigheden van het geval;
de belangen die de toezichtwet beoogt te beschermen; alsmede
de overige belangen van de accountantsorganisatie en betrokkene.
3.
Gelet op de aard en de ernst van de misdrijven genoemd in bijlage A2 , worden de aan die misdrijven ten grondslag liggende gedragingen op voorhand geacht onverenigbaar te zijn met de belangen die de toezichtwet beoogt te beschermen. De toezichthouder stelt vast dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat indien uit de antecedenten van betrokkene blijkt dat deze bij onherroepelijke uitspraak is veroordeeld ter zake van een misdrijf als vermeld in genoemde bijlage , tenzij sedert de dag waarop deze uitspraak onherroepelijk is geworden acht jaren of meer zijn verstreken.
4.
Indien een antecedent kan worden gekwalificeerd als een antecedent in de zin van zowel bijlage A1 als bijlage A2 , dan geldt het bepaalde van artikel 3, derde lid, hiervoor.
Artikel 4. Toezichtmaatregelen
In het geval dat de toezichthouder heeft geconcludeerd dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat en uit de toezichtwet zelf geen directe consequenties voortvloeien, kan de toezichthouder gebruik maken van de hem ingevolge de toezichtwet toekomende bevoegdheden (bijvoorbeeld het geven van een aanwijzing, het niet verlenen c.q. intrekken van een vergunning).
Artikel 5. Inwerkingtreding
De bekendmaking van deze beleidsregel geschiedt door publicatie in de Staatscourant. De beleidsregel treedt in werking op 1 oktober 2006.
Amsterdam, 19 september 2006
De
Voorzitter
Bestuurslid