Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Afkoopregeling
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 4a
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 6a
Artikel 6b
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Afkoopregeling

Afkoopregeling
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet:
Gehoord de Verzekeringskamer:
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Pensioen- en spaarfondsenwet ;
b. pensioenfonds: een pensioenfonds in de zin van de wet;
c. verzekeringsovereenkomst: een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de wet.
Artikel 2
Voor zover op een toezegging omtrent pensioen aan een persoon, die voldoet of heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de wet, en het eerste lid van dat artikel niet van toepassing is, zijn voor pensioen of aanspraken op pensioen voortvloeiende uit die toezegging, de artikelen 15 en 16 van de Regelen verzekering overeenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3
Mits het pensioenfonds of de verzekeraar daarmee instemt kan, in het kader van een verrekening van pensioenrechten bij echtscheiding respectievelijk scheiding van tafel en bed pensioen of aanspraak op pensioen op verzoek van een rechthebbende met instemming van diens gewezen echtgenoot respectievelijk diens echtgenoot worden afgekocht indien de afkoopsom bij dezelfde instelling wordt aangewend ter verwerving van eenzelfde of een ander soort pensioen ten behoeve van diens gewezen echtgenoot respectievelijk diens echtgenoot.
1.
Voor zover op een toezegging omtrent pensioen aan een persoon, die voldoet of heeft voldaan aan artikel 2, derde lid, onderdeel c. van de wet, het eerste lid van dat artikel niet van toepassing is of zou behoeven te zijn, indien die persoon een verklaring zou hebben afgelegd als bedoeld in het derde lid, onderdeel c. 2e, van dat artikel kan pensioen of een aanspraak op pensioen, voortvloeiend uit die toezegging, met instemming van de rechthebbende, worden afgekocht indien aan de volgende voorwaarden is voldaan;
a. de afkoop strekt ertoe het de rechthebbende mogelijk te maken om onder aanwending van de afkoopsom bij de in de Regeling van voorwaarden voor pensioentoezeggingen aan direct en indirect grootaandeelhouders, artikel 2, eerste lid , onder a, b en c omschreven rechtspersonen, pensioen of aanspraken op pensioen te verwerven;
b. de afkoopsom wordt rechtstreeks overgedragen;
c. aan de voorwaarden gesteld in het in onderdeel a, genoemde regeling, wordt eveneens na overdracht van de afkoopsom voldaan.
2.
Voor zover ingevolge een verleende ontheffing op grond van artikel 29 van de wet artikel 2, eerste lid, daarvan niet van toepassing is op een toezegging omtrent pensioen aan een persoon, wiens positie slechts verschilt van die van de persoon bedoeld in artikel 2, derde lid, letter c, van de wet in dier voege dat hij indirect door tussenkomst van een administratiekantoor, dat certificaten van aandelen uitgeeft en waarvan hij bestuurder is houder is van aandelen, kunnen pensioen of aanspraken op pensioen voortvloeiend uit die toezegging, met instemming van de rechthebbende, worden afgekocht indien aan voorwaarden genoemd in het vorige lid onder a, b en c is voldaan.
Artikel 4a
Indien sprake is van een afkoop als omschreven in artikel 4 kan het deel van de aanspraak op het pensioen dat op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de afkoop uitgaat boven de begrenzingen, bedoeld in artikel 10c van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, worden afgekocht en de afkoopsom aan de rechthebbende ter hand worden gesteld.
1.
In de statuten en reglementen van een pensioenfonds kan worden bepaald dat bij beëindiging van de deelneming anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd afkoop van premievrije pensioenaanspraken onder terhandstelling van de afkoopsom aan de gewezen deelnemer op diens verzoek mogelijk is, indien hij korter dan een jaar aan de regeling inzake ouderdomspensioen van dat fonds heeft deelgenomen, tenzij hij pensioenaanspraken heeft ingebracht. De afkoopsom bedraagt tenminste een bedrag gelijk aan de door de gewezen deelnemer betaalde bijdragen voor ouderdomspensioen. De statuten en reglementen van het fonds kunnen in plaats van het tijdstip van beëindiging van de deelneming een later tijdstip voor uitbetaling van de afkoopsom noemen, doch niet later dan twee jaar na het eindigen van de deelneming, noch later dan het tijdstip waarop de pensioengerechtigde leeftijd wordt bereikt.
2.
In de verzekeringsovereenkomsten kan een beding opgenomen worden ingevolge hetwelk bij het ophouden aan de onderneming verbonden te zijn op verzoek van de verzekerde afkoop van premievrije pensioenaanspraken onder terhandstelling van de afkoopsom aan de verzekeringnemer mogelijk is, indien de verzekerde binnen een jaar na ingang van de verzekering van ouderdomspensioen anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd ophoudt aan de onderneming verbonden te zijn, tenzij hij pensioenaanspraken heeft ingebracht. Het bepaalde in de vorige volzin doet geen afbreuk aan het recht van de verzekerde jegens de verzekeringsnemer op een uitkering gelijk aan de door hem betaalde bijdragen voor ouderdomspensioen.
3.
In die gevallen dat een toezegging omtrent pensioen wordt gedaan en artikel 2, eerste lid, van de wet niet van toepassing is, kunnen bij het ophouden aan de onderneming verbonden te zijn op verzoek van de persoon aan wie de pensioentoezegging is gedaan de premievrije pensioen-aanspraken worden afgekocht onder terhandstelling van de afkoopsom aan deze persoon, indien hij binnen een jaar na ingang van de verzekering van ouderdomspensioen anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd ophoudt aan de onderneming verbonden te zijn, tenzij hij pensioenaanspraken heeft ingebracht. De vorige volzin doet geen afbreuk aan het recht van de persoon aan wie de pensioentoezegging is gedaan op een uitkering gelijk aan de door hem betaalde bijdragen voor ouderdomspensioen.
1.
In die gevallen dat een toezegging omtrent pensioen wordt gedaan aan een persoon, die voldoet aan artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de wet, en het eerste lid van dat artikel niet van toepassing is, is artikel 32, vijfde lid, van de wet, van overeenkomstige toepassing.
2.
Bij afkoop van het ouderdomspensioen ingevolge artikel 32, vijfde lid van de wet en bij afkoop ingevolge het eerste lid van dit artikel, heeft zowel de instelling jegens wie de aanspraak op pensioen bestaat zonder toestemming van de rechthebbende, als de rechthebbende zonder toestemming van de instelling jegens wie de aanspraak op pensioen bestaat, het recht tot afkoop van de bij het ouderdomspensioen behorende aanspraak op weduwen-, weduwnaars-, partner- of wezenpensioen onder terhandstelling van de afkoopsom aan de rechthebbende.
Artikel 6a
Een pensioenfonds of een verzekeraar is bevoegd het deel van de aanspraak op het pensioen dat op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van ingang van het pensioen uitgaat boven de begrenzingen bedoeld in de artikelen 18a, zevende lid, artikel 18b, zevende lid, 18c, vijfde lid, 18d, 18e, 18f en 38a van de Wet op de loonbelasting 1964 , af te kopen en de afkoopsom aan de rechthebbende ter hand te stellen.
Artikel 6b
Een pensioenfonds of een verzekeraar is bevoegd het deel van de aanspraak op het pensioen dat op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop de deelnemer of verzekerde ophoudt binnenlands belastingplichtige te zijn uitgaat boven de begrenzingen bedoeld in de artikelen 18a, zevende lid, artikel 18b, zevende lid, 18c, vijfde lid, 18d, 18e, 18f en 38a van de Wet op de loonbelasting 1964 , af te kopen en de afkoopsom aan de rechthebbende ter hand te stellen.
1.
Een pensioenfonds, spaarfonds, beroepspensioenfonds of verzekeraar is bevoegd de pensioenaanspraken, bedoeld in artikel 17, zesde lid, van de wet, af te kopen, mits de afkoopsom:
b. wordt aangewend ten behoeve van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964; en
c. deze afkoopsom rechtstreeks wordt overgedragen aan de uitvoerder van de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de echtgenoot ter zake van de pensioenaanspraken een recht op uitbetaling heeft als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking de dag na publikatie in de Staatscourant doch niet eerder dan met ingang van de dag waarop de wet tot wijziging van de Pensioen en spaarfondsenwet en enige andere wetten (wettelijk recht op waarde-overdracht en enige andere maatregelen op het aanvullend pensioenterrein) in werking treedt. De regeling Aanwijzing van gevallen waarin afkoop van pensioen of een aanspraak op pensioen mogelijk is van 16 juli 1987 komt te vervallen.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Afkoopregeling.
's-Gravenhage, 15 juli 1994
De
Staatssecretaris