Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Aanvullende formatie basisscholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en regionale expertisecentra op grond van bijzondere omstandigheden schooljaar 2005 - 2006
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2.1. Aanwezigheid van schipperskinderen op basisscholen
Definitie schipperskind
Procedure
2.2. Aanwezigheid van zigeunerkinderen op basisscholen
Definitie zigeunerkind
Procedure
2.3. Toename van het aantal asielzoekerskinderen op basisscholen
Definitie asielzoeker
Procedure
2.4. Aanwezigheid van visueel gehandicapte leerlingen op basisscholen
Procedure
2.5. Opvang en begeleiding van leerlingen met autisme
Procedure
2.6. Klemmende situaties aan basis- en (v)so-scholen
a. Basisscholen
b. (v)so-scholen
Procedure
3. Aanvullende vergoeding materiële instandhouding
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 10 februari 2006. U leest nu de tekst die gold op 9 februari 2006.

Aanvullende formatie basisscholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en regionale expertisecentra op grond van bijzondere omstandigheden schooljaar 2005 - 2006

Aanvullende formatie basisscholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en regionale expertisecentra op grond van bijzondere omstandigheden schooljaar 2005 - 2006
1. Inleiding
Artikel 120, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO) en artikel 117, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra (WEC) bieden de mogelijkheid op grond van bijzondere omstandigheden goed te keuren, dat er meer formatie aan de school verbonden is dan de formatie toegekend krachtens het Formatiebesluit WPO respectievelijk het Formatiebesluit WEC . Deze beleidsregel geeft informatie over de toekenning van aanvullende formatie op grond van die artikelen voor het schooljaar 2005 - 2006.
Houdt u bij de toepassing van deze beleidsregel terdege rekening met het volgende:
Uitgangspunt bij het toekenningsbeleid is, dat basisscholen en scholen voor (v)so krachtens het Formatiebesluit WPO respectievelijk het Formatiebesluit WEC een op hun situatie toegesneden formatiebudget krijgen toegekend en dat slechts in uitzonderlijke situaties aanvullende formatie kan worden aangevraagd.
Voor een goede beoordeling is het van belang dat aanvragen op de juiste wijze worden ingediend en dat indiening van overbodige aanvragen wordt voorkomen. Bezien wordt in hoeverre er sprake is van bijzondere omstandigheden en of het formatiebudget niet toereikend geacht kan worden.
Verder wijs ik erop dat verzoeken om meer aanvullende formatie voor het schooljaar 2005 / 2006 dan voor het voorgaande schooljaar is toegekend, terwijl de omstandigheden gelijk zijn gebleven, in elk geval voor het meerdere zullen worden afgewezen.
Als positief wordt beschikt op een verzoek om aanvullende formatie, wordt deze formatie toegekend met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen;
Bij elk onderdeel van de beleidsregel is aangegeven, welke procedure gevolgd moet worden en welke gegevens voor de beoordeling van het verzoek geleverd moeten worden. Als u zich aan deze voorschriften houdt, bent u verzekerd van een snelle afhandeling door CFI/BPO/PCA. Het adres van CFI is Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.
Aan toegekende aanvullende formatie voor het schooljaar 2005/2006 kunnen geen rechten worden ontleend voor een volgend schooljaar.
Onvolledige aanvragen die niet binnen een door Cfi te bepalen termijn zijn aangevuld, zullen buiten behandeling worden gelaten.
Uiterlijk binnen drie maanden na indiening van de aanvraag ontvangt u een beschikking
Hieronder zijn bijzondere omstandigheden opgesomd die tot toewijzing van aanvullende formatie kunnen leiden:
1. aanwezigheid van schipperskinderen op basisscholen;
2. aanwezigheid van zigeunerkinderen op basisscholen;
3. toename van het aantal asielzoekerskinderen op basisscholen;
4. aanwezigheid van visueel gehandicapte leerlingen op basisscholen;
5. opvang en begeleiding van leerlingen met autistisme;
6. klemmende situaties aan basis- en (v)so-scholen.
2.1. Aanwezigheid van schipperskinderen op basisscholen
In de beleidsbrief ’Integratie van schippers- en woonwagenkinderen’ van juni 1992 is gesteld dat basisscholen die door schipperskinderen worden bezocht voor het inrichten van het onderwijsprogramma voor deze kinderen gedurende de eerste vier schooljaren aanvullende formatie krijgen volgens onderstaand schema. Voor de toepassing van dit schema moet het aantal schipperskinderen in leerjaar 1 tot en met leerjaar 4 worden opgeteld.
Aantal schipperskinderen Aantal formatierekeneenheden (fre’s)
3-6 39
7-10 58
11-14 77
15-18 96

en vervolgens per 4 leerlingen boven het aantal van 18 verhogen met 19 fre’s.
Definitie schipperskind
Onder schipperskind wordt verstaan een leerling die verblijft in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend.
Procedure
Het bevoegd gezag van de school dat voor deze aanvullende formatie in aanmerking wenst te komen, moet een aanvraag indienen bij CFI/BPO/PCA onder vermelding van extra formatie voor schipperskinderen.
In de aanvraag moeten de volgende gegevens worden verstrekt:
naam, adres, brinnummer, postcode en plaats van de school;
de datum waarop de kinderen zijn of worden toegelaten tot de school;
het aantal schipperskinderen dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor de aanvullende formatie wordt gevraagd;
de school c.q. scholen waarvan de kinderen afkomstig zijn, onder vermelding van de betreffende schoolsoort.
Van deze aanvraag moet een afschrift worden gezonden aan de inspectie van het basisonderwijs waaronder de school ressorteert.
Geen aanvullende formatie wordt toegekend als deze situatie zich na 1 april 2006 voordoet.
2.2. Aanwezigheid van zigeunerkinderen op basisscholen
Dit onderdeel geldt voor scholen die bezocht worden door kinderen uit zigeunerfamilies. Deze scholen kunnen voor het schooljaar 2005 - 2006 aanvullende formatie krijgen voor de opvang van deze leerlingen en het inrichten van het onderwijsprogramma voor deze leerlingen. Deze formatie is afhankelijk van het aantal leerlingen uit zigeunerfamilies én van de eventueel reeds aanwezige formatie als gevolg van het meetellen van de gewichten van de leerlingen als bedoeld in artikel 15b van het Formatiebesluit WPO op de teldatum 1 oktober 2004. Voor minder dan 4 leerlingen wordt geen aanvullende formatie toegekend.
Definitie zigeunerkind
Onder leerlingen behorende tot de bevolkingsgroep zigeuners worden leerlingen verstaan met een culturele achtergrond van de Roma of Sinti.
Procedure
Het bevoegd gezag van de school dat in aanmerking wenst te komen voor deze aanvullende formatie moet een aanvraag indienen bij CFI/BPO/PCA onder vermelding van extra formatie voor zigeunerkinderen.
In de aanvraag moeten de volgende gegevens worden verstrekt:
naam, adres, brinnummer, postcode en plaats van de school;
aantal leerlingen uit zigeunerfamilies met hun leerling-gewicht(en) dat op het telformulier van 1 oktober 2004 is opgegeven;
aantal leerlingen uit zigeunerfamilies met hun leerling-gewichten dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor de aanvullende formatie wordt gevraagd.
Van deze aanvraag moet een afschrift worden gezonden aan de inspectie van het basisonderwijs waaronder de school ressorteert.
Geen aanvullende formatie wordt toegekend als deze situatie zich na 1 april 2006 voordoet.
a. Wanneer op een school op de eerste schooldag van het schooljaar 2005 - 2006 minimaal 10 asielzoekers meer staan ingeschreven dan op de teldatum 1 oktober 2004, wordt voor het betreffende schooljaar 4 fre’s per asielzoeker toegekend.
b. Indien gedurende het schooljaar 2005/2006 groeiformatie wordt toegekend, worden bij een toename van minimaal 10 asielzoekers ten opzichte van het aantal asielzoekers ten tijde van de telling op grond waarvan de laatste maal in het desbetreffende schooljaar groeiformatie is toegekend, tot het eind van het schooljaar 4 fre’s per asielzoeker toegekend. Als in dat schooljaar nog geen groeitelling heeft plaatsgevonden, worden bij een toename van minimaal 10 asielzoekers ten opzichte van het aantal asielzoekers ten tijde van de telling per 1 oktober 2004, met ingang van dezelfde datum als de groeiformatie wordt toegekend, tot het eind van het schooljaar 4 fre’s per asielzoeker toegekend. Deze toekenning heeft dus uitsluitend betrekking op asielzoekers die (mede) tot groeiformatie hebben geleid.
c. Voor een asielzoeker kan slechts éénmaal per schooljaar aanvullende formatie worden toegekend. De asielzoekers voor wie op grond van onderdeel a een toekenning is gedaan, ontvangen dus geen toekenning meer op grond van onderdeel b.
Definitie asielzoeker
Deze regeling verstaat onder een asielzoeker:
a. een vreemdeling die in het bezit is van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onder c, d, f, g, h en j van die wet, onderscheidenlijk een vreemdeling van wie tenminste één van de ouders of voogden in het bezit is van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onder c, d, f, g, h en j van die wet, en
b. die ingeschreven staat op een school en deze geregeld bezoekt.
Procedure
Het bevoegd gezag van de school dat voor de onder a. bedoelde aanvullende formatie in aanmerking wenst te komen, moet vóór 1 oktober 2005 een aanvraag indienen bij: CFI/BPO/PCA onder vermelding van extra formatie voor asielzoekers.
In de aanvraag moeten de volgende gegevens worden verstrekt:
naam, adres, Brinnummer, postcode en plaats van de school;
het aantal asielzoekers op de teldatum 1-10-2004;
het aantal asielzoekers op de eerste schooldag van het schooljaar 2005 - 2006.
Het bevoegd gezag van de school dat voor de onder b. bedoelde aanvullende formatie in aanmerking wenst te komen, moet gelijktijdig met de melding betreffende de groeiformatie een afzonderlijke aanvraag indienen bij: CFI/BPO/PCA onder vermelding van extra formatie voor asielzoekers. In de aanvraag moeten de volgende gegevens worden verstrekt:
naam, adres, Brinnummer, postcode en plaats van de school;
de datum waarop de toename van de formatie plaatsvindt;
het aantal asielzoekers dat heeft meegeteld voor de vaststelling van de toename;
de data waarop de asielzoekers zijn ingeschreven op de school.
Van de aanvragen moet een afschrift worden gezonden aan de inspectie van het basisonderwijs waaronder de school ressorteert.
2.4. Aanwezigheid van visueel gehandicapte leerlingen op basisscholen
Basisscholen die worden bezocht door blinde respectievelijk slechtziende leerlingen komen in aanmerking voor 39 respectievelijk 19 fre’s aanvullende formatie per leerling.
Procedure
Het bevoegd gezag van de school dat voor deze aanvullende formatie in aanmerking wenst te komen, moet daartoe per leerling een aanvraagformulier indienen bij: CFI/BPO/PCA. Dit formulier met nummer CFI 63052 is te downloaden via www.cfi.nl. Het aanvraagformulier is eventueel ook te bestellen met het plaketiket CFI 84887. Op het aanvraagformulier moet ook de verklaring van ambulante begeleiding worden verstrekt. Deze verklaring moet zijn ingevuld door de instelling voor visueel gehandicapten die de ambulante begeleiding verzorgt.
Voor leerlingen waarvoor deze aanvullende formatie wordt aangevraagd, kan niet tevens een leerlinggebonden budget worden aangevraagd en voor leerlingen waarvoor een leerlinggebonden budget beschikbaar is, kan de hier bedoelde aanvullende formatie niet worden aangevraagd.
2.5. Opvang en begeleiding van leerlingen met autisme
Met ingang van het schooljaar 1991 - 1992 is een aantal scholen aangewezen als centrum- en steunpuntschool autisme. Deze scholen hebben extra formatie toegekend gekregen voor het inrichten van een steunpuntfunctie voor de opvang van leerlingen met autisme. Sinds 1 januari 2001 is ook aan scholen binnen REC’s in oprichting waarin geen centrum- of steunpuntschool aanwezig was extra formatie toegekend voor de inrichting van een dergelijk steunpunt, voor de opbouw van expertise voor (preventieve) ambulante begeleiding en voor de deelname aan het Landelijke Netwerk Autisme (LNA). Sinds de start van dat netwerk in 2001 wordt door scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs structureel samengewerkt aan een betere uitwisseling en spreiding van de expertise op het gebied van autisme en aan een adequate opvang en begeleiding van leerlingen met autisme in zowel regulier als (voortgezet) speciaal onderwijs.
Omdat de regeling die tot en met het schooljaar 2004-2005 van toepassing is geweest bij sommige scholen heeft geleid tot misverstanden omtrent de bedoeling van de aanvullende formatie, is de regeling aangepast.
Allereerst vervalt de benaming van centrum- kern- en steunpuntscholen. In het vervolg wordt gesproken over de functie ”Steunpunt autisme”. Vervolgens geldt dat de formatie wordt toegekend aan de regionale expertisecentra (REC’s). De REC’s met scholen in de regio waar sinds 2001 aanvullende formatie is toegekend op grond van artikel 117, vierde lid, van de WEC kunnen op basis van deze nieuwe regeling opnieuw aanspraak maken op extra formatie. De omvang van de formatie aan het REC is gelijk aan de totale aanvullende formatie die op basis van de oude regeling werd toegekend aan de scholen binnen het REC.
Van de toegekende aanvullende formatie dient door het REC 211 fre’s te worden besteed aan de taken van het steunpunt autisme en 19 fre’s voor deelname aan het LNA. REC’s in oprichting die zijn gefuseerd en aanvullende formatie ontvangen voor twee steunpunten autisme dienen 422 fre’s te besteden aan de taken van de steunpunten autisme en 38 fre’s aan deelname aan het LNA. De inzet van de middelen die het REC ontvangt boven genoemde 230/ 460 fre’s, dient te geschieden in samenspraak tussen het REC en de (v)so-school waar de formatie op grond van de oude regeling werd toegekend.
De taken van een Steunpunt autisme zijn: voorlichting, consultatie aan scholen voor primair en voortgezet onderwijs voor leerlingen met (een ernstig vermoeden van) autisme, deskundigheidsbevordering van leerkrachten in het regulier en speciaal primair en voortgezet onderwijs en het realiseren van goed samenwerkende regionale netwerken voor leerlingen met autisme.
Procedure
Het bevoegd gezag van een REC dat voor deze aanvullende formatie in aanmerking wenst te komen, moet een aanvraag indienen bij: CFI/BPO/PCA onder vermelding van extra formatie voor de opvang en begeleiding van leerlingen met autisme.
Voor de aanvraag voor het schooljaar 2005 - 2006 moet u gebruik maken van het aanvraagformulier met het nummer CFI 65062 en het model activiteitenplan van het Landelijk Netwerk Autisme. Het formulier CFI 65062 is te downloaden via www.Cfi.nl en informatie over het model activiteitenplan is te vinden op www.landelijknetwerkautisme.nl.
In het activiteitenplan wordt tenminste ingegaan op:
De inzet van de 211 fre’s op REC-niveau voor het steunpunt autisme;
De inzet van de 19 fre’s voor deelname aan activiteiten van het LNA;
De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de inrichting en vormgeving van de steunpuntfunctie, blijkend uit:
de benoeming van een of meer steunpuntfunctiona-rissen;
het externe aanbod zoals dat in het schooljaar 2005/2006 verzorgd zal worden op de volgende terreinen: telefonisch spreekuur, voorlichtings-bijeenkomsten, consultaties, basiscursussen autisme en regionale samenwerking. Het aanbod dient nader gespecificeerd te worden naar aantallen, doelgroep(en), deelnemers en te hanteren tarieven.
Eventuele overige activiteiten als clusteroverstijgende samenwerking, samenwerking met de zorg, ontwikkelen van 1 lokt in de regio, leermiddeldepot en het ontwikkelen van nieuwe lesplaatsen.
De aanvraag wordt beoordeeld op de aanwezigheid van een activiteitenplan 2005 - 2006 en de in dat plan verstrekte inhoudelijke gegevens conform het model van het LNA. Het LNA zal het activiteitenplan toetsen. De formatie wordt slechts toegekend in geval van een positief oordeel/advies op het activiteitenplan.
De verantwoording van de toegekende middelen wordt meegenomen in de verantwoording die het REC jaarlijks opstelt op grond van artikel 56b, van het Bekostigingsbesluit WEC.
Verzoeken van scholen om toewijzing van aanvullende formatie in verband met de aanwezigheid van autistische leerlingen kunnen niet worden ingewilligd. Om met ingang van 1 augustus de formatie te kunnen ontvangen dient u uiterlijk in juli uw aanvraag in te dienen.
2.6. Klemmende situaties aan basis- en (v)so-scholen
Klemmende situaties kunnen zich voordoen aan scholen die in het schooljaar 2005 - 2006 worden geconfronteerd met bijzondere omstandigheden die niet onder een van de voorgaande vijf onderdelen vallen. Daarbij wijs ik er op, dat situaties die onder de noemer van een of meerdere van de vorige vijf onderdelen vallen, maar niet aan alle bij dat onderdeel genoemde voorwaarden voldoen, niet als klemmend zullen worden aangemerkt.
a. Basisscholen
Slechts in een zeer beperkt aantal gevallen kan aanvullende formatie worden toegekend. Alleen zeer uitzonderlijke situaties zullen als klemmend worden aangemerkt. Gedacht kan worden aan basisscholen met kinderen uit ’Blijf van mijn lijf huizen’. Hierbij geldt dat een school gedurende de periode van 1 april 2004 tot 1 april 2005 een instroom van minimaal 10 van dergelijke leerlingen moet hebben gehad om éénmalig voor die leerlingen voor aanvullende formatie in aanmerking te kunnen komen. Als een basisschool voor de eerste keer wordt geconfronteerd met leerlingen uit ’Blijf van mijn lijf huizen’, kan eveneens een aanvraag worden ingediend. In dat geval geldt dat er in een periode van maximaal één jaar voorafgaand aan het verzoek ten minste 10 van dergelijke leerlingen de school moeten hebben bezocht. Indien een basisschool het afgelopen jaar deze aanvullende formatie heeft ontvangen op grond van een periode waarvan de einddatum na 1 april 2004 ligt en de school niet voor 1 april 2005 de norm van 10 leerlingen haalt, wordt de einddatum voor die school opgeschoven tot maximaal 12 maanden na het einde van de periode op grond waarvan de school het afgelopen jaar deze formatie heeft ontvangen dan wel zo veel eerder als die school wel de 10 leerlingen haalt.
Niet ingewilligd worden in ieder geval verzoeken van basisscholen in verband met de aanwezigheid van nevenvestigingen. Het formatiebudget biedt voldoende mogelijkheid om een op de situatie afgestemde schoolorganisatie te realiseren.
b. (v)so-scholen
Niet ingewilligd worden in elk geval verzoeken van (v)so-scholen in verband met:
groei van het aantal leerlingen:
de groeiregeling bedoeld in de artikelen 8 en 9 van het Formatiebesluit WEC wordt geacht te voorzien in de behoefte aan formatie.
bijzondere geaardheid van leerlingen:
de geaardheid van de leerlingen is er op zichzelf juist de oorzaak van dat zij een bepaalde indicatie voor een (v)so-onderwijssoort krijgen. Ook het feit dat leerlingen afkomstig zijn uit een internaat vormt niet een zodanig verzwarende factor dat sprake is van een bijzondere omstandigheid. In het algemeen zal de problematiek van individuele leerlingen uiteenlopend kunnen zijn hetgeen niet specifiek voor één bepaalde (v)so-soort geldt. De beschikbare reguliere faciliteiten bieden voldoende ruimte leerlingen de noodzakelijke individuele aandacht te geven.
aanwezigheid van nevenvestigingen:
het formatiebudget biedt voldoende mogelijkheid om een op de situatie afgestemde schoolorganisatie te realiseren.
Procedure
Het bevoegd gezag van de school dat meent zich in een klemmende situatie te bevinden, moet een gemotiveerd verzoek indienen bij Cfi onder vermelding van aanvullende formatie in verband met een klemmende situatie.
In de aanvraag moet in ieder geval worden vermeld:
het BRIN-nummer van de school;
waarom de school (nog steeds) in bijzondere omstandigheden verkeert en waarom het formatiebudget ontoereikend is;
voor welke soort formatie de school aanvullende formatie vraagt en hoeveel;
bij eerdere toekenning op grond van dezelfde of vergelijkbare omstandigheden datum en kenmerk van die beschikking;
bij gegevens over individuele leerlingen desgewenst BRIN- en leerlingnummer i.v.m. de privacy-gevoeligheid.
Bij een aanvraag voor kinderen uit ’Blijf van mijn lijf huizen’ moet ook een overzicht worden verstrekt waarop het aantal tehuisleerlingen is vermeld dat gedurende de periode van 1 april 2004 tot 1 april 2005 de basisschool heeft bezocht. Op dit overzicht moeten tevens de data van in- en uitschrijving van deze leerlingen worden vermeld.
Zoals eerder aangegeven kan eveneens een aanvraag worden ingediend als een school voor de eerste keer wordt geconfronteerd met leerlingen uit ’Blijf van mijn lijf huizen’. Ook hier geldt dat er in een periode van maximaal één jaar voorafgaand aan het verzoek tenminste 10 van dergelijke leerlingen de school moeten hebben bezocht. Van deze aanvraag moet een afschrift worden gezonden aan de inspectie van het basisonderwijs waaronder de school ressorteert.
3. Aanvullende vergoeding materiële instandhouding
Basisscholen die op grond van artikel 120, vijfde lid, van de WPO voor de periode van 1 augustus 2005 tot 1 augustus 2006 aanvullende formatie hebben toegewezen gekregen, zullen met inachtneming van artikel 116 van de WPO tevens in aanmerking komen voor een aanvulling op de vergoeding materiële instandhouding van €  1.678,65 per groep op jaarbasis. Het aantal groepen wordt berekend door het toegekende aantal fre’s exclusief ADV te delen door 179. Deze aanvullende MI-vergoeding wordt vastgesteld naar evenredigheid van de periode waarover de aanvullende formatie zal worden toegekend en naar rato van het toegekende aantal fre’s. Het aanvullend bedrag van €  1.678,65 is tot stand gekomen na (afgeronde) ophoging met het Londobijstellingspercentage van 2,46 % op het vergoedingsbedrag voor het schooljaar 2004 - 2005 van €  1.638,35.
De basisscholen maken vaak extra kosten die samenhangen met de aanwezigheid van visueel gehandicapte leerlingen en de begeleiding van de ontwikkeling van deze leerlingen vereist vaak een aangepast leerlingvolgsysteem. Voor de bestrijding van dergelijke kosten wordt per visueel gehandicapte leerling een extra materiële vergoeding toegekend van €  755,93 op jaarbasis. Deze extra vergoeding wordt vastgesteld naar evenredigheid van de periode waarover aanvullende formatie wordt toegekend. Voor zover nodig kunnen uit dit bedrag ook extra kosten voor deskundigheidsbevordering worden gefinancierd.
De
minister