Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Beleidslijn Sanctiemaatregelen Vaste Boekenprijs 2009
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Inleiding
Algemeen
Relevante bepalingen
Hoofdstuk 1. Sanctiemaatregelen
Bestuurlijke boete
Aard, ernst en duur overtreding
Last onder dwangsom
Hoofdstuk 2. Procedure
Bezwaarschriftprocedure
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken
Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2011. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2011.

Beleidslijn Sanctiemaatregelen Vaste Boekenprijs 2009

Beleidslijn sanctiemaatregelen vaste boekenprijs 2009
Algemeen
De Wet op de vaste boekenprijs (Stb 2004, 600) kent in de artikelen 15 tot en met 27 aan het Commissariaat bevoegdheden toe om sanctiemaatregelen te treffen, waarbij aan het Commissariaat de bevoegdheid toekomt onder afweging van de betrokken belangen te reageren op een overtreding van een bij of krachtens de Wet op de vaste boekenprijs en de Algemene wet bestuursrecht gesteld voorschrift enerzijds met een bestraffende sanctie met de bedoeling de overtreder in zijn belangen te treffen anderzijds met een herstelsanctie (last onder dwangsom) ten einde een overtreding te voorkomen dan wel de reeds gepleegde overtreding ongedaan te maken of een herhaling of voortzetting van die overtreding te voorkomen.
Aan deze Beleidslijn ligt de aan het rechtszekerheids- en het gelijkheidsbeginsel ontleende bedoeling ten grondslag een inzicht te geven in de criteria die in geval van overtreding van de bij of krachtens de Wet op de vaste boekenprijs (hierna: Wvbp) en Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gestelde voorschriften bij het opleggen van sanctiemaatregelen zullen worden gehanteerd. Bij bestraffende sancties kunnen tevens doeleinden van specifieke en generale preventie voorliggen.
Aan de in deze Beleidslijn gehanteerde terminologie komt, tenzij uitdrukkelijk het tegendeel wordt bepaald, dezelfde betekenis toe als welke daaraan op grond van het bij of krachtens de Wvbp en de Awb bepaalde toekomt.
Onder een overtreding wordt in deze Beleidslijn verstaan een gedraging in strijd met een bij of krachtens de Wvbp of de Awb gesteld voorschrift.
Relevante bepalingen
Een overzicht van de bepalingen van de Wvbp met betrekking tot de bevoegdheden van het Commissariaat tot het opleggen van sanctiemaatregelen is als bijlage aangehecht.
1.1 Bij een overtreding kunnen aan de overtreder, met inachtneming van het bij of krachtens de Wvbp of Awb bepaalde, een of meer van de navolgende sancties worden opgelegd:
a. bestuurlijke boete;
b. last onder dwangsom.
1.2 Bij de beoordeling van de vraag of en, zo ja, welke sanctiemaatregel dient te worden getroffen, houdt het Commissariaat rekening met de ernst van de overtreding en de spoedeisendheid en in geval van een bestuurlijke boete tevens met de mate waarin de overtreding aan de belanghebbende kan worden verweten. Het Commissariaat houdt bij de beoordeling rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
1.3 Voor de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete maakt de wetgever een onderscheid tussen overtreding van artikel 5:20 Awb en overtredingen van de Wvbp . In geval van overtreding van artikel 5:20 Awb kan het Commissariaat een boete van ten hoogste € 4.500,– opleggen. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete wegens overtreding van artikel 5:20 Awb wordt uitgegaan van de helft van het boetemaximum. Het Commissariaat beoordeelt aan de hand van de in artikel 1.10 genoemde boete-verhogende en boeteverlagende omstandigheden of van dit uitgangspunt moet worden afgeweken.
1.4 Het Commissariaat verdeelt overtredingen van het bij of krachtens de Wvbp bepaalde, gelet op de aard van de geschonden norm, in twee typen (type A en type B).
Bij overtredingen van het type A gaat het om het niet nakomen van de verplichting om een prijs, een opheffingsuitverkoop of een opruiming tijdig bij het Commissariaat te melden. Tevens gaat het daarbij om voorschriften ten aanzien van mededelingen van verkopers omtrent de prijs van boeken en eventuele kosten die verband houden met dienstverleningen en leveringen van bijzondere aard.
Overtredingen van het type B hebben betrekking op het vaststellen en toepassen van vaste prijzen, bijzondere prijzen, boekenclubprijzen en kortingen.
Het Commissariaat onderscheidt overtredingen in de volgende typen:
type A:
type B:
1.5 Voor de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete hanteert het Commissariaat, met inachtneming van het in artikel 18 Wvbp neergelegde boetemaximum (€ 90.000,–), drie categorieën met bijbehorende bandbreedten. De hieronder weergegeven plaatsing van een overtreding in een categorie is ingegeven door de aard, ernst en voorzover relevant de duur van de overtreding.
    type A type B
I Lichte overtreding van € 0,– tot € 1.000,– van € 0,– tot €  5.000,–
II Ernstige overtreding van € 1.000,– tot € 5.000,– van € 5.000,– tot € 25.000,–
III Zeer ernstige overtreding van € 5.000,– tot € 10.000,– van € 25.000,– tot € 45.000,–
1.6 Een lichte overtreding is een overtreding waarbij sprake is van een of meer van de volgende omstandigheden:
de betrokkene heeft met zijn handelwijze de concurrentie tussen uitgevers en/of importeurs en/of verkopers niet of slechts in beperkte mate verstoord;
de overtreding heeft betrekking op één uitgave, niet zijnde een nieuw verschenen uitgave of bestseller;
de overtreding heeft betrekking op minder dan 500 exemplaren van één of enkele uitgaven;
de overtreding heeft betrekking op een incourante uitgave en vindt plaats op een moment dat deze uitgave niet in de publiciteit staat;
het ongeoorloofde aanbod wordt op lokale schaal en/of in maximaal één medium met ten hoogste regionaal bereik in de publiciteit gebracht;
de overtreding vindt plaats in minder dan 10 vestigingen;
de overtreding vindt plaats gedurende minder dan één week;
andere omstandigheden die de overtreding naar oordeel van het Commissariaat minder ernstig maken.
1.7 Een ernstige overtreding is een overtreding waarbij sprake is van een of meer van de volgende omstandigheden:
de betrokkene verstoort met zijn handelwijze de concurrentie tussen uitgevers en/of importeurs en/of verkopers in meer dan beperkte mate;
de overtreding heeft betrekking op een of meer courante uitgaven en vindt plaats op een moment dat deze uitgave niet extra in de publiciteit staan;
de overtreding heeft betrekking op 500 of meer exemplaren maar minder dan 10.000 exemplaren van één of meer uitgaven;
het ongeoorloofde aanbod wordt op regionale schaal en/of in maximaal twee media met ten hoogste regionaal bereik in de publiciteit gebracht;
de overtreding vindt plaats in 10 of meer vestigingen maar minder dan 100 vestigingen;
de overtreding vindt plaats gedurende ten minste één week maar minder dan twee weken;
de overtreding heeft betrekking op enkele (maximaal vijf) titels;
andere omstandigheden die de overtreding naar oordeel van het Commissariaat ernstig maken.
1.8 Een zeer ernstige overtreding is een overtreding waarbij sprake is van een of meer van de volgende omstandigheden:
de betrokkene verstoort met zijn handelwijze de concurrentie tussen uitgevers en/of importeurs en/of verkopers in aanzienlijke mate;
de overtreding heeft betrekking op een ofmeer courante uitgaven en vindt plaats op een moment dat de uitgave(n) extra in de publiciteit staan, bijvoorbeeld bij verschijnen van een vermoedelijke bestseller;
de overtreding heeft betrekking op 10.000 of meer exemplaren van één of meer uitgaven;
het ongeoorloofde aanbod wordt op landelijke schaal en/of in meerdere media in de publiciteit gebracht;
de overtreding vindt plaats in 100 of meer vestigingen;
de overtreding vindt plaats gedurende meer dan twee weken;
de overtreding heeft betrekking op meerdere (meer dan vijf) titels;
andere omstandigheden die de overtreding naar oordeel van het Commissariaat zeer ernstig maken.
1.9 Bij de vaststelling van de hoogte van de boete binnen de bij de overtreding horende bandbreedte van het in artikel 1.5 weergegeven schema wordt uitgegaan van het midden van die bandbreedte. Daarna wordt de hoogte van de boete binnen de bandbreedte van de desbetreffende boetecategorie aan de hand van de in 1.6, 1.7 en 1.8 genoemde omstandigheden verhoogd of verlaagd.
1.10 De op grondslag van artikel 1.9 vast te stellen hoogte van de boete, kan worden verhoogd of verlaagd naar de mate van de verwijtbaarheid van de overtreding.
Het Commissariaat legt geen boete op indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
Door de aanwezigheid van de hieronder weergegeven boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden kan in naar het oordeel van het Commissariaat bijzondere omstandigheden buiten de berekeningsmethodiek en/of de bandbreedte van de desbetreffende boetecategorie worden getreden.
Boeteverhogende omstandigheden zijn onder meer:
de omstandigheid dat sprake is van recidive van overtreding van eenzelfde aard binnen een periode van vijf jaar;
de omstandigheid dat de overtreder in het verleden genoegzaam op de hoogte is gebracht van de toepassing van regelgeving;
de omstandigheid dat er sprake is van grove onachtzaamheid of (voorwaardelijk) opzet.
Boeteverhogende omstandigheden kunnen leiden tot het opleggen van een boete ter hoogte van twee keer de maximale boete die op grond van de bij de desbetreffende boetecategorie horende bandbreedte kan worden opgelegd.
Boeteverlagende omstandigheden kunnen onder meer zijn:
het Commissariaat heeft niet eerder uitleg gegeven aan de geschonden norm;
de omstandigheid dat de overtreding heeft plaatsgevonden hoewel de overtreder voorzorgsmaatregelen had getroffen;
de omstandigheid dat de overtreder inmiddels adequate maatregelen heeft genomen ter voorkoming van herhaling van de overtreding.
1.11 De in artikel 1.3 tot en met artikel 1.10 neergelegde berekeningsmethodiek voor de bepaling van de hoogte van boetes fungeert als leidraad en niet als dwingend voorschrift. In naar het oordeel van het Commissariaat bijzondere gevallen kan van die methodiek worden afgeweken.
1.12 Het Commissariaat kan in geval van overtreding dan wel klaarblijkelijk gevaar voor overtreding van een of meer bij of krachtens de Wvbp gestelde voorschriften of in geval de overtreder herhaaldelijk en/of langdurig niet aan deze voorschriften voldoet een last onder dwangsom opleggen. Bij het bepalen van de inhoud van de last en de termijn waarop aan deze last moet worden voldaan, alsmede de hoogte van de dwangsom als bedoeld in artikel 1.1 houdt het Commissariaat rekening met de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de last onder dwangsom. Het Commissariaat houdt daarbij zonodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is of wordt gepleegd, zoals neergelegd in artikel 1.6 tot en met artikel 1.8.
1.13 Een last geldt voor een door het Commissariaat te bepalen termijn van ten hoogste twee jaar. Het Commissariaat kan, al dan niet op verzoek van de overtreder, een last onder dwangsom opheffen, de looptijd ervan voor een bepaalde termijn opschorten of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de overtreder om aan zijn verplichtingen te voldoen. De artikelen 5:32, vierde en vijfde lid, 5:33, 5:34, eerste lid, en 5:35 Awb zijn van toepassing.
2.1 Het Commissariaat kan ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende tot bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wvbp en Awb door middel van sanctiemaatregelen overgaan.
2.2 Alvorens het Commissariaat tot bestuursrechtelijke handhaving overgaat, wint het Commissariaat informatie in bij de belanghebbende(n). Aan een verzoek om informatie moet worden voldaan op de wijze die door het Commissariaat is aangegeven.
2.3 Indien de informatie wordt gevraagd aan de vermoedelijke overtreder met het doel een bestuurlijke boete op te leggen, wordt aan de vermoedelijke overtreder meegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden. Dit laat onverlet dat de verplichting van de vermoedelijke overtreder om op grond van artikel 5:16 en artikel 5:20 Awb inlichtingen te verstrekken, blijft bestaan indien het gaat om informatie die onafhankelijk van de wil van de vermoedelijke overtreder bestaat.
2.4 Indien bij het Commissariaat het vermoeden van een overtreding bestaat, volgt het Commissariaat, behoudens in bijzondere gevallen, de navolgende procedure. Van het starten van de in artikel 2.2 dan wel in artikel 2.5 weergegeven procedure wordt door het Commissariaat afgezien indien na kennisname van de overtreding een jaar of meer is verstreken.
2.5 Indien het Commissariaat vaststelt dat een overtreding als bedoeld in artikel 17, eerste lid, Wvbp is begaan, maakt het Commissariaat daarvan een rapport op. Het rapport wordt gedagtekend en vermeldt de naam van de overtreder, het overtreden wettelijk voorschrift en zonodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
2.6 Het Commissariaat stelt de belanghebbende bij aangetekend schrijven in kennis van zijn voornemen tot het opleggen van de sanctie en van de gronden waarop dit voornemen berust. Daarbij wordt tevens het in artikel 2.5 genoemde rapport aan de belanghebbende toegezonden. In geval van een voornemen om een bestuurlijke boete op te leggen, wordt aan de vermoedelijke overtreder meegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden.
2.7 Het Commissariaat stelt de belanghebbende(n) bij de in artikel 2.6 bedoelde kennisgeving in de gelegenheid op een binnen vier weken te houden hoorzitting zijn zienswijze op het voornemen ten aanzien van de sanctiemaatregel naar voren te brengen. Ingeval een belanghebbende zijn zienswijze alleen schriftelijk wil toelichten, stelt het Commissariaat hem daartoe in de gelegenheid gedurende vier weken na de kennisgeving als bedoeld in artikel 2.6. Het Commissariaat kan, indien daartoe gronden zijn, deze termijn op verzoek van de belanghebbende(n) verlengen met twee weken.
2.8 Indien het voornemen betrekking heeft op een vermoedelijke overtreding die gelijk is aan een vermoedelijke overtreding waarover bij het Commissariaat al een procedure aanhangig is, kan het Commissariaat de verdere procedure aanhouden tot het moment waarop in de eerdere procedure een beslissing is genomen.
2.9 Schriftelijke stukken kunnen uiterlijk tot 10 dagen voor de datum van de hoorzitting bij het Commissariaat worden ingediend.
2.10 Van het verhandelde op de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt, zo mogelijk gelijktijdig met de beslissing van het Commissariaat, aan de belanghebbende(n) toegezonden.
2.11 Het Commissariaat beslist binnen dertien weken na dagtekening van het rapport omtrent het opleggen van een sanctie. In bijzondere omstandigheden kan het Commissariaat de beslissing éénmaal met zes weken verdagen. Van een dergelijke verdaging geeft het Commissariaat kennis aan belanghebbenden voor afloop van de in de eerste volzin bedoelde termijn.
2.12 Het Commissariaat doet zijn beslissing onverwijld bij aangetekend schrijven aan belanghebbende(n) toekomen.
2.13 Het besluit tot het opleggen van een sanctie is openbaar. Het Commissariaat biedt de belanghebbende(n) de mogelijkheid binnen een week schriftelijk en gemotiveerd kenbaar te maken dat in het besluit privacygevoelige of bedrijfsvertrouwelijke gegevens staan.
2.14 Gelijksoortige vermoedelijke overtredingen die zijn begaan door eenzelfde overtreder kunnen gevoegd door het Commissariaat worden behandeld, waarbij voor elke overtreding afzonderlijk een sanctie kan worden opgelegd.
2.15 Indien een feit leidt tot overtreding van meer dan één bepaling, kan het Commissariaat bepalen dat slechts één van die bepalingen wordt toegepast, bij verschil die waarbij de hoogste bestuurlijke boete aan de orde is.
2.16 De natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken, kan daartegen binnen zes weken na de dag waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, een bezwaarschrift indienen bij het Commissariaat. Artikel 7:1 tot en met artikel 7:15 Awb is van toepassing.
2.17 Degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te stellen, dient tegen dat besluit bezwaar te maken alvorens beroep in te stellen. In beginsel kan niet onmiddellijk beroep worden ingesteld maar moet eerst verplicht een bezwaarschriftprocedure worden doorlopen.
2.18 In uitzonderingsgevallen bestaat de mogelijkheid het maken van bezwaar over te slaan, indien daarom in het bezwaarschrift is verzocht en de zaak daarvoor geschikt is. Een zaak is voor rechtstreeks beroep geschikt als de bezwaarfase uit een oogpunt van conflictoplossing of feitenvaststelling geen toegevoegde waarde heeft, bijvoorbeeld:
a. als alle betrokkenen hun argumenten reeds bij de voorbereiding van het besluit zo uitputtend hebben gewisseld, dat bij voorbaat vaststaat dat de bezwaarschrift-procedure geen toegevoegde waarde zal hebben;
b. als geen enkel verschil van mening over de vaststelling en de interpretatie van de feitelijke constellatie bestaat, maar partijen een rechterlijke beslissing over een rechtsvraag nodig hebben om hun geschil te beëindigen.
3.1 Deze regeling is vastgesteld op 7 april 2009 en treedt in werking op 1 mei 2009.
3.2 Deze regeling kan worden aangehaald als Beleidslijn Sanctiemaatregelen Vaste Boekenprijs 2009.
Commissariaat voor de Media ,
voorzitter
commissaris