Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Aanwijzing maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Achtergrond
Samenvatting
Opsporing
1. Status brom- en snorfietsen
2. Maximum constructiesnelheid
3. De bromfietsrollentestbank
4. Correctie maximumconstructiesnelheid
5. Ondergrens vervolging
6. Feiten Regeling voertuigen
a. Snelheidsbegrenzer
b. Overige overtredingen/gedragingen
7. Inbeslagneming
Vervolging
Uitgangspunt afdoening langs één traject bij cumulatie
Overgangsrecht
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.

Aanwijzing maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen

Aanwijzing maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen
Achtergrond
In 1997 is in het Voertuigreglement geïmplementeerd Richtlijn 95/01/EG 1 betreffende de door de constructie bepaalde maximumsnelheid, het maximumkoppel en het netto-maximumvermogen van twee- of driewielige motorvoertuigen.
De Regeling voertuigen (RV) 2 is per 1 mei 2009 in plaats van het Voertuigreglement getreden. In de RV is voor brom- en snorfietsen bepaald dat de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer mag bedragen dan de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h. Voor de meting van deze snelheid moet gebruik worden gemaakt van de daartoe bestemde en geijkte bromfietsrollentestbanken die de maximumconstructiesnelheid vaststellen.
Samenvatting
Deze aanwijzing bevat regels voor het opsporings- en vervolgingsbeleid ten aanzien van de bepalingen betreffende de door de constructie bepaalde maximumsnelheid voor brom- en snorfietsen.
1. Status brom- en snorfietsen
In de definitie van bromfietsen, die is opgenomen in artikel 1.1 van de RV, wordt bepaald dat een voertuig in ieder geval als bromfiets kan worden aangemerkt als dat voertuig volgens het afgegeven kentekenbewijs als bromfiets wordt aangeduid. De vermelding van de status van het voertuig op het kentekenbewijs is daarom bepalend of het voertuig als bromfiets moet worden beschouwd. Het is dus niet noodzakelijk om bij gekentekende brom- en snorfietsen een (technisch) onderzoek naar de status van het voertuig in te stellen.
Ook is sinds de invoering van de kentekenplicht de typegoedkeuringseis als permanente eis vervallen. In plaats daarvan geldt vanaf 1 januari 2007 voor alle bromfietsen de verplichting dat het voertuig in overeenstemming moet zijn met de op het kentekenbewijs en in het kentekenregister opgenomen gegevens.
2. Maximum constructiesnelheid
Op grond van artikel 5.6.8 lid 1 RV moeten bromfietsen (daar worden snorfietsen onder begrepen) bij voortduring blijven voldoen aan de maximumconstructiesnelheid die vermeld is op het kentekenbewijs of in het kentekenregister, vermeerderd met 5 km/h. De wetgever heeft gekozen voor een marge van 5 km/h, onafhankelijk van de toegestane maximumconstructiesnelheid. Hiermee wordt voorkomen dat tegen bestuurders van bromfietsen die geheel conform de eisen zijn toegelaten toch tijdens een controle op de naleving van de permanente eisen verbaliserend wordt opgetreden.
Wordt de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h, overschreden, dan is dat een indicatie dat de brom- of snorfiets is opgevoerd.
3. De bromfietsrollentestbank
Controle van brom- en snorfietsen op de maximumconstructiesnelheid vindt plaats met behulp van een bromfietsrollentestbank die gecertificeerd is conform hoofdstuk 8, paragraaf 10 RV gecertificeerde. De meting moet uitgevoerd worden in overeenstemming met de bij de bromfietsrollentestbank behorende handleiding. Door bestuurders van brom- en snorfietsen ter plaatse te bekeuren, worden ze aangespoord hun voertuig te laten voldoen aan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid. Bovendien bestaat de kans dat ze binnen korte tijd opnieuw gecontroleerd worden. Vanwege de grote pakkans is het niet noodzakelijk om de brom- of snorfiets in beslag te nemen als niet is voldaan aan de eisen ten aanzien van de maximumconstructiesnelheid. De voor inbeslagneming geldende voorwaarden staan vermeld in paragraaf 6.
4. Correctie maximumconstructiesnelheid
Op grond van artikel 8.4.92 van de RV bedraagt de maximale fout 5 km/h bij een gemeten maximumconstructiesnelheid tot en met 50 km/h. Bij hogere gemeten snelheden bedraagt deze fout 10 procent. De gemeten maximumconstructiesnelheid moet dus met een van deze waarden worden gecorrigeerd.
De vermelde maximale fout is uitgewerkt in onderstaande tabel. De foutcorrectie van 10 procent is in deze tabel op hele km/h naar boven afgerond. De correctie met de maximale fout moet conform deze tabel gebeuren. In de tabel zijn overschrijdingen van de maximumconstructiesnelheid gekoppeld aan de in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen opgenomen feitcodes.
Na het uitvoerig testen van de twee merken bromfietsrollentestbanken Sneep en Dynostar, die bij de politie in gebruik zijn, is geconstateerd dat met de door Sneep Industries BV geproduceerde bromfietsrollentestbanken over het gehele meetbereik een hoger meetresultaat werd verkregen dan met de door Dynostar BV geproduceerde bromfietsrollentestbanken. Dit verschil liep op tot maximaal 6 km/h. Deze onderlinge afwijking is vanwege de grootte van de maximale fout wettelijk toegestaan en beide merken banken zijn daarom door het Nederlands Meetinstituut (NMi) gecertificeerd. Om ongelijkheid in de strafvervolging te voorkomen, moeten echter de resultaten van de metingen die met de Sneep bromfietsrollentestbanken zijn verricht, voor de correctie met de maximale fout conform onderstaande tabel, met 6 km/h gecorrigeerd worden. 3
5. Ondergrens vervolging
Om te voorkomen dat de gemeten maximumconstructiesnelheid na aftrek van de meetcorrectie te dicht bij de toegestane maximum constructiesnelheid vermeerderd met 5 km/h ligt, wordt pas opgetreden als bij meting op een bromfietsrollentestbank blijkt dat de gecorrigeerde toegestane maximum constructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h, met 4 km/h of meer wordt overschreden. 4
a. Snelheidsbegrenzer
In artikel 5.6.8 lid 2 RV wordt bepaald dat bromfietsen geen voorziening mogen hebben die het kennelijke doel heeft om de controle op de maximumconstructiesnelheid te beïnvloeden.
Als bij controle blijkt dat een bromfiets een dergelijke ‘snelheidsbegrenzer’ heeft, dan moet deze begrenzer in beslag worden genomen. Als demontage van de snelheidsbegrenzer binnen 24 uur kan plaatsvinden, kan de inbeslagneming worden beperkt tot dit onderdeel. Is demontage niet mogelijk binnen deze termijn, dan verdient het de voorkeur om het gehele voertuig in beslag te nemen in belang van het onderzoek. (Zie verder de Aanwijzing inbeslagneming bij verkeersdelicten ).
Na demontage van de snelheidsbegrenzer wordt de te behalen maximumconstructiesnelheid (opnieuw) gemeten. Als een overschrijding van de maximumconstructiesnelheid wordt geconstateerd, wordt naast het proces-verbaal voor overtreding van artikel 5.6.8 lid 2 RV ook een aankondiging van beschikking uitgereikt of proces-verbaal opgemaakt ter zake overschrijding van de maximumconstructiesnelheid. (Zie ook in paragraaf 6 en onder Vervolging).
b. Overige overtredingen/gedragingen
In de definitie van bromfietsen (zie paragraaf 1) is de vermelding van de status van het voertuig op het kentekenbewijs bepalend of het voertuig als bromfiets moet worden beschouwd. Aan de hand van de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde status is het mogelijk om voor de meeste gedragingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), een administratieve sanctie op te leggen, dan wel voor overtredingen een proces-verbaal op te maken.
7. Inbeslagneming
Als bij het meten van de snelheid met behulp van de bromfietsrollentestbank wordt geconstateerd dat niet bij voortduring wordt voldaan aan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid, vermeerderd met 5  km/h, kan tot inbeslagneming van het gehele voertuig, worden overgegaan als is voldaan aan de volgende voorwaarden (cumulatief):
1. De geconstateerde maximumconstructiesnelheid van het voertuig bedraagt meer dan de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h, terwijl de overschrijding van de maximumconstructiesnelheid onder het strafrecht valt.
2. De verdachte in kwestie heeft voor de derde keer binnen een tijdbestek van twee jaar een onder het strafrecht vallende overtreding begaan van artikel 5.6.8 RV.
Aan deze verdachte is (aan het door hem opgegeven adres) bij één van de twee voorafgaande overtredingen van artikel 5.6.8 RV een waarschuwingsbrief uitgereikt of toegezonden, waarin het in deze paragraaf geformuleerde beleid over inbeslagneming van brom- en snorfietsen wordt uitgelegd. Een afschrift van deze brief moet als bijlage bij het ter zake opgemaakte proces-verbaal worden gevoegd. Een voorbeeld van deze brief is als bijlage bijgevoegd.
Bij inbeslagneming moet een schatting van de waarde van het in beslag genomen voertuig op het beslagformulier worden vermeld. De officier van justitie moet over deze informatie beschikken als hij de rechter om een verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de brom- of snorfiets verzoekt. (Zie voor inbeslagname snelheidsbegrenzer paragraaf 5 onder a).
Uitgangspunt afdoening langs één traject bij cumulatie
Bij het controleren van brom- en snorfietsen kunnen meerdere gedragingen en overtredingen worden geconstateerd. Omdat voor de betrokkene/verdachte afdoening van één gebeurtenis langs zowel administratiefrechtelijke als strafrechtelijke weg tot grote onduidelijkheid kan leiden, moet afdoening langs één traject het uitgangspunt zijn. Om een ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis aan de betrokkene voor ten hoogste drie gedragingen een sanctie opgelegd. Als een gebeurtenis uit gedragingen en strafbare feiten bestaat, wordt tegen de betrokkene/verdachte voor ten hoogste drie feiten een sanctie opgelegd/proces-verbaal opgemaakt. In het proces-verbaal moet dan melding worden gemaakt van de opgelegde sanctie(s) en op de aankondiging van beschikking van het/de opgemaakte proces(sen)-verbaal. Van deze mogelijkheid dient slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik te worden gemaakt.
Invordering kentekenbewijs Op brom- en snorfietsen die zijn voorzien van een kenteken en die niet in beslag genomen zijn, is bij de invordering van het kentekenbewijs de zogenoemde ‘vier-wekenregeling’ van toepassing. Deze is gebaseerd op artikel 60 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 39 van het Kentekenreglement.
Invordering van deel Ia van het kentekenbewijs is bij constatering van overschrijding van de maximumconstructiesnelheid mogelijk onder de volgende voorwaarden:
Om het aantal invorderingen van deel Ia van het kentekenbewijs van brom- en snorfietsen te limiteren wordt het kentekenbewijs slechts ingevorderd als een onder het strafrecht vallende overtreding van de maximumconstructiesnelheid wordt geconstateerd.
Controle van de maximumconstructiesnelheid is met de bromfietsrollentestbank een eenvoudige zaak. Ter voorkoming van een overvloed aan door de RDW te keuren brom- en snorfietsen geldt voor brom- en snorfietsen dat het ingevorderde deel Ia van het kentekenbewijs pas naar de RDW kan worden opgestuurd als niet binnen de daarvoor geldende termijn van vier weken bij de politie wordt aangetoond dat het voertuig in overeenstemming is gebracht met de bij of krachtens de wet gestelde eisen.
Overgangsrecht
De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.
Feiten gepleegd op of na de datum van inwerkingtreding dienen op basis van deze aanwijzing te worden afgedaan.