Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Aanpassingsregeling pensioenen 1995
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene burgerlijke pensioenwet
+ Hoofdstuk 2. Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers
+ Hoofdstuk 3. Nieuw-Guineapensioenen
+ Hoofdstuk 4. Indonesische pensioenen
+ Hoofdstuk 5. Algemene militaire pensioenwet
+ Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 4 mei 2007. U leest nu de tekst die gold op 3 mei 2007.

Aanpassingsregeling pensioenen 1995

Besluit van 26 september 1995, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel A 8, zevende lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet en in daarmee overeenkomende bepalingen in andere pensioenwetten
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 15 juni 1995, nr AB95/U288, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidszaken Overheid, afdeling Uitkeringen en Pensioenen, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Defensie;
Gelet op artikel A 8 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, artikel 105 en 157 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, artikel 8 van de Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps, artikel 30 g van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956, artikel L 1 van de Algemene militaire pensioenwet en daarmee overeenkomende bepalingen van de vroegere militaire pensioenwetten;
De Raad van State gehoord (advies van 24 juli 1995, no. W04.95.0306);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 30 augustus 1995, nr AB95/1032, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidszaken Overheid, afdeling Uitkeringen en Pensioenen, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Defensie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. pensioen: een pensioen dat is toegekend krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet dan wel een pensioen of uitkering als bedoeld in artikel T 3 van die wet, met inbegrip van de wettelijke verhogingen en aanvullingen, uitgezonderd de verhogingen krachtens de artikelen 66, 102 en 148 van de Pensioenwet 1922, zoals die wet luidde op 31 december 1956, en uitgezonderd de toeslagen krachtens de artikelen F 7 c , F 9 a , H 3 a , H 7 a , H 9 a en H 9 b van de Algemene burgerlijke pensioenwet;
b. middelsom: de middelsom van berekeningsgrondslagen, bedoeld in artikel F 6 van de Algemene burgerlijke pensioenwet en in artikel 78 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, alsmede wat daarmee overeenkomt; indien een pensioen is afgeleid van een ander pensioen, wordt onder middelsom verstaan de middelsom waarnaar dat andere pensioen is berekend;
c. aangepaste middelsom: de middelsom zoals die laatstelijk is aangepast overeenkomstig de Aanpassingsregeling pensioenen 1993 ;
d. pensioengrondslag: de pensioengrondslag, bedoeld in artikel F 7 a , tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet; indien een pensioen is afgeleid van een ander pensioen, wordt onder pensioengrondslag verstaan de pensioengrondslag waarnaar dat andere pensioen is berekend.
1.
De aangepaste middelsommen van de pensioenen die zijn toegekend voor of op 1 januari 1995 worden met ingang van 1 januari 1995 nader aangepast door vermenigvuldiging met de factor 1,0048.
2.
Een pensioen of gedeelte van een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van 1 januari 1995 aangepast in evenredigheid aan de wijziging van de aangepaste middelsom dan wel van de daarvan afgeleide pensioengrondslag.
1.
De aangepaste middelsommen van de pensioenen, die zijn of worden toegekend na 1 januari 1995 worden, indien die middelsommen worden gevormd door berekeningsgrondslagen voor jaren voorafgaand aan 1994, nader aangepast door vermenigvuldiging met de factor 1,0048.
2.
Een pensioen of gedeelte van een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen berekend naar de nader aangepaste middelsom, met inachtneming van de bedragen genoemd in artikel 5.
1.
De middelsommen van de pensioenen, die zijn of worden toegekend na 1 januari 1995 worden, indien die middelsommen worden gevormd door de berekeningsgrondslagen voor de jaren 1993 en 1994 vastgesteld met gebruikmaking van een vermenigvuldigingsfactor volgens de bij dit besluit behorende bijlage P en de factor 1,0048 en indien die middelsom wordt gevormd door de berekeningsgrondslag voor het jaar 1994, vastgesteld door vermenigvuldiging met de factor 1,0048.
2.
Een pensioen of gedeelte van een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen berekend naar de overeenkomstig dat lid vastgestelde middelsom, met inachtneming van de bedragen, genoemd in artikel 5.
Artikel 5
Met ingang van 1 januari 1995 luiden de bedragen in de volgende artikelen van de Algemene burgerlijke pensioenwet als volgt:
artikel F 6, vierde lid: f 7 276,82
artikel F 7, tweede lid: f 39 555,00
  f 22 132,00
artikel F 9a, tweede lid: f 6 355,13
artikel F 12, zesde lid: f 7 276,82
artikel H 9a, vierde lid: f 63 551,28
artikel H 9b, derde lid: f 63 551,28
artikel J 12, eerste lid: f 28 207,00
artikel R 4, eerste lid: f 444,00
Artikel 6
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. pensioen: een pensioen dat is toegekend krachtens de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers dan wel een pensioen of uitkering als bedoeld in artikel 37 of 82 van die wet benevens een pensioen dat is toegekend krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening als bedoeld in de vijfde afdeling van die wet;
b. berekeningsgrondslag: het bedrag waarnaar een pensioen wordt berekend; indien een pensioen wordt afgeleid van een ander pensioen, wordt onder berekeningsgrondslag verstaan het bedrag waarnaar dat andere pensioen wordt berekend;
c. aangepaste berekeningsgrondslag: de berekeningsgrondslag zoals die laatstelijk is aangepast overeenkomstig de Aanpassingsregeling pensioenen 1993 .
1.
De aangepaste berekeningsgrondslagen van de pensioenen die zijn toegekend voor of op 1 januari 1995 worden met ingang van 1 januari 1995 nader aangepast door vermenigvuldiging met de factor 1,0048.
2.
Een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van 1 januari 1995 aangepast in evenredigheid aan de wijziging van de aangepaste berekeningsgrondslag, behoudens de bedragen, genoemd in artikel 9, vierde lid.
1.
De aangepaste berekeningsgrondslagen van de pensioenen die zijn of worden toegekend na 1 januari 1995 worden, indien die berekeningsgrondslagen betrekking hebben op tijd voor 1 januari 1995, nader aangepast door vermenigvuldiging met de factor 1,0048.
2.
Een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen berekend naar de nader aangepaste berekeningsgrondslag, met inachtneming van de bedragen, genoemd in artikel 9.
1.
Met ingang van 1 januari 1995 luiden de bedragen van de artikelen 93 en 94 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, zoals die artikelen luidden op 31 december 1985, als volgt:
2.
Met ingang van 1 januari 1995 luidt het in artikel 156, tweede lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers genoemde bedrag: f 28 207,00.
3.
Een pensioen dat is toegekend met toepassing van artikel 38 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers bedraagt vanaf 1 januari 1995 ten hoogste f 47 276,00.
4.
Een pensioen dat is toegekend met toepassing van artikel 83 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers bedraagt vanaf 1 januari 1995 f 2 120,00 per lidmaatschapsjaar en ten hoogste f 38 549,00.
Artikel 10
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. pensioen: een pensioen dat is toegekend dan wel mede toegekend krachtens de wet van 25 mei 1962, houdende instelling van een Bijstandkorps van burgerlijke rijksambtenaren dat bestemd is voor dienst in Nederlands-Nieuw-Guinea ( Stb. 196);
b. pensioenuitkering: een pensioen vermeerderd met de aanpassingstoeslag, bedoeld in artikel 21, vierde lid, van de Aanpassingsregeling pensioenen 1976 en met de bijzondere uitkering, bedoeld in artikel 31 van die regeling, zoals laatstelijk vastgesteld overeenkomstig de Aanpassingsregeling pensioenen 1993 .
Artikel 11
Met ingang van 1 januari 1995 worden de aanpassingstoeslagen en bijzondere uitkeringen, bedoeld in artikel 10, onder b , op de voor of op die datum ingegane pensioenen zodanig nader aangepast dat de pensioenuitkeringen worden verhoogd met de factor 1,0048.
Artikel 12
De aanpassingstoeslag en de bijzondere uitkering, bedoeld in artikel 10, onder b , op een pensioen dat is of wordt toegekend na 1 januari 1995, worden met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen vastgesteld overeenkomstig artikel 11.
Artikel 13
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. pensioen: een pensioen, weduwenpensioen, wezenonderstand of uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c of d , van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 dan wel een krachtens het tweede lid van dat artikel daarmee gelijkgestelde uitkering;
b. aanpassingstoeslag: de aanpassingstoeslag zoals geregeld in de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 ;
c. pensioenuitkering: een pensioen vermeerderd met de bij of krachtens de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 verleende toeslagen, uitgezonderd de aanvulling op de invaliditeitstoeslag, bedoeld in artikel 3 a van die wet.
Artikel 14
Met ingang van 1 januari 1995 worden de aanpassingstoeslagen, bedoeld in artikel 13, onder b , op de voor of op die datum ingegane pensioenen zodanig nader aangepast, dat de pensioenuitkeringen worden verhoogd met de factor 1,0048.
Artikel 15
De aanpassingstoeslag, bedoeld in artikel 13, onder b , op een pensioen dat is of wordt toegekend na 1 januari 1995, wordt met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen vastgesteld overeenkomstig artikel 14.
Artikel 16
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. pensioen: een pensioen of uitkering toegekend krachtens de Algemene militaire pensioenwet of een vroegere militaire pensioenwet in de zin van die wet, met inbegrip van de wettelijke verhogingen en aanvullingen, uitgezonderd de verhogingen krachtens de artikelen 22 van de Pensioenwet voor de zeemacht en de Pensioenwet voor de landmacht dan wel krachtens de artikelen 25 en 28 van de Militaire weduwenwet 1922, zoals die wetten luidden op 31 december 1956, en uitgezonderd de toeslagen krachtens de artikelen F 7 a , F 11 a , H 1, elfde en veertiende lid, en H 4, vijfde en zevende lid, van de Algemene militaire pensioenwet;
b. grondslagperiode: het inkomenstijdvak dat voor de vaststelling van de in onderdeel c omschreven berekeningsgrondslag in aanmerking is genomen;
c. berekeningsgrondslag:
1°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode eindigt voor 1 januari 1995: de berekeningsgrondslag van die pensioenen, zoals laatstelijk aangepast overeenkomstig de Aanpassingsregeling pensioenen 1993 ;
2°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode aanvangt voor 1 januari 1995 en eindigt na 31 december 1994: de pensioen- of berekeningsgrondslag in de zin van de Algemene militaire pensioenwet; indien een pensioen is afgeleid van een ander pensioen, wordt onder pensioen- of berekeningsgrondslag verstaan de pensioen- of berekeningsgrondslag van dat andere pensioen;
3°. voor pensioenen, die geheel of gedeeltelijk zijn of worden berekend met toepassing van artikel F 10 b van de Algemene militaire pensioenwet: de bedragen die ingevolge dat artikel zijn afgeleid van de berekeningsgrondslagen, bedoeld onder 1° of 2°.
1.
De berekeningsgrondslagen, bedoeld in artikel 16, onderdeel c , onder 1° of onder 3° jo 1°, worden met ingang van 1 januari 1995 nader aangepast door vermenigvuldiging met de factor 1,0048.
2.
De berekeningsgrondslagen, bedoeld in artikel 16, onderdeel c , onder 2° of onder 3° jo 2°, worden nader aangepast door vermenigvuldiging met de factor 1,0048, met dien verstande dat de factor wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de noemer 360 bedraagt en de teller gelijk is aan het aantal dagen van de grondslagperiode dat is gelegen voor 1 januari 1995, waarbij volle kalendermaanden worden gesteld op dertig dagen.
Artikel 18
Een pensioen of gedeelte van een pensioen wordt met ingang van 1 januari 1995 aangepast in evenredigheid aan de wijziging van de berekeningsgrondslag ingevolge artikel 17.
Artikel 19
Met ingang van 1 januari 1995 luiden de bedragen van de volgende artikelen van de Algemene militaire pensioenwet als volgt:
artikel C 5, onder d: f 26 222,47
artikel E 3, tweede lid: f 2 235,00
artikel E 4: f 2 235,00
artikel F 3, eerste lid: f 43 512,00
  f 22 134,00
artikel F 4, eerste lid: f 43 512,00
  f 22 134,00
artikel F 7, zevende lid, onder e: f 32 991,70
artikel F 7, tiende lid: f 230 903,66
artikel F 7a, tweede lid: f 72 768,19
  f 63 551,28
artikel F 10a, tweede lid: f 32 991,70
artikel F 10b, eerste lid: f 72 768,19
artikel F 10b, tweede en derde lid: f 7 276,82
artikel H 1, zeventiende lid: f 63 551,28
artikel M 4, eerste lid: f 28 216,00
artikel V 13, tweede en derde lid: f 446,00
Artikel 20
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1995.
Artikel 21
Dit besluit wordt aangehaald als: Aanpassingsregeling pensioenen 1995.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 26 september 1995
De Minister van Binnenlandse Zaken,
De Staatssecretaris van Defensie,
Uitgegeven de vierentwintigste oktober 1995
De Minister van Justitie,