Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Algemeen uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven 1954
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 18 juli 2007. U leest nu de tekst die gold op 17 juli 2007.

Algemeen uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven 1954

Besluit van 6 december 1995, tot uitvoering van de Vestigingswet Bedrijven 1954
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 7 juli 1995, nr. 95045040 WJA/W;
Gelet op de artikelen 8, eerste lid, 19, 22 en 22 a , tweede lid, van de Vestigingswet Bedrijven 1954;
De Raad van State gehoord (advies van 3 oktober 1995, nr. W10.95.0342);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 29 november 1995, nr. 95078911 WJA/W;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Vestigingswet Bedrijven 1954 ;
b. vestigingsbesluit: Vestigingsbesluit bedrijven ;
c. Kamer: kamer van koophandel en fabrieken als bedoeld in de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 ;
d. vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet;
e. ontheffing: ontheffing als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet;
f. register: register als bedoeld in artikel 22 a , eerste lid, van de wet.
1.
Een aanvraag om een vergunning of een ontheffing wordt ingediend bij de Kamer, binnen welker gebied de onderneming is of zal worden gevestigd.
2.
Een aanvraag om verklaringen als bedoeld in artikel 18 van het vestigingsbesluit worden ingediend bij de Kamer, binnen welker gebied de aanvrager zijn woonplaats heeft.
3.
Bij gebreke van een vestiging of woonplaats als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, wordt de aanvraag ingediend bij de Kamer voor Rotterdam en de Beneden-Maas.
4.
De Kamer zendt de aanvraag om een ontheffing of verklaring als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, vergezeld van haar advies, binnen vier weken voor verdere behandeling door aan de Sociaal-Economische Raad.
1.
De aanvraag om een vergunning bevat de volgende gegevens:
a. naam van de onderneming;
b. rechtsvorm van de onderneming;
c. naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en adres van de ondernemer(s) en van de bedrijfsleider(s) en beheerder(s);
d. omstandigheden, op grond waarvan de vergunning wordt aangevraagd;
e. plaats van vestiging van de onderneming en adres;
f. opgave van de bescheiden, waaruit de bedrijfsleider(s) en beheerder(s) het voldoen aan de op grond van het vestigingsbesluit gestelde eisen kunnen doen blijken;
g. werkzaamheid van de bedrijfsleider(s) en beheerder(s) als zodanig in een andere onderneming dan waarop de aanvraag om een vergunning betrekking heeft.
2.
Indien een vergunning wordt aangevraagd op grond van artikel 27, eerste lid, of artikel 27 a , derde lid, van de wet, bevat de aanvraag, naast de gegevens, genoemd in het eerste lid, tevens de volgende gegevens:
a. naam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats van de bedrijfsleider(s) en beheerder(s) bij de inwerkingtreding onderscheidenlijk wijziging van het vestigingsbesluit;
b. opgave van de onderneming en de periode waarin het bedrijf bij de inwerkingtreding onderscheidenlijk wijziging van het vestigingsbesluit werd uitgeoefend;
c. opgave van de vergunning of ontheffing, op grond waarvan bij de inwerkingtreding onderscheidenlijk wijziging van het vestigingsbesluit als uitoefening van het bedrijf aan te merken handelingen werden verricht.
3.
De aanvraag om een voorlopige vergunning als bedoeld in artikel 12 van de wet bevat de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c (alleen wat betreft de ondernemer), d, e, en f .
Artikel 4
Het bij het indienen van een aanvraag te betalen bedrag wordt vastgesteld op:
a. € 150 indien het betreft een aanvraag om een vergunning;
b. € 240 indien het betreft een aanvraag om een ontheffing voor een van de bedrijven, bedoeld in de artikelen 4, 5, onderdelen a tot en met e, 6 en 7, onderdelen c en d, van het vestigingsbesluit;
c. € 263 indien het betreft een aanvraag om een ontheffing voor een van de bedrijven, bedoeld in de artikelen 5, onderdeel f, en 7, onderdelen a en b, van het vestigingsbesluit;
d. € 243 indien het betreft een aanvraag om een verklaring als bedoeld in artikel 18 van het vestigingsbesluit.
1.
Hetgeen is betaald bij het indienen van een aanvraag om een vergunning, een ontheffing of verklaring als bedoeld in artikel 18 van het vestigingsbesluit, komt in het geheel toe aan het orgaan dat op die aanvraag beslist.
2.
In afwijking van het eerste lid, komt van hetgeen is betaald bij het indienen van een aanvraag € 130 aan de Kamer toe, indien de Sociaal-Economische Raad op de aanvraag beslist.
Artikel 6
Onze Minister van Economische Zaken kan modellen voorschrijven voor het verlenen van vergunningen.
1.
Het register wordt gehouden door de Kamers, ieder voor zover het haar gebied betreft. Bij iedere Kamer wordt het beheer over het register gevoerd door haar secretaris.
2.
De opneming in het register van gegevens betreffende een vergunning of een ontheffing of de doorhaling daarvan geschiedt door de Kamer binnen welker gebied de onderneming is of zal worden gevestigd, of, bij gebreke hiervan, door de Kamer van Rotterdam en de Beneden-Maas.
Artikel 8
In het register worden met betrekking tot elke vergunning en ontheffing de volgende gegevens opgenomen:
a. de aard van het in te schrijven stuk;
b. het bedrijf voor de uitoefening waarvan de vergunning of ontheffing is verleend;
c. de naam van degene of degenen, aan wie de onderneming toebehoort;
d. de rechtsvorm van de onderneming;
e. de plaats van vestiging van de onderneming, alsmede de overige gegevens met betrekking tot het adres;
f. de naam, eerste voornaam en verdere voorletters alsmede de geboortedatum van de bedrijfsleider(s) en de beheerder(s);
g. de datum waarop en het nummer waaronder de vergunning of ontheffing is verleend;
h. indien het een voorlopige vergunning als bedoeld in artikel 12 van de wet betreft: de datum van inwerkingtreding daarvan;
i. indien het een met toepassing van artikel 10, tweede lid, van de wet verleende vergunning betreft: de datum waarop die vergunning ophoudt te gelden;
j. indien het een ontheffing betreft: de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften.
1.
De Sociaal-Economische Raad zendt aan de Kamer, bedoeld in artikel 7, tweede lid, afschriften van elke door hem verleende ontheffing, alsmede van elke door hem genomen en onherroepelijk geworden beschikking tot intrekking van een ontheffing.
2.
De Sociaal-Economische Raad zendt een afschrift van elke door hem genomen en onherroepelijk geworden beschikking tot intrekking van een verklaring als bedoeld in artikel 18 van het vestigingsbesluit, een verklaring van algemene ondernemersvaardigheden, van bedrijfstechniek of van vaktechniek, aan de Kamer binnen welker gebied de betrokkene zijn woonplaats heeft, of, bij gebreke hiervan, aan de Kamer voor Rotterdam en de Beneden-Maas. De secretaris van de Kamer zendt de gegevens betreffende een dergelijke beschikking aan de Kamer of Kamers, die in het register gegevens hebben opgenomen betreffende een vergunning of ontheffing, waarin de betrokkene als bedrijfsleider of beheerder staat vermeld.
1.
De Kamer haalt de ingevolge artikel 8 in het register opgenomen gegevens door, zodra zij heeft vastgesteld dat de desbetreffende vergunning of ontheffing is vervallen dan wel bij onherroepelijk geworden beschikking is ingetrokken.
2.
De Kamer doet, indien zij gegevens betreffende een vervallen of ingetrokken vergunning of ontheffing doorhaalt, van die doorhaling terstond mededeling aan de houder van de vergunning of ontheffing, dan wel aan diens rechtverkrijgenden, tenzij zij door betrokkenen zelf omtrent het vervallen van de vergunning of ontheffing is ingelicht.
1.
Een ieder, die meent dat op hem betrekking hebbende gegevens onjuist, onvolledig of ten onrechte niet in het register zijn opgenomen, kan de Kamer verzoeken om verbetering van het register.
2.
Indien het register naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt verbeterd, zendt de Kamer de verzoeker een overzicht van de op verzoeker betrekking hebbende gegevens zoals die na verbetering in het register zijn vermeld.
1.
Het register ligt voor een ieder kosteloos ter inzage.
2.
Aan een ieder, die zulks verlangt, verstrekt de secretaris:
a. een kopie van de over een bepaalde onderneming in het register opgenomen gegevens;
b. een schriftelijke mededeling betreffende het ontbreken van gegevens over een bepaalde onderneming;
c. een overzicht van alle ondernemingen, waarin blijkens het register een bepaald bedrijf mag worden uitgeoefend.
3.
Voor kopieën, schriftelijke mededelingen en overzichten als bedoeld in het tweede lid worden dezelfde bedragen berekend als de bedragen die ingevolge de artikelen 37 en 38 van het Handelsregisterbesluit 1996 worden berekend.
4.
De secretaris verstrekt kosteloos aan de instanties, belast met de uitvoering van de wet dan wel de opsporing van overtredingen van de wet:
a. de in het tweede lid bedoelde stukken;
b. alle over een natuurlijke persoon in zijn hoedanigheid van bedrijfsleider of beheerder in het register opgenomen gegevens.
Artikel 13
De secretaris van de Kamer zendt aan de beheerder van het door de Kamers gezamenlijk aangehouden centraal bestand:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 8, onder a tot en met i;
b. een mededeling betreffende het voorkomen van gegevens als bedoeld in artikel 8, onder j, alsmede, indien het een tijdelijke ontheffing betreft, gegevens betreffende de datum waarop de desbetreffende ontheffing komt te vervallen;
c. de mutaties, voortvloeiend uit de toepassing van de artikelen 10 en 11.
Artikel 14
De volgende besluiten worden ingetrokken:
a. Uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven 1954 ;
b. Besluit gegevens vestigingsvergunningen;
c. Besluit registratie vestigingsvergunningen en -ontheffingen 1990.
Artikel 15
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als: Algemeen uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven 1954.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 6 december 1995
De Minister van Economische Zaken,
Uitgegeven de negentiende december 1995
De Minister van Justitie,