Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Algemeen reglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Werkingsfeer en vereisten
+ Hoofdstuk 3. Aanvraagprocedure subsidieverlening
+ Hoofdstuk 4. Wijze van beoordeling en beslissing op de subsidieaanvraag
+ Hoofdstuk 5. Verlening van subsidie
+ Hoofdstuk 6. Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger
+ Hoofdstuk 7. Bijzondere verplichtingen van de subsidieontvanger
+ Hoofdstuk 8. Jaarlijkse verantwoording vierjarige subsidies
+ Hoofdstuk 9. Voorschotten
+ Hoofdstuk 10. Vaststelling van de subsidie
+ Hoofdstuk 11. Betaling
+ Hoofdstuk 12. Intrekking en terugvordering subsidie
+ Hoofdstuk 13. Ontheffing en hardheidsclausule
+ Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.

Algemeen reglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie

Algemeen reglement van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie
De Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,
Gelet op artikel 10 vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
Met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 december 2009;
Besluit vast te stellen het navolgende Algemeen reglement:
Artikel 1. Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. Project: Een activiteit met een incidenteel en in tijd beperkt karakter op het terrein van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur en in het kader van de bevordering van actieve cultuurparticipatie;
b. Subsidie: De aanspraak op financiële middelen, door het bestuur van de stichting verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuur van de stichting geleverde goederen en diensten;
c. Het fonds: Het bestuur van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie als bedoeld in artikel 5 van de Statuten. De Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie is een stichting als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het specifieke cultuurbeleid;
d. Adviescommissie: Een commissie als bedoeld in artikel 8 van het huishoudelijk reglement ingesteld door het bestuur van het fonds en belast met het adviseren van het bestuur van het fonds over subsidieaanvragen;
e. De Minister: De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
f. De Wet: De Wet op het specifieke cultuurbeleid , wet van 11 maart 1993 Stb. 1993, 193, in werking getreden 16 april 1993 (Stb. 1993, 204);
g. Deelregeling: Een op basis van de Wet vastgestelde regeling, waarin nadere regels worden gesteld over de aard, omvang en samenstelling van subsidies alsmede over het aanvragen, beoordelen en verlenen van subsidies;
h. Aanvrager: De aanvrager van subsidie;
i. Ontvanger: De ontvanger van subsidie;
j. Subsidieplafond: Het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een deelregeling;
k. Begrotingstekort: Nadelig verschil tussen de geraamde inkomsten en uitgaven;
l. Subsidieverlening: Het besluit tot voorlopige verlening van een subsidie;
m. Subsidievaststelling: Het besluit tot definitieve verstrekking van een subsidie;
n. Begrotingsvoorbehoud: Een voorbehoud op het verlenen van een subsidie in de zin van artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 2. Doel
Het bestuur van het fonds kan, in overeenstemming met artikel 3 van haar statuten en volgens de bepalingen vastgesteld in de wet en dit reglement subsidie verstrekken ten behoeve van een project indien het project naar het oordeel van het fonds een positieve bijdrage levert aan het bevorderen van actieve participatie aan het culturele leven van burgers in het Koninkrijk der Nederland ongeacht leeftijd, herkomst, opleiding en woonplaats, indien is voldaan aan alle formele en materiële vereisten zoals in dit reglement vermeld. Met het verstrekken van subsidies richt het bestuur zich op het ontwikkelen, stimuleren, spreiden of anderszins bevorderen of verbreiden van uitingen op het gebied van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur.
Artikel 3. Subsidiesoorten
Ter verwezenlijking van zijn doelstelling kan het bestuur van het fonds bij beschikking als bedoeld in artikel 11 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid de volgende subsidies verstrekken:
a. projectsubsidies met een looptijd van maximaal drie jaar aan in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde rechtspersonen zonder winstoogmerk;
b. vierjarige subsidies aan in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde rechtspersonen zonder winstoogmerk.
1.
Dit reglement is van toepassing op alle subsidies die het bestuur van het fonds op grond van een deelregeling verstrekt, met uitzondering van subsidies die worden verstrekt op grond van de overgangsregelingen Amateurkunst 2009 en Cultuureducatie 2009 .
2.
Dit reglement is van toepassing naast en in aanvulling op een deelregeling.
Artikel 5. Begrotingsvoorbehoud
Het bestuur van het fonds verstrekt slechts subsidie voor zover de Minister daartoe in enig tijdvak financiële middelen aan het fonds ter beschikking stelt.
1.
Het bestuur van het fonds kan in een deelregeling een of meer subsidieplafonds opnemen.
2.
Het bestuur van het fonds kan in een deelregeling binnen verschillende sectoren afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen.
3.
Indien het bestuur van het fonds toepassing geeft aan het bepaalde in de vorige leden, wordt in de desbetreffende deelregeling tevens bepaald hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen verdeeld worden.
4.
Een aanvraag voor subsidie wordt afgewezen indien door het verlenen van de subsidie het bedrag of de bedragen, bedoeld in het eerste lid, worden overschreden.
5.
Het subsidieplafond kan per kalenderjaar verschillen en wordt voor het betreffende jaar gepubliceerd in de Staatscourant en op www.cultuurparticipatie.nl
1.
Voor subsidie komen uitsluitend in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde publiekrechtelijke rechtspersonen of organen daarvan in aanmerking dan wel in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde privaatrechtelijke rechtspersonen zonder winstoogmerk.
2.
Geen financiële ondersteuning wordt verstrekt aan die rechtspersonen of organen daarvan,
a. die zich blijkens hun statutaire doelstellingen of feitelijke activiteiten ten doel stellen uitsluitend de belangen te behartigen van één of enkele personen, dan wel,
b. ten aanzien waarvan het bestuur van het fonds gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de desbetreffende rechtspersoon of orgaan daarvan zich in overwegende mate richt op verkrijging van financiële ondersteuning als bedoeld in dit reglement ten behoeve van één of enkele bepaalde personen.
c. die in het verleden subsidieverplichtingen voorvloeiende uit een eerdere subsidieverlening door het bestuur van het fonds of rechtsvoorgangers van het fonds niet correct hebben nageleefd.
3.
In afwijking van artikel 3 en het eerste lid kan het bestuur van het fonds in bijzondere gevallen besluiten een subsidie te verstrekken aan organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, een natuurlijke persoon of groep van natuurlijke personen, indien dit voortvloeit uit de aard van de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd.
1.
Subsidie kan slechts worden verstrekt, voor zover:
a) er sprake is van een begrotingstekort en de behoefte aan ondersteuning door het Fonds voor Cultuurparticipatie naar genoegen van het bestuur van het fonds is aangetoond; en
b) er sprake is van aanzienlijke cofinanciering, hetzij door de aanvrager zelf hetzij door derden; en
c) de aanvrager, rekening houdend met de aard van het project, de mogelijkheid van het behalen van eigen inkomsten uit entreegelden, sponsoring en dergelijke in de aanvraag heeft betrokken; en
d) de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de financiële ondersteuning verstrekt door het Fonds voor Cultuurparticipatie, voldoende zijn om het project in overeenstemming met de in artikel 2 en 9 bepaalde vereisten uit te voeren; en
e) de activiteiten van de aanvrager openbaar toegankelijk.
2.
Het bestuur van het fonds kan besluiten het eerste lid, onderdeel e, buiten toepassing te laten ten aanzien van een aanvraag die betrekking heeft op activiteiten gericht op doelgroepen waarvoor het fonds speciale aandacht wenst ter opheffing van een maatschappelijke of culturele achterstand.
3.
Bij deelreglement kan het bestuur van het fonds bepalen dat de totale projectkosten een bepaalde financiële omvang moeten hebben alvorens ondersteuning kan worden verstrekt.
4.
Bij deelreglement kunnen kwantitatieve eisen worden gesteld aan de te behalen eigen inkomsten.
5.
De subsidie bedraagt niet meer dan 50% van de totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten, tenzij bij deelreglement anders is bepaald.
Artikel 9
De aanvraag voor subsidie wordt uiterlijk drie maanden voor de aanvang van het project ingediend. Het bestuur van het fonds kan bij deelreglement een andere indieningtermijn vaststellen. Een aanvraag die te laat is ingediend wordt afgewezen.
1.
De aanvraag voor subsidie (zie artikel 18 t/m 23 van dit reglement) wordt ingediend bij het Fonds voor Cultuurparticipatie.
2.
Het Fonds voor Cultuurparticipatie kan voor het indienen van de aanvraag als bedoeld in dit artikel een formulier vaststellen, hetgeen in voorkomende gevallen te downloaden is via de website www.cultuurparticipatie.nl . Een dergelijk formulier dient volledig en volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen te zijn ingevuld alvorens de aanvraag in behandeling zal worden genomen.
3.
In geval de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond is, kan het Fonds voor Cultuurparticipatie besluiten de aanvraag onmiddellijk af te wijzen zonder nader onderzoek.
4.
Indien sprake is van onvolledige invulling van een formulier als bedoeld in het tweede lid dan wel indien op enige andere manier blijkt dat de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag dan wel voor de voorbereiding van de beslissing dienaangaande, kan het bestuur van het fonds besluiten de aanvraag niet te behandelen.
De aanvrager wordt tevoren in de gelegenheid gesteld de bescheiden aan te vullen.
5.
Het bestuur van het fonds kan beslissen een aanvraag niet in behandeling te nemen wanneer deze aanvraag niet in de Nederlandse taal is gesteld. De aanvrager wordt tevoren in de gelegenheid gesteld de bescheiden met de vertaling aan te vullen.
Artikel 11
De aanvraag voor subsidie wordt ondertekend en bevat tenminste:
a. naam en adres aanvrager;
b. de dagtekening; en
c. een aanduiding van de aard en de hoogte van de financiële ondersteuning die wordt gevraagd.
1.
Bij de aanvraag voor subsidie door een privaatrechtelijk rechtspersoon wordt tevens overgelegd:
a. een afschrift van de meest recente oprichtingsakte of statuten; en
b. indien van toepassing: de laatst opgemaakte jaarrekening en het meest recente jaarverslag.
2.
Het bestuur van het fonds kan bepalen dat de bescheiden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vergezeld gaan van een accountantsverklaring.
Artikel 13
De aanvraag voor subsidie gaat in ieder geval vergezeld van de volgende informatie, benodigd voor de beslissing op die aanvraag:
a. een gemotiveerd projectplan, waarin het doel, de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten worden beschreven, als ook waarin wordt aangegeven in welk opzicht het aan de inhoudelijke criteria als bedoeld in deelregelingen voldoet; en
b. een begroting die op duidelijke en eenvoudige wijze inzicht geeft in de baten en lasten van het project.
1.
Indien na een gehele of gedeeltelijke afwijzende beslissing een nieuwe aanvraag wordt gedaan, wordt die aanvraag binnen een periode van zes maanden na ontvangst van de eerste aanvraag zonder nader onderzoek afgewezen, tenzij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld.
2.
Het bestuur van het fonds kan besluiten een aanvraag zonder nader onderzoek af te wijzen indien over een voorgaand project van dezelfde aanvrager, waarvoor het bestuur van het fonds financiële ondersteuning heeft verleend, niet naar genoegen van het bestuur van het fonds verantwoording is afgelegd overeenkomstig de voorschriften van dit reglement of van een deelregeling.
1.
Het bestuur van het fonds kan een aanvraag voor subsidie ter advisering voorleggen aan een adviescommissie of adviseur(s).
2.
In het Huishoudelijk reglement van het fonds worden nadere regels opgenomen over de samenstelling, benoeming en werkwijze van de adviescommissie of adviseurs.
3.
Het bestuur van het fonds neemt bij zijn beoordeling van de aanvraag in elk geval een advies als bedoeld in het eerste lid in overweging.
1.
Binnen drie maanden gerekend vanaf de ontvangstdatum van de aanvraag voor subsidie beslist het bestuur van het fonds daarop, tenzij in een deelreglement een andere beslistermijn is bepaald. Het bestuur van het fonds doet van deze beslissing schriftelijk mededeling aan de aanvrager.
2.
Indien de aanvrager in de gelegenheid is gesteld zijn onvolledige aanvraag aan te vullen, geldt de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen als ontvangstdatum van de aanvraag.
3.
Indien niet binnen de gestelde termijn op de aanvraag kan worden beslist, stelt het bestuur van het fonds de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij de termijn waarbinnen de aanvraag tegemoet kan worden gezien.
Artikel 17
Een aanvraag voor subsidie kan naast de in de artikelen 4:25, 4:34 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen worden geweigerd indien:
a. de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in dit reglement en/of de betreffende deelregeling;
b. de subsidieaanvrager voor dezelfde activiteiten en binnen hetzelfde tijdvlak reeds subsidie ontvangt:
van het bestuur van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten+ op grond van de deelregeling vierjarige subsidies Podiumkunstinstellingen;
op grond van de regeling Cultuurparticipatie provincies en gemeenten ; of
van de minister op grond van de Wet .
1.
Voorafgaande aan de vaststelling van de subsidie wordt door het bestuur van het fonds een beslissing omtrent subsidieverlening gegeven.
2.
De beslissing tot subsidieverlening bevat een omschrijving van de activiteiten waarvoor de financiële ondersteuning is verleend, alsmede het bedrag van de financiële ondersteuning, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.
3.
De beslissing tot subsidieverlening wordt genomen onder de voorwaarde dat het project binnen zes maanden na de verlening een aanvang heeft genomen. Hiervoor is geen verdere mededeling van de zijde van het Fonds voor Cultuurparticipatie vereist.
4.
Het bestuur van het fonds kan bij deelreglement of beschikking een termijn vaststellen die afwijkt van de genoemde termijn in het derde.
1.
De subsidie wordt in de vorm van een aanspraak op financiële middelen verleend voor een bepaald tijdvak, dat in de subsidiebeschikking wordt vermeld. Het bedrag aan subsidie kan in gedeelten betaalbaar worden gesteld, bij wijze van bevoorschotting, doch ook achteraf in een bedrag ineens. De wijze van betaalbaarstelling wordt bepaald in de subsidiebeschikking.
2.
Subsidie wordt verleend voor een maximale periode van één kalenderjaar, tenzij in een deelreglement een langere termijn is bepaald.
Artikel 20
In de beslissing tot subsidieverlening kan het bestuur van het fonds verplichtingen stellen in ieder geval ter zake van de voorbereiding en/of uitvoering van het project, de presentatie van de resultaten, de verslaglegging en de (wijze van) financiële verantwoording.
1.
De subsidieontvanger is verplicht toestemming te verlenen aan het Fonds voor Cultuurparticipatie om (delen van) het projectverslag of de overige op het project van toepassing zijnde documentatie (inclusief beeldmateriaal) openbaar te maken dan wel anderszins te presenteren of te verveelvoudigen, zonder dat de ontvanger daarvoor een vergoeding ontvangt. Voorts dient de ontvanger met een eventuele derderechthebbende op informatie neergelegd in (delen van) het projectverslag of de overige op het project van toepassing zijnde documentatie (inclusief beeldmateriaal) overeen te zijn gekomen dat het Fonds voor Cultuurparticipatie ook die informatie mag openbaar maken dan wel anderszins presenteren of te verveelvoudigen zonder dat daarvoor een vergoeding is verschuldigd aan die derderechthebbende;
2.
Openbaarmaking/presentatie of verveelvoudiging vindt uitsluitend plaats ter verantwoording van de werkzaamheden van het Fonds voor Cultuurparticipatie.
1.
Zolang het bedrag van de subsidie nog niet definitief is vastgesteld kan het bestuur van het fonds de beslissing tot verlening van die subsidie intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen, in ieder geval indien:
a. de activiteiten waarvoor de financiële ondersteuning is verleend niet of niet geheel dan wel niet conform de strekking van de wet , of de vereisten genoemd in dit reglement en/of deelregeling hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;
b. de ontvanger heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van subsidie zou hebben geleid, of
d. de beslissing tot verlening van subsidie onjuist was en de ontvanger dat wist of behoorde te weten.
e. veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten.
2.
De intrekking of wijziging werkt terug tot het tijdstip waarop de financiële ondersteuning is verleend, tenzij bij het besluit tot intrekking of wijziging anders is bepaald.
Artikel 23
De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de doelstelling van het project op doelmatige en financieel verantwoorde wijze wordt nagestreefd en uitgevoerd. In dat kader zorgt de subsidieontvanger ervoor dat hij een goed beleid en beheer voert, dat de subsidie op efficiënte wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij is verleend en dat alle verplichtingen die het bestuur van het fonds aan het toekennen van de subsidie heeft verbonden, worden nageleefd.
Artikel 24
De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de administratie en (de verslaglegging van) de organisatie met betrekking tot het project op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd, en dat deze een juist, volledig en actueel beeld geven van het (financiële) verloop van het project.
Artikel 25
De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk, onder overlegging van de relevante bescheiden, bij aangetekende brief, mededeling aan het bestuur van het fonds indien zich feiten of omstandigheden voordoen dan wel zullen voordoen die van invloed kunnen zijn op het verlenen of vaststellen van de financiële ondersteuning, dan wel het intrekken of wijzigen daarvan.
1.
De ontvanger van een vierjarige subsidie neemt, indien de subsidie aan het einde van de vierjarige periode nog niet is besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, dit bedrag op in het bestemmingsfonds. Wanneer de aan de subsidie verbonden prestaties in die vier jaar kwalitatief gerealiseerd zijn, kan het bestuur van het fonds besluiten in te stemmen met de aanwending van het saldo in een volgende periode voor de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt.
2.
De rechtspersoon die een subsidie ontvangt, verzekert zijn roerende en onroerende zaken op afdoende wijze tegen het risico van diefstal en brand, alsmede tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden.
3.
De rechtspersoon die subsidie ontvangt verzekert voor vrijwilligers die werkzaamheden verrichten in het kader van de gesubsidieerde activiteiten, hun wettelijke aansprakelijkheid.
4.
De rechtspersoon die een subsidie ontvangt werkt overeenkomstig de richtlijnen van Cultural Governance welke te downloaden zijn via de website www.culturalgovernance.nl.
1.
De rechtspersoon die een vierjarige subsidie of projectsubsidie ontvangt die zich uitstrekt over meerjaren, dient jaarlijks vóór 1 mei de volgende bescheiden in:
a. een activiteitenverslag;
b. een bestuursverslag; en
c. een jaarrekening vergezeld van een toelichting.
2.
Het activiteitenverslag geeft inzicht in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten in het voorafgaande kalenderjaar met de in het beleidsplan voorgenomen activiteiten.
3.
Het door het bestuur ondertekende bestuursverslag geeft toelichting op:
a. het exploitatieresultaat van de subsidieontvanger;
b. de financiële positie van de subsidieontvanger;
c. het al dan niet realiseren van de voorgenomen activiteiten;
d. de zaken die nu of in de toekomst van invloed kunnen zijn op het functioneren van de subsidieontvanger.
4.
De jaarrekening bestaat in ieder geval uit een:
a. balans;
b. exploitatierekening; en
c. prestatieoverzicht.
5.
Indien de subsidie minder dan € 50.000 per jaar bedraagt, bestaat de jaarrekening in ieder geval uit een:
a. exploitatierekening, en
b. prestatieoverzicht of activiteitenverslag
6.
Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de jaarrekening, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst en verliesrekening van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo. De Afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de jaarrekening.
7.
De jaarrekening is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
8.
De ontvanger van een vierjarige subsidie draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan een namens het bestuur van het fonds in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de subsidie. De jaarrekening, het activiteitenverslag en bestuursverslag, voldoen aan de door het bestuur van het fonds voorgeschreven modellen.
9.
Indien het totaal van de door het bestuur van het fonds verleende subsidie met betrekking tot enig subsidiejaar minder bedraagt dan € 125.000 zijn het zevende en achtste lid van dit artikel niet van toepassing
1.
Het bestuur van het fonds kan voorschotten verstrekken. In het besluit tot verlening van subsidie worden de hoogte en het tempo van de bevoorschotting geregeld.
2.
Het bestuur van het fonds kan over de bevoorschotting nadere regels stellen in een deelregeling.
1.
Binnen vier maanden na afloop van het subsidietijdvak of project dient de rechtspersoon die subsidie ontvangt een aanvraag tot vaststelling in.
2.
De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van ten minste de volgende bescheiden:
a. een activiteitenverslag;
b. een subsidiedeclaratie; en
c. voor zover het een vierjarige subsidie betreft: een jaarrekening.
3.
Het activiteitenverslag geeft inzicht in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het project- of beleidsplan voorgenomen activiteiten.
4.
Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
5.
De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie wordt voorts, indien van toepassing, de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht.
6.
Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de jaarrekening, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst en verliesrekening van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo. De Afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de jaarrekening.
7.
De jaarrekening en de subsidiedeclaratie zijn ieder afzonderlijk voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
8.
De jaarrekening of de subsidiedeclaratie gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig een door de Minister vast te stellen protocol.
9.
De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale accountantsdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de subsidie.
10.
Het bestuur van het fonds kan voorts besluiten dat verantwoording, inzage, dan wel een accountantsonderzoek te allen tijde gevraagd kan worden en dat de subsidieontvanger er zorg voor draagt dat hieraan medewerking wordt verleend.
11.
Het zevende, achtste en negende lid zijn niet van toepassing, indien:
a. het totaal van de vierjarige subsidie of meerjarige projectsubsidie met betrekking tot het boekjaar minder bedraagt dan € 125.000;
b. het totaal van een projectsubsidie minder bedraagt dan € 75.000.
12.
Het bestuur van het fonds stelt de subsidie uiterlijk zes maanden na de in het eerste lid bedoelde indieningtermijn vast.
Artikel 30
Binnen acht weken na dagtekening van de beschikking tot vaststelling van de subsidie wordt het subsidiebedrag betaald of verrekend met betaalde voorschotten; tenzij in het besluit tot vaststelling anders is bepaald.
1.
Het bestuur van het fonds kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de Subsidieontvanger wijzigen indien:
a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de vaststelling van de subsidie niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;
b. indien de vaststelling van de subsidie onjuist was en de ontvanger van de subsidie dit wist of kon dan wel behoorde te weten.
c. indien de ontvanger van de subsidie niet heeft voldaan aan verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.
2.
De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
3.
De vaststelling van de subsidie kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval bedoeld in het eerste lid onder c. sinds de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan
Artikel 32
Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handeling als bedoeld in artikel 31 lid 1 sub d heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn verstreken.
Artikel 33
Het bestuur van het fonds kan in individuele gevallen en in bijzondere gevallen voor één of meerdere verplichtingen van deze regeling ontheffing verlenen.
Artikel 34
Het bestuur van het fonds kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende van het bepaalde in dit reglement of de daarop gebaseerde beleidsregels afwijken, indien de toepassing van de betreffende bepaling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 35
In alle gevallen waarin de wet , de statuten, het Huishoudelijk reglement , dit reglement of deelreglementen niet voorzien, beslist het bestuur van het fonds.
Artikel 36
Dit Algemeen reglement treedt in werking met ingang van de eerste dag na de uitgifte van de Staatscourant waarin het is geplaatst.
Artikel 37
Ten aanzien van het nemen van beslissingen die zijn aangevraagd voor de inwerkingtreding van dit Algemeen reglement maar waarop nog niet is beslist ten tijde van de inwerkingtreding van dit reglement, geldt hetgeen in dit reglement is bepaald indien dit voor betrokkenen tot een gunstiger uitkomst leidt.
Artikel 38
Van toepassing op dit reglement is de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 39
Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen reglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie.
Het
bestuur van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie