Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Aanwijzing vordering uitstel of achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Achtergrond
Samenvatting
Executie
Begripsbepalingen
1. Gronden voor uitstel of achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling ( art. 15a, eerste lid Sr )
1.1. Plaatsing in een inrichting voor verpleging van TBS-gestelden ( art.15a, eerste lid, sub a Sr )
1.2. Onherroepelijke veroordeling voor strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en zeer ernstige misdragingen na aanvang tenuitvoerlegging vrijheidsstraf ( art. 15a, eerste lid, sub b en c Sr. )
1.3. (poging tot) onttrekking aan de tenuitvoerlegging ( art. 15a, eerste lid, sub d Sr )
1.3.1. Ontvluchtingen (inclusief poging daartoe) met geweld of dreiging daarmee
1.3.2. Kale ontvluchtingen
1.3.3. Onttrekkingen aan tenuitvoerlegging
1.3.4. Voorlopige hechtenis
2. Procedure
2.1. Melding
2.1.1. Voortgezette behandeling in inrichting voor TBS-gestelden
2.1.2. Ernstige misdraging
2.1.3. Ontvluchting
3. De vordering
4. Informatievoorziening
Overgangsrecht
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2008. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2008.

Aanwijzing vordering uitstel of achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling

Aanwijzing vordering uitstel of achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling
Achtergrond
Uitstel of achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling is geregeld in de artikelen 15a (uitstel of achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling), 15b (procedure bij het gerechtshof), 15c (machtiging tot uitstel vervroegde invrijheidstelling) en 15d (schadevergoeding justitiabele) Sr. Sinds de inwerkingtreding van de Wet van 4 februari 1994 , Stb. 82 omvat de werkingssfeer van de regeling ook de fase van het voorarrest.
Met deze aanwijzing wordt beoogd duidelijkheid te scheppen over de gevallen waarin een vordering tot uitstel of achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling door het OM dient te worden ingediend.
Samenvatting
In deze aanwijzing zijn regels opgenomen voor het indienen van een vordering tot uitstel of achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling op grond van artikel 15a e.v. Sr .
a. BCL: Bureau Capaciteitsbenutting en Logistiek (voorheen: Bureau Bijzondere Diensten)
b. CJD: Centrale Justitiële Documentatie
c. CJIB: Centraal Justitieel Incasso Bureau
d. het hof: het gerechtshof te Arnhem (penitentiaire kamer)
e. vordering UAVI: vordering tot uitstel of achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling
f. vi: vervroegde invrijheidstelling
g. PI: penitentiaire inrichting en het daarbij behorende terrein
h. justitiabele: degene ten aanzien van wie een vordering UAVI is of (mogelijk) wordt ingediend
i. vi-datum: het moment waarop een tot gevangenisstraf veroordeelde na toepassing van art. 15 Sr (vi) vervroegd voor vrijlating in aanmerking komt
art.15a, eerste lid, sub a Sr ) van Aanwijzing vordering uitstel of achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling">
1.1. Plaatsing in een inrichting voor verpleging van TBS-gestelden ( art.15a, eerste lid, sub a Sr )
Een tot gevangenisstraf veroordeelde justitiabele kan met toepassing van artikel 13 Sr worden geplaatst in een justitiële inrichting voor TBS-gestelden ( art. 90quinquies Sr). Om een daar plaatsvindende behandeling niet te doorkruisen, kan, indien de noodzaak tot behandeling van de justitiabele dit behoeft gelet op een onaanvaardbaar recidiverisico en de veiligheid van de maatschappij, een vordering UAVI worden ingediend.
art. 15a, eerste lid, sub b en c Sr. ) van Aanwijzing vordering uitstel of achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling">
1.2. Onherroepelijke veroordeling voor strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en zeer ernstige misdragingen na aanvang tenuitvoerlegging vrijheidsstraf ( art. 15a, eerste lid, sub b en c Sr. )
Ingevolge jurisprudentie van het hof dient onder ‘zeer ernstig heeft misdragen’, als bedoeld in art. 15a, eerste lid, onder c , te worden verstaan het plegen van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Het onderscheid tussen art. 15a, eerste lid, sub b en art. 15a, eerste lid sub c bestaat enkel uit de omstandigheid of de justitiabele voor de ernstige misdraging reeds onherroepelijk is veroordeeld of niet. Het behoeft niet zo te zijn dat de justitiabele ook daadwerkelijk voor de ernstige misdraging in voorlopige hechtenis is genomen.
Het betreft hier uiteraard ernstige misdragingen waarbij niet meer kan worden volstaan met disciplinaire maatregelen zoals overplaatsing naar een andere PI of het intrekken of weigeren van verlof die bovendien speciale en generale effecten op de penitentiaire situatie hebben. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het vanuit een PI, plegen, voortzetten of voorbereiden van zeer ernstige strafbare feiten zoals zware mishandeling en zeer ernstige (schriftelijke) bedreiging. Overwegingen van normbevestiging en beheersing van het detentieklimaat met behulp van (snelle) reacties spelen hierbij een belangrijke rol. Relevant is, dat de reactie is gebaseerd op misdragingen die reeds hebben plaatsgevonden, niet op prognoses omtrent te verwachten (slecht) gedrag.
De periode na de aanvang van de tenuitvoerlegging van de vrijheidstaf omvat mede de periode waarin een justitiabele met verlof is of deelneemt aan een penitentiair programma dan wel er sprake is van strafonderbreking. Ingeval er ten tijde van de misdraging sprake was van een schorsing van de voorlopige hechtenis is het indienen van de vordering UAVI niet mogelijk.
1.3.1. Ontvluchtingen (inclusief poging daartoe) met geweld of dreiging daarmee
Indien er sprake is van een ontvluchting (of poging daartoe) met geweld of dreiging met geweld wordt altijd een vordering UAVI ingediend, ongeacht de mate van beveiliging van de betreffende PI. Ook indien er sprake is van een (poging tot) ontvluchting die gepaard gaat met eenvoudige mishandeling, waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten, wordt derhalve een vordering UAVI ingediend. De vordering wordt ingediend onverminderd eventuele vervolging ter zake van strafbare feiten die met de (poging tot) ontvluchting zijn gepaard gegaan.
1.3.2. Kale ontvluchtingen
Hieronder worden ontvluchtingen verstaan waarbij door de justitiabele geen geweld is gebruikt noch waarbij daarmee door de justitiabele is gedreigd. Het betreft hier de gevallen waarbij de betrokkene feitelijk in het gebouw van de inrichting of op het tot de inrichting behorende terrein verbleef en de justitiabele daadwerkelijk, ook ingeval dit slechts korte tijd duurde, is ontvlucht. Het OM zal in alle gevallen waarin dergelijke ontvluchtingen vanuit een extra, uitgebreid of normaal beveiligde inrichting hebben plaatsgevonden een vordering UAVI indienen. In geval er sprake is van een ontvluchting vanuit een beperkt beveiligde of zeer beperkt beveiligde inrichting of indien de ontvluchting niet is gelukt (en het derhalve bij een poging is gebleven) blijft het indienen van een vordering in beginsel achterwege.
1.3.3. Onttrekkingen aan tenuitvoerlegging
Deze categorie ziet op onttrekkingen aan de tenuitvoerlegging waarbij op het moment dat de onttrekking plaatsvond de betrokkene zich niet in een penitentiaire inrichting bevond. Het gaat hier dus om andere vormen van het zich onttrekken aan detentie dan ontvluchtingen uit een PI, zoals het niet terugkeren van verlof. In deze categorie zal, gelet op het karakter van deze gevallen, als regel niet gereageerd worden met een vordering UAVI, maar met de overige mogelijkheden die penitentiairrechtelijk beschikbaar zijn.
Uitzondering is de situatie waarin de justitiabele tijdens het verblijf buiten de inrichting wel onder direct toezicht stond, zoals tijdens een incidenteel verlof onder bewaking (bijvoorbeeld ter gelegenheid van een begrafenis) of tijdens een verblijf in een ziekenhuis onder bewaking. In dergelijke gevallen dient te worden gehandeld conform 1.3.2.
1.3.4. Voorlopige hechtenis
In beginsel is hierbij het onder 1.2 t/m 1.3 gestelde, gelet op art. 15a, vijfde lid, Sr van overeenkomstige toepassing.
2. Procedure
De verantwoordelijkheid voor het herroepingsbeleid is centraal belegd bij de advocaat-generaal bij het ressortsparket Arnhem. De advocaat-generaal te Arnhem is belast met de coördinatie rondom melding van voorvallen en met het indienen van vorderingen UAVI.
2.1.1. Voortgezette behandeling in inrichting voor TBS-gestelden
De directeur van de TBS-inrichting waar de betrokkene verblijft, meldt de omstandigheid die leidt tot het doen van een vordering UAVI schriftelijk, vergezeld van een of meer rapporten inzake de noodzakelijkheid van voortzetting van de behandeling met het oog op recidivegevaar en het belang van de veiligheid van de maatschappij, afzonderlijk of gezamenlijk opgesteld door twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waarvan tenminste één psychiater, aan de advocaat-generaal te Arnhem. Artikel 37, tweede en derde lid, Sr. zijn van overeenkomstige toepassing. Het verzoek dient zo mogelijk twee maanden voor de vi-datum door de advocaat-generaal te Arnhem te zijn ontvangen.
2.1.2. Ernstige misdraging
Het parket dat belast is met de vervolging voor het strafbare feit op grond waarvan de vordering UAVI kan worden ingediend, neemt zo spoedig mogelijk nadat het kennis heeft gekregen van dat strafbare feit contact op met de advocaat-generaal te Arnhem.
Indien het strafbare feit heeft plaatsgevonden in een PI, tijdens verlof of een penitentiair programma, kan ook de directeur van de PI waar de betrokkene verbleef, verblijft of administratief is ingeschreven, aan de advocaat-generaal te Arnhem verzoeken te overwegen een vordering UAVI in te dienen.
2.1.3. Ontvluchting
De advocaat-generaal te Arnhem ontvangt van de directeur van de penitentiaire inrichting waaruit de justitiabele is ontvlucht en op grond waarvan overeenkomstig deze aanwijzing een vordering UAVI kan worden gedaan zo mogelijk de eerstvolgende werkdag een melding van de ontvluchting. De advocaat-generaal te Arnhem zendt een afschrift van deze melding ontvluchting onverwijld aan het BCL, tenzij de justitiabele reeds is aangehouden. Het BCL meldt de aanhouding van een persoon die overeenkomstig deze procedure aan het BCL is gemeld onverwijld aan de advocaat-generaal te Arnhem.
3. De vordering
Gelet op de verantwoordelijkheid van de advocaat-generaal bij het ressortsparket te Arnhem, dient de advocaat-generaal als plaatsvervangend officier van justitie en advocaat-generaal van alle arrondissements- en ressortsparketten, de vordering in. De vordering dient uiterlijk dertig dagen voor het tijdstip waarop de justitiabele vervroegd in vrijheid zou worden gesteld, te zijn ontvangen op de griffie van het gerechtshof Arnhem, tenzij de grond voor de vordering UAVI zich eerst nadien heeft voorgedaan.
De advocaat-generaal te Arnhem beslist, na overleg met het parket dat ingevolge art. 15a, derde lid , bevoegd is tot het indienen van de vordering en, indien van toepassing, met het parket dat met de vervolging van de ernstige misdraging is belast, omtrent de indiening van de vordering UAVI. Ook kan in overleg worden besloten dat vooralsnog niet tot vervolging wordt overgegaan maar dat enkel een vordering UAVI wordt ingediend. In dat geval blijft een beslissing omtrent verdere vervolging achterwege totdat op de vordering UAVI is beslist.
De advocaat-generaal te Arnhem zendt onverwijld een afschrift van de vordering aan de justitiabele. Indien de justitiabele voortvluchtig was, zendt de advocaat-generaal te Arnhem zo spoedig mogelijk nadat de justitiabele is aangehouden en het BCL de advocaat-generaal te Arnhem daarvan op de hoogte heeft gesteld, een afschrift van de vordering aan de directeur van de penitentiaire inrichting waarin de justitiabele is of wordt geplaatst met het verzoek het afschrift aan de betrokkene uit te reiken en daarvan aantekening te maken.
In alle gevallen zendt de advocaat-generaal te Arnhem een afschrift van de vordering aan het CJIB te Leeuwarden.
Wanneer een gedetineerde kort voor zijn vi-datum ontvlucht, is de kans groot dat de vordering te laat wordt ingediend als men zijn terugkeer en zijn verhoor door de politie afwacht, alvorens de vordering in te dienen. Daarom wordt steeds direct na melding van een ontvluchting van een gedetineerde zo spoedig mogelijk een vordering ingediend, ook al is de ontvluchte nog niet opgepakt en het eventuele proces-verbaal derhalve nog niet met zijn verhoor gecompleteerd. Het hof zal dan de behandeling van de zaak kunnen aanhouden in afwachting van de terugkeer, respectievelijk het verhoor van de justitiabele.
4. Informatievoorziening
De advocaat-generaal te Arnhem stelt de veroordeelde onverwijld in kennis van de beslissing van het gerechtshof. Zodra de advocaat-generaal te Arnhem de beslissing op de vordering UAVI heeft ontvangen, wordt een afschrift gezonden aan de directeur van de penitentiaire inrichting waar de justitiabele verblijft en, indien van toepassing, de directeur van de penitentiaire inrichting die de grond voor de vordering UAVI ter kennis van de advocaat-generaal heeft gebracht (ter informatie). Tevens stelt de advocaat-generaal te Arnhem het CJIB en de CJD te Almelo in kennis van de beslissing van het gerechtshof.
Overgangsrecht
De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.