Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Aanwijzing bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Achtergrond
1. Algemeen
2. Voetbalvandalisme en -geweld
3. Categorisering (risico)wedstrijden
Samenvatting
Pre-opsporing
1. Beleidsuitgangspunten
1.1. Ketenbenadering
1.2. Beleid OM
1.3. Hooligans in Beeld
2. De rol van het OM
2.1. Lokaal voetbalconvenant
2.2. Draaiboek ter gelegenheid van een voetbalwedstrijd
2.2.1. Algemene beleidsuitgangspunten
2.2.2. Meer specifieke beleidsuitgangspunten
2.2.3. Het justitiële vervolgtraject
Opsporing
1. Beleid OM
2. Strafbaarstelling voorbereidingen (openlijke) geweldpleging ( artikel 141a Wetboek van Strafrecht)
Vervolging
1. Beleid OM
2. Het strafrechtelijk stadionverbod als gedragsaanwijzing ( artikel 509hh Sv)
3. Strafrechtelijk stadionverbod als eis van het OM ter terechtzitting
4. Strafvorderingsrichtlijnen
5. Belediging van groep mensen ( artikel 137c Sr)
6. Overtreding civielrechtelijk stadionverbod
7. Bejegening stewards, beveiligingspersoneel, officials en politie
Informatieverstrekking
1. Registratie door het CIV
2. Civielrechtelijke uitsluiting door de KNVB; informatieverstrekking door OM
2.1. Inleiding
2.2. Wie verstrekt, in welke gevallen en op welke wijze
2.3. Aard van de gegevens
2.4. Beschrijving personenkring
2.5. Aan wie wordt verstrekt?
2.6. Doelomschrijving
2.7. Aansprakelijkheid
2.8. Civielrechtelijke uitsluiting en/of geldboete
2.9. Beheer
2.10. Verwijdering
2.11. Vernietiging
2.12. Toegang
2.13. Verstrekking
2.14. Inzage
2.15. Duur van de regeling inzake strafrechtelijke informatieverstrekking aan de KNVB
Strafvordering
Overgangsrecht
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 december 2015. U leest nu de tekst die gold op 30 november 2015.

Aanwijzing bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld

Aanwijzing bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld
1. Algemeen
Op 1 september 2010 is van kracht geworden de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO); deze wet biedt aan burgemeester en officier van justitie nieuwe bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten om op te treden tegen ordeverstoringen, ook rond wedstrijden in het betaald voetbal. In deze aanwijzing wordt de praktische toepassing van de nieuwe bevoegdheden toegelicht en geplaatst naast de reeds bestaande wijze waarop de rol van het Openbaar Ministerie (OM) adequaat kan worden ingevuld.
Voorts sluit de aanwijzing aan bij het beleidskader van de interdisciplinaire stuurgroep bestrijding voetbalvandalisme en -geweld, thans regiegroep bestrijding voetbalvandalisme. Deze heeft in 1997 een beleidskader vastgesteld dat in 2005, 2010 en 2011 is geactualiseerd. Ook heeft de stuurgroep het auditteam voetbalvandalisme ingesteld. Het beleidskader stelt de ketenbenadering tussen alle partners bij preventie en aanpak van voetbalvandalisme voorop. Taken en verantwoordelijkheden van betrokken partijen, alsmede gezamenlijke en individuele beleidsdoelstellingen en tolerantiegrenzen zijn geformuleerd en aan de actualiteit aangepast. Resultaat hiervan is een goed functionerende ketensamenwerking; het aantal incidenten is de afgelopen jaren verminderd, evenals de inzet van de politie in de stadions. De aandacht voor incidenten en mogelijke incidenten is echter onverminderd groot.
2. Voetbalvandalisme en -geweld
Voetbalvandalisme en -geweld zijn geen juridisch gedefinieerde begrippen en zijn ook niet als delict in het Wetboek van Strafrecht te vinden. Teneinde deze begrippen te kunnen duiden moet dan ook gebruik worden gemaakt van een definitie. Het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) hanteert de volgende definitie van ‘voetbalvandalisme’: ‘Gedragingen van personen alleen of in groepsverband in relatie tot het voetbal, die te maken hebben met verstoring van de openbare orde/veiligheid en/of het plegen van strafbare feiten’. Gegeven de centrale positie en de coördinerende rol van het CIV bij het verzamelen en de analyse van feiten en gegevens over voetbalvandalisme en -geweld is het logisch en wenselijk dat alle bij de bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld betrokken personen en instanties deze definitie gebruiken. Enige factoren die een rol spelen bij de afweging of een incident tot voetbalvandalisme gerekend kan worden, komen in paragraaf 2.2 van het hoofdstuk informatieverstrekking aan de orde.
3. Categorisering (risico)wedstrijden
Met ingang van het seizoen 2003–2004 worden wedstrijden ingedeeld in:
A-categorie wedstrijd met een laag risico
B-categorie wedstrijd met een midden risico
C-categorie wedstrijd met een hoog risico

Of een wedstrijd als categorie A-, B- of C-wedstrijd moet worden aangemerkt, kan onder meer bepaald worden aan de hand van de in het beleidskader opgenomen risicofactoren. Het bepalen van de categorie van een wedstrijd zal aan de orde moeten komen in de lokale driehoek. De uiteindelijke beslissing ligt het meest in de verantwoordelijkheidssfeer van de burgemeester. Aan de indeling van een wedstrijd in een categorie worden de door de ketenpartners te nemen (preventieve) maatregelen verbonden.
Voor het OM zijn de minimale inspanningen per categorie in het hernieuwde beleidskader omschreven, waarvan de belangrijkste in deze aanwijzing zijn uitgewerkt.
Samenvatting
Deze aanwijzing stelt regels omtrent de (pre)opsporing, de vervolging van voetbalvandalisme en de daarop betrekking hebbende informatieverstrekking aan de KNVB.
De aanwijzing geeft een nadere uitwerking van de rol van het OM, zoals deze is neergelegd in het Beleidskader voetbalvandalisme en voetbalgeweld 2010.
1.1. Ketenbenadering
Rondom het fenomeen voetbalvandalisme en -geweld zijn vele personen en instanties actief. Een adequate aanpak van voetbalvandalisme kan alleen slagen als de handen ineen worden geslagen. Betrouwbaarheid en ‘van elkaar op aan kunnen’ zijn hierbij de sleutelwoorden. Uitgangspunt bij de aanpak is dan ook de zogenaamde ketenbenadering, waarbij alle betrokkenen vanuit hun eigen verantwoordelijkheden en taken een bijdrage aan een adequaat antwoord op voetbalvandalisme leveren. Waar het gaat om de orde en veiligheid rondom voetbalwedstrijden in en rondom het stadion berust die eigen verantwoordelijkheid in eerste instantie bij de organisatoren van de wedstrijden. Onder ‘In en rondom het stadion’ wordt normaliter verstaan de ruimte binnen de hekken van de accommodatie, die als privaatterrein van de Betaald Voetbalorganisatie (BVO) moet worden beschouwd. Op lokaal niveau kunnen hierover in een convenant aanvullende afspraken gemaakt worden. Een instrument dat ten behoeve van de veiligheid door de BVO’s, stadionbeheerders en de KNVB kan worden gebruikt is het opleggen van een civielrechtelijk stadionverbod en/of een civielrechtelijke boete aan de voetbalvandalen. Een belangrijke taak heeft de KNVB ook met betrekking tot het zelf nemen van preventieve maatregelen en tot het stimuleren van de BVO’s om preventieve maatregelen te nemen. Het optreden van de politie en het OM is, naast het actief verstrekken van informatie in geval sprake is van voetbalvandalisme, aanvullend en ligt in het verlengde van de door de KNVB en de BVO’s te nemen preventieve maatregelen.
1.2. Beleid OM
Het OM is verantwoordelijk voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Veelal gaat het bij voetbalvandalisme om (dreiging van) geweld tegen personen. Overigens neemt dit af op wedstrijddagen in of rond de stadions, maar wordt op andere plaatsen en tijden de confrontatie met rivaliserende hooligans of de politie gezocht. De justitiële reactie is daarop toegesneden, hetgeen betekent dat er een hoge prioriteit wordt gegeven aan de opsporing van de daders van dergelijke delicten. Concreet betekent dit dat het OM zich duidelijk zal moeten profileren in de fase waarin ter voorbereiding op een wedstrijd de beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen worden geformuleerd. De hoofdofficier van justitie heeft daarbij een duidelijke rol en moet er zorg voor dragen dat het draaiboek, dat de burgemeester in overleg met de (hoofd)officier van justitie en de korpschef opstelt, voor iedere wedstrijd voldoet aan de eisen en prioriteiten van het OM, waaronder begrepen voldoende opsporingscapaciteit, zowel tijdens als na de wedstrijd. Ook bij dreiging van geweld buiten wedstrijdverband om streeft het OM naar opsporing en vervolging en stemt dit in de driehoek af met de toepassing van bestuurlijke bevoegdheden.
1.3. Hooligans in Beeld
Een effectieve aanpak van geweld door hooligans is alleen mogelijk als de politie over een goede informatiepositie beschikt en goede persoonsgerichte dossiervorming plaatsvindt. Deze aspecten zijn tevens van wezenlijk belang bij de handhaving van de strafbaarstelling van voorbereiding van geweld ( artikel 141a Wetboek van Strafrecht) en het opleggen van mogelijke gedragsaanwijzingen ( artikel 509hh Wetboek van Strafvordering). Het project ‘Hooligans in beeld’ van de politie is gericht op het verkrijgen van een informatiepositie en goede dossiervorming. De politie stelt een limitatieve lijst met hooligans samen die voor de meeste problemen zorgen; deze lijst is het uitgangspunt voor een persoonsgerichte aanpak, waarbij multidisciplinair tot passende preventieve en repressieve, bestuurlijke en strafrechtelijke interventies wordt gekomen. Het samenstellen van deze lijst is lokaal maatwerk en daarom worden lokaal criteria geformuleerd op basis waarvan personen op de lijst terecht kunnen komen. Het OM (en de gemeente) zal daartoe conform de aanpak van veelplegers in de veiligheidshuizen de dossiers van hooligans aanvullen met relevante informatie van justitiële en gemeentelijke partners en casusoverleg voeren.
Het instellen van projectmatig opsporingsonderzoek maakt nadrukkelijk onderdeel uit van de set van interventies die kan worden toegepast om personen uit de toplijst aan te pakken 1 . Het OM ziet er op toe dat de politie ‘Hooligans in beeld’ uitvoert en committeert zich aan een persoonsgerichte aanpak van de hooligans op de toplijst.
2.1. Lokaal voetbalconvenant
Bij de bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld zijn preventieve maatregelen van groot belang. Als één van de deelnemers in de lokale driehoek is een duidelijke taak weggelegd voor de hoofdofficier van justitie. In het lokale driehoeksoverleg worden voor een bepaalde periode in samenspraak met de betrokken BVO en in overeenstemming met het Beleidskader bestrijding voetbalvandalisme en voetbalgeweld 2010 en het ‘Modelconvenant betaald voetbal’, zoveel mogelijk heldere afspraken over de beleidsuitgangspunten en de tolerantiegrenzen in een lokaal voetbalconvenant vastgelegd.
De hoofdofficier zorgt ervoor dat de justitiële beleidsuitgangspunten en de daaruit voortvloeiende tolerantiegrenzen met betrekking tot spreekkoren, (overtreding van) het civielrechtelijke stadionverbod en de bejegening van stewards, beveiligingspersoneel, officials en de politie en het justitieel vervolgingstraject in een lokaal voetbalconvenant worden neergelegd.
Aanbevolen wordt om ten minste eenmaal per voetbalseizoen dit convenant met de lokaal betrokken partijen te evalueren en te beoordelen of de genomen maatregelen nog voldoende zijn. Met name dienen daarbij de volgende aandachtspunten aan de orde te komen:
het minimumaantal verplichte stewards in dienst van de BVO en de beschikking van de BVO over de vereiste vergunningen in verband met de eisen van de Wet op de weerkorpsen c.q. de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in geval de stewards naast begeleiding ook beveiligingswerkzaamheden uitvoeren die onder deze wetten vallen;
het vaststellen c.q. bijstellen van de inspanningsverplichting van de BVO in relatie tot de minimumeisen van de KNVB;
de stand van zaken met betrekking tot de implementatie van het geldende beleidskader. Hierbij verdienen de in het beleidskader neergelegde beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen met betrekking tot spreekkoren, (overtreding van) het civielrechtelijke stadionverbod en de bejegening van stewards, beveiligingspersoneel, officials en de politie de bijzondere aandacht;
de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het door de BVO opgestelde supportersbeleidsplan en veiligheidsplan;
de naleving door de BVO van de veiligheidsvoorschriften van de KNVB (bijvoorbeeld alcohol, fouillering);
de mate waarin door de BVO en eventueel de stadionbeheerder gebruik wordt gemaakt van hun bevoegdheid over te gaan tot civielrechtelijke uitsluiting. Deze mogelijkheid leent zich in het bijzonder voor vormen van wangedrag waarbij strafrechtelijk ingrijpen niet aangewezen is;
de stand van zaken met betrekking tot een adequate toegangscontrole bij het stadion ter handhaving van de civielrechtelijke uitsluitingen (stadionverboden);
de stand van zaken met betrekking tot de uniformiteit van de onderscheiden lokale convenanten wat betreft de beleidsuitgangspunten en de tolerantiegrenzen;
het justitieel vervolgtraject.
2.2. Draaiboek ter gelegenheid van een voetbalwedstrijd
Zoals hierboven reeds aangegeven, wordt aan het begin van het voetbalseizoen in de lokale driehoek ingeschat in welke categorie de te spelen voetbalwedstrijden vallen. Voorafgaand aan elke wedstrijd bekijkt de driehoek of er aanleiding is om de categorie bij te stellen. Het CIV kan hiertoe de noodzakelijke informatie verschaffen.
Het bij die categorie behorende draaiboek is uitgangspunt. Indien noodzakelijk kunnen aanvullende, op de situatie toegespitste afspraken worden gemaakt.
2.2.1. Algemene beleidsuitgangspunten
De hoofdofficier van justitie formuleert bij de besluitvorming in de lokale driehoek de naar zijn mening gewenste justitiële beleidsuitgangspunten en daaruit voortvloeiende strafrechtelijke tolerantiegrenzen, met het daarbij behorende justitieel vervolgtraject.
De hoofdofficier van justitie verstrekt de driehoek een adequaat en volledig overzicht van de strafrechtelijke handvatten voor het politieoptreden.
De hoofdofficier draagt in de politieregio zorg voor eenduidige strafrechtelijke tolerantiegrenzen.
Het beleid is er op gericht de wedstrijd ongestoord doorgang te laten vinden, waarbij het nemen van preventieve en proactieve maatregelen nadrukkelijk aan de orde moet komen.
Alle maatregelen zijn er op gericht de openbare orde en rechtsorde rond de wedstrijd op aanvaardbare wijze te handhaven.
Meer specifiek wordt het noodzakelijke politieoptreden gekenmerkt door een zorgvuldige afweging van de mate van inbreuk op de openbare orde c.q. rechtsorde en de gevolgen van het politieoptreden op die inbreuk.
Het politieoptreden is mede gericht op het voorkomen en beteugelen van ongeregeldheden, onder meer door confrontaties tussen supportersgroepen te voorkomen.
Bij het zich voordoen van ongeregeldheden is het beleid er op gericht zoveel mogelijk aanhoudingen te verrichten, in het bijzonder van zogenaamde hardekernsupporters.
Bij het verrichten van aanhoudingen wordt de ernst van de overtreding afgewogen tegen de gevolgen voor de verdere handhaving van de openbare orde.
Het politieoptreden is gericht op het inwinnen van informatie over potentiële daders en -dadergroepen.
Samenwerking en afstemming met andere betrokkenen wordt gezocht.
Er vindt afstemming plaats met de gemeente over mogelijke toepassing van de artikelen 154a, 172a, 175, 176 en 176a Gemeentewet in geval van (dreiging van) (grootschalige) ordeverstoringen en andere bestuursrechtelijke maatregelen.
De politie stelt een draaiboek op, waarin is opgenomen een plan voor de afhandeling van met name grote groepen arrestanten (zoals bijvoorbeeld het arrestantenvervoer), het opmaken van proces-verbaal en de tolerantiegrenzen.
Er wordt gezorgd voor de aanwezigheid van goede en voldoende videoapparatuur.
Het OM ziet erop toe dat er afspraken gemaakt worden tussen de betrokken ketenpartners over (de bevoegdheid tot) gebruik en uitwisseling van beeldmateriaal bij identificatie, opsporing en vervolging van supporters die huisregels overtreden of strafbare feiten begaan. Met camera’s gemaakte beelden van supporters die vernielingen hebben aangericht moeten zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen twee maanden gebruikt worden voor het aanpakken van deze supporters.
Er wordt zorg gedragen voor de inzet van aanhoudingseenheden.
Bij een risicowedstrijd neemt de politie contact op met het CIV en met de politie in de plaats van herkomst van de bezoekende supporters.
Er wordt zorg gedragen voor de beschikbaarheid van recherchecapaciteit voor opsporingsonderzoek na de wedstrijd.
2.2.3. Het justitiële vervolgtraject
De hoofdofficier draagt er zorg voor dat bij de bespreking in de lokale driehoek aandacht wordt besteed aan het justitiële vervolgtraject in geval van categorie B en C wedstrijden. Hierbij wordt de justitiële politiecapaciteit besproken in verband met de afhandeling van geconstateerde strafbare feiten, zowel met betrekking tot de arrestaties rondom de wedstrijd als de afhandeling van aangiften, dan wel ambtshalve geconstateerde strafbare feiten.
De hoofdofficier draagt zorg voor een lokale voetbalsnelrechtprocedure voor de afhandeling van voetbalvandalisme. Uitgangspunt daarbij is waar mogelijk (super)snelrecht met voorlopige hechtenis toe te passen en in andere gevallen 2 voetbalvandalen bij heenzending door de politie een transactie of dagvaarding uit te reiken.
Het OM zal tevens waar juridisch mogelijk op grond van artikel 509hh Sv bij voorgeleiding of heenzending met dagvaarding, dan wel zo spoedig mogelijk daarna, de verdachten een stadionverbod met meldingsplicht opleggen en uitreiken.
In geval van categorie B-wedstrijden is de voetbalofficier van justitie op afroep beschikbaar voor ad hoc driehoeksoverleg en voor het toepassen van de lokale voetbalsnelrechtprocedure. Bij een categorie C-wedstrijd is de voetbalofficier van justitie in het beleidscentrum/stadion/op de plaats van de arrestantenafhandeling aanwezig.
1. Beleid OM
Het OM stelt voor de opsporingsfase lage strafrechtelijke tolerantiegrenzen. Optreden op basis van de Wet op de identificatieplicht (WID) en APV-bepalingen (betreffende de openbare orde) kent een grote beleidsvrijheid (selectief optreden tegen dreigend gevaar van vandalisme en geweld) en niet elke vorm van milde verbale agressie (belediging) hoeft uit te monden in politieoptreden. Voor het overige (onder meer alle vormen van fysiek geweld, tegenwerking van politie en veiligheidsdiensten, bedreiging, discriminerend gedrag, vuurwerk- en wapendelicten, alsmede ernstige vormen van verbale agressie) mag vrijwel niets getolereerd worden. Slechts op grond van bijzondere omstandigheden ter plaatse, bijvoorbeeld indien van optreden een ernstig nadelig effect voor de verdere handhaving van de openbare orde mag worden verwacht, kan van optreden worden afgezien. Zo mogelijk moet na de wedstrijd recherchecapaciteit worden vrijgemaakt om niet-aangehouden voetbalvandalen alsnog op te sporen en aan te houden. Vanzelfsprekend geldt dit met name voor de ernstige vormen van geweld en discriminatie. Uitgangspunt is dat iedereen die een strafbaar feit pleegt, waarbij de tolerantiegrenzen worden overschreden, zo mogelijk onmiddellijk wordt aangehouden. Hierdoor wordt de anonimiteit doorbroken en kan escalatie van het groepsoptreden worden tegengegaan. De afweging of aanhoudingen met het oog op het handhaven van de openbare orde verantwoord zijn, wordt in de meeste gevallen door de algemeen commandant van de politie gemaakt.
Op cruciale momenten maken de hoofdofficier van justitie en de burgemeester deze afweging en laten zij zich door de politie adviseren over de operationele mogelijkheden.
Naarmate het risico groter is, worden meer inspanningen van de voetbalofficier van justitie verlangd.
In geval van categorie A-wedstrijden is de voetbalofficier van justitie telefonisch bereikbaar voor advies en spoedoverleg.
In geval van categorie B-wedstrijden is de voetbalofficier van justitie op afroep beschikbaar voor ad hoc driehoeksoverleg en is de voetbalofficier van justitie op afroep beschikbaar voor het toepassen van de lokale voetbalsnelrechtprocedures.
In geval van categorie C-wedstrijden is de voetbalofficier van justitie in het beleidscentrum/stadion/op de plaats van de arrestantenafhandeling en past het OM altijd de lokale voetbalsnelrechtprocedure toe. Indien qua prioriteit en qua capaciteit mogelijk, past het OM voetbal snelrecht toe met een (sterk) verkorte doorlooptijd tot aan de terechtzitting.
artikel 141a Wetboek van Strafrecht) van Aanwijzing bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld">
2. Strafbaarstelling voorbereidingen (openlijke) geweldpleging ( artikel 141a Wetboek van Strafrecht)
Per 1 september 2010 is door middel van de Wet MBVEO in artikel 141a Sr strafbaar gesteld het opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van geweld tegen personen of goederen. Met deze strafbaarstelling wordt opsporing van dergelijke gedragingen, bijvoorbeeld in de vorm van afspraken die hooligans via sms-berichten, internetcontacten, telefoongesprekken en andere methoden van communicatie-uitwisseling van tevoren maken die o.a. openlijke geweldpleging kunnen bevorderen en een groot gevolg kunnen hebben voor de veiligheid van personen en goederen, in een vroeg stadium mogelijk gemaakt.
Politie en OM kunnen dan op basis van een verdenking van deze gedragingen tot opsporing overgaan. Zij hoeven geen informatie te hebben over fysieke voorbereidingshandelingen, zoals het voorhanden hebben van voorwerpen die zijn bestemd tot het begaan van geweldsmisdrijven. Door wijziging van artikel 67 Sv is bovendien voorlopige hechtenis mogelijk.
In toenemende mate komt er bij politie en OM informatie binnen dat hooligans met elkaar de confrontatie zoeken buiten de voetbalstadions. De nieuwe strafbaarstelling in artikel 141a Sr biedt een passend juridisch instrument. Dergelijke informatie kan voor het OM en de politie aanleiding vormen tot het verrichten van een opsporingsonderzoek. Daarbij kunnen bijzondere opsporingsbevoegdheden zoals het opnemen van telecommunicatie of stelselmatige observatie worden toegepast.
Om de handhaving van dit wetsartikel effectief te laten zijn, is het van belang om een goede informatiepositie in hooligangroeperingen te hebben. De regionale inlichtingendienst (RID) heeft tot taak informatie in te winnen in het kader van de openbare orde; de informatie-inwinning op het gebied van voetbalvandalisme is binnen de politie dan ook daar belegd. De informatie van de RID over voorbereiding van mogelijk geweld kan na verstrekking daarvan door middel van een proces verbaal aan tactische politiecollega’s het startpunt vormen van een opsporingsonderzoek. De informatie over hooligans in ‘Hooligans in beeld’ kan de binnengekomen RID-informatie ondersteunen. Het OM streeft ernaar om met de politie, voor zover juridisch en praktisch mogelijk, een opsporingsonderzoek naar voorbereidingen van openlijke geweldpleging te starten.
De strafbaarstelling van voorbereiding van geweld laat onverlet de mogelijkheid om bij dreigende confrontaties preventief in te grijpen, al dan niet met gebruikmaking van de bestaande noodbevoegdheden van de burgemeester. De Wet MBVEO ( artikel 172a Gemeentewet) biedt de burgemeester van de plaats waar de confrontatie zou moeten plaatsvinden voorts de mogelijkheid tot het opleggen van preventieve gebiedsverboden aan bekende hooligans die van elders zouden aanreizen voor de confrontatie; dit gebiedsverbod kan worden gecombineerd met een meldingsplicht van die hooligans in de gemeente van vertrek (het zogenoemde ‘reisverbod’).
Afstemming in de driehoek over toepassing van deze bestuurlijke instrumenten en opsporing op grond van artikel 141a Sr is gewenst.
1. Beleid OM
Voor de fase van vervolging geldt als uitgangspunt dat het OM bij B- en C-wedstrijden en tevoren bekend geworden confrontaties in geval van (dreiging van) geweld tegen personen en geweld tegen goederen waar juridisch mogelijk (super)snelrecht met voorlopige hechtenis toepast; dan wel aan voetbalvandalen bij heenzending een transactie of dagvaarding uitreikt. Indien personen die voorkomen op de lijst van Hooligans in beeld voor een voetbalgerelateerd feit worden aangehouden, zullen zij, als dit wettelijk mogelijk is, worden voorgeleid voor de rechter-commissaris.
In beginsel dienen alle opgespoorde feiten, indien bewijsbaar, uit te monden in een strafrechtelijke sanctie.
De hoofdofficier draagt er zorg voor dat zijn organisatie alle zaken, voor zover deze niet reeds met supersnelrecht of het aanhouden en uitreiken van een dagvaarding of transactie zijn afgedaan, binnen twee maanden na binnenkomst op het parket heeft beoordeeld. Het ontbreken van een strafrechtelijke interventie na een optreden van de politie is voor de voetbalvandaal en zijn achterban een verkeerd signaal. Voor een beleidssepot is weinig ruimte. Slechts indien het feit in vergelijking met andere maatregelen (forse schadevergoeding, stadionverbod) zo gering is, dat een strafrechtelijke sanctie onredelijk zwaar is, kan een voorwaardelijk beleidssepot of een schriftelijk beleidssepot met waarschuwing worden overwogen. Bedacht moet worden dat het ontbreken van een strafrechtelijke reactie de kans vergroot dat een civielrechtelijke actie (stadionverbod en geldboete) door BVO of KNVB zal blokkeren.
Het OM vervolgt de voetbalvandalen in beginsel in het arrondissement van de pleegplaats van het strafbare feit. De redenen hiervoor zijn dat het lokale OM een betere kennis heeft van de lokale situatie, alsmede dat eventuele aanvullende opsporingsactiviteiten en snelheid vragen om de inspanning van het lokale OM. Daarom geldt deze regel ook voor strafrechtelijke minderjarigen in misdrijfzaken, tenzij het belang van de minderjarige zich hiertegen verzet. Het lokale OM kan op dit punt overleg plegen met het OM in welk arrondissement de woonplaats van de minderjarige is gelegen. Overtredingen door minderjarigen gepleegd, worden in beginsel vervolgd in het arrondissement van de pleegplaats. Een woonplaats of een openstaande strafzaak elders is dan ook geen reden om de voetbalstrafzaak over te dragen.
De voetbalofficier van justitie van de pleegplaats is verantwoordelijk voor de melding aan de KNVB.
artikel 509hh Sv) van Aanwijzing bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld">
2. Het strafrechtelijk stadionverbod als gedragsaanwijzing ( artikel 509hh Sv)
De Wet MBVEO geeft de officier van justitie de bevoegdheid tot het opleggen van een gedragsaanwijzing. Een van de mogelijkheden is het opleggen van een gebiedsverbod in de vorm van een strafrechtelijk stadionverbod, waaraan een meldingsplicht kan worden gekoppeld. Vereisten zijn dat er ernstige bezwaren bestaan tegen een verdachte ter zake van een strafbaar feit waardoor de openbare orde ernstig is verstoord en waarbij grote vrees voor herhaling bestaat. Ook kan een gedragsaanwijzing worden gegeven ingeval van verdenking van een strafbaar feit in verband waarmee de vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens personen of goederen.
In de Memorie van Toelichting van de wet is vermeld dat de gedragsaanwijzing in de vorm van een stadionverbod met een eventuele meldplicht kan worden toegepast niet alleen bij geweldsfeiten, maar ook bij discriminatoir gedrag, zoals racistische spreekkoren. De gedragsaanwijzing strekt tot het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Ook bij het opleggen van dit stadionverbod is de informatie, opgenomen in een Hooligans in beeld-dossier over hooligans die de meeste overlast veroorzaken zeer relevant.
De gedragsaanwijzing loopt vooruit op de strafrechtelijke afdoening door de rechter; de wetgever heeft de mogelijkheid gecreëerd om een lik-op-stukreactie te geven. Het OM zal dan ook, waar juridisch mogelijk, meteen bij voorgeleiding bij de rechter-commissaris of heenzending van de verdachte met dagvaarding, dan wel zo spoedig mogelijk daarna, een stadionverbod met meldingsplicht opleggen en doen uitreiken. Voor het opleggen van een gedragsaanwijzing is een proces-verbaal van de politie noodzakelijk, waaruit de ernstige bezwaren blijken ter zake van een strafbaar feit waardoor de openbare orde ernstig is verstoord dan wel sprake is van ernstig belastend gedrag jegens personen of goederen. Ook het toepassen van deze maatregel vraagt om een afspraak met de politie over voldoende recherchecapaciteit ten behoeve van direct onderzoek, het maken van beeldopnamen ter ondersteuning van de opsporing en zo mogelijk het opstellen van een sfeerproces-verbaal.Termijnen
De gedragsaanwijzing geldt voor maximaal 90 dagen en kan driemaal worden verlengd met telkens maximaal 90 dagen. De aanwijzing eindigt in ieder geval bij een onherroepelijk vonnis. Daarnaast mag de rechter de duur en de inhoud van de gedragsaanwijzing wijzigen. Strafvervolging moet worden ingesteld binnen de eerste periode van 90 dagen. Het opleggen van het stadionverbod dient dan ook zoveel mogelijk tegelijkertijd met het uitreiken van de AU-/of snelrechtdagvaarding te geschieden.Samenloop gedragsaanwijzing en gebiedsverbod van de burgemeester in geval van ernstige openbare ordeverstoring door strafbare feiten
Om te voorkomen dat de burgemeester en de officier beiden eenzelfde maatregel opleggen, dan wel op elkaar wachten, is in de wet een samenloopregeling opgenomen. Hoofdregel hierbij is dat de burgemeester niet optreedt als de officier van justitie de verdachte een gedragsaanwijzing geeft in de vorm van een stadionverbod ( artikel 172 a lid 3 Gemeentewet).Meldingsplicht
OM en politie maken op lokaal niveau afspraken over de uitvoering van de meldingsplicht, onder meer door te bepalen waar de verdachte zich moet melden. Aangezien de gedragsaanwijzing onmiddellijk na bekendmaking aan de verdachte van kracht wordt, dient het OM het stationverbod met meldingsplicht meteen in het Voetbal Volg Systeem in te voeren. Indien de verdachten in andere arrondissementen woonachtig zijn, hebben de voetbalofficieren contact en worden tussen OM en politie in beide arrondissementen afspraken gemaakt over de uivoering van de meldingsplicht.
3. Strafrechtelijk stadionverbod als eis van het OM ter terechtzitting
In alle strafzaken waarin sprake is van ernstig voetbalgeweld of van een recidiverende voetbalvandaal, is het uitgangspunt dat het OM een onvoorwaardelijke gevangenisstraf eist. Mocht dit niet opportuun zijn, en een voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf overwogen worden, dan moet deze deels voorwaardelijk worden gevorderd met een strafrechtelijk stadionverbod als bijzondere voorwaarde.
Ter ondersteuning van de vordering aan de rechter tot het opleggen van een stadionverbod kan de invoering van de Wet MBVEO worden gehanteerd. De wetgever heeft, met inachtneming van het recht van bewegingsvrijheid en de jurisprudentie van het EHRM, bewust de inperking daarvan mede in de vorm van een stadionverbod in het leven geroepen.
Onder ernstig voetbalgeweld dient te worden verstaan strafbare feiten die een gevaar betekenen voor de veiligheid en/of gezondheid van (een) perso(o)n(en) en/of goederen. Ook in het geval er al een civielrechtelijk stadionverbod is opgelegd door de KNVB is het belangrijk dat het OM een strafrechtelijk stadionverbod vordert. Een civielrechtelijk stadionverbod is lastiger te handhaven en een strafrechtelijk stadionverbod is niet dubbelop, maar juist ondersteunend daaraan.
In geval van een strafrechtelijk stadionverbod is het uitgangspunt dit zoveel mogelijk te combineren met een meldingsplicht. De meldingsplicht houdt in dat iemand aan wie een stadionverbod is opgelegd zich op een politiebureau dient te melden op het moment dat de betreffende BVO speelt. In geval van recidiverende voetbalvandalen neemt de noodzaak van een meldingsplicht toe. Om dat te bewerkstelligen dienen OM en politie in elk arrondissement afspraken te maken om zo veel mogelijk inhoud te geven aan de meldingsplicht.
4. Strafvorderingsrichtlijnen
Ten tijde van het invoeren van de menukaart snelrecht voor de jaarwisseling 2008/2009 alsmede bij wijziging in 2009 en 2010 zijn de BOS/POLARIS-Strafvorderingsrichtlijnen ter zake van openlijke geweldpleging, gewelds- en andere strafbare feiten gepleegd ten tijde van een evenement, zoals rond voetbalwedstrijden, en geweldsmisdrijven gepleegd tegen personen met een publieke taak, aanzienlijk verhoogd.
Het toepassen van snelrecht met voorlopige hechtenis en het vorderen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is bij ernstig voetbalgeweld dan ook het uitgangspunt.
artikel 137c Sr) van Aanwijzing bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld">
5. Belediging van groep mensen ( artikel 137c Sr)
In het actuele beleidskader bestrijding voetbalvandalisme is een tolerantiegrens opgenomen met betrekking tot spreekkoren en spandoeken. De verantwoordelijkheid met betrekking tot de aanpak van spreekkoren ligt primair bij de BVO’s en de supportersverenigingen. De richtlijnen die hierop betrekking hebben, zijn opgenomen in het handboek Veiligheid van de KNVB. Deze regels bieden in eerste instantie voldoende basis om op te treden. Daarnaast heeft de burgemeester de mogelijkheid in geval van niet-naleving van gemaakte afspraken met betrekking tot spreekkoren geen vergunning af te geven voor een volgende wedstrijd. Nadat bovengenoemde actoren hun verantwoordelijkheden in deze genomen hebben, treedt het OM, indien mogelijk (qua prioriteit, qua capaciteit en qua bewijsbaarheid), strafrechtelijk op tegen deelnemers aan discriminerende spreekkoren. Geen strafrechtelijke vervolging vindt plaats in geval van kwetsende spreekkoren; het is aan de KNVB/BVO om hiertegen op te treden.
De strafrechtelijke vervolging is bedoeld om incidenteel de norm te bepalen en te bevestigen, en niet om massale spreekkoren aan te pakken. Immers, het Nederlandse strafrechtssysteem is gebaseerd op het principe dat bewijsmateriaal individualiseerbaar moet zijn. Het verdient aanbeveling om de aandacht met name te richten op de aanstichters van spreekkoren. 3
6. Overtreding civielrechtelijk stadionverbod
Bij overtreding van een civielrechtelijk stadionverbod wordt altijd aan de KNVB melding gedaan. Daarnaast wordt, waar mogelijk (bijvoorbeeld indien de overtreding plaatsvindt binnen het stadion wegens huisvredebreuk) strafrechtelijk vervolgd om tot uitdrukking te brengen dat dit als een ernstige overtreding wordt beschouwd. Bij een eerste overtreding zal het OM wel vervolgen, maar geen stadionverbod vorderen. In geval van een tweede overtreding of meer zal het OM wel een stadionverbod al dan niet met een meldingsplicht vorderen.
7. Bejegening stewards, beveiligingspersoneel, officials en politie
Ten aanzien van het bedreigen van stewards, beveiligingspersoneel, officials en politie geldt dat het strafrechtelijk optreden tegen deze daders juist (en alleen) een taak van de politie en het OM is. Benadrukt dient te worden dat strafrechtelijk optreden alleen mogelijk is, indien de bedreigingen worden gemeld. De melding moet concreet zijn. Het meest wenselijk is dat formeel aangifte van bedreiging wordt gedaan, zodat proces-verbaal kan worden opgemaakt.
1. Registratie door het CIV
Het is van belang te beschikken over een betrouwbare verzameling van gegevens met betrekking tot voetbalvandalisme en -geweld. Bij het CIV wordt alle relevante informatie, waaronder persoonsgegevens, met betrekking tot voetbalvandalisme en -geweld conform de geldende privacywetgeving, verzameld ten behoeve van politie en justitie. Het CIV verkrijgt zijn gegevens van de politie en van het OM. Het OM kan te allen tijde een beroep doen op het CIV om geïnformeerd te worden over de situatie van de lokale BVO of het stadion.
In de praktijk maakt de voetbalcoördinator bij de politie van elke wedstrijd een verslag dat hij naar het CIV stuurt. Hiervoor stelt het CIV standaardformulieren ter beschikking. In het verslag wordt onder meer melding gemaakt van de aanhoudingen die zijn verricht bij de betreffende wedstrijd. Uit praktische overwegingen krijgt de voetbalofficier van justitie toegang tot het Voetbal Volg Systeem (VVS) om over deze informatie te kunnen beschikken.
Onder vermelding van het parketnummer is het OM verantwoordelijk voor de melding aan het CIV van alle misdrijven en overtredingen die zijn gepleegd bij gelegenheid van een voetbalwedstrijd, voor zover daarvan proces-verbaal is opgemaakt. Voor de melding wordt gebruik gemaakt van het zogenaamde VVS. Indien het CIV de gegevens in het VVS heeft verwerkt, verstrekt het OM, middels het VVS, vervolgens zo spoedig mogelijk informatie over de vervolgingsbeslissing en de uitspraak van de rechter (voor zover van toepassing).
Omdat de parketten moeten zorgen voor een betrouwbaar overzicht van het aantal voetbalzaken en de stand en wijze van afdoening daarvan, zijn de parketten verplicht een adequate registratie te voeren, die het mogelijk maakt strafzaken te herleiden tot voetbalvandalisme en -geweld. Daartoe dient de maatschappelijke classificatie ‘voetbalvandalisme’ te worden ingevuld.
2.1. Inleiding
Sinds 1 september 2003 is de informatieverstrekking door het OM uit geautomatiseerde systemen en de onderliggende strafdossiers aan derden voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden gebaseerd op de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en de Aanwijzing verstrekking van strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden (Aanwijzing Wjsg).
In hoofdstuk IV, paragraaf 4, sub a, onder I en sub b, onder I van de Aanwijzing Wjsg wordt bepaald dat in het kader van het voorkomen en opsporen van strafbare feiten, dan wel het handhaven van de orde en veiligheid uit de registratie van het OM daarvoor benodigde persoonsgegevens over een individuele strafzaak kunnen worden verstrekt aan de KNVB en buitenlandse voetbalorganisaties ten behoeve van civielrechtelijke uitsluiting van het bijwonen van voetbalwedstrijden en de civielrechtelijke geldboete. Hieronder volgt de praktische uitwerking van de informatieverstrekking.
2.2. Wie verstrekt, in welke gevallen en op welke wijze
De voetbalofficier van justitie beslist of al dan niet informatie aan de KNVB wordt verstrekt. Uitgangspunt is dat het OM informatie verstrekt in geval sprake is van voetbalvandalisme. Dit betreft allereerst strafbare feiten, gepleegd in het stadion. De voetbalofficier van Justitie bepaalt de relatie tot het voetbal, indien een strafbaar feit gepleegd wordt buiten het stadion, aan de hand van de volgende factoren: schade aan het algemeen voetbalbelang (media en maatschappelijke verontwaardiging), plegen van strafbare feiten in groepsverband, identificatie als voetbalsupporters, ernst van het feit, tijdsfactor (voor of na voetbalwedstrijd/voetbalevenement) en afstand (van het stadion/evenenement).
De voetbalofficier van justitie dient (bij het plegen van een strafbaar feit buiten het stadion) deze factoren zorgvuldig te wegen.
De voetbalofficier van justitie verstrekt de informatie over deze factoren aan de KNVB. Het VVS biedt de ruimte om informatie hierover in te voeren (te weten als bijzonderheden). Indien zich een bijzondere omstandigheid voordoet moet er conform de Aanwijzing Wjsg afstemming plaatsvinden met de privacy helpdesk van het Parket-Generaal. Indien tot verstrekking wordt besloten, dan dient de voetbalofficier van justitie de informatie binnen twee weken na binnenkomst van het proces-verbaal op het arrondissementsparket aan de KNVB te verstrekken, opdat de effectiviteit van de civiele uitsluiting zo groot mogelijk is. Het OM ziet er op toe dat de opsporingsinstanties de benodigde processen-verbaal zo snel mogelijk en herkenbaar (als zijnde een strafzaak betreffende voetbalvandalisme) aan het parket doen toekomen. De hoofdofficier van justitie maakt met de opsporingsinstanties hierover afspraken en streeft naar een inzendtermijn van 80% binnen één maand na het eerste verhoor van de verdachte. In het actuele beleidskader voor voetbal en veiligheid is een aantal doorlooptijden in het hoofdstuk beleidsdoelstellingen, Openbaar Ministerie opgenomen.
2.3. Aard van de gegevens
De voetbalofficier van justitie verstrekt in voorkomende gevallen:
de naam, geboortedatum en -plaats, alsmede het adres van de verdachte;
de datum en plaats waarop resp. waar het strafbaar feit is gepleegd;
een beknopte omschrijving van de feitelijke gebeurtenis, waarbij de factoren die bepalen of er sprake is van voetbalgerelateerde feiten concreet dienen te worden omschreven. Dit is meer dan de wettelijke omschrijving;
de aard en omvang van de aangerichte schade/het letsel;
voor zover bekend: recidivegegevens (uittreksels uit de Justitiële Documentatie worden niet verstrekt);
een antwoord op de vraag of de verdachte het feit al dan niet bekend heeft;
gegevens over een eventueel reeds plaatsgehad hebbende strafrechtelijk afdoening;
indien van toepassing: of verdachte in het bezit was van een toegangsbewijs voor de wedstrijd.
NB Een afschrift van een uitspraak wordt door de voetbalofficier van justitie overlegd.
2.4. Beschrijving personenkring
De voetbalofficier van justitie is bevoegd de bovengenoemde informatie te verstrekken indien verdachte een civielrechtelijk stadionverbod heeft overtreden en/of in de strafzaak van:
een bekennende verdachte;
een verdachte/veroordeelde ten aanzien van wie in eerste aanleg een strafrechtelijke afdoening heeft plaatsgevonden in de vorm van een transactie of veroordeling;
een verdachte ten aanzien van wie de voetbalofficier van justitie van mening is over voldoende wettig en overtuigend bewijs te beschikken en ten aanzien van wie hij voornemens is een dagvaarding uit te brengen, een transactie aan te bieden of een beleidssepot toe te passen;
en voor zover het een verdenking/veroordeling betreft:
overtreding van de artikelen die betrekking hebben op misdrijven die gevaar mee kunnen brengen voor het leven of de gezondheid van personen, te weten de artikelen 289 Sr (moord), 287 Sr (doodslag), 300-304 Sr (zware) mishandeling), 141 Sr (openlijk geweld), 141a Sr (voorbereiding van geweld);
overtreding van de artikelen die betrekking hebben op misdrijven inhoudende het opzettelijk vernielen van en/of geweld plegen tegen goederen, te weten de artikelen 350 Sr (vernieling) en 141 Sr (openlijk geweld);
overtreding van de artikelen die betrekking hebben op misdrijven of overtredingen die gevaar kunnen meebrengen voor de openbare orde;
overtreding van discriminatiebepalingen; de artikelen 137c, 137d en 137e Sr;
overtreding van de artikelen 131 Sr (opruiing), 180 Sr (wederspannigheid), 184 Sr (niet voldoen aan bevel/vordering) 266/267 Sr (belediging), 285 Sr (bedreiging) en 461 Sr (verboden toegang onbevoegde);
overtreding van artikel 138 Sr (huis- en erfvredebreuk), voor zover het gaat om een voetbalstadion of een voetbalveld;
overtreding van een van de artikelen uit de Opiumwet ;
vuurwerkzaken (o.a. APV-overtredingen en milieu-wetgeving);
overtreding van APV-bepalingen ter zake van de openbare orde;
overtreding van artikel 447e Sr (identificatieplicht);
overtreding van enig artikel van de Wet Wapens en Munitie ;
en voor zover gepleegd:
bij gelegenheid van het bezoeken van voetbalwedstrijden, voorafgaande aan en na afloop van voetbalwedstrijden, alsmede
op andere momenten, een en ander voor zover er een relatie bestaat tussen het plegen enerzijds en de verbondenheid, affiniteit, identificatie of andere relatie met een voetbalclub dan wel een lokale of landelijke voetbalmanifestatie anderzijds.
Bij massale aanhoudingen (veelal ter zake van overtredingen) kan de beoordeling of de gerede verwachting bestaat dat er voldoende bewijs voorhanden is voor een veroordeling gecompliceerd zijn. In dergelijke zaken kan een beoordeling op basis van alle bewijsmiddelen de voorrang krijgen boven een melding aan de KNVB binnen de termijn van twee weken.
2.5. Aan wie wordt verstrekt?
De voetbalofficier van justitie verstrekt de strafrechtelijke informatie middels het VVS aan de KNVB.
2.6. Doelomschrijving
Het doel van het door het OM verstrekken van strafrechtelijke informatie aan de KNVB is om deze organisatie in staat te stellen de personen, op wie de informatie betrekking heeft gedurende een bepaalde periode van het bezoek aan stadions uit te sluiten, overeenkomstig de van toepassing zijnde artikelen uit de door de KNVB ter griffie van de arrondissementsrechtbank te Utrecht gedeponeerde standaardvoorwaarden en/of op basis van de door alle BVO’s afgegeven volmachten. Het tweede doel van het verstrekken van strafrechtelijke informatie aan de KNVB is om deze organisatie in staat te stellen, om personen, op wie de informatie betrekking heeft, een civiele geldboete op te leggen, overeenkomstig de van toepassing zijnde artikelen uit de KNVB standaardvoorwaarden. De KNVB mag de verstrekte gegevens voor geen enkel ander doel gebruiken.
2.7. Aansprakelijkheid
Voor misbruik of oneigenlijk gebruik van de verstrekte informatie aanvaardt de KNVB de volle aansprakelijkheid. Misbruik of oneigenlijk gebruik wordt gevolgd door onmiddellijke stopzetting van de informatieverstrekking.
2.8. Civielrechtelijke uitsluiting en/of geldboete
Indien de standaardvoorwaarden van de KNVB van toepassing zijn, is de KNVB gerechtigd om, (landelijke) stadionverboden op te leggen aan een ieder die volgens een melding van een club of het OM:
heeft gehandeld in strijd met de standaardvoorwaarden;
een strafbaar feit heeft begaan danwel ten aanzien van wie een vermoeden bestaat dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan voetbalgerelateerd wangedrag;
zich zodanig heeft gedragen dat daardoor het aanzien en/of het belang van het voetbal wordt geschaad, zulks onverminderd enige plicht tot schadevergoeding op grond van het civiele recht.
De KNVB kan daarnaast ook een civiele geldboete opleggen.
Als de verdachte/veroordeelde geen kaartje (meer) heeft kan het zijn dat er geen sprake is van een contractuele relatie. Heeft hij/zij (nog) wel een kaartje, maar wordt hij/zij aangehouden buiten het stadion, dan is het mogelijk dat de standaardvoorwaarden van de KNVB niet van toepassing zijn. Voor deze gevallen heeft de KNVB een tweede grondslag naast de standaardvoorwaarden om een stadionverbod op te leggen. Deze grondslag is gebaseerd op het huisrecht van de clubs. Dit huisrecht geeft clubs de mogelijkheid te bepalen wie wel en niet wordt binnengelaten in een stadion. Alle clubs hebben een volmacht ondertekend, waardoor de KNVB ook in het geval de standaardvoorwaarden niet van toepassing zijn, maar het wel gaat om voetbalgerelateerde feiten, toch een stadionverbod kan opleggen.
Een uitsluiting kan voor alle voetbalterreinen in Nederland gelden. Alleen op grond van zwaarwegende redenen of indien er geen sprake is van voetbalgerelateerd wangedrag kan de KNVB besluiten niet uit te sluiten. Indien de KNVB besluit om niet tot uitsluiting over te gaan, wordt dit te allen tijde aan de voetbalofficier van justitie onder opgave van de reden gemeld. De voetbalofficier van justitie kan desgewenst hierover in overleg treden met de KNVB. Indien de KNVB twijfelt of tot uitsluiting moet worden overgegaan, treedt de KNVB in overleg met de betrokken voetbalofficier van justitie. De door de KNVB toe te passen maatregel van civielrechtelijke uitsluiting geldt voor een periode die volgt uit de van toepassing zijnde richtlijn termijn stadionverbod. In geval van recidive, dat wil zeggen indien een persoon niet voor het eerst aan de KNVB wordt gemeld terzake voetbal gerelateerd wangedrag, kan de uitsluitingstermijn worden verdubbeld.
De KNVB stelt de termijn vast gedurende welke de uitsluiting zal gelden, maar kan daaromtrent het gevoelen van de betrokken voetbalofficier van justitie inwinnen. De KNVB stelt naast de betrokken voetbalofficier van justitie, het CIV en de club(s) waarvan de uitgeslotene supporter is (getuige diens clubkaart of andere informatie) op de hoogte van iedere getroffen uitsluitingsmaatregel. Het CIV op zijn beurt licht het/de regiokorps(en) in.
Indien de verdachte wordt vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging, dan wel de voetbalofficier van justitie alsnog besluit tot een technisch sepot, dan vernietigt de KNVB de verstrekte gegevens en trekt het deurwaardersexploit, waarbij betrokkene werd aangezegd gedurende een bepaalde periode van het bezoek aan voetbalstadions te zijn uitgesloten, onmiddellijk in. Intrekking van de uitsluiting is niet aan de orde indien er sprake is van een beleidssepot of indien de KNVB beschikt over niet door het OM verkregen informatie, die de uitsluiting zelfstandig kan dragen.
2.9. Beheer
De KNVB is met uitsluiting van anderen belast met het beheer van de door het OM verstrekte informatie. De KNVB stelt daartoe een gedragscode op. De KNVB verleent desgevraagd inzage in de gedragscode. De gedragscode regelt de instelling van een commissie stadionverboden.
2.10. Verwijdering
De KNVB verwijdert de verstrekte gegevens indien:
tot uitsluiting is overgegaan: twee jaar na afloop van de termijn gedurende welke de uitsluiting gold;
niet tot uitsluiting is overgegaan: onmiddellijk na het nemen van deze beslissing;
de verdachte wordt vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging, dan wel de voetbalofficier van justitie alsnog besluit tot een technisch sepot: onmiddellijk na kennisgeving door de voetbalofficier van justitie.
2.11. Vernietiging
De verwijderde gegevens moeten door de KNVB terstond worden vernietigd, behoudens in het geval dat deze gegevens – mits niet op personen herleidbaar – zijn bestemd voor beleidsanalyse of (statistische) verslaglegging. De verstrekte gegevens moeten terstond worden vernietigd indien het OM daarom verzoekt.
2.12. Toegang
Toegang tot de door de KNVB beheerde gegevens hebben uitsluitend:
de minister van Justitie en door deze aangewezen ambtenaren;
officieren van justitie;
politieambtenaren, indien daartoe schriftelijk gemachtigd door een officier van justitie;
de secretaris en leden van de commissie stadionverboden van de KNVB;
de medewerkers van de KNVB die belast zijn met stadionverboden.
De KNVB is bevoegd niet op personen herleidbare (statistische) informatie omtrent het gevoerde uitsluitingbeleid openbaar te maken.
2.13. Verstrekking
De tot personen herleidbare gegevens die door de KNVB zijn ontvangen van het OM op basis van de Aanwijzing Wjsg mogen door de KNVB uitsluitend worden verstrekt aan:
officieren van justitie;
politieambtenaren, indien daartoe schriftelijk gemachtigd door de officier van justitie (het CIV wordt geacht permanent gemachtigd te zijn);
beheerders van stadions, voor zover noodzakelijk voor de effectuering van de uitsluiting;
veiligheidscoördinatoren van voetbalclubs;
leden van de commissie stadionverboden van de KNVB;
buitenlandse voetbalorganisaties c.q. de UEFA en/of de FIFA;
andere personen, voor zover de minister van Justitie daartoe toestemming heeft verleend, gehoord de commissie stadionverboden van de KNVB.
2.14. Inzage
Personen van wie gegevens door de KNVB zijn opgenomen hebben recht op inzage in en recht op correctie van deze gegevens. Zij hebben bovendien het recht bezwaren te maken tegen:
de inhoud van de registratie van gegevens door de KNVB;
de wijze waarop de KNVB deze gegevens gebruikt;
de uitsluitingsmaatregel.
Bezwaren kunnen worden ingediend bij de commissie van toezicht van de KNVB ingevolge de gedragscode. Bezwaren tegen het verstrekken van strafrechtelijke informatie door het OM moeten aan het OM zelf worden voorgelegd.
2.15. Duur van de regeling inzake strafrechtelijke informatieverstrekking aan de KNVB
Het College van procureurs-generaal kan op ieder moment besluiten de regeling inzake strafrechtelijke informatieverstrekking aan de KNVB te doen beëindigen.
Strafvordering
Zie voor commune overtredingen en vuurwerkovertredingen de richtlijn voor strafvordering voetbalvandalisme en -geweld. De richtlijnen voor strafvordering inzake commune misdrijven zijn in Bos/Polaris opgenomen en hebben een delictspecifieke factor ‘in samenhang met een evenement’. Zie voor de strafrechtelijke handhaving van discriminatiezaken de Aanwijzing discriminatie .
Overgangsrecht
De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding. 1
In dit kader wordt als voorbeeld verwezen naar een aanbeveling tot het verrichten van opsporingsonderzoek naar drugshandel in hooligangroepen uit de evaluatie van Hooligans in Beeld 1 (Ferwerda e.a., Terugkijken en vooruitzien, eindrapportage landelijke invoering hooligans in beeld, december 2007). 2
Zie Menukaart (super)snelrecht. 3
Zie ook de aanwijzing discriminatie.