Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Belastingplicht van sportverenigingen
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Belastingplicht van sportverenigingen

Belastingplicht van sportverenigingen
1. Bij de toepassing van artikel 2, eerste lid, letter d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 kan het zich voordoen dat binnen het lichaam, waarvan de belastingplicht ter beoordeling staat, verscheidene, naar hun aard verschillende, activiteiten onderkend kunnen worden.
In beginsel zal dan de toetsing, of sprake is van het drijven van een onderneming, op elk van die activiteiten afzonderlijk plaats vinden. In het bijzonder zal indien ter zake van een der activiteiten een winststreven geconstateerd kan worden, belastingplicht niet achterwege kunnen blijven uitsluitend op grond van het feit dat het lichaam als geheel niet naar winst streeft.
2. Er kunnen zich echter gevallen voordoen, waarin de activiteiten weliswaar naar hun aard verschillen, maar overigens zodanig sterk met elkaar verweven zijn, dat een gescheiden beoordeling niet aan de orde is. Dit zal met name het geval kunnen zijn indien het lichaam bij het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer met zijn geheel aan activiteiten als eenheid optreedt.
3. Sportverenigingen die een kantine exploiteren, richten zich in nagenoeg alle gevallen op het met die exploitatie behalen van een batig saldo dat dan aangewend pleegt te worden ten behoeve van de overige activiteiten van de vereniging. Zou de kantine-exploitatie op zich beschouwd worden, dan zou in veel gevallen voldoende grond bestaan om te spreken van het drijven van een onderneming.
4. Indien een dergelijke vereniging evenwel als geheel wordt beschouwd zal in de regel van een winststreven, ook feitelijk, niet gesproken kunnen worden. Voorts zal, zolang de vereniging zich beperkt tot de sportieve en de daarmee direct samenhangende activiteiten, van een in concurrentie treden in de zin van artikel 4 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 evenmin gesproken kunnen worden.
5. Omtrent de belastingplicht van sportverenigingen met kantine-exploitatie heeft overleg plaatsgevonden met de Nederlandse Sport Federatie. Dit overleg leidde tot de overtuiging, dat de kantine-exploitatie van de sportvereniging in het algemeen afhankelijk van en gelijktijdig met de sportieve activiteiten van de vereniging plaats vindt. Ik ben derhalve van oordeel dat sportverenigingen die een kantine exploiteren, en die voldoen aan de in lid 6 vermelde voorwaarden, voor de beoordeling van mogelijke belastingplicht op dit punt als een geheel dienen te worden beschouwd. Dit leidt er toe dat sportverenigingen – ook indien zij een kantine exploiteren – in het algemeen niet aan de heffing van vennootschapsbelasting onderworpen zullen zijn.
(Zie ook het besluit van 3 mei 1971, nr. B71/3809).
6. De hierboven bedoelde voorwaarden zijn:
a. de kantine-exploitatie vormt een normale nevenactiviteit van de sportvereniging;
b. buiten het gebruik van de kantine voor het verenigingsleven in besloten kring, vindt openstelling van de kantine slechts plaats in rechtstreeks verband (ook qua tijdsduur) met de sportieve activiteiten van de vereniging;
c. de kantine noch daartoe behorende (delen van de) inventaris worden al dan niet tegen vergoeding ter beschikking van derden gesteld;
d. het exploitatieresultaat wordt uitsluitend aangewend ten behoeve van de primaire activiteit van de sportvereniging.
7. Sportverenigingen op wie de overeenkomst tussen de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond en het Bedrijfschap voor het Hotel-, het Restaurant-, het Café- en het Pension- en Kamerverhuurbedrijf en Aanverwante Bedrijven van 9 juni 1982 van toepassing is, worden geacht – indien en zolang zij handelen in overeenstemming met bedoelde overeenkomst – aan bovenstaande voorwaarden te voldoen.
De tekst van deze overeenkomst gaat als bijlage hierbij.
8. De Nederlandse Sport Federatie heeft toegezegd te zullen bevorderen dat ook (de) andere sportbonden komen tot overeenkomsten met het Bedrijfschap Horeca. Indien de inhoud van deze overeenkomsten zodanig is dat sportverenigingen, die de bepalingen van de overeenkomst naleven, naar mijn oordeel voldoen aan de in het zesde lid omschreven voorwaarden, zal ik u daarvan in kennis stellen.