Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Inhoudsopgave
+ § 1. Inspectie SZW
+ § 2. Rijkswaterstaat
+ § 3. De Inspectie Leefomgeving en Transport
+ § 4. Politie
+ § 5. Algemene Inspectie Dienst
+ § 6
+ § 7. Staatstoezicht op de Mijnen
+ § 7a. Ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane
+ § 8. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
+ § 9. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving

Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op de artikelen 18, eerste lid, van de Algemene wet gelijke behandeling, 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, 8:1 van de Arbeidstijdenwet, 13, derde lid, en 13c, tweede lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, 23 van de Leerplichtwet 1969, 3, 4, eerste en tweede lid, 7, 8, 10, derde lid, 11, eerste lid, 13, eerste lid, 13a en 18 van de Stoomwet, 25, eerste lid, onderdeel a, van de Warenwet, 13 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, 14 van de Wet arbeid vreemdelingen, 21, eerste lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 148, eerste lid, van de Wet geluidhinder, 64, eerste lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen, 18a van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, 8, eerste lid, 11, eerste lid, 12, eerste lid, en 16, eerste en tweede lid, van de Wet op de gevaarlijke werktuigen, 15, eerste lid, en 16 van de Wet op de loonvorming, 49, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden, 9, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, 10 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten, 9 en 10, eerste lid, van de Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden en 39a, vierde lid, van de Ziektewet,
Besluiten:
1
De ambtenaren van de Inspectie SZW van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden aangewezen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. de Arbeidsomstandighedenwet ;
b. de Arbeidstijdenwet ;
c. de Warenwet ;
d. de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs ;
e. de Wet arbeid vreemdelingen ;
f. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen ;
g. de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ;
h. de Wet op de loonvorming .
2.
Het Hoofd van de Afdeling Boete, Dwangsom en Inning van de Inspectie SZW en de door het Hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, worden niet belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid.
3.
De Directie Opsporing van de Inspectie SZW wordt niet belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid.
1.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen : artikel 21, eerste lid, tweede volzin ;
b. de Wet op de loonvorming : artikel 15, eerste lid;
c. de Wet op de ondernemingsraden : artikel 49, eerste lid;
d. de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten : artikel 10, tweede zin;
2.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onder hem ressorterende ambtenaar, bedoeld in artikel 23 van de Leerplichtwet 1969.
3.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : de artikelen 6, eerste lid, onderdeel b, en 7, eerste lid;
c. de Arbeidsomstandighedenregeling : de artikelen 3.11, 3.12, eerste lid, en 3.13, derde lid, en 4.13.
e. het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 : de artikelen 9, derde en vierde lid, en 17, eerste lid.
4.
De inspecteur-generaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : de artikelen 9, eerste lid, 28a, eerste lid, 28b, 29, vierde lid, en 30, tweede lid;
c. de Wet arbeid vreemdelingen : artikel 17b, eerste lid en 19g, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 17b, tweede lid;
d. de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag : artikel 18i, eerste lid en 18pa, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 18i, tweede lid;
e. de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs : artikel 22, eerste lid en 15b, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 22, tweede lid;
f. het Arbeidsomstandighedenbesluit : artikel 9.5b, tweede lid;
g. het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 : de artikelen 5, tweede lid, 13, 15, tweede lid, en 18, eerste lid;
h. het Vuurwerkbesluit : artikel 3.3.4 .
5.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, voor zover belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet , worden aangewezen als toezichthouders als bedoeld in de artikelen 27, eerste lid, en artikel 28, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.
Artikel 2.1
De ambtenaren van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, belast met toezicht, worden mede aangewezen als ambtenaren als bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 5 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer.
Artikel 3.1
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, aangewezen in artikel 1 van het Besluit aanwijzing toezichthouders luchtvaart, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet , met betrekking tot arbeid verricht aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht en aan boord van een stilstaand luchtvaartuig, voor zover het betreft de arbeid van boordpersoneel in verband met de vlucht.
1.
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport belast met toezicht zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet , met betrekking tot arbeid verricht in een voertuig op een openbare weg bestemd voor het vervoer van goederen of personen en voor welk vervoer op grond van de Wet goederenvervoer over de weg onderscheidenlijk de Wet personenvervoer 2000 een vergunning is vereist.
2.
De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. de Arbeidsomstandighedenwet voorzover het betreft arbeid verricht in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking heeft op de arbeid, bedoeld in het eerste lid;
b. de Arbeidstijdenwet voor zover het betreft arbeid:
1°. in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking heeft op de arbeid, bedoeld in het eerste lid, of
2°. verricht in een voertuig op een openbare weg bestemd voor het vervoer van personen en voor welk vervoer op grond van de Wet personenvervoer 2000 een vergunning is vereist.
Artikel 3.3
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Schepenwet, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet , met betrekking tot arbeid verricht in, respectievelijk op een zeeschip, met uitzondering van aanbouw, verbouwing, herstelling of sloping dan wel onderhouds- of reinigingswerkzaamheden en hiermee verband houdende andere werkzaamheden aan deze schepen, alsmede met uitzondering van laden en lossen, tenzij deze arbeid wordt verricht door een werknemer die behoort tot de bemanning van een zeeschip.
Artikel 3.3a
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Binnenvaartwet, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet , met betrekking tot arbeid verricht in, respectievelijk op een binnenvaartschip, met uitzondering van aanbouw, verbouwing, herstelling of sloping dan wel onderhouds- of reinigingswerkzaamheden en hiermee verband houdende andere werkzaamheden aan deze schepen, alsmede met uitzondering van laden en lossen, tenzij deze arbeid wordt verricht door een werknemer die behoort tot de bemanning van een binnenvaartschip.
Artikel 3.3b
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport belast met toezicht, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van artikel 11 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 3.2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, met betrekking tot arbeid verricht op of aan een spoorweg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, met uitzondering van de spoorwegen, genoemd in artikel 2 van het Besluit bijzondere spoorwegen.
1.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.1, worden voor de in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : de artikelen 9, eerste lid, 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit : de artikelen 7.4a, zesde lid, en 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, en 7.29, tiende lid.
2.
De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport wordt voor de in artikel 3.1 bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : artikel 30, tweede lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit : artikel 4.47c, eerste lid.
1.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.2, worden voor de in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit : de artikelen 7.4a, zesde lid, en 7.20, zevende lid.
2.
De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport wordt voor de in artikel 3.2, eerste lid, bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : artikel 30, tweede lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit : artikel 4.47c, eerste lid.
1.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.3, worden voor de in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : de artikelen 9, eerste lid, 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid;
2.
De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 10 van de Schepenwet, wordt voor de in artikel 3.3 bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : artikel 30, tweede lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit : artikel 4.47c, eerste lid.
1.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.3a, worden voor de in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid;
2.
De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport wordt voor de in artikel 3.3a bedoelde arbeid aangewezen als ambtenaar, bedoeld in:
Artikel 3.6b
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.3b, worden voor de in dat artikel geregelde aanwijzing aangewezen als ambtenaar, bedoeld in de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste lid, en 28b van de Arbeidsomstandighedenwet.
Artikel 3.7
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport belast met toezicht worden mede aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 2 (wegvervoer), hoofdstuk 4 (luchtvaart), hoofdstuk 5 (binnenvaart), hoofdstuk 6 (zeevaart) en hoofdstuk 6A (zeevisserij) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer wordt opgedragen.
1.
De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2 van de Politiewet 2012, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen .
2.
De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012, die zijn tewerkgesteld bij de dienst Waterpolitie van de Landelijke eenheid of bij de dienst Zeehavenpolitie van de regionale eenheid Rotterdam, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet .
3.
De ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b en c, van de Politiewet 2012 zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet voor zover het betreft arbeid verricht in een voertuig op een openbare weg bestemd voor het vervoer van personen en voor welk vervoer op grond van de Wet personenvervoer 2000 een vergunning is vereist.
Artikel 4.2
De ambtenaren, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, worden aangewezen als ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : de artikelen 9, eerste lid en 29, vierde lid
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit : de artikelen 7.4a, zesde lid, en 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, en 7.29, tiende lid.
Artikel 4.3
De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b en c, van de Politiewet 2012, worden mede aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 2 (wegvervoer), hoofdstuk 4 (luchtvaart) en hoofdstuk 5 (binnenvaart) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer wordt opgedragen.
Artikel 5.1
De ambtenaren van de Algemene Inspectie Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, belast met toezicht, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet met betrekking tot het wegvervoer, voor zover het betreft het vervoer van vee.
1.
De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen zijn mede belast met het toezicht op de naleving van de Warenwet en de daarop berustende bepalingen bij of in verband met:
a. verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de Mijnbouwwet ;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken nodig is, die zich in de territoriale zee of op het continentaal plat bevinden.
2.
De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen worden aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, wordt opgedragen met betrekking tot:
a. arbeid op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of op een mijnbouwlocatie alsmede met betrekking tot arbeid die direct verband houdt met mijnbouwkundige activiteiten die niet plaatsvinden op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of op een mijnbouwlocatie;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken nodig is, die zich in de territoriale zee of de exclusieve economische zone bevinden.
3.
De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen zijn mede belast met het toezicht op de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet en de daarop berustende bepalingen met betrekking tot:
a. arbeid verricht bij of in verband met verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de Mijnbouwwet ;
b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken nodig is, die zich in de territoriale zee of de exclusieve economische zone bevinden.
1.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 7.1 tweede lid, worden met betrekking tot de in dat lid bedoelde arbeid, aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in de artikelen 4:1, vijfde lid, en 8:2, eerste en tweede lid, van de Arbeidstijdenwet.
2.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, worden met betrekking tot de in dat lid bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : de artikelen 9, eerste lid, 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid;
c. de Arbeidsomstandighedenregeling : de artikelen 3.11, 3.12, eerste lid en 3.13, derde lid.
3.
De Inspecteur-Generaal der Mijnen wordt voor de in artikel 7.1, derde lid, bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. de Arbeidsomstandighedenwet : artikel 30, tweede lid;
b. het Arbeidsomstandighedenbesluit : de artikelen 4.47c, eerste lid, en 9.5b, tweede lid;
c. het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 : de artikelen 5, tweede lid, 13 en 15, tweede lid.
Artikel 8.1
De ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, bedoeld in artikel 1 van de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren Voedsel en Waren Autoriteit belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Drank- en Horecawet, Warenwet of Vleeskeuringswet gestelde voorschriften, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. de Arbeidsomstandighedenwet en de Arbeidstijdenwet , met betrekking tot arbeid verricht in een hotel, pension, conferentieoord, restaurant, cafetaria, lunchroom, ijssalon, café, bar-dancing, discotheek, nachtclub, seizoen-horecabedrijf, tearoom, koffiehuis, sociëteit, buffet in een bioscoop, theater of trein, buffet in een buurt- of clubhuis dan wel een daaraan verwante inrichting, waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, al dan niet alcoholische dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt;
b. de Arbeidsomstandighedenwet , met betrekking tot arbeid verricht in verband met het in bedrijf nemen en houden van een waterinstallatie die water in äerosolvorm in de lucht kan brengen, niet zijnde een collectieve watervoorziening, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, of collectief leidingnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Waterleidingwet.
Artikel 8.2
De ambtenaren, bedoeld in artikel 8.1, worden met betrekking tot de in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
b. de Arbeidstijdenwet : de artikelen 4:1, vijfde lid, 8:2 en 10.3, eerste lid.
Artikel 9.1
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 9.2
Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage, 28 september 2000
De
Minister
De
Minister
De
Minister
De
Minister