Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Aanhangsel XIII: Internationale Financierings Maatschappij bij het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties, Washington, 02-04-1959
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
ANNEX XIII International Finance Corporation
AANHANGSEL XIII Internationale Financierings Maatschappij
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Aanhangsel XIII: Internationale Financierings Maatschappij bij het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties, Washington, 02-04-1959

Aanhangsel XIII: Internationale Financierings Maatschappij bij het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties
(authentiek: en)
In its application to the International Finance Corporation (hereinafter called “the Corporation”) the Convention (including this annex) shall operate subject to the following provisions:
1. The following shall be substituted for Section 4:
“Actions may be brought against the Corporation only in a court of competent jurisdiction in the territories of a member in which the Corporation has an office, has appointed an agent for the purpose of accepting service or notice of process, or has issued or guaranteed securities. No actions shall, however, be brought by members or persons acting for or deriving claims from members. The property and assets of the Corporation shall, wheresoever located and by whomsoever held, be immune from all forms of seizure, attachment or execution before the delivery of final judgment against the Corporation.”
2. Paragraph (b) of Section 7 of the standard clauses shall apply to the Corporation subject to Article III, Section 5 of the Articles of Agreement of the Corporation.
3. The Corporation in its discretion may waive any of the privileges and immunities conferred under Article VI of its Articles of Agreement to such extent and upon such conditions as it may determine.
4. Section 32 of the standard clauses shall only apply to differences arising out of the interpretation or application of privileges and immunities which are derived by the Corporation from this Convention and are not included in those which it can claim under its Articles of Agreement or otherwise.
5. The provisions of the Convention (including this annex) do not modify or amend or require the modification or amendment of the Articles of Agreement of the Corporation or impair or limit any of the rights, immunities, privileges or exemptions conferred upon the Corporation or any of its members, Governors, Executive Directors, Alternates, officers and employees by the Articles of Agreement of the Corporation, or by any statute, law or regulation of any member of the Corporation or any political subdivision of any such member, or otherwise.
(vertaling: nl)
Bij zijn toepassing op de Internationale Financierings Maatschappij (hierna genoemd „de Maatschappij”) is het Verdrag (met inbegrip van dit Aanhangsel) van kracht met inachtneming van het hieronder bepaalde:
1. Het volgende wordt gesteld in de plaats van § 4:
„Tegen de Maatschappij kan slechts een proces aanhangig worden gemaakt bij een hof dat rechtsmacht heeft in de gebieden van een lid waarin de Maatschappij een kantoor heeft, een agent heeft benoemd met het doel de betekening of mededeling van een dagvaarding te aanvaarden, of effecten heeft uitgegeven of gegarandeerd. Er worden echter geen processen aanhangig gemaakt door leden of personen die handelen voor of hun aanspraken ontlenen aan leden. De eigendommen en activa van de Maatschappij, waar ook gelegen en door wie ook gehouden, zijn vrijgesteld van inbeslagneming, beslaglegging of tenuitvoerlegging vóór het uitspreken van een eindvonnis tegen de Maatschappij.”
2. Lid (b) van § 7 van de standaardbepalingen is van toepassing op de Maatschappij met inachtneming van artikel III, § 5, van de Overeenkomst betreffende de Maatschappij.
3. Het staat de Maatschappij vrij afstand te doen van een of meer van de krachtens artikel VI van de Overeenkomst betreffende de Maatschappij verleende voorrechten en immuniteiten tot een zodanige omvang en onder zodanige voorwaarden als zij vaststelt.
4. § 32 van de standaardbepalingen is slechts van toepassing op geschillen voortvloeiende uit de interpretatie of toepassing van voorrechten en immuniteiten die door de Maatschappij aan dit Verdrag zijn ontleend en die niet behoren tot die waarop zij krachtens de Overeenkomst betreffende de Maatschappij of anderszins aanspraak kan maken.
5. De Overeenkomst betreffende de Maatschappij wordt door de bepalingen van het Verdrag (met inbegrip van dit Aanhangsel) niet gewijzigd of veranderd, noch vereisen deze de wijziging of verandering hiervan of maken zij inbreuk op of beperken een of meer der rechten, immuniteiten, voorrechten of vrijstellingen aan de Maatschappij of aan een of meer van haar leden, bestuurders, directeuren, plaatsvervangers, ambtenaren en employés toegekend bij de Overeenkomst betreffende de Maatschappij of bij enigerlei wet, verordening of voorschrift van een lid van de Maatschappij of van een staatkundig onderdeel van zulk een lid, of anderszins.