Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Aanwijzing opbrengstverrekening cggz-instellingen en enkele andere opbrengstverrekening aangelegenheden
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Opbrengstverrekening gebudgetteerde cggz-instellingen
+ Hoofdstuk III. Versnelling opbrengstverrekening
+ Hoofdstuk IV. Aanpassing Aanwijzing transitie prestatiebekostiging medisch specialistische zorg 2012
+ Hoofdstuk V. Overgangs- en slotartikelen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Aanwijzing opbrengstverrekening cggz-instellingen en enkele andere opbrengstverrekening aangelegenheden

Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nr. MC-U-3082225, inzake opbrengstverrekening cggz-instellingen en enkele andere opbrengstverrekening aangelegenheden
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;
Na op 6 juni 2011 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg over de voornemens met betrekking tot de opbrengstverrekening curatieve GGZ en categorale instellingen (Kamerstukken II 2010/11, 29 248, nr. 210);
Gelet op het Algemeen overleg en een verlengd algemeen overleg op 30 juni 2011 met de Tweede Kamer der Staten Generaal en de stemming op 30 juni 2011 over de moties ingediend tijdens eerdergenoemd verlengd algemeen overleg (Kamerstukken II, 29 248);
Gelet op de korte aantekeningen van de Eerste Kamer der Staten-Generaal van 28 juni 2011, kenmerk 43120/WB/, inzake de voorhangbrief over het voornemen om de Nederlandse Zorgautoriteit een aanwijzing te geven inzake opbrengstverrekening curatieve GGZ en categorale instellingen (Kamerstukken II 2010/11, 29 248, nr. 208);
En gelet op de Aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nr. MC-U-3072825, van 29 juli 2011 inzake transitiemodel prestatiebekostiging medisch specialistische zorg 2012 (Stcrt. 2011, 13950);
Besluit:
a. minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. wet: de Wet marktordening gezondheidszorg ;
c. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet;
d. het Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
e. zorg: zorg of diensten omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onder d, van die wet;
f. vereveningsbijdrage: bijdrage, bedoeld in artikel 32 van de Zorgverzekeringswet;
g. gebudgetteerde cggz-instellingen: instellingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 5 oktober 2007 (Stcrt. 2007, 207) zijnde instellingen die ultimo 2007 waren toegelaten en die voor 2007 productieafspraken hebben gemaakt met een zorgkantoor voor de prestaties tarieven in als bedoeld in artikel 57, vierde lid, onder a, van de Wet marktordening gezondheidszorg.
Artikel 2. opdracht
De Nederlandse Zorgautoriteit stelt ter uitvoering van deze aanwijzing beleidsregels en regels vast.
1.
Dit hoofdstuk is van toepassing op zorg geleverd door gebudgetteerde cggz-instellingen.
2.
In deze aanwijzing wordt onder gebudgetteerde cggz-instelling als bedoeld in het eerste lid mede begrepen de medisch specialisten die in of ten behoeve van die instelling werkzaam zijn.
1.
De zorgautoriteit stelt voor 2010 en daarna voor ieder volgend jaar, mede op basis van door de in artikel 3 bedoelde instellingen verstrekte gegevens, per instelling ambtshalve vast, het verschil tussen het budget en de daadwerkelijke opbrengst die is toe te rekenen aan de in dat jaar geleverde zorgproductie, verder te noemen het opbrengstverschil.
2.
De zorgautoriteit stelt ambtshalve ten behoeve van de verrekening van het opbrengstverschil per instelling per jaar een bedrag vast.
3.
De zorgautoriteit informeert het Zorginstituut over een verrekenpercentage per instelling waarmee de som van de door de instelling in rekening gebrachte tarieven ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage kunnen worden gecorrigeerd.
Artikel 5. opschorting
De zorgautoriteit schort de toepassing op van de verrekening van opbrengstverschillen, zoals die verrekening in beleidsregels van de zorgautoriteit is vormgegeven op het moment van inwerkingtreding van onderhavige aanwijzing, voor zover de verrekening van het bedrag als bedoeld in het vorige artikel daadwerkelijk plaats vindt dan wel voor zover een betrokken instelling en de bij die instelling betrokken verzekeraars gezamenlijk van die daadwerkelijke verrekening afzien.
1.
De zorgautoriteit stelt voor de afrekening van het budgetjaar 2010 en daarna voor ieder volgend jaar, mede op basis van door het Zorginstituut verstrekte gegevens, per instelling ambtshalve vast, welk deel van het opbrengstverschil, zoals genoemd in artikel 4, eerste lid, is toe te rekenen aan te onderscheiden individuele, in het desbetreffende jaar werkzame:
a. zorgverzekeraars als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en
b. andere particuliere verzekeraars, zijnde financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar uitoefenen.
2.
De zorgautoriteit vermeldt de in het vorige lid bedoelde toerekening naar verzekeraars in een brief waarmee zij het bedrag, bedoeld in artikel 4, tweede lid, aan de desbetreffende instelling bekend maakt.
3.
De zorgautoriteit vermeldt de in het eerste lid bedoelde toerekening voor de onderscheiden individuele verzekeraar in een brief waarmee zij het bedrag, bedoeld in artikel 4, tweede lid, aan deze bekend maakt.
Artikel 7. opbrengstverrekening 2012 en volgende
Met ingang van 2012 vindt met inachtneming van artikel 9 de opbrengstverrekening plaats op grond van artikel 56b van de wet.
Artikel 8. werkingssfeer
Dit hoofdstuk is van toepassing voor:
b. gebudgetteerde categorale instellingen, bedoeld in artikel 10 van Aanwijzing transitiemodel prestatiebekostiging medisch specialistische zorg 2012 (Stcrt. 2011, nr. 13950);
c. cggz-instellingen, bedoeld in artikel 3 van onderhavige aanwijzing.
Artikel 9. Versnelling tijdpad opbrengstverrekening
De zorgautoriteit voorziet er met betrokkenheid van het Zorginstituut in dat met ingang van het budgetjaar 2010 het tijdpad bij de toepassing van de opbrengstverrekening voor de instellingen bedoeld in artikel 8 als volgt kan verlopen:
a. September jaar t+1 vaststelling opbrengstresultaten per instelling over jaar t door de zorgautoriteit;
b. Eind september jaar t+1 berekening definitieve marktaandelen zorgverzekeraars per instelling jaar t-1 door het Zorginstituut;
c. Begin november jaar t+1 ? vaststelling voorlopige verrekeningsbedragen jaar t per aanbieder, per verzekeraar door de zorgautoriteit. Eind september jaar t+2 berekening definitieve marktaandelen verzekeraars jaar t door het Zorginstituut;
d. November jaar t+2 ? vaststelling definitieve verrekeningsbedragen jaar t per aanbieder, per verzekeraar door de zorgautoriteit.
Artikel 10
[Wijzigt de Aanwijzing transitiemodel prestatiebekostiging medisch specialistische zorg 2012.]
Artikel 11
Deze aanwijzing wordt aangehaald als: Aanwijzing opbrengstverrekening cggz-instellingen en enkele andere opbrengstverrekening aangelegenheden.
1.
Met uitzondering van artikel 7 treedt deze aanwijzing terstond in werking.
2.
Artikel 7 treedt in werking nadat het bij koninklijk besluit op 25 mei 2010 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangeboden voorstel van wet houdende wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten in verband met de aanvulling met instrumenten voor bekostiging tot wet is verheven en in werking is getreden.
Deze aanwijzing wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
De
Minister