Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Algemeen Organisatiebesluit Buitenlandse Zaken 1996
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 2. Organisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken
Artikel 3. Centrale dienstonderdelen ressorterende onder de Secretaris-Generaal/Plaatsvervangend Secretaris-Generaal
Artikel 4. Directoraat-Generaal Politieke Zaken
Artikel 5. Directoraat-Generaal Europese Samenwerking
Artikel 6. Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking
Artikel 7. De onder het Directoraat-Generaal Politieke Zaken en het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking gezamenlijk ressorterende directies
Artikel 8. Directoraat-Generaal Regiobeleid
Artikel 9. Posten
Artikel 10. Orgaanbeschrijvingen
Artikel 11. Intrekking huidig organisatiebesluit
Artikel 12. Inwerkingtreding
Artikel 13. Citeertitel
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 25 maart 2017. U leest nu de tekst die gold op 24 maart 2017.

Algemeen Organisatiebesluit Buitenlandse Zaken 1996

Algemeen Organisatiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken 1996
De Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
overwegende dat het wenselijk is de resultaten van de reorganisatie van het Ministerie vast te leggen in een nieuw organisatiebesluit, gelet op KB 499 van 18 oktober 1988 houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal,
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. ministerie:
het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijnde het departement in Den Haag en de posten in het buitenland
b. bewindspersonen:
de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Artikel 2. Organisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken
Het ministerie bestaat uit de volgende onderdelen:
a. Centrale dienstonderdelen ressorterende onder de Secretaris-Generaal (S)/ Plaatsvervangend Secretaris-Generaal (PLVS)
b. Directoraat-Generaal Politieke Zaken (DGPZ)
c. Directoraat-Generaal Europese Samenwerking (DGES)
d. Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking (DGIS)
e. Directoraat-Generaal Regiobeleid (DGRB)
f. de posten in het buitenland (ambassades, permanente vertegenwoordigingen bij internationale organisaties, beroepsconsulaire posten en andere vestigingen).
a. De centrale dienstonderdelen staan onder leiding van de Secretaris-Generaal/Plaatsvervangend Secretaris-Generaal, die belast is met de volgende taken:
1. het met inachtneming van de aanwijzingen en de richtlijnen van de bewindspersonen geven van leiding aan al hetgeen het ministerie betreft.
2. het interne beheer van het ministerie.
b. De onder de (Plv.) Secretaris-Generaal ressorterende dienstonderdelen staan onder leiding van de hierna genoemde functionarissen die belast zijn met de volgende taken:
1. Stafeenheid Strategische Beleidsoriën-tatie (SBO).
De Directeur Strategische Beleidsoriën-tatie is belast met de analyse en advisering over toekomstige ontwikkelingen van buitenlands beleid (inclusief ontwikkelingssamenwerking), ondersteuning van de politieke en ambtelijke leiding van het ministerie en voert het secretariaat van de nieuw op te richten Adviesraad Internationale Vraagstukken.
2. Bureau PLVS (BLS).
Het Hoofd van het Bureau PLVS is belast met de ondersteuning van de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal.
3. Dienst Juridische Zaken (DJZ).
De Directeur Juridische Zaken is belast met de behandeling van juridische vraagstukken.
4. Voorlichtingsdienst Buitenlandse Zaken (DVL/BZ).
De Directeur Voorlichting Buitenlandse Zaken is belast met de woordvoering en voorlichting over het buitenlands beleid van Nederland alsmede de voorlichting over Nederland in het buitenland.
5. Voorlichtingsdienst Ontwikkelings-samenwerking (DVL/OS).
De Directeur Voorlichting Ontwikkelings-samenwerking is belast met de woordvoering en voorlichting over het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid.
6. Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB).
De Directeur Inspectie Ontwikkelings-samenwerking en Beleidsevaluatie is belast met de evaluatie, toetsing en advisering over beleid en uitvoering van de beleidsterreinen van het ministerie.
7. Inspectie en Evaluatie Bedrijfsvoering (ISB).
De Inspecteurs van de Inspectie en Evaluatie Bedrijfsvoering zijn belast met de doorlichting van de bedrijfsvoering, organisatie en beleidsuitvoering van de posten alsmede van het functioneren van het postennetwerk in zijn totaliteit.
8. Centrale Directie Organisatie en Informatievoorziening (O&I).
De Directeur Organisatie en Informatievoorziening is belast met de advisering over organisatie-ontwikkeling en informatievoorziening van het ministerie.
9. Centrale Directie Financieel-Economische Zaken (FEZ).
De Directeur Financieel-Economische Zaken is belast met de behandeling van alle financiële aangelegenheden op grond van de comptabiliteitswet en de daarop gebaseerde wet- en regelgeving.
10. Hoofddirectie Dienst Buitenlandse Zaken (HDBZ).
De Hoofddirecteur Dienst Buitenlandse Zaken is belast met de behandeling van alle personeelsaangelegenheden van het ministerie.
11. Directie Kabinet en Protocol (DKP).
De Directeur Kabinet en Protocol is belast met zaken betreffende het Koninklijk Huis, de zorg voor diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen en internationale organisaties in Nederland, inkomende en uitgaande bezoeken, ceremonieel en decoraties.
12. Centrale Dienst Beveiliging (CDB).
De Chef Centrale Dienst Beveiliging is belast met de beveiliging van het ministerie tegen inbreuken op het goed functioneren; hij is de beveiligingsambtenaar (BVA) van het ministerie.
13. Dienst Documentaire Informatievoorziening (DDI).
De Chef Dienst Documentaire Informatievoorziening is belast van de documentaire informatievoorziening (bibliotheek, archief, documentatie) van het ministerie.
14. Facilitaire Dienst Telecommunicatie (FDT).
De Chef Facilitaire Dienst Telecommunicatie is belast met het beheer van de communicatiemiddelen en automatiseringsmiddelen van het ministerie.
15. Facilitaire Dienst Interne Zaken (FDI).
Het Managementteam Facilitaire Dienst Interne zaken is belast met de interne zaken, post- en koerierzaken en de huisvesting van het departement.
16. Dienst Gebouwen Buitenland (DGB).
De Chef Dienst Gebouwen Buitenland is belast met de zorg voor de kanselarijen, dienst- en personeelswoningen in het buitenland.
17. Hoofdafdeling Vertalingen (AVT).
De Chef Hoofdafdeling Vertalingen is belast met het verzorgen van vertalingen in en uit vreemde talen.
18. Expertise Centrum Inkoop (ECI).
De Chef Expertisecentrum Inkoop is belast met het inkoopbeleid en de advisering ten aanzien van de inkoop van goederen, werken en diensten.
19. Accountantsdienst (ACD).
De Directeur Accountantsdienst is belast met de controletaak genoemd in de comptabiliteitswet (Stb 1976 671) en het besluit taak departementale accountantsdienst (Stb 1978, 348).
20. Servicecentrum Reizen en Verplaatsingen (SRV).
Het Hoofd Servicecentrum Reizen en Verplaatsingen is belast met het verzorgen van (dienst)reizen en verhuizingen van ambtenaren van het ministerie.
21. Nationaal Bureau voor Verbindingsbeveiliging (NBV).
De Directeur van het Nationaal Bureau voor Verbindingsbeveiliging is belast met de beleidsvoorbereiding voor de NVBR; het NBV is het uitvoerend orgaan voor de NVBR, die verantwoordelijk is voor het overheidsbeleid t.a.v. verbindingsbeveiliging, zowel nationaal als internationaal.
22. Particulier secretarissen (PS, RS, TS).
De particulier secretarissen PS, RS en TS zijn belast met de ondersteuning van respectievelijk de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken.
a. Het Directoraat-Generaal Politieke Zaken (DGPZ) staat onder leiding van de Directeur-Generaal Politieke Zaken/Plaatsvervangend Directeur-Generaal Politieke Zaken, die belast is met de volgende taken:
1. Het met inachtneming van de aanwijzingen en richtlijnen van de bewindspersonen en de Secretaris-Generaal geven van leiding aan het Directoraat-Generaal Politieke Zaken.
2. Het adviseren van de bewindspersonen over de politieke aspecten van het buitenlands beleid, inclusief mensenrechten.
b. De onder de (Plv.) Directeur-Generaal ressorterende dienstonderdelen staan onder leiding van de hierna genoemde functionarissen die belast zijn met de volgende taken:
1. Directie Veiligheidsbeleid (DVB)
De Directeur Veiligheidsbeleid is belast met de ontwikkeling en bewaking van een samenhangend en slagvaardig beleid op het gebied van vrede en veiligheid, wapenbeheersing en ontwapening.
2. Directie Politieke Zaken (DPZ)
De Directeur Politieke Zaken is belast met de ondersteuning van de Directeur-Generaal politieke zaken bij aangelegenheden betreffende het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU-lidstaten alsmede bij aangelegenheden betreffende zijn rol als politiek adviseur van de bewindspersonen.
3. Directie Mensenrechten, Goed Bestuur en Democratisering (DMD)
De Directeur Mensenrechten, Goed Bestuur en Democratisering is belast met de ontwikkeling van het bilateraal en multilateraal beleid op het gebied van mensenrechten, goed bestuur en democratisering.
a. Het Directoraat-Generaal Europese Samenwerking staat onder leiding van de Directeur-Generaal Europese Samenwerking/Plaatsvervangend Directeur-Generaal Europese Samenwerking, die belast is met de volgende taken:
1. Het met inachtneming van de aanwijzingen en richtlijnen van de bewindspersonen en de Secretaris-Generaal geven van leiding aan het Directoraat-Generaal Europese Samenwerking.
2. Het adviseren van de bewindspersonen over zaken betreffende de Europese economische samenwerking en integratie.
b. De onder de (Plv.) Directeur-Generaal ressorterende dienstonderdelen staan onder leiding van de hierna genoemde functionarissen die belast zijn met de volgende taken:
1. Directie Economische Samenwerking (DES)
De Directeur Economische Samenwerking is belast met het tot stand brengen van internationaal beleid ten aanzien van transport, milieu, energie, technologie en onderzoek alsmede ten aanzien van regionale organisaties; tevens is hij belast met het op transportgebied in internationaal verband bevorderen van de belangen van het aan het Ministerie van Verkeer en Waterstaat gelieerde bedrijfsleven.
2. Directie Personenverkeer, Migratie en Consulaire Zaken (DPC)
De Directeur Personenverkeer, Migratie en Consulaire Zaken is belast met het bijdragen aan de ontwikkeling en uitvoering van een consistent beleid op de terreinen van asielaangelegenheden en migratie, personenverkeer en verblijf van vreemdelingen in Nederland; voorts is hij belast met de coördinatie van de buitenlands politieke aspecten van het beleid met betrekking tot internationale samenwerking op justitieel en politioneel gebied; tevens is hij belast met de behartiging en bescherming van de belangen van Nederlanders met betrekking tot of in het buitenland.
3. Directie Integratie Europa (DIE)
De Directeur Integratie Europa is belast met het tot stand brengen van een samenhangend Nederlands beleid ten aanzien van de Europese Unie.
a. Het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking staat onder leiding van de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking/Plaats-
vervangend Directeur-Generaal Internationale Samenwerking, die belast is met de volgende taken:
1. Het met inachtneming van de aanwijzingen en richtlijnen van de bewindspersonen en de Secretaris-Generaal geven van leiding aan het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking.
2. Het adviseren van de bewindspersonen over alle aspecten betreffende ontwikkelingssamenwerking en het internationaal cultuurbeleid.
b. De onder de (Plv.) Directeur-Generaal ressorterende dienstonderdelen staan onder leiding van de hierna genoemde functionarissen die zijn belast met de volgende taken:
1. Directie Economische Structuur en Werkgelegenheid in Ontwikkelingslanden (DEW)
De Directeur Economische Structuur en Werkgelegenheid in Ontwikkelingslanden is belast met het bijdragen aan de versterking van de economische dimensie van het ontwikkelingsproces door versterking van de economische structuur en door bevordering van de werkgelegenheid in ontwikkelingslanden.
2. Directie Rurale en Urbane Ontwikkeling (DRU)
De Directeur Rurale en Urbane Ontwikkeling is belast met het bijdragen aan duurzame armoedebestrijding in de vorm van bevordering van landbouw (met inbegrip van akker- en tuinbouw, veeteelt, bosbouw en visserij), geïntegreerde plattelandsontwikkeling en stedelijke ontwikkeling.
3. Directie Milieu en Ontwikkeling (DML)
De Directeur Milieu en Ontwikkeling is belast met het vanuit milieuperspectief bevorderen van de bijdrage van ontwikkelingslanden aan duurzame mondiale ontwikkeling; tevens is hij belast met de bevordering van de milieudimensie van ontwikkeling en de bevordering van de integratie van milieu in alle onderdelen van het ontwikkelingssamenwerkingsprogramma.
4. Directie Sociale en Institutionele Ontwikkeling (DSI)
De Directeur Sociale en Institutionele Ontwikkeling is belast met het bijdragen aan armoedebestrijding van onderop door ontwikkeling van, voor en door mensen in een rechtvaardige maatschap-pij, waarbinnen emancipatie een centrale rol speelt en mensen toegang hebben tot de sociale basisvoorzieningen.
5. Directie Culturele Samenwerking, Onderwijs en Onderzoek (DCO)
De Directeur Culturele Samenwerking, Onderwijs en Onderzoek is belast met het bijdragen aan meer evenwichtige internationale verhoudingen door bevordering van wederzijds begrip tussen samenlevingen en het bijdragen aan ontwikkeling middels vergroten en verspreiden van kennis via onderwijs en onderzoek en middels culturele samenwerking.
6. Directie Multilaterale Ontwikkelingsfinanciering en Macro-Economische Aangelegenheden (DMO)
De Directeur Multilaterale Ontwikkelingsfinanciering en Macro-Economische Aangelegenheden is belast met het bijdragen aan het Nederlandse beleid ten aanzien van multilaterale ontwikkelingsfinanciering en economische samenwerking.
7. Bureau DGIS (BSC)
Het Hoofd van het Bureau DGIS is belast met de ondersteuning van de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking en de Plaatsvervangend Directeur-Generaal Internationale Samenwerking.
8. Hoofdafdeling Personeel Internationale Samenwerking (HPI)
De Chef van de Hoofdafdeling Personeel Internationale Samenwerking is belast met het voorzien van tijdelijk personeel voor ontwikkelingssamenwerking of voor het uitvoeren van korte missies.
9. Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie (SNV)
De Directeur van de Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie SNV is belast met de uitzending van ontwikkelingswerkers, financiering van ontwikkelingsactiviteiten en voorlichting en bewustwording in Nederland.
10. Centrum tot Bevordering van de Import uit Ontwikkelingslanden (CBI)
De Directeur van het Centrum tot Bevordering van de Import uit Ontwikkelingslanden is belast met het voorlichten over afzetmogelijkhden van produkten uit ontwikkelingslanden in ontwikkelde landen, bemiddelen tussen vragers en aanbieders en bijdragen aan de groei van de import uit ontwikkelingslanden.
Artikel 7. De onder het Directoraat-Generaal Politieke Zaken en het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking gezamenlijk ressorterende directies
De onder het Directoraat-Generaal Politieke Zaken en het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking gezamenlijk ressorterende directies staan onder leiding van de hierna genoemde functionarissen die belast zijn met de volgende taken:
1. Directie Crisisbeheersing en Humanitaire Hulp (DCH)
De Directeur Crisisbeheersing en Humanitaire Hulp is belast met de bevordering van samenhangend, doelmatig en doeltreffend optreden van Nederland in de diverse stadia van een conflict of natuurramp (preventie, crisisbeheersing, hulpverlening in en na de acute fase alsmede eerste aanzetten tot wederopbouw).
2. Directie Verenigde Naties (DVN)
De Directeur Verenigde Naties is belast met het tot stand brengen van een samenhangend Nederlands beleid met betrekking tot de Verenigde Naties en de gespecialiseerde organisaties; tevens is hij belast met het formuleren en coördineren van het beleid met betrekking tot een aantal andere wereldwijde organisaties, dan wel vraagstukken met een wereldwijd karakter die nauw gelieerd zijn aan de hoofddoelstelling van de directie.
a. Het Directoraat-Generaal Regiobeleid staat onder leiding van de Directeur-Generaal Regiobeleid/Plaatsvervangend Directeur-Generaal Regiobeleid, die belast is met de volgende taken:
1. Het met inachtneming van de aanwijzingen en richtlijnen van de bewindspersonen en de Secretaris-Generaal geven van leiding aan het Directoraat-Generaal Regiobeleid.
2. Het adviseren van de bewindspersonen over de samenhang en consistentie van regio- en landenbeleid.
3. Het bevorderen van de interdepartementale verankering van het buitenlands beleid, dat wil zeggen in samenspel met de andere departementen bevorderen van de totstandkoming van een goed gecoördineerd buitenlands beleid.
b. De onder de (Plv.) Directeur-Generaal ressorterende dienstonderdelen staan onder leiding van de hierna genoemde functionarissen die belast zijn met de volgende taken:
1. Directie Europa (DEU)
De Directeur Europa is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Europa; tevens is hij belast met de uitvoering van het MATRA-programma.
2. Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten (DAM)
De Directeur Noord-Afrika en Midden-Oosten is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
3. Directie Sub Sahara Afrika (DAF)
De Directeur Sub Sahara Afrika is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Sub Sahara Afrika.
4. Directie Azië en Oceanië (DAO)
De Directeur Azië en Oceanië is belast het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Azië en Oceanië.
5. Directie Westelijk Halfrond (DWH)
De Directeur Westelijk Halfrond is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s op het westelijk halfrond; tevens is hij belast met de behandeling ten behoeve van het ministerie van aangelegenheden die de Koninkrijksverhoudingen raken.
Artikel 9. Posten
De posten staan onder leiding van een Chef de Poste, die belast is met de volgende taken:
1. politieke werkzaamheden;
2. economische/handelspolitieke werkzaamheden
3. werkzaamheden met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking;
4. consulaire werkzaamheden;
5. culturele en voorlichtingswerkzaamheden.
Artikel 10. Orgaanbeschrijvingen
Op basis van dit besluit worden orgaanbeschrijvingen opgesteld waarin de taakstelling, structuur en omvang van dienstonderdelen nader zijn beschreven. De Secretaris-Generaal stelt de orgaanbeschrijvingen vast.
Artikel 11. Intrekking huidig organisatiebesluit
Met de inwerkingtreding van dit besluit worden alle eerdere (deel)organisatiebesluiten ingetrokken.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening en werkt terug tot en met 1 september 1996.
Artikel 13. Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als Algemeen Organisatiebesluit Buitenlandse Zaken 1996.
Dit besluit zal worden geplaatst in de Ministeriële Publikatieserie en in de Staatscourant.
’s-Gravenhage, 7 april 1997
De
Minister